Bali, Ubud, Een nieuw vakantiejaar: 2011


Selamat Tahun Baru (gelukkig Nieuwjaar)

Van alle kanten wordt ons nog dagelijks een “Happy New Year” of een “Selamat Tahun Baru” toegeroepen.
Voor sommigen gaat het nieuwe jaar op oude voet voort, maar anderen verwachten veranderingen.
Een nieuwe baan, een kindje, een verhuizing, van alles om naar uit te zien of tegenop te zien.
Veranderingen kunnen een verbetering betekenen, maar ook onwelkom zijn of onzekerheid geven.
Veranderingen kunnen ons verrassen, maar ze kunnen ons ook overvallen. Ze kunnen meevallen en ze kunnen tegenvallen.
De beste manier om met veranderingen om te gaan is ze te omarmen en er uit te halen wat er in zit.
Want wat is het leven anders, dan een lange reeks voortdurende veranderingen?

Dat er iets in Warjihouse gaat veranderen is zeker. Onzeker is nog voor wie het zal meevallen en voor wie het zal tegenvallen.
In elk geval wens ik Nyoman, Made, Wayan en Kadek een voorspoedig 2011 en Ketut Suta en familie veel succes met de renovatie van Warjihouse 1 & 2.

Nog een krappe maand en dan is het voor mij geschiedenis.
De website van Warjihomestay gaat uit de lucht. Gasten voor Warjihouse zullen hun boekingen moeten maken bij de website van Widya: http://www.warjibungalow.com . Het oude mail-adres (warjihouse@hotmail.com) blijft nog even actief om geinteresseerde gasten door te verwijzen.

Mijn nieuwe avontuur heet

 

 

Bali Batin Bungalow .
Gasten die geinteresseerd zijn in mijn nieuwe guesthouse kunnen al een kijkje nemen op de nieuwe website: http://www.balibatin.com .
De site is nog in bewerking en er moet nog van alles aan worden verbeterd. Daar is een beetje tijd voor nodig.
Maar ik heet u welkom op mijn site en zeer zeker in mijn mooie bungalow.


Advertenties

Bali, Ubud, Warjihouse krijgt leuke gasten. kroniek afl. 39

Warjihouse zit weer vol met gezellige gasten. Actieve en interessante gasten.
Meiden die alleen op reis zijn; mensen, die elkaar op reis hebben ontmoet en nu een tijdje met elkaar optrekken; stelletjes op hun huwelijksreis; Australiers, die even binnenwippen; mensen, die als groep op reis gaan.

vlnr: Ed Bosboom, Chng Seok Tin, Monica Chua Ah Huwa, Elena Snop, Raymond Lau Poo Seng.

Woensdagavond laat arriveerde er een viertal beeldend kunstenaars uit Singapore in Warjihouse. Twee heren en twee dames. Een echtpaar, dat met twee alleenstaande vrienden op stap was. De boeking was geregeld door de enige Nederlander van dit gezelschap, Ed, een vitale man van ongeveer 70 jaar. Hij viel op door zijn zwierige snor en een ongebruikelijke rok, die scherp ingestreken plooien had en reikte tot net boven de knieen. Ed had veel te verhalen en stak direct van wal. Daar was niet zo gauw een speld tussen te krijgen. In een adempauze slaagde ik er in om het gezelschap de juiste kamers te wijzen. Dus Ed met zijn Chinese echtgenote Monica in kamer 3 met het king size tweepersoons bed en de twee alleenstaande vrienden, Raymond en Seok, beide van Chinese origine, in kamer 6 met de twee aparte bedden. De dame, Seok, was nagenoeg blind en had af en toe behoefte aan hulp. Vooral stoepjes en obstakels vormden een gevaar, waarbij nu en dan een corrigerend ingrijpen noodzakelijk was. Vooraf was ik via e-mail ingelicht over haar handicap in verband met de keuze der kamers. De verdere bijzonderheden ondervond ik ter plekke. Haar jongere kamergenoot Raymond namelijk, bleek te lijden aan het weinig voorkomend syndroom van Gilles de la Tourette. Omdat Ed nogal op de voorgrond trad, had ik het niet zo snel in de gaten, maar op zeker moment wees Ed me erop, dat Raymond luidruchtig was en hij legde meteen uit, hoe dat kwam. Raymond was niet alleen druk. Hij was ook hongerig en Wayan, die het gezelschap van de luchthaven had opgehaald, kreeg de opdracht om wat eten te halen. Tussen neus en lippen door vertelde Ed, dat Raymond een niet onverdienstelijk kunstenaar was. Ze waren dan ook onder andere naar Bali gekomen om andere kunstenaars op te zoeken.
Omdat het al laat was en de andere gasten al sliepen, probeerde ik het gesprek kort te houden en ik ging naar huis.

Toen ik twee dagen later bij dit gezelschap op het terrasje belandde, raakte ik met Ed in een oerhollandse discussie over wonen in het buitenland met behoud van pensioen en AOW. Raymond en Monica zaten beide te schilderen. Ook Seok kwam erbij zitten. Seok had als kunstschilderes naam gemaakt in Singapore en al een niet onverdienstelijke loopbaan achter de rug als kunstenares en auteur. Als gevolg van een hersentumor verloor ze 90 % van haar gezichtsvermogen. Een enorme handicap voor iemand die schildert en schrijft. Ondanks dat is ze doorgegaan met haar werk en blijft ze haar beperkende omstandigheden de baas. Terwijl Ed zijn gesprek met mij probeerde voort te zetten, werd ik door zijn vrouw Monica geportretteerd en vertelde Raymond mij een Chinese mop. Dat mijn aandacht nu verdeeld was, maakte Raymond een beetje nerveus wat tot gevolg had, dat zijn aandoening opspeelde en zijn verhaal vergezeld ging van uitroepen en wilde gebaren. Het was alsof een tweelingbroer hem steeds in de rede viel. Natuurlijk moest hij Ed overstemmen, want als Ed even zweeg, hield ook Raymonds tweede ik zich stil. De mop kwam er niet helemaal goed uit, ook niet bij herhaling. Daarom werd hij opnieuw verteld door Seok, die zich ermee was gaan bemoeien. Het was een eenvoudig mopje van het ‘Sam-en-Moos’ type. De Chinezen gebruikten de ouder-kind verhouding als rolmodel: kindje zit met haar buikje te schudden. vraagt moeder: waarom schudt je zo met je buik? antwoordt kindje: ik had suiker en melk in de thee gedaan, maar was vergeten te roeren voor het drinken. Maar nu Raymond toch mijn aandacht had, maakte hij van de gelegenheid gebruik om mij een cadeau aan te bieden. Ik kreeg een catalogus van hem, waarin hij een persoonlijke opdracht aan mij schreef. De catalogus ging over een solo tentoonstelling van Raymond, die helemaal gewijd was aan de bekende Singaporese kunstschilder Tan Swie Hian. Ik was er erg blij mee en het maakte veel indruk op me. In eerste instantie komt Raymond over als een speels en impulsief mens. Maar als je zijn werk bekijkt herken je een bezield en vakkundig kunstschilder, die de kijker onomwonden met zijn ideeen confronteert. Hij is niet bescheiden, maar verbergt ook zijn gevoel niet. Zijn portretten zijn afwisselend en eerlijk.

De buurvrouw van kamer 2, Elena Snop, had in de gaten dat er geschilderd en getekend werd en kwam een kijkje nemen op het terras waar vooral Monica de ene tekening na de andere produceerde. Elena bleek ook een lange opleiding kunstacademie achter de rug te hebben en heeft naam gemaakt in Rusland. Ze komt uit Leningrad. Ze had een bescheiden mapje bij zich met foto’s van haar werk. Nauwkeurig werk, en herkenbaar Russisch. Zelfbewust en toch een beetje verlegen. Tot tevredenheid van Ed raakte Raymond in gesprek met Elena en had Ed de gelegenheid verder uit te weiden over het ontstaan van de staat Israel en een heleboel aanverwante gebeurtenissen.
Ik zat al uren op het terras in Warjihouse mijn eigenlijke werk uit te stellen en de middag was al ver gevorderd, toen ik opstond om weer eens verder te gaan. Inmiddels was Raymond begonnen aan een portret van Elena.
Thuis heb ik via internet de namen van deze kunstenaars opgezocht.
Raymond Lau Poo Seng heeft een website: www.rlaupooseng.tripod.com



De productieve Monica Chua Ah Huwa heeft er helaas geen, al is er wel een aardig boekje met reisschetsen van haar verschenen.
Maar de bijna blinde Chng Seok Tin heeft wel een website: www.chngseoktin.com

Elena Snop heeft helaas (nog) geen website, maar wie haar in google opzoekt, komt haar zeker tegen. Ze is geen onbekende.

Ed is misschien niet zozeer kunstenaar alswel levenskunstenaar. Hij weet veel en raakt niet uitgepraat. Hij heeft over alles een mening en lijkt weinig te twijfelen. Hij geeft gratis raad, maar als je er beter van wordt, wil hij daar graag in delen.
Mij gaf hij de volgende raad: ik zou een bemiddelingsbureau voor kamers en huizen moeten beginnen. Niet zelf iets aanschaffen of beheren, maar alleen bemiddelen voor een relatief laag bedrag, laten we zeggen: 5%. (naar beide partijen)
Ik vertelde dat ik me daaraan al eens had gewaagd, maar dat de soesa me te veel koppijn had bezorgd. De eigenaar van vastgoed wil een zo hoog mogelijk bedrag voor een zo lang mogelijke periode en de huurder wil meestal iets moois voor een zo laag mogelijke prijs onder gunstige voorwaarden. Als bemiddelaar heb je geen dankbare positie in zulke zaken; je moet van beide partijen iets afsnoepen. Ooit werkte ik in een call center voor een kabel exploitant. Na drie maanden vond ik het leven niet leuk meer. Ik kan niet goed tegen ontevreden, mopperende of teleurgestelde mensen. Een ander haalt zijn schouders op, maar mij kost het energie. Natuurlijk moet ik me daar niets van aantrekken, maar dan kost dat weer te veel energie. Ik heb geen zin meer in zulke dingen.
Objectief gezien is de raad dus niet slecht, maar ik ben niet de geschikte persoon.
Economisch gezien bak ik er niet zo veel van, rijk zal ik nooit worden. Maar mijn leven is kleurrijk en afwisselend. Dat zou ik nergens voor willen inwisselen, nog voor geen 5%.

Bali, Ubud, De zin of onzin van rituele verrichtingen.

Het voortrazende regenseizoen veroordeelt ons soms tot een langdurig verblijf op een overdekt terrasje in -bijvoorbeeld- Warjihouse.
Ter verpozing filosoferen wij wat over religie en de zin van het bestaan. Uit het kleine magazine “Ubud Community” citeert mijn bevriende gast een reeks ceremoniele verrichtingen, die men de komende dagen in Bali kan verwachten. Vandaag, de 23e september begint het feest met de viering van Purnama (volle maan); de 24e begint men aan de voorbereidingen van Saraswati-dag (godin van de wijsheid) gevolgd door Saraswati-dag zelf, uiteraard op de 25e september. Op de 26e, zo vervolgde hij, krijgen we de Bahyu Pinaruh, de zuivering met heilig water. Op de 27e Soma Ribek, de dag om tot Dewi Sri, de godin van de rijst te bidden, gevolgd door Pagerwesi op de 29e, de dag die gewijd is aan Sanghyang Pramesti Guru, de God van het universum.
Daarna valt er een stilte van vier dagen voordat er weer een speciale dag komt. Maar de meeste dagen in Bali zijn bijzonder en gewijd aan een of andere zaak van groot of minder groot belang. En ook op gewone dagen zijn vooral de vrouwen druk in de weer met het vlechten van kleurige en sierlijke niemandalletjes, die blijk geven van hun toewijding aan de Goden die heersen over leven en dood; geluk en tegenspoed.

Met vele anderen peinst mijn vriend hardop over het nut van deze toewijding en speekt hij zijn ongeloof uit over het geloof en wellicht de angst, die de Balinezen aanzet tot hun religieuze inzet, die niet alleen veel tijd maar vooral ook veel geld kost.
In een land als Nederland is de religie inmiddels een zeer ondergeschikte rol gaan spelen, maar in vroeger tijden, en niet eens zo lang geleden, was dat wel anders en goed vergelijkbaar met de rol die de religie in het leven der Balinezen speelt. Ik kan me een gereformeerde donderpreek nog goed herinneren en een donatie van 10 % van het bruto inkomen aan de katholieke kerk voor het onderhoud van deze instelling was niks bijzonders. Zelfs de eenvoudigste begrafenis kost spaarcenten of een deel van de erfenis. Bovendien kent de katholieke kerk minstens 365 heligen, die even zovele dagen een schijn van heiligheid geeft en ik weet zeker dat het er meer zouden zijn geweest als het aantal dagen per jaar niet tot dit getal beperkt was gebleven.
Voorheen verhief ‘het ware geloof’ zich nog boven ‘bij-geloof’ en ‘animisme’; tegenwoordig heeft ‘ongeloof’ de overhand.
Althans, zo lijkt het. Want een bestaan zonder zin is te ondraaglijk voor woorden. Men weigert eenvoudig te geloven dat er een bestaan bestaat zonder zin. De zin ervan is echter moeilijk te doorgronden voor eenvoudige schepselen die geneigd zijn om er een zeer persoonlijke individuele waarde aan toe te kennen. En zo laatdunkend als men zich waagt uit te laten over geldverslindende exotische rituele gewoontes, zo zelfgenoegzaam komt men aanzetten met pendels, tarot-kaarten, yoga-clubjes en andere fratsen die in essentie niet verschillen van de religieus getinte wijdingen.

Men verbaast zich over de ijver waarmee men in Bali offerandes creeert, hoewel het in zo’n groep bezige dames meestal heel genoeglijk toegaat. Die doen voor een groepje biljartende mannen of een bridgeclubje niet onder en wat is daarvan het nut, behalve de saamhorigheid? Nu ik het er toch over heb, wat is het nut van de tijdsbesteding in onze eigen cultuur als we bezig zijn met een postzegelverzameling, een cryptogram, een borduurwerkje, duivenmelken of het wit kalken van een muurtje?
Ik hoef daar niet lang over na te denken. Zolang we ons er goed bij voelen maakt het niet uit of we mandjes vlechten, dan wel de loop der planeten volgen en is het nuttig genoeg. Als we daarbij dan ook nog het idee hebben, dat we een aardbeving afweren of een verkeerde loopbaan voorkomen, is dat geweldig. En als de tijd rijp is, kunnen we altijd nog het wiel uitvinden. Eureka!

Bali, Ubud, andere tijden, hogere eisen. Warjihouse, kroniek afl. 38

In mijn tienertijd logeerde ik in de zomervakantie bij een tante, die aan zee woonde. Dat was geweldig. Het strand lag practisch voor de deur. Elk weekeinde was er wel ergens een danstent, waar rock en roll zelfs de meest verlegen muurbloempjes op de dansvloer lokte. En aan vriendinnen stuurde ik anzichtkaarten met in cryptische bewoordingen een voorproefje van de avontuurlijke verhalen waarmee ik later thuis zou komen. Ook mocht ik een keer mee met een schoolvriendinnetje en haar ouders, die in Frankrijk gingen kamperen. Met z’n allen lekker vrij in de natuur. Stokbrood met boter en brie. Een voorzichtige Franse zoen -of wat daarvoor doorging-. Er was weinig geld, geen internet, geen mobiele telefoon. Iedereen hurkte op hetzelfde toilet en om je bordje in het gootsteen te kunnen afwassen wachtte je geduldig op je beurt. En we zongen: “Pour moi la vie va commencer”

Zo’n tien, twintig jaar later kreeg men belangstelling voor verre bestemmingen. Indonesie was in trek bij de backpackers. De prijs van een vlucht was pittig, maar wie beschikte over een geldige studentenkaart, kon een aardige korting krijgen. En als je eenmaal in Indonesie was, kostte het leven nog maar een habbekrats. Je moest wel kakkerlakken gedogen als bedgenoot, en een vies toilet. Warme douches waren er bijna niet en met het openbaar vervoer verplaatste je je tussen de balen rijst en bosjes levende kippen. Brieven kon je tussen de beduimelde enveloppen in het bakje ‘poste restante’ vinden in het plaatselijke Kantor Pos.

Het zal ongeveer in die periode zijn geweest, dat Warjihouse werd gebouwd. Het aantal toeristen groeide jaarlijks en de kleine warung van homestay Pandawa groeide uit tot een luxe supermarkt met een grote muziekafdeling waar men goede zaken deed in illegaal gekopieerde cd’s van populaire muziek. Binnen tien jaar moest Warjihouse zich aan de veranderende eisen aanpassen en zijn koudwater mandi’s vervangen door warme douches met ligbad. Internet deed zijn intrede en de anzichtkaarten stonden te vergelen in de rekjes. De verbindingen waren nog traag en soms viel de stroom uit, maar de toon was gezet.
Vroeger peinsde men er niet over om met een kind naar een ontwikkelingsland te reizen, maar tegenwoordig komen er hele gezinnen uit Europa over voor aan paar weken vakantie in Bali. Het aantal backpackers onder de toeristen is nog maar een handjevol. De huidige toeristen komen voor de watersport, voor de golfbaan en voor de spirituele ontplooiing. Elke straat in Ubud heeft een keur aan yoga-clubjes, massagesalons, winkeltjes in kleding, kunst en antiek, enz. De souvenirs van voorheen vinden geen aftrek meer.
Ook aan de gastenverblijven worden hogere eisen gesteld. De huidige toerist lijkt een zwembad, airco en wifi als voorwaarden te stellen. Wat dat betreft is Warjihouse nog niet aangepast; voor het internet moet men nog steeds naar de shop op de hoek, voor een beetje extra koelte is men aangewezen op een plafondfan en het zwembad is maar net groot genoeg voor een paar goudvissen.


 
Op de website hebben we het daar niet over. Je laat zien wat je te bieden hebt en doet dat gunstig mogelijk. Echter, als potentiele gasten in er in hun mail naar vragen, antwoord ik, dat we geen zwembad hebben, maar dat men tegen een kleine vergoeding bij de buren mag zwemmen. Dat we geen wifi hebben, maar dat de internetshop in een straal van 50 meter rond Warjihouse te vinden is. En dat we geen airco hebben, maar dat Ubud niet zo vreselijk warm is ‘s-nachts en dat een plafondfan volstaat. Warjihouse biedt een goed bed, een warme douche en een heerlijk ontbijt.
Dat is dus helemaal uit de tijd. Toeristen komen hier niet om de wereld ontdekken of de gewoontes der Balinezen te onderzoeken. Die avonturiers had je vroeger. De huidige toerist wil even weg uit het jachtige dagelijkse leven om tot rust te komen en verwend te worden. Dat ze daarvoor naar het andere einde van de wereld reizen is bijzaak.
Het zijn vooral de jongere, moderne vakantiegangers, die wel eens teleurgesteld afhaken, als ze in Warjihouse aankomen. Geen zwembad? Geen wifi?
Ze hebben geboekt via de website, want alles wordt vooraf tot in de puntjes geregeld. Men wil in zijn vakantie onaangename verrassingen vermijden, zoals een volgeboekt hotel. “Het bleek toch al uit de website, dat we niet beschikken over die voorzieningen!” sputter ik verongelijkt tegen. De gast reageert verbaasd: “nee, maar dat spreekt toch vanzelf tegenwoordig?”
Wat gaat de tijd toch snel.
Razendsnel.

Een verbroken contract en een nieuw begin: VILLA BALI BATIN.


Een aantal van mijn gasten wist het al, maar lang niet iedereen: met ingang van 1 februari 2011 ga ik Warjihouse verlaten.
Niet omdat ik het niet leuk meer vind in Warjihouse en ook niet omdat de contracttermijn dan is verlopen, maar simpelweg omdat de eigenaar andere plannen heeft met Warjihouse. Welke die plannen zijn, is niet helemaal duidelijk en dat gaat mij in feite natuurlijk niet aan, behalve, dat we samen een contract hebben afgesloten voor 5 jaren, waarvan er op 1 februari 2011 slechts 3 voorbij zijn. Het contract is bij mijn intrede netjes besproken, schriftelijk opgesteld en door beide partijen ondertekend. Er waren een aantal voorwaarden in opgenomen, waaronder een betalingsregeling, die vermeldde dat de eerste termijn van drie jaren bij aanvang zou worden voldaan en de tweede termijn na de eerste twee jaren. Niet beschreven waren de verwachtingen die beide partijen koesterden en de inzichten die in de loop der tijd veranderden. Hoe zou dat ook kunnen?
Maar toen ik in december 2009 de vraag bij de eigenaar en zijn familie neerlegde over het regelen van de betaling van de tweede termijn, kwam het antwoord schoorvoetend en langs een omweg tot mij: ik hoefde niets meer te betalen. De schoondochter, die het beleid voert over Warjihouse 2 aan de Jalan Bisma, kwam peroonlijk vertellen dat haar vader Warjihouse 1 na de drie betaalde contractjaren weer zelf wilde beheren. Volgens de dochter had de eigenaar het geld niet nodig en wilde hij Warjihouse 1 renoveren. Zijn verwachting, dat ik dat zou doen, was niet uitgekomen. En hoewel dit in het contract niet aan de orde was, ben ik wel met herstelwerk begonnen, maar door de slechte start in het eerste jaar kon ik het niet afmaken.
Contractbreuk dus. In Bali is dit niet ongewoon en natuurlijk zou ik in zekere zin in mijn recht staan als ik er werk van maakte, maar het is zeer de vraag of dat een verstandige zet zou zijn. Er zijn vele manieren om een ander het leven zuur te maken en als je bij een Balinees de voet dwars zet, kun je weinig goeds verwachten. Volharden in eigen gelijk is in dit geval niet vooruitzien, maar wat dan wel?

Ik hinkte op verscheidene gedachten: een nieuwe homestay zoeken; naar een ander eiland vertrekken; werk zoeken in Australie; of teruggaan naar Nederland. Ik sprak met Australiers; ik bezocht de idyllische stranden van Lombok; ik legde een mogelijke terugkeer naar Nederland aan mijn familie voor. En al deze mogelijkheden besprak ik natuurlijk ook met diverse Balinese en Nederlandse vrienden.
De oplossing kwam onverwacht via een Balinese vriend, die ik al bijna tien jaar ken: Wayan Darta.

Hij had een huis voor me, precies naar mijn smaak, met een ruime tuin. Met enkele aanpassingen, die niet veel hoefden te kosten, zou het geschikt zijn voor gasten. Ik kon een jaarcontract krijgen, dat per jaar verlengbaar zou zijn. Ik was meteen verkocht.

Natuurlijk wil ik zo snel mogelijk beginnen, dus er wordt hard aan gewerkt om het nieuwe huis in gereedheid te brengen.
Er komen een paar nieuwe badkamers bij en de tuin wordt gereconstrueerd. Er komt een compleet nieuwe inrichting. Er wordt geverfd, gerepareerd en schoongemaakt. Uiteindelijk zal het resulteren in twee frisse appartementen van twee kamers en suite met een badkamer. Desgewenst kan men ook alleen een kamer huren.

Tussen beide appartementen is een grote gemeenschappelijke ruimte met grote antieke openslaande deuren, die uitkomen op het terras aan de tuinzijde. In het midden komt een grote ronde tafel, waaraan men gezellig bij elkaar kan zitten om te ontbijten, lunchen of dineren; een boek lezen, op de computer werken, of een spelletje doen.
Maar zover is het nog niet. Nu wordt er nog hard gewerkt aan de renovatie en de inrichting.
De deuren zijn nog gesloten, maar als alles volgens plan verloopt, gaan ze per 1 oktober wijd open.

Bali, Ubud, Kroniek Warjihouse aflevering 37, Een upacara bij Nyoman thuis.

 
de familie-tempel

De 5-jaarlijkse Upacara Ngentang Linggih.

In Bali heeft -zoals bekend- elk huis een familie-tempel en die tempel is -zoals alles en iedereen in Bali- regelmatig jarig. Verjaardagen worden elke zes maanden gevierd, en elke twaalf maanden, maar de grotere vieringen vinden om de vijf jaar plaats en de allergrootste om de vijftig jaar.
In het huis van de zeer omvangrijke familie van Nyoman wordt deze maand de vijfjaarlijkse viering van de tempel gehouden, die duurt van 5 tot 14 juli. Deze speciale viering heet Ngentang Linggih. Het hoogtepunt van deze viering viel op 8 juli en voor die gelegenheid was ik nadrukkelijk uitgenodigd.


staand, links: VIP Nyoman Katek

Het zou de eerste keer worden, dat ik op bezoek kwam in het ouderlijk huis van Nyoman. Ik was wel vaker uitgenodigd, maar het kwam er eenvoudig nooit van omdat we moeilijk allemaal tegelijk in Warjihouse gemist konden worden. En omdat het hun feestje was, vatte ik het als mijn taak op om Warjihouse te laten draaien. Ook dit keer kwam het zeer ongelegen omdat er nog een stapel wasgoed lag van enkele dagen en wij een groep van vijf gasten verwachtten, waarvan niet bekend was, hoe laat ze zouden komen.


hooggedragen offerandes

Maar nu heb ik naar Balinees voorbeeld alles ondergeschikt gemaakt aan deze upacara en rond een uur of elf reden Nyoman en ik in colonne naar Saba in Blahbatuh, waar de familicompound was gevestigd in de banjar Banda. De streek is er bijzonder mooi. De familie woont niet ver van de rivier Petanu, die wat hogerop een waterval heeft, waar ik vaak ben geweest. In de omgeving van Saba zijn sawahs en natuurgebieden. De uitgebreide desa heeft nog niets van zijn oorspronkelijkheid verloren en maakt een welgestelde indruk. Binnen de muren van de compound was het een gezellige drukte, Rijp en groen krioelde door elkaar, iedereen was volgens de traditie heel netjes gekleed en men bediende zich van een breed buffet dat op een der terrassen stond opgesteld. Babi en ayam waren rijkelijk in vele gerechten verwerkt en ik liet me bij deze speciale gelegenheid niet weerhouden.


Ineke en Made

Ik werd direct door een paar dames uit de familie uitgenodigd om bij hen te komen zitten. Met een paar woorden Engels van hun kant en een paar woorden Indonesisch van mij kwamen we tot een eenvoudig kennismakings gesprekje. Nyoman, die zich in Warjihouse gewoonlijk van een bescheiden kant laat zien, liep in het huis van zijn familie rond als een belangrijke heer, die al tot de oudere garde behoorde. Ik maakte kennis met zijn vader en moeder en kwam er zijn jongere broer Ketut tegen, wiens jongste kind, dat naar mijn gevoel nog maar zo kort geleden was geboren, al rondhuppelde tussen de andere kinderen. In de twee rijk versierde tempels, die samen een terrein besloegen dat bijna net zo groot was als het stuk grond waarop Warjihouse is gebouwd, waren priesters bezig met het prevelen van bezwerende formules onder begeleiding van een koperen bel. Hoog opgetaste offerandes werden onafgebroken aangedragen op de hoofden van beeldschone dames in kleurige kebaya’s.


rechts: Kadek Cantik

Na een paar uur wilde ik terug naar Ubud, omdat Warjihouse onbemand was. En zie dan maar eens, dat je de weg terug vindt. Op de heenweg had ik achter Nyoman aangereden en weinig acht geslagen op herkenningspunten. Nu wist ik in de wirwar van paden en weggetjes niet meer of ik links, dan wel rechtsaf moest gaan. Omdat Ubud meer landinwaards ligt, koos ik voor een weg, die omhoog leek te leiden. En ja hoor, na een paar honderd meter maakte de weg een ruime bocht naar rechts en ik kwam uit bij zee.

Ik denk niet dat ik op eigen gelegenheid in staat zou zijn om het familie-huis van Nyoman te vinden. Volgens Nyoman kan dat echter geen probleem zijn:
“In Blahbatuh you ask the way to Saba; in Saba you ask the way to banjar Banda; in Banda you ask for I Nyoman Katek. That is me. Everybody there knows who is I Nyoman Katek.”

Bali, Ubud, Warjihouse kroniek aflevering 36

 Van badkamer tot keuken en terug.

Toen Fiona twee jaar geleden haar intrek nam in Warjihouse, besloot ze na een week om de gehele bovenverdieping te huren. Van de kamers 4 en 5 maakte ze een gezellig appartement door de badkamer van kamer 4 te veranderen in een keukentje. Voor Fiona was het een goede oplossing in haar toenmalige situatie en toen ze na negen maanden (nee, nee, dat niet) vertrok naar een grotere woning, besloot ik de situatie van de bovenverdieping te laten zoals die was. De kamers waren namelijk nogal gehorig. In kamer 4 kon men de gast in kamer 5 horen zuchten en vice versa. Ik bood beide kamers aan voor de prijs van anderhalve kamer voor gasten die minstens een halve maand wilden blijven. Zelf bewoonde ik kamer 6 -recht onder kamer 4- die wegens zijn ligging iets minder populair is bij de gasten. In periodes dat de bovenverdieping niet als appartement in gebruik was, maakte ik zelf gebruik van kamer 4 met het keukentje, de tv en de koelkast. (kunt u het nog volgen?) Maar omdat in Bali thuis koken altijd duurder uitpakt dan uit eten gaan of eten halen in een warung, maakte ik weinig gebruik van het keukentje. De kamer werd overigens meer gebruikt als opslagruimte dan als woon- of slaapvertrek. Nyoman had kritiek op de situatie. De bovenverdieping werd zelden als appartement verhuurd en ik gebruikte kamer 6 voor mezelf. Ik onttrok dus twee kamers aan de homestay. Als die twee kamers voor de helft van de tijd verhuurd zouden worden, zou ons dat twee en een half miljoen per maand schelen: bijna twee keer zijn loon. Ik vond dat hij helemaal gelijk had. Omdat ik mijn gasten niet wil lastig vallen met de gehorigheid van de bovenverdieping en omdat ik zelf ook ergens moet wonen, besloot ik zelf kamer 4 te betrekken en kamer 6 weer in bedrijf te nemen. De aanpassingen zouden er, financieel gezien, in twee maanden weer uit zijn. Maar die moesten er sowieso komen, omdat ik volgens het contract de homestay na de contract-periode in oorspronkelijke staat moet overdragen. Dus: weg keuken! Onder de trap stond nog het oude toilet, dat ik met het oog op dit contract had bewaard.

Toen de aanpassingen voor de keuken er weer uit waren gesloopt en het toilet -schoongemaakt- weer op zijn plaats was gezet, bleken vooral de rubberen onderdelen van het toilet aan vervanging toe. Het rubber was uitgedroogd en functioneerde niet meer. Het spoelmechanisme haperde. De hulp van klusjesman Yoyo werd ingeroepen. Yoyo liep stad en land af om onderdelen, maar de toiletten van merk ‘KIA’ waren al lang uit de handel en onderdelen werden niet meer aangeleverd. Nieuwere onderdelen pasten niet. Voor het spoelen moest ik me dus behelpen met een emmer. Hoewel ik dat niet eens zo’n probleem vind, is een dergelijk mankement niet juist volgens het contract en als ik het dan toch moest veranderen, had ik er net zo lief zelf het gemak van. Ik besloot dus om het toilet zo snel mogelijk te vervangen. Toen ik kamer 6 nog bewoonde, liet ik de wastafel naar de badkamer van kamer 5 verplaatsen. Ik gebruik namelijk zelden een wastafel omdat ik mijn tanden poets tijdens het douchen en op de bovenverdieping waren om een of andere reden nooit wastafels aangebracht. In kamer 6 liet ik een wasmachine plaatsen op de plaats waar eerst een wastafel hing. Die wasmachine verhuisde mee naar kamer 4 op de bovenverdieping en in kamer zes wilde ik weer een nieuwe wastafel hebben voor mijn gasten. Om dit te regelen liet ik een loodgieter komen, die mij al eerder geholpen had met de waterpomp. Deze loodgieter, die zichzelf profileerde als een specialist in zwembaden, kon mij wel een wastafel en een toilet leveren voor twee miljoen rupiah. Maar ik kon ze wel goedkoper krijgen. Hij hoefde het alleen maar te plaatsen. Bij een bedrijf in Mas kocht ik een wastafel en een toilet, compleet met bril en deksel voor de helft en ik liet de loodgieter komen om beide te plaatsen en aan te sluiten. Dacht ik… De uitgang van het oude toilet bleek dichter bij de muur dan de uitgang van het nieuwe, waardoor het nieuwe niet zonder meer kon worden aangesloten. De rioleringsbuis moest verzinken, of de vloer moest worden opgehoogd. Het uithollen van de vloer was niet verstanding wegens instortingsgevaar volgens de loodgieter.

Dan maar ophogen, meende ik. Maar dat wilde de loodgieter niet doen. Hij was geen metselaar. Oke, dacht ik, dan doe ik het zelf wel. Het zou niet de eerste keer zijn, want in Nederland heb ik zo vaak geklust. Ik trok er dus op uit om zand, grind en cement te kopen en hoogde een deel van de vloer op. Ik kocht tegels, die pasten bij de kleur van de badkamer en maakte het netjes af. Ik plaatste het nieuwe toilet met gebruik van een nieuwe boormachine. (die kon er ook nog af) Nyoman sloeg alles met ingehouden adem gade. Yoyo kon in zijn bezuinigingsdrift nog wel eens klungelen, maar met een klussende vrouw vreesde hij het ergste.

Inmiddels moet hij toegeven, dat het er netjes uitziet. Dat het stevig staat. Dat het goed functioneert. Of ik niet een zwembad kan maken in Warjihouse? Dat zou meer gasten trekken.
Wat? een zwembad? Of dat ik het maak?

Bali, Petak: Putu is geopereerd en het gaat goed met haar

Hier een vervolgbrief van Dieske Snelting met goed nieuws.

Hallo allemaal,

Allereerst iedereen die n.a.v. het vorige mailtje een donatie hebben gedaan ontzettend bedankt, namens Putu en Tajun.

Ik hoop dat jullie dat allemaal onder vermelding van ‘Putu’ hebben gedaan, anders komt het namelijk in de algemene pot terecht. Degenen die dit zijn vergeten stuur mij een mail, zodat ik er alsnog voor kan zorgen dat het op de goede plek terecht komt!!!

Putu is vorige week donderdag geopereerd. De operatie kwam sneller dan verwacht dit door inspanningen van de oom van Kadek (coördinator) die in het ziekenhuis werkt.

Samen met de moeder van Putu wat familie en kinderen van het weeshuis hebben we voor de operatie kamers gewacht. De operatie zou 2 uur duren, dat werden er 5. Kadek vertelde me dat dat kwam omdat ze ook een probleem met haar enkel had. Gister kwam ik erachter dat dat echter haar knieschijf was. Daar zat een barst in en dat is tijdens de operatie gelijmd. Toen ik gister opweg naar het ziekenhuis was kreeg ik bericht dat Putu naar huis mocht. Helemaal super dus.

Ze zag er nog behoorlijk pips uit en had bijna geen krachten in de armen en benen, maar ze was ontzettend blij dat ze naar huis mocht.

Maandag moet ze terug voor controle, en dat zal zich de komende tijd wekelijks herhalen. Ze heeft therapie oefeningen geleerd die ze thuis moet doen.

Nogmaals degene die een donatie hebben gedaan heel erg bedankt!!! Putu en haar familie zijn er erg mee geholpen.

Met Tajun gaat het elke dag beter, hij heeft nog steeds hechtingen aan de binnenkant van zijn mond. Dit heelt natuurlijk binnensmonds niet zo snel.

Aanstaande vrijdag vlieg ik naar Singapore. Daar ga ik wachten totdat Remie zijn visum heeft en dan vliegen we samen door naar Vietnam.

Voor jullie allemaal een warme groet,
Dieske en Remie

Bali, Ubud, Warjihouse kroniek afl. 35, een rustige jaarwisseling

 Alle lezers van Bali Batin een voorspoedig 2010 toegewenst.

In Ubud is de jaarwisseling heel rustig verlopen. Het is een aangelegenheid voor expats en toeristen, waar de Balinezen geen raad mee weten. Al weken lang stonden er langs de Jalan Raya Ubud handelaren in kleurige toeters. En er zou ook ergens vuurwerk te koop zijn, maar ik kon er niet achter komen waar dat was. Met een groepje gasten uit Warjihouse spraken we af uit eten te gaan bij restaurant Wayu aan de andere kant van het voetbalveld. Omdat het toch iets drukker was dan gewoonlijk, ging ik er overdag even heen om een tafel te reserveren. Het meisje aan de kassa keek mij niet-begrijpend aan. Daarom zei ik het nog even tegen de baas, die toevallig langsliep. “At seven o’clock, please.” Voordat we ons op straat begaven, dronken we eerst een wijntje in de tuin van Warjihouse. Een gekoele witte ‘Hatten’ is redelijk te doen. Toen we ons daarna op de afgesproken tijd bij Wayu meldden, werden we door de volledige staff opgewacht en begroet. We bleken de enige gasten. We werden met alle egards bediend, kregen een gratis arakje van het huis, en hebben heerlijk gegeten. Want daar zijn ze heel goed in. Na het eten zijn we gezamelijk op het stoepje gaan zitten, waar kleurrijke gezelschappen af en aan liepen. Helaas voor de jongens, maar niemand had behoefte aan transport op dit uur van de avond. Er werden regelmatig wat vuurpijlen afgeschoten met een paar bescheiden knalletjes. Ibu van de catering voorzag ons van koffie en bleef er gezellig even bij zitten. Het was al na tienen toen wij besloten om de muziek en de drukte op te zoeken. Tot onze verbazing was reggae-bar Lobong gesloten. “The laughing buddha” was overvol. In “The Lounge”, een onlangs geopende disco, zaten een paar opgedirkte muurbloempjes in rode en groene flakkerlichten te trillen op de vibratie van oorverdovende house-muziek. Tegenover Ubud Palace zou er ook nog iets te doen zijn. Het was daar heel druk op de hoek. House-muziek dreunde door de straat. Het kwam van de overdekte dansvloer, die voor de gelegenheid met gordijnen was afgeschermd. Daarachter werd gehost. De toegang kostte 30.000 rupiah met inbegrip van een biertje. De meeste mensen stonden eromheen en maakten geen aanstalten om naar binnen te gaan. Omdat het zo lawaaiig was, zagen ook wij daarvan af en we wandelden terug de Jalan Monkey Forest in met de bedoeling ergens op een terras te gaan zitten. De meeste restaurants stonden op punt van sluiten en de enige gelegenheid, waar men nog kon neerstrijken, was Ibu Rai, recht tegenover Gang Beji. Daar stond een tafel vol bierflessen en alle gasten hadden een kleurige toeter gekregen. Het personeel droeg kleurige mutsen. Ome Jan en Tante Truus kwamen in polonaise voorbij en bliezen op hun hardst op hun toeters. Wij bedachten, dat er in Warjihouse nog een koele fles wijn stond te wachten. Het liep al tegen twaalven. Toen klokslag twaalf in de verte de kleurige vuurpijlen met knallen en gilletjes afscheid van het oude jaar namen, hieven wij in de rustige tuin van Warjihouse een glas koele witte Hatten.

Bij deze heten wij iedereen welkom in het nieuwe jaar en in Warjihouse.
Ineke, Nyoman, Made

Bali, Ubud, Warjihouse kroniek afl. 34

VERVALLEN VROUW

3 dames

“Cantik sekali” (heel mooi) wordt mij vaak toegeroepen.

Het klinkt leuk, maar ze moeten natuurlijk niet overdrijven. De spiegel zegt mij dat ik er hoogstens acceptabel uitzie voor mijn leeftijd en in het donker misschien zelfs redelijk aardig. Maar de pensioengerechtigheid straalt eraf, al duurt het nog 5 jaar voordat ik dit recht mag consumeren. In Nederland trekken de stratenmakers (bestaan die trouwens nog?) zich al jaren niets meer van mij aan en in mijn tien jaar jongere vriendin meent menigeen een dochter te herkennen. Als ik zeg, dat ik al bijna zestig ben, trekt men ongelovig de wenkbrauwen op: “Really?” Dat kan zowel betekenen dat je er  jonger uitziet als ouder. Als iemand een foto van mij ziet die flatteert, wordt mijn leeftijd lager geschat. Dan kan de werkelijkheid natuurlijk alleen maar tegenvallen. Maar ja, iedereen heeft toch de neiging om zich van de gunstige kant te laten zien. Zelfs als ik naar mijn eigen spiegelbeeld kijk, ga ik er zodanig voor staan, dat het resultaat meevalt. Het is dan ook een shock om argeloos naar de grond te kijken en dan ineens te zien, dat zelfs de huid rond mijn knieën bij elke stap futloos voor- en achterwaards bewegen. Dat zag je vroeger alleen bij oude vrouwen. Inderdaad, die van boven de zestig. Godsamme.

 verval (7)

Een Balinese vriend van mij (nog geen 30) maakte laatst een foto. Ik zat tussen twee vriendinnen in, die ook nog met hem op de foto moesten. Op het moment dat hij de foto nam riep hij spontaan uit: “Two beautiful ladies and a very old one in the middle.” Ik was zeer onthutst en dat is duidelijk op de foto te zien. Ik heb de foto uitvoerig bekeken en ik moet zeggen: Ik vind de foto leuk. Hij is volstrekt eerlijk en er is niets mis mee. Het geeft me voldoening te zien, dat ik me op mijn gemak voel; dat ik veel heb meegemaakt en dat ik tussen de jongelui me amper bewust ben van het leeftijdsverschil.

verval (9)

De geest lijkt niet mee te groeien met het lichaam. Toch is dat wel gebeurd.
Want waar die twee lieve jongedames nog aan moeten beginnen heb ik allemaal al gehad. Ik heb mijn selectie in het leven al gemaakt. Ik weet inmiddels wat ik wil en ik zie wat het me heeft gebracht. Het leven vraagt niet zo veel meer van me, maar ik màg alles nog. Wat jaloezie en ruzie betreft is de wind gaan liggen. Complimentjes zijn leuk, maar ik maak me er niet druk over. Ik doe eindelijk waar ik zin in heb en dat blijkt nog heel veel te zijn. En nu kijk ik naar me eige. Ik denk: jeetje, dat ik daar nu zo tegenop heb gezien! Het zit allemaal niet meer zo strak. Maar het knelt ook niet meer, haha.

verval (13)

« Older entries