Vorstendommen in Indonesia

cropped-silatnas-raja-sultan-7-agust-2009-istana-merdeka-jkt31

Paul Kijlstra, die momenteel in oost-Java woont en dat deel van Java interessant kan belichten, is een nieuwe blog gestart. Hij kwam er achter, dat de belangstelling voor deze vorstendommen groeiende is, zowel in geschiedkundig opzicht, als met betrekking tot het cultureel erfgoed van Indonesia en voormalig Nederlands Indie.
Zijn informatie en verhandelingen hierover zijn te vinden via de volgende URL: http://sultansinindonesieblog.wordpress.com/

Advertenties

INDONESIE, TRADITIONELE WEEFKUNST: BATIK EN IKAT

Naar verhouding waren eeuwen geleden stoffen veel kostbaarder dan tegenwoordig. En ook veel duurzamer. Als een dame van stand een nieuw kostuum nodig had, liet zij eerst een stoffenhandelaar komen koos ze zorgvuldig het materiaal uit. Dan kwam de naaister om het model te bespreken en de maten op te nemen. Zo’n jurk of costuum werd heel lang gedragen en daarna als kostbaarheid doorgegeven aan anderen. Mooie en kostbare stoffen kwamen vaak uit verre landen, net als porcelein. Door de snel wisselende mode van tegenwoordig is er behoefte ontstaan aan minder kostbare kleding en dus ook aan minder dure grondstoffen. De gemiddelde vrouw van tegenwoordig wisselt jaarlijks van garderobe. En dat kan natuurlijk niet voor de prijs van een nieuwe auto. Op zich heb ik daar helemaal geen moeite mee. De schoonheid van een mens zit nu eenmaal niet in de verpakking. Maar ik vind het wel jammer, dat daardoor ook de belangstelling voor mooie duurzame weefsels is verwaterd.

Ook in Indonesie heeft de traditionele weefkunst lang in hoog aanzien gestaan. Indonesie is van oudsher beroemd om zijn rijkdom aan weeftechnieken en weelderige motieven. Op eilanden als Sumba, Flores en Timor waren kostbare geweven doeken vast onderdeel van bruidschatten en grafgeschenken. Sommige kleuren en motieven waren voorbehouden aan mensen van koninklijke afkomst. Maar ook daar vervaagt het onderscheid en heeft het moderne leven andere waarden binnengebracht. Toch worden in Indonesie -gelukkig- de traditionele schatten nog gekoesterd, zij het meer met een museale waarde dan voor dagelijks gebruik. Mijn eerste reizen naar Indonesie hielden vooral verband met de Indonesische weefkunst. Elk Indonesisch eiland heeft zijn eigen stijlen en motieven. Zo zijn uit Sumatra vooral de zogenaamde ‘scheepjesdoeken’ erg bekend; had elk sultanaat in Java zijn eigen batik motieven; staat het plaatsje Tenganan in Bali bekend om de arbeidsintensieve techniek van het ‘dubbel ikat’; onderscheidt Sumba zich door zijn grote kains met grote diermotieven in koel blauw uit het westen en warm rood en bruin uit het oosten.

Persoonlijk houd ik erg van de warm-bruine sarongs, die uit het plaatsje Ende en omgeving komen op het eiland Flores. Fijne abstrakte motiefjes in aardkleuren, die bij vrijwel elke huid mooi kleuren, maar nog het mooist bij de vrouwen van Flores zelf, die in hun sarongs lijken te wonen. Want alles past er in: de baby, de boodschappen, de schoolboeken. Hij beschermt tegen de wind en de zon en tegen brutale blikken. Hij past in het landschap. Hij is tijdloos. Het verbaasde me dan ook niet, dat ik de ikat stofjes van Flores zo vaak terug zag in hedendaagse toepassingen als portemonneetjes, tasjes en giletjes. Ongetwijfeld worden de ikats van Flores machinaal nagemaakt in bedrijven op Bali en Java. Maar ik ben er nog getuige van geweest dat vrouwen onder hun paalwoning zaten te weven op een heupgetouw, waar ze maanden bezig waren op een enkele sarong. Op zo’n werkstuk kun je niet afdingen. Je betaalt gewoon die dertig euro die het waard is. Iets van waarde heeft een prijskaartje nodig, anders groeien de verhoudingen scheef. Daarom ben ik ook zo blij, dat er geen merkje in staat. Een mooi stuk textiel vertegenwoordigt zelf zijn waarde.

DE OMMEZWAAI: VAN RIJSTTERRASSEN NAAR HEIDEVELDEN

Velen wisten het al, maar een aantal mensen zullen zich hebben afgevraagd waarom er al lange tijd geen nieuw verhaal op mijn blog is verschenen. Het hoogseizoen was al begonnen, dus er gebeurde genoeg, zou je denken. En dat was ook zo. Echter: van het een gebeurde te veel en van het ander te weinig. Ik had weinig tijd en geld om mijn plotseling veranderde situatie het hoofd te bieden en beide heb je nodig als je een gastenverblijf wilt opzetten. In mijn meer fortuinlijke periode heb ik alles ingezet om van mijn nieuwe project een succes te maken, maar het ontbrak me aan tijd om het te laten groeien en aan geld om dat te overbruggen. Het is -zogezegd- in de kinderschoenen blijven steken. In het leven moet je keuzes maken en dat heb ik gedaan. Aan mijn keuze om met het huis in Nyuh Kuning van start te gaan, heb ik vanaf het begin mijn twijfels gehad. Toen het huis nog maar pas was gebouwd, zo’n 4 jaar geleden, was ik er meteen verliefd op. Op dat moment was ik niet in de gelegenheid om het te huren. Toen het mij later werd aangeboden als oplossing voor mijn problemen, was ik meteen enthousiast. Maar ik kreeg ook meteen twijfels. Niet over het huis, dat was nog steeds hetzelfde. Maar de omgeving was veranderd. Drie jaar daarvoor had het huis alleen gestaan, met uitzicht over de vredige sawah’s. Nu stonden er vier nieuwe huizen omheen en dankzij mij kon men starten met de bouw van een vijfde huis, pal naast het mijne. Dat was een tegenvaller. Een andere tegenvaller was de explosief toegenomen verkeersdrukte op de verbindingsweg tussen Pengosekan en Batubulan. De nu en dan gierende motoren raasden langs tot een uur of twaalf in de nacht en in de vroege ochtend, rond vier uur, begon het verkeerslawaai al weer. Als je langer op zo’n plek woont, raak je aan die geluiden gewend en valt het niet meer zo op, maar gasten worden verondersteld enkele dagen tot enkele weken te blijven en dan wordt het als zeer storend ervaren. Een ander nadeel van mijn nieuwe locatie was de langere afsand naar het centrum van Ubud. Het was een wandeling van ruim 15 minuten naar het centrum, te ver om ‘even’ een boodschapje te doen, of ‘even’ te gaan lunchen. En niet iedereen durft in Bali op een motorbike te rijden. Daar komt bij, dat er in Ubud een grote keuze is aan homestays en hotelletjes, waarvan er vele meer voordelen hadden dan het mijne. Ook had ik nog geen reputatie opgebouwd en dat kan ook niet in een half jaar. Het was gedoemd om te mislukken en dat is wat er gebeurde. Ik had geen zin om daarop te wachten. Het verlengen van mijn verblijfsvergunning stond voor de deur en daarna het verlengen van mijn huurcontract voor nog een jaar. Mijn budget was tot een minimum gedaald en er kwamen bijna geen boekingen binnen, dus de vooruitzichten waren zeer ongunstig. In zo’n geval besluiten mensen vaak om over te gaan tot het lenen van geld. In de eerste plaats houd ik daar niet van, want de aflossing doet altijd pijn. In de tweede plaats had ik geen garantie voor succes, integendeel. Mijn besluit was dus snel genomen. Denk niet, dat dit een hard gelag was voor mij. Het nemen van het besluit om ermee te stoppen betekende ook -en vooral- dat ik was ontslagen van de taak om er, tegen beter weten in, het beste van te maken. Het leven werd weer een onbeschreven blad en ik kon nieuwe plannen maken, zij het met een zekere beperking.

Ik heb familie over mijn besluit ingelicht en kreeg meteen van mijn dochter te horen, dat ik welkom was bij haar en haar gezin tot ik mijn zaken geregeld zou hebben. En zo is het gegaan. Twee maanden ben ik te gast geweest bij Hans, Heleen, Lola, Fay en de kleine Nick, wat een overweldigende periode werd. In de zomervakantie kwamen daar nog eens de kindjes van Hans: Leon en Noelle bij, van dezelfde leeftijd als Lola en Fay en met hun verbonden door hun gezamelijke broertje Nick. Ondanks hun eigen drukke bestaan hebben ze alles gedaan om me te helpen. En nu woon ik in Exloo, op de Hondsrug, het mooiste plekje van Nederland. De sawah’s zijn verruild voor de bossen en heidevelden. Ik ga niet meer op de motorbike naar Gianyar, maar op de fiets naar Borger. Ik drink geen kokosmelk meer aan de rand van de sawah, maar pluk bramen in het bos van Exloo. Daar kom ik allemaal nog op terug.

Bali, Ubud, de taxi – oorlog

Bali is erg dichtbevolkt. Van alles, wat er in Bali is, is er teveel. Er zijn teveel schilderijen, teveel restaurantjes, teveel hotelletjes, teveel taxi’s, teveel mensen. De meeste taxi’s zijn particuliere auto’s die door hun eigenaar worden ingezet om de kost te verdienen. Het zijn vaak ruime, comfortabele wagens, waarvoor de eigenaar een banklening heeft afgesloten en die heel geschikt zijn voor gezellige rondritten met een bescheiden gezelschap.

Een Chinese zakenman bedacht iets anders. In navolging van westerse taxibedrijven investeerde hij in luxe wagens tot 4 personen, waarin hij chauffeurs, die zich geen eigen auto konden veroorloven, tegen een laag loon gasten liet vervoeren. De auto’s hebben een uniform uiterlijk: ze zijn allemaal lichtblauw en herkenbaar aan het woordje TAKSI op het dak, zodat daarover geen twijfel hoeft te bestaan. Dit startte als de Bluebird groep. Omdat dit een betrouwbaar beeld voor de toeristen opleverde, liep het als een trein. Deze taxi’s zijn voorzien van een meter, dus men betaalt gewoon de meterprijs.

Tot zover is er niets aan de hand. Maar nu het volgende: de gubernur van Bali, I Made Mangku Pastika, heeft bepaald, dat alleen taxi’s toeristen mogen vervoeren, die daartoe een vergunning hebben en zo’n vergunning is alleen verkrijgbaar onder bepaalde voorwaarden. Vanaf het moment dat deze bepaling van kracht werd, opereren alle taxi’s die dit niet kunnen overleggen, illegaal. (Ook de taxi’s die betalen voor hun vaste taxi-standplaats.) De taxichauffeurs, die naar het politie bureau gingen om zo’n vergunning aan te schaffen -onder wie velen al langer taxi-chauffeur dan 10 jaar- werden weggestuurd omdat zij niet aan de eisen zouden voldoen. Een van de eisen was dat de chauffeur een bedrijf moest runnen met minstens 5 auto’s. Alle chauffeurs, die zich niet meer dan 1 auto kunnen veroorloven, vallen daarmee dus direct buiten de boot. Vanaf het moment dat deze regel van kracht was, ondernam de politie razzia’s om chauffeurs te bekeuren, die zonder vergunning toeristen vervoerden. De boete bedraagt een miljoen rupiah of drie dagen hechtenis. Aangezien de hoogte van de boete de winst van een eventuele dagtour ver overstijgt, rijden de ‘illegale’ taxi’s niet meer naar toeristische bestemmingen, waar ze een politiepost moeten passeren of een razzia kunnen verwachten. Het hakt erin. Maar de chauffeurs laten het er niet bij zitten. Er zijn protest demonstraties gehouden en als ik enkele bevriende chauffeurs moet geloven wordt het buigen of barsten. In elk geval pikken ze dit niet. En wat voorheen door de moordende concurrentie onmogelijk bereikt kon worden gebeurt nu: zij slaan de handen ineen en vormen een front. Want wat is het geval? Deze gubernur, I Made Mangku Pastika, heeft een goede vriend, van Chinese afkomst, die een groot taxi bedrijf is begonnen, Bluebird. In samenwerking met deze zakenman, heeft de gubernur ook een taxi bedrijf, dat er ongeveer hetzelfde uitziet. Met de nieuwe wet die is uitgevaardigd, heeft de gubernur zich handig ontdaan van de voortwoekerende concurrentie. Hij heeft de westerse toeristen, die van regels houden, helemaal op zijn hand. Die stappen vol vertrouwen in de Bluebird -of wat daarop lijkt- ook al rijdt de chauffeur een straatje om in zijn poging om de meter wat hoger te laten uitkomen.

De zogenaamde illegale taxi’s, die door deze wet op hun bankroet afstevenen, worden in de media afgeschilderd als onbetrouwbaar en crimineel. Voor de chauffeurs, die met hun duurbetaalde auto hun familie moeten onderhouden, is dit een drama. Als zij hun werk, dat zij jarenlang ongehinderd konden doen, niet kunnen voortzetten, komen zij met hun families in grote problemen. De grote profiteurs zijn de gubernur, de Chinese zakenman en andere zakenlieden die hun schaapjes toch al op het droge hadden. En heeft u misschien een Balinese vriend met een auto? Die kan een fikse boete verwachten als hij gesnapt wordt met u in zijn wagen.

Bali: Gasten van Bali Uniek Reizen vieren koninginnedag met de kinderen van Petak

Al s er gasten voor Anak Alit in Petak komen, is het altijd dubbel feest.
Want de kinderen genieten en de gasten ook. Het is geen aangelegenheid waarbij de kinderen braaf hun programmaatje afdraaien en de gasten braaf in hun handen klappen. Het is iedere keer weer anders en verrassend.

Dit keer kwamen Jan en Eva uit Tholen bij de kinderen op bezoek. Was het de koninginnedag, was het voetbalbranie, was het toeval, of was het gewoon oer-hollands, dat ik zoveel oranje shirtjes zag en de oranje ballonnen voor mijn ogen dansten?  Het was in elk geval een vrolijke noot.

Voordat Jan en Eva naar Bali reisden, raadpleegden zij eerst het internet voor logies en bestemmingen. Bali is een eiland waar men zich niet zo gauw verveelt, maar tegenwoordig zoeken de mensen naar een bestemming die iets meer te bieden heeft dan een uitgestrekt strand en een gezellige bar. Iets waarin men het nuttige met het aangename verenigd ziet. Zij willen niet alleen zelf van een fijne vakantie genieten, maar zij willen ook een steentje bijdragen aan het leven van de mensen in het gastland voor wie de gespreide bedjes niet zo vanzelfsprekend zijn.
De kinderen van Anak Alit hebben door de Nederlandse  stichting Anakita kans op een goede opleiding en de daarbij behorende toekomstverwachtingen. De gasten die via Bali Uniek Reizen bij hun op bezoek komen,  sponsoren met hun bezoek de nodige extra’s, die het leven veraangenamen. 
Jan en Eva kwamen de website van Anakita tegen en voelden zich direct aangetrokken. Zij boekten gedurende hun verblijf in Ubud een tweedaags bezoek aan Petak en dat bezoek viel bij toeval juist op de Nederlandse koniginnedag. Vandaar.

Uiteraard was het een stralende dag. Rond 10 uur werden de gasten opgehaald en ruim een half uur later werden zij begroet door een groepje uitgelaten donderstenen, die allemaal persoonlijk een handje wilden geven en met hun beste Engels voor de dag kwamen. “Hello, how are you!!”  En nog voordat de wedervraag werd gesteld, riepen zij de gasten toe: “I am fine!!”
Niet alleen de gesponsorde kinderen waren van de partij, maar ook een paar ouders en een aantal broertjes en zusjes. De meisjes hadden mooie bloemenkransen gemaakt van afrikaantjes en ‘bunga jepung’ en stonden klaar om ze rond de halzen  van hun gasten te hangen.

Er was een programma gemaakt, bedoeld om de gasten kennis te laten maken met het dagelijks leven van een Balinees gezin. Een paar flinke jongens klommen behendig in de palmen om kokosnoten te verzamelen en ibu, de vrouw des huizes, demonstreerde hoe er uit het vruchtvlees van de noten santen (kokosmelk) en olie werd gewonnen op een eenvoudig vuur van droog sprokkelhout tussen een paar stenen. Een zacht briesje maakte de afzuigkap overbodig. In de Nederlandse winkels wordt het voedsel vooral aangeboden in pakjes en blikjes met in heel kleine lettertjes de vermelding van de ingredienten en de voedingswaarde. De kokosnoten in Bali hebben geen streepjescode; de voedingswaarde varieert per seizoen en alles van de grote noten is bruikbaar en ecologisch verantwoord. Het vocht van de jonge noten is heerlijk om te drinken en wordt vooral aanbevolen voor zwangere vrouwen. Uit het vruchtvlees wordt het vocht geperst, dat samen met de kokospulp veelvuldig wordt gebruikt in de Oosterse keuken. Uit dit vocht wordt bovendien olie gewonnen, die geschikt is om te bakken en voor massages. Het hele proces werd op ontspannen wijze gedemonstreerd aan de gasten, die tussen neus en lippen door les kregen in het vlechten van sierstukjes uit repen palmblad.

Ook Komang liet zien dat zij een heuse Balinese vrouw is door met behendige vingers en in rap tempo een sierlijk offertje te maken. Op een traditioneel Balinees plateautje onstond een torentje van mandjes en bloemetjes, zoals die gewoonlijk geofferd wordt in de tempel op hoogtijdagen. En zulke dagen zijn er heel veel in Bali. Het gezegde ‘leven als God in Frankrijk’ verliest zijn kracht als men ziet wat er voor de Godheid in Bali wordt bereid.

Terwijl de trouwe Nyoman bezig was met het klaarmaken van de lunch, werkte de talentvolle Adiana geconcentreerd aan een houtsnijwerkje voor de gasten. In zeer korte tijd verschenen in relief de namen van de gasten tussen sierlijke bloemenranden. De lunch bestond uit een palet van een heuveltje rijst met daaromheen een gebakken visje, stukjes gebakken kip, een geblancheerde groenten mélange en een dotje heerlijke verse sambal. Ter afsluiting werd er een schaaltje vers gesneden fruit gepresenteerd. Intussen had Adiana zijn houtsnijwerkje voor de gasten afgemaakt en beschilderd in diep-bruin en goud. Trots kwam hij het aanbieden en uiteraard ging het van hand tot hand om te worden beoordeeld en bewonderd. Later in de middag zou hij samen met Lego nog een demonstratie geven van de werkwijze waarmee een relief tot stand komt. En uiteraard mocht Jan het ook even proberen. Het was wel even wennen om –in kleermakerszit- te beitelen aan een stuk hout tussen je tenen.

Weer andere kindjes stonden te popelen om hun gasten een demonstratie Balinees dansen te geven. Toen het hun beurt was, werd de muziek installatie in orde gemaakt en op de eerste klanken van de gamelang kwam een groepje van vier  ranke kleine meisjes naar voren om een welkomsdansje op te voeren. Op het strakke ritme bewogen hun poppenkopjes aandoenlijk heen en weer en in de details zoals mimiek en handgebaren herkende men de aankomende professionaliteit  van de diva’s in de dop.  Zodra het dansje was beeindigd, werden ze ineens weer kinderen die zigzaggend en giechelend van het podium huppelden.
Een jongen, die van dansen houdt is in Bali geen mietje. Maar het dansje dat de kleine jongens na de meisjes opvoerden was wel iets stoerder.
Na het dansen waren Eva en Jan zelf aan de beurt. Zij deelden oranje ballonnen rond, en in enkele tellen stonden alle kinderen met bolle wangen te blazen om het geliefde speelgoed op scherp te stellen. Tussen de ronddansende kinderen zweefden de oranje bollen door het leslokaal en in de tuin. Regelmatig knalde er een ballon kapot en ging er een gejuich op. Niets is voor de eeuwigheid en een ballon al helemaal niet. Maar deze dag kon niet meer stuk en de herinnering is blijvend.

DE BALINESE KEUKEN…VIS OP HET MENU: SATEH LILIT IKAN

Het spreekt vanzelf, dat er op een eiland, omringd door zee, veel vis gegeten wordt.
In Bali wordt zo ongeveer elke vis gegeten, die men te pakken kan krijgen.  Ter hoogte van Padangbai wordt er veel verse vis aangeboden in kleine stalletjes langs de weg naar Candidasa. De vis ziet er meestal goed uit, maar hoe eerder je komt, des te verser de vis. Restauranthouders zijn gewillige afnemers, want door toersten wordt een goede visschotel hoog gewaardeerd. Immers, vis heeft de naam gezond voedsel te zijn; het vlees van de vis wordt lang niet zo gemanipuleerd als dat van kip-, rund-, of varkensvlees en de vis is in eigen land meestal aan de dure kant.

Onder de Indonesiers zelf is vooral de vis-sateh erg populair. Zodra het begint te schemeren, strijken vele kleine cateraars neer langs de straten en beginnen hun barbeque klaar te maken. De geur van geroosterde vis vermengd met exotische kruiden hangt boven de stoepranden en in de bermen. De beste reclame!

Na het ontbijt op Ranto’s wekelijkse vrije dag reden wij op de motorbike naar Denpasar voor een boodschap en daarna volgden we de ‘Jalan Bypass’ langs de kust in de richting van Padangbai. Het was stralend weer: reden voor de locale bevolking om zich zorgvuldig te kleden, want voor je het weet ben je enkele tinten donkerder bruin en die kleur is niet erg populair hier.
Langzaam volgden wij de weg tot aan de afslag naar Padangbai harbour terwijl Ranto naar links en rechts spiedde om de kwaliteit van de aangeboden vis in te schatten.

Op de terugrit liet hij de kraampjes met kleine vissen links liggen en stopte hij bij de dames, die forsere exemplaren aanboden. Er waren monsterlijke vissen bij, met uitpuilende ogen en dikke tongen; misschien heel lekker, maar alleen al de aanblik greep me naar de keel. Ook zag ik een kleine haai; tamelijk zeldzaam hier, maar zeer geliefd.  De hoofdmoot werd gevormd door tonijn in alle gradaties. Twee kleintjes waren ongeveer even duur als een grote, maar volgens Ranto bleef er dan meer graat dan vlees over. De keuze viel dus op een grote. Het beest werd betast en geknepen. De kieuwen werden opengesperd om ons te overtuigen van de prachtige rode kleur.  Kijk eens naar zijn ogen: zo helder als glas! Bij de onderhandelingen viel er te weinig op af te dingen. Het viel Ranto niet mee om zijn rol geloofwaardig te spelen en de verkoopster wist het. Hij kreeg geen stuiver’ diskon’. Triomfantelijk pakte de vrouw de vis in. Gratis plastic bag, haha.

Maar we mochten tevreden zijn, we hadden een goede aankoop gedaan: een forse tonijn voor nog geen 3 euro. Thuis werd de kanjer direct schoongemaakt en in de koelkast weggezet.

Omdat deze sateh soort erg bewerkelijk is, begonnen we direct aan de voorbereidingen.  De bumbu is zeer bepalend voor de goede smaak en versgemaakt is ze het lekkerst, dus daarmee werd begonnen.
Ranto verzamelde rode pepers, knoflook, sjalotten, kunyit wortel, gember wortel, trassi.  Hij maakte de kruiden schoon en hakte ze in stukjes.
Daarna ging alles bij elkaar in de blender om er een soort papje van te maken.
Het papje werd zacht gebakken in een wok, waarin er nog wat salam blaadjes, knotjes serehstengel en water van uitgeknepen tamarinde aan werd toegevoegd. Het aroma alleen al deed ons watertanden. Na een minuut of 5 werd het papje met de blaadjes en de sereh in een schaaltje gedaan en bewaard tot een later stadium.
Toen maakte Ranto een kokosnoot schoon en hij raspte het witte vruchtvlees op een plankje met spijkers tot pulp. Over de pulp goot hij lauwwarm water om de santen uit de pulp te knijpen. Hij verzamelde fijngehakte sjalotten, lemonblaadjes, zwarte peperkorrels, zout en bruine palmsuiker en vermengde het met de kokos pulp.

We waren al een heel eind verder in de tijd, toen de vis zelf aan bod kwam. Het zachte vlees was al van zijn graten ontdaan en werd nu in de blender tot een soort zalfachtige massa vermalen. Deze massa werd zorgvuldig vermengd met alle andere ingredienten, zoals de bumbu, de kokos pulp  en de droge gemalen specerijen.

Gewoonlijk drapeert men de aldus verkregen vispuree rond platte bambu stokjes, maar in het restaurant leerde Ranto iets beters: hij koos stevige sereh stengels uit  en kleefde de puree rond de dikke uiteinden. Van binnenuit vermengde zich tijdens het roosteren de fris-geurige lemon-aroma met de gekruide vis.

De Balinezen eten dit gerecht op straat meestal met wat witte rijst en gesneden komkommer.  Wij kozen voor een zachtgekruide aardappelpuree en een frisse salade van tomaat en komkommer met een eenvoudige vinaigrette.

Dit was om je vingers bij af te likken en dat deden wij natuurlijk ook!

Bali, Ubud, Afvalverwerking en recycling


 Bali is een prachtig eiland.
Natuur en cultuur sluiten naadloos op elkaar aan. Er is echter één kwestie, die de liefhebbers van Bali verontrust: het rondslingerende afval. Veertig jaar geleden bestond dit probleem nog niet. Alle afval was organisch. Borden waren van bananenblad en het gebruik van plastic zakken was nog niet in Bali doorgedrongen. Wie iets niet meer nodig had, dropte het ter plekke en daarna werd het vanzelf in de kringloop opgenomen. Met de komst van plastic boodschappen zakken en ander wegwerpmateriaal is dat een stuk minder vanzelfsprekend geworden. Bermen, goten en riviertjes zijn getooid met plastic fladders, flaconnetjes en andere verpakkingsmaterialen. Kinderen worden weliswaar op school verwacht met een bezempje, maar weten duidlijk niet wat ze met het verzamelde vuil aan moeten en storten het afval in de rivier, die het van lieverlee in de richting van de zee afvoert. Opgeruimd staat netjes. Toen ik hierover een gesprek had met één van de gasten, werden wij door Ranto onderbroken. Hij wist te vertellen, dat er wel degelijk iets aan de afvalverwerking wordt gedaan in Bali. Tussen Gianyar en Klungkung zou een modern bedrijf zijn, waar het in de area opgehaalde afval wordt geselecteerd, gerecycled en deels tot compost wordt verwerkt.

Op zijn vrije dag hebben we een bezoek gebracht aan “Temesi Recycling”, een non-profit organisatie, gestart op initiatief van Rotary Club of Bali Ubud en Yayasan Gelombang Udara Segar. Het blijkt een heel modern opgezet bedrijf te zijn waar mensen uit de omgeving aan meewerken en waar veel onderzoek wordt verricht ten behoeve van een goed functionerend ecosysteem.

Vooral veel omwonenden houden zich bezig met het scheiden van het afval. Afval, dat geschikt is voor recycling, zoals plastic flessen, mogen zij zelf doorverhandelen, wat een extra stimulans tot samenwerking is. Op het terrein van het bedrijf is een proef-akker aangelegd om de wantrouwende boeren uit de omgeving te laten zien, dat de compost, die het bedrijf produceert, goede resultaten oplevert.

Ook doet men onderzoek naar het telen van sterkere gewassen, die beter bestand zouden zijn tegen parasieten, waardoor er minder chemische bestrijdingsmiddelen nodig zouden zijn. Bij de bezoekersingang van het bedrijf komt men binnen via een mooi aangelegde tuin, die o.a. leidt naar een smaakvol ingerichte ontvangstzaal, waar informatie over de verrichtingen van het bedrijf wordt gegeven en waar educatieve workshops worden gehouden voor jongere scholieren.

Toen wij het bedrijf bezochten kwam er toevallig een bus met Indonesische toeristen voor een rondleiding. Ook deze groep geinteresseerden bezocht de onwelriekende afvalhoop; liet zich leiden langs de verwerkingsstadia voor de compost; aanschouwde de metershoog opgetaste stapels kringloop plastic; en liet zich in de ontvangstzaal informeren over de ecologische voordelen van de gebruikte methodes. Uiteraard kochten wij twee grote zakken compost voor de tuin, die nog steeds een klei-achtige akkerbodem heeft.

Tot slot kregen we een uitnodigende folder met uitleg, foto’s en een plattegrondje. Misschien zegt u op een dag, net als wij: vandaag bezoeken we het Kerta Gosa in Klunkung, de moedertempel te Besakih en de vuilnisbelt van Temesi.

Het bedrijf heeft ook een informatieve website, waaraan zelfs een blogsite is verbonden: http://www.temesirecycling.org en een Facebook account: http://www.facebook.com/t.recycling

Bali, Ubud, Indonesisch eten

Nu we ook maaltijden klaarmaken voor gasten heb ik me -met Ranto- verdiept in de Indonesische keuken en eetgewoonten. Want, hoewel Ranto alles wil weten over stamppotten en hamburgers, de gasten komen naar Indonesie om de lokale gerechten te proeven.
Net als in Nederland is de gewone dagelijkse maaltijd van de mensen in Bali tamelijk eenvoudig. Maar ook een eenvoudige maaltijd kan heel smakelijk zijn. Bij de dames van de catering, die dagelijks wasmanden vol voedselpakketjes  langs de winkels torsen, kost een nasi campur ongeveer 30 cent. En dat is een smakelijk hapje met alles erop en eraan. Bij de warung, waar je gezellig op een bankje met anderen een lunch kunt bestellen, kost het iets meer en zijn de gerechtjes wat uitgebreider, maar absoluut vers en fijn van smaak. Zo goedkoop kun je het zelf niet maken. en wie ingeburgerd is, weet waar je moet zijn om echt Indonesisch te eten.
Ik eet midden op de dag niet graag te zware gerechten en kies vaak voor een gevulde soep. Bij Dewa Warung en bij Mangga Madu is de soto ayam een aanbeveling waard. Maar ik heb zelf ook een goed recept gevonden. Mijn gasten waren er zeer tevreden over:

Soto Ayam Maduro

ingredienten

1 chicken ca 800 g.
2 liter water
2 stengels lemon grass
1 theelepel zout
1 eetlepel olie

Spice Paste

2 theelepels zwarte peper korrels
6 kruidnagelen
1 eetlepel verse gehakte gember
¼ theelepel shrimp pasta

toevoegingen

100 g glas noedels, zacht gemaakt in warm water
4 hard gekookte eieren, in vieren gesneden
8 potato chips
100 g taoge
2 eetlepels deep fried shallots (kan ook gedroogd uit een zakje)
2 eetlepels fijngehakte seldery
1 limoen in vieren
soya saus
pittige sambal oelek

werkwijze

Doe de in vieren gesneden kip in een ruime pan met water, lemon grass en zout.
Aan de kook brengen en zachtjes alten koken tot de kip zacht is. (ong. 40 min)
De kip en het lemon grass eruit halen en het vlees van de kip in kleine stukjes weer terug in de pan doen.

maak in een foodprocessor de peperkorrels en kruidnagelen fijn, voeg daarna de shrimp paste en de gember toe en indien nodig wat water. Maal het tot een smeuig geheel.

Verhit olie in een ruime sauspan en bak de spice paste op een zacht vuur, 3 a 4 minuten.
Voeg het daarna bij de bouillon.

Verdeel over de kommen:
zachte noedel
een paar chips
¼ hard gekookt ei
taoge

Verhit de bouillon en controleer de smaak op zout en peper
Verdeel bouillon met stukjes kip over de kommen
Top de kommen af met de gebakken sjalotjes en wat gehakte seldery

serveer apart de pittige sambal met de partjes lemon en de soya saus

voorbereidingstijd:          35 minuten
bereidingstijd                 45 minuten

Bali, Ubud, individueel verzorgd reizen

Aan mijn gasten heb ik ondervonden, dat zij een verblijf in Bali Batin vooal plezierig vinden door de kleinschaligheid en de persoonlijke benadering. Ik kan me voorstellen dat dit vooral voor mensen geldt die alleen reizen of niet van een hotel-sfeer houden. Daarom:

Speciaal voor de oudere alleenstaande, die graag op reis wil, maar niet aan zijn lot wil worden overgelaten,
Voor de alleen reizende, die kampt met gezondheids problemen en in verband daarmee assistentie behoeft,
Voor de alleengaande, die wel gezelschap wil, maar niet van groepsreizen houdt,
En voor de reiziger die niet de hele tijd zelf het wiel wil uitvinden.
Voor deze singles organiseer ik een individueel verzorgd verblijf in mijn knusse bungalow.

Ik bied mijn gasten logies in mijn gasthuis in de vorm van twee kamers ensuite met eigen badkamer en gebruik van de ruime eetkamer, terras en tuin.
Ik ben persoonlijk de hele dag beschikbaar voor zaken van huishoudelijke aard, voor verzorging, om iets te regelen en als gezelschap.

Vooraf kunnen mijn gasten al kenbaar maken waar hun interesse naar uitgaat, zodat er eventueel onderzoek gedaan kan worden naar de mogelijkheden of -indien nodig- reserveringen kunnen worden gemaakt.

Ik kan helpen bij het opstellen van een programma en adviseren waar het gaat om uitstapjes. Ik woon al bijna 10 jaar in Bali en ben bekend met de cultuur en de mogelijkheden. En uiteraard kan een vooraf opgesteld programma per dag worden gewijzigd of aangepast.
Mijn gasten bepalen helemaal zelf hoe hun vakantie er uit zal zien.

De prijs van een individueel verzorgde vakantie is 500 euro per week voor 1 persoon. (2 personen 750 euro)
Hierbij zijn inbegrepen: logies; maaltijden; non-alcoholica; laundry; luchthaven transfers en uitstapjes per luxe taxi; Nederlands sprekende gids/gezelschap op HBO niveau; hulp bij lichamelijke ongemakken of anderszins.
Niet inbegrepen zijn: vliegticket(s) en hotels elders.

Indien u interesse hebt of meer specifieke informatie wenst, gelieve te mailen naar: balibatin@gmail,com
Hartelijke groet,
Ineke van Gemert

Bali, Ubud, Ogoh Ogoh (oudejaarsavond) en Nyepi, het Balinese Nieuwjaar, 1933

 

Ogoh Ogoh. Vrolijk, bezwerend, uitbundig en kleurrijk was gisteren het afscheid van het Balinese jaar 1932.
Mijn gasten, die woensdagavond laat uit Nederland waren aangekomen, begaven zich op de tweede dag van hun verblijf al in het feestgedruis. Nog een beetje tollend van de jetlag en nog niet gewend aan de hoge avondtemperatuur, wandelden zij met hun kraaiende peuter via het apenbos naar het centrum van Ubud, waar op het voetbalveld de monsters en demonen werden verzameld om zich in meerdere opzichten met elkaar te meten. De uitslag staat bij voorbaat vast: de goede geesten zullen overwinnen. Maar eerst worden de prachtig gemaakte ‘demonen’, waar men wekenlang aan heeft gewerkt, triomfantelijk rondgedragen en bewonderd. Er vindt een verkiezing plaats voor de mooiste. Er wordt vuurwerk afgestoken, gezongen, gedanst en geflirt. Tijdens de schemering worden de demonen van het voetbalveld weggedragen door groepen joelende rennende jongelui onder het toeziend oog van de ordedienst van de pecalang en door de politie. Er bestaat een duidelijke orde in deze chaos en hoewel het hier om een gevecht gaat, gebeuren er geen ongelukken. Toch rent in het halfduister de horde dragers af en toe regelrecht op de menigte toeschouwers af, die dan gillend uiteen wijkt. Als het te hard gaat, weerklinkt het schrille fluitje van politie en pecalan en de dragers binden in. Na het schijngevecht verdwijnen de demonen en hun dragers in oostelijke richting in het duister. De menigte toeschouwers keert massaal terug naar het voetbalveld, waar volgens oud gebruik enkele overwonnen demonen worden verbrand. Oorspronkelijk gebeurde dat met alle poppen, maar tegenwoordig steekt men zoveel energie en geld in de kunstwerken, dat men het zonde vindt om ze direct weer te verbranden. Nog lang na Nyepi treft men langs de weg en in schuren de woest kijkende poppen aan, die tijdens de laatste jaarwisseling hun symbolische taak hebben vervuld.

Om middernacht is alles stil en donker.
Dat blijft 24 uur zo. Demonen, die over Bali vliegen worden aldus misleid en denken, dat de Balinezen (en hun toeristen) zijn vertrokken. Geen lol aan. De demonen gaan een deurtje verder en het zal wel even duren voor ze in de gaten hebben, dat ze voor de gek zijn gehouden. En tegen de tijd dat Bali weer overspoeld raakt met boze geesten zijn ze weer bijna een jaar verder.

Intussen hebben wij in alle rust van Nyepi genoten. Geen boodschappen buiten de deur, geen motorlawaai, geen rumoer en geen licht. Wij genoten van het geluid van de kikkers en de krekels, van kippen en vogels, van de stromende beek en van de gezellig brabbelende peuter, die zich van geen kwaad bewust was. Want voor peuters is alles zoals het hoort en zij zien nergens van op, al was het hapje sambal kemiri dat per abuis in zijn mondje terecht kwam wel wat teveel van het goede.
In januari heeft men mij al een voorspoedig 2011 gewenst. Als die wens ook opgaat voor het Balinese jaar 1933, wordt dit een gezegend jaar. Laten we hopen dat de boze demonen dit jaar abusievelijk in zee belanden, opdat we ons in dat goede jaar kunnen verheugen.

« Older entries