DE OMMEZWAAI: VAN RIJSTTERRASSEN NAAR HEIDEVELDEN

Velen wisten het al, maar een aantal mensen zullen zich hebben afgevraagd waarom er al lange tijd geen nieuw verhaal op mijn blog is verschenen. Het hoogseizoen was al begonnen, dus er gebeurde genoeg, zou je denken. En dat was ook zo. Echter: van het een gebeurde te veel en van het ander te weinig. Ik had weinig tijd en geld om mijn plotseling veranderde situatie het hoofd te bieden en beide heb je nodig als je een gastenverblijf wilt opzetten. In mijn meer fortuinlijke periode heb ik alles ingezet om van mijn nieuwe project een succes te maken, maar het ontbrak me aan tijd om het te laten groeien en aan geld om dat te overbruggen. Het is -zogezegd- in de kinderschoenen blijven steken. In het leven moet je keuzes maken en dat heb ik gedaan. Aan mijn keuze om met het huis in Nyuh Kuning van start te gaan, heb ik vanaf het begin mijn twijfels gehad. Toen het huis nog maar pas was gebouwd, zo’n 4 jaar geleden, was ik er meteen verliefd op. Op dat moment was ik niet in de gelegenheid om het te huren. Toen het mij later werd aangeboden als oplossing voor mijn problemen, was ik meteen enthousiast. Maar ik kreeg ook meteen twijfels. Niet over het huis, dat was nog steeds hetzelfde. Maar de omgeving was veranderd. Drie jaar daarvoor had het huis alleen gestaan, met uitzicht over de vredige sawah’s. Nu stonden er vier nieuwe huizen omheen en dankzij mij kon men starten met de bouw van een vijfde huis, pal naast het mijne. Dat was een tegenvaller. Een andere tegenvaller was de explosief toegenomen verkeersdrukte op de verbindingsweg tussen Pengosekan en Batubulan. De nu en dan gierende motoren raasden langs tot een uur of twaalf in de nacht en in de vroege ochtend, rond vier uur, begon het verkeerslawaai al weer. Als je langer op zo’n plek woont, raak je aan die geluiden gewend en valt het niet meer zo op, maar gasten worden verondersteld enkele dagen tot enkele weken te blijven en dan wordt het als zeer storend ervaren. Een ander nadeel van mijn nieuwe locatie was de langere afsand naar het centrum van Ubud. Het was een wandeling van ruim 15 minuten naar het centrum, te ver om ‘even’ een boodschapje te doen, of ‘even’ te gaan lunchen. En niet iedereen durft in Bali op een motorbike te rijden. Daar komt bij, dat er in Ubud een grote keuze is aan homestays en hotelletjes, waarvan er vele meer voordelen hadden dan het mijne. Ook had ik nog geen reputatie opgebouwd en dat kan ook niet in een half jaar. Het was gedoemd om te mislukken en dat is wat er gebeurde. Ik had geen zin om daarop te wachten. Het verlengen van mijn verblijfsvergunning stond voor de deur en daarna het verlengen van mijn huurcontract voor nog een jaar. Mijn budget was tot een minimum gedaald en er kwamen bijna geen boekingen binnen, dus de vooruitzichten waren zeer ongunstig. In zo’n geval besluiten mensen vaak om over te gaan tot het lenen van geld. In de eerste plaats houd ik daar niet van, want de aflossing doet altijd pijn. In de tweede plaats had ik geen garantie voor succes, integendeel. Mijn besluit was dus snel genomen. Denk niet, dat dit een hard gelag was voor mij. Het nemen van het besluit om ermee te stoppen betekende ook -en vooral- dat ik was ontslagen van de taak om er, tegen beter weten in, het beste van te maken. Het leven werd weer een onbeschreven blad en ik kon nieuwe plannen maken, zij het met een zekere beperking.

Ik heb familie over mijn besluit ingelicht en kreeg meteen van mijn dochter te horen, dat ik welkom was bij haar en haar gezin tot ik mijn zaken geregeld zou hebben. En zo is het gegaan. Twee maanden ben ik te gast geweest bij Hans, Heleen, Lola, Fay en de kleine Nick, wat een overweldigende periode werd. In de zomervakantie kwamen daar nog eens de kindjes van Hans: Leon en Noelle bij, van dezelfde leeftijd als Lola en Fay en met hun verbonden door hun gezamelijke broertje Nick. Ondanks hun eigen drukke bestaan hebben ze alles gedaan om me te helpen. En nu woon ik in Exloo, op de Hondsrug, het mooiste plekje van Nederland. De sawah’s zijn verruild voor de bossen en heidevelden. Ik ga niet meer op de motorbike naar Gianyar, maar op de fiets naar Borger. Ik drink geen kokosmelk meer aan de rand van de sawah, maar pluk bramen in het bos van Exloo. Daar kom ik allemaal nog op terug.

Advertenties

Bali, Bali Uniek Reizen, tweede koninginnedag, oftewel de ‘dag van de arbeid’

Jan en Eva verbleven een nacht in het mooie Puri Saron Hotel, romantisch gelegen bezijden sawah en jungle. Het hotel ligt er wat afgelegen voor de gemiddelde toerist, maar voor bezoekers van Anak Alit is het een ideale plek, want op loopafstand van Petak.  Eva en Jan hadden het rijk en het zwembad voor zich alleen: zij waren de enige gasten.

Al vroeg werden zij opgehaald en naar Petak begeleid. Daar verzamelden zich een aantal grotere jongens en meisjes voor een wandeling door de sawah’s. Ook Komang en ik gingen mee op deze wandeltocht. We liepen een eindje langs de rand van de sawah, terwijl Komang ons wees op allerlei boomvruchten en er ons een paar van liet proeven. Voor Balinezen roepen die wilde vruchten herinneringen op aan hun kindertijd, maar voor ons, westerlingen, is het allemaal nieuw. Op een open stuk trokken we over smalle dijkjes tussen de velden door. Het was een beetje kaal, doordat er kortgeleden was geoogst. De eerste sawah die we passeerden,  behoort aan de familie van Komang en de opbrengst is voor eigen gebruik, maar ook de kinderen krijgen bijna dagelijks hun portie rijst van eigen grond. Bijna alle kinderen komen uit boerengezinnen en zijn zeer vertrouwd met de sawah’s en het werk dat er gedaan wordt. Bij tijd en wijle hebben zij allemaal hun steentje bijgedragen, al vanaf  jonge leeftijd.
In een open schuurtje, dat langs de akker ligt, zijn een ploeg, een jonge koe en een stuk of wat varkens ondergebracht. De koe was niet schuw, maar bekeek de bezoekers met grote ogen. De grote roze biggen waren minder nieuwsgierig maar meer belust op de aanvoer van vers voer. Het was de jeugd, die dat ijverig aandroeg en de varkens wierpen zich knorrend op de verse groenten. “Alles is puur natuur”, zei Komang lachend, “en alles wordt gebruikt. De koeiepoep gaat na de oogst direct op het land.”  Hoewel de varkens schoon en gezond waren, stonken ze behoorlijk. Volgens Komang is het houden van varkens lucratiever dan van koeien. Ze zijn goedkoper in de aanschaf en groeien sneller. Bovendien zijn ze minder kieskeurig wat hun eten betreft. En een vette ‘babi guling’ (big van ‘t spit) is erg populair onder de Balinezen.
Langs elke akker is een offertempeltje neergezet, waar dagelijks, wekelijks, jaarlijks wordt geofferd aan Dewi Sri, de godin van de padi. Sommige zijn stevig van steen opgetrokken en andere zijn eenvoudig, van bamboe en palmblad. We volgden de irrigatie kanalen, die bedoeld zijn om het broodnodige water onder de akkers te verdelen. We liepen langs de rijpe padi en de reeds nieuwe aanplant. We vergeleken de verschillende kwaliteiten rijst.  Een cassave knol werd opgegraven en geproefd. En we kwamen een aanplant van lange bonen tegen, in Nederland bekend als kouseband. Midden in het landschap kwamen we bij de dorpstempel, die kortgeleden is gerenoveerd. Er was een parkeerplaats voor scooters aangelegd: want ook hier gaat men met de tijd mee. Soms slapen mannen bij de tempel, bij voorbeeld als er juist een familielid is overleden. De sfeer rond de tempel was buitengewoon sereen. Na een bezoek aan de tempel gingen we echt dwars door de sawah’s over smalle dijkjes en hoogteverschillen. Tijdens het lopen was onze aandacht voor het pad noodzakelijk, dus men moest nu en dan even halt houden als men de schilderachtige omgeving wilde bekijken.  “Mooi he?!” zei Dede af en toe cynisch in goed Nederlands. Voor hem is een sawah landschap nog gewoner dan voor Hollanders een bloembollenveld. Even later ving hij met zijn hakmes een kleine lichtgroene slang, die hij stevig achter de kop vasthield. Maar de meesten vrezen de slang.

Onze tocht langs de akkers leidde naar de plaatselijke begraafplaats, waar de overleden dorpelingen in de aarde wachten tot ze aan de beurt zijn om te worden gecremeerd, opdat hun geest wordt vrijgemaakt  voor reincarnatie. Een paar jaar geleden vond er een massa-crematie plaats, waarbij 36 overledenen gecremeerd werden, maar ik zag, dat er inmiddels weer nieuwe graven waren opgericht. De kringloop van het leven is hier bij uitstek aanschouwelijk. Toen Dede aanstalten maakte om in een palmboom te klimmen, bleek de slang ineens verdwenen. Behendig en snel schoot hij de boom in en wierp verscheidene kokosnoten naar beneden. Tanjung stond al klaar met rietjes om het drinken van de kokosmelk te vergemakkelijken.
We maakten een ruime boog door de brede bermen tot we weer in de dorpsstraat stonden.

Inmiddels waren er veel kinderen naar het schoollokaaltje gekomen in afwachting van wat er komen ging. Hun aanwezigheid was kenbaar door het luide gekwetter dat zo kenmerkend is voor scholen en speelplaatsen. Er werden een paar tafels aan elkaar geschoven voor de lunch, die er weer net zo aantrekkelijk uitzag als de vorige dag. Een groepje jongens had een toneelstukje voorbereid en stond te popelen om dat op te voeren. Zoals wij vroeger stelten maakten van lege blikken en een touwtje, hadden de jongens hier iets soortgelijks gemaakt van halve kokosnoten. Omdat de gasten geen Balinees verstonden, was het een opvoering zonder woorden. Maar niet zonder geluid!! De wanden van het lokaaltje ketsten  het klakkende kabaal van de noten terug en de ruimte was met geluid gevuld. Ik hield mijn oren dicht terwijl ik genoot van het plezier dat de jongens zelf hadden tijdens de opvoering.

Toen de danslerares was gekomen, werden wij uitgenodigd om naar boven te gaan, waar de kinderen les kregen. Op een terras stonden de instrumenten voor de gamelan gereed, want ook dat is een onderdeel van de beroemde Balinese theater cultuur. Eva werd uitgenodigd om deel te nemen aan een dansles en Jan kreeg een plek aangewezen achter een gamelan instrument.

Het ziet er simpel uit, maar het valt toch niet mee om je aan het ritme te houden en de klanken bijtijds weer af te dempen.
Na enige oefening lukte het Eva redelijk goed om de sierlijke bewegingen te volgen en te combineren met mimiek, maar makkelijk: nee.

Het werd tijd om de gecostumeerde opvoering voor te bereiden, die in de vroege avond zou plaats vinden. Jan en Eva gingen voor een pauze van een paar uur naar hun hotel; de danslerares begon met de make-up en ik ging met een paar meiden naar Gianyar om de huurcostuums op te halen. Intussen zorgde Koyo, de dagelijkse coordinator, voor een auto om de barong op te halen. Toen de meisjes en ik terug kwamen, hadden er al enkele kinderen een gedaantewisseling ondergaan en zaten zij met hun opgeverfde toetjes rustig te wachten op de rest van de verkleedpartij.

Het liep tegen vijven toen de gasten weer ten tonele verschenen. Een rijtje prinsesjes zat rustig te wachten tot ze aan de beurt waren; jongens waren met de muziek installatie bezig; op het hoge terras werd een dinertafel gedekt; het kostuum van de barong werd binnengedragen en de eerste klanken van de gamelan lieten zich horen.
Jan zette zijn filmcamera in de aanslag en Komang installeerde een schijnwerper. Voor de opvoering, die weliswaar voor buitenlandse gasten was georganiseerd, ging men gezamelijk bidden in de familie tempel, want de performance is en blijft een religieuze aangelegenheid. Na het bidden verzamelde het eerste groepje danseressen zich achter het gordijn, dat diende als toneelingang.  De gamelan zette in en na een korte intro kon de voorstelling beginnen. Met vastberaden stapjes verschenen de meisjes één voor één vanachter het gordijn om de aanwezigen elegant te verwelkomen. Het dansje eindigde met sierlijk uitgestrooide bloemetjes en de meisjes verdwenen weer achter het gordijn.

De kleine kittige Iluh leek een metamorphose te hebben ondergaan toen ze in haar eentje schitterde als een professionele diva. Met haar jonge ranke lijfje maakte zij haast acrobatische bewegingen; haar expressie was wonderbaarlijk. Ze danste als in trance. En direct na haar opvoering was ze weer het kleine schoolmeisje met het hoogste woord.

Daarna demonstreerden twee prachtige  ‘vlinders’ een verleidingsdans waarbij ze met hun vleugelachtige rokken om elkaar heen wervelden.
De gamelan gaf alles een mystieke sfeer bij de inmiddels ingevallen schemering.
Dorpelingen waren op het geluid van de gamelan afgekomen en genoten mee van de opvoeringen. Het verveelt ze nooit. Zelfs de hele kleintjes volgden het gebeuren aandachtig.

Een dorpeling, verkleed als ‘Jauh’, voerde een ‘wayang topeng’ op (maskerdans)
De dans is deels improvisatie en de danser richt zich rechtstreeks tot het publiek.
Kleintjes kropen wat angstig achter de groteren, maar bleven toch geboeid gluren.  De leider van de gamelang ging een muzikaal ‘gesprek’ aan met de Jauh en volgde met muzikale klanken de bewegingen van de danser, die hem op zijn beurt op het verkeerde been probeerde te zetten.

Sluitstuk van de dansvoorstelling was de dans van de barong, een groot harig monster met klapperende tanden. De barong wordt gevormd door twee dansers, die respectievelijk de kop en de staart beheersen.  De danser in het staartgedeelte kan nauwelijks zien waar hij loopt en moet voortdurend de bewegingen van de voorste danser volgen. Ook de barong richt zich rechtstreeks tot het publiek en heeft vrijheid om te improviseren, al bevat de dans veel vaste onderdelen. Hij gaat altijd even zitten, valt ter plekke in slaap en duwt zijn harige manen in het publiek. Bij zijn nadering renden de kleintjes gillend weg om zich te verschuilen.
Toen de barong weer op de standaard werd gehangen, schuifelden de buren de poort weer uit en werden wij uitgenodigd om aan tafel plaats te nemen. Nyoman had weer een mooie maaltijd neergezet als sluitstuk van de avond. De kleineren vroegen permissie om naar huis te gaan en de groteren begonnen met opruimen.
Jan, Eva, Maurice, Komang en ik praatten tijdens het diner nog wat na en we wisselden uiteraard onze mailadressen uit, onder andere om elkaars foto’s te bekijken.
Toen Jan en Eva in de auto stapten om weer naar Ubud te worden gebracht, werden ze door het halve dorp uitgezwaaid.
Hebben ze het leuk gehad?  Zeker weten!

Bali: Gasten van Bali Uniek Reizen vieren koninginnedag met de kinderen van Petak

Al s er gasten voor Anak Alit in Petak komen, is het altijd dubbel feest.
Want de kinderen genieten en de gasten ook. Het is geen aangelegenheid waarbij de kinderen braaf hun programmaatje afdraaien en de gasten braaf in hun handen klappen. Het is iedere keer weer anders en verrassend.

Dit keer kwamen Jan en Eva uit Tholen bij de kinderen op bezoek. Was het de koninginnedag, was het voetbalbranie, was het toeval, of was het gewoon oer-hollands, dat ik zoveel oranje shirtjes zag en de oranje ballonnen voor mijn ogen dansten?  Het was in elk geval een vrolijke noot.

Voordat Jan en Eva naar Bali reisden, raadpleegden zij eerst het internet voor logies en bestemmingen. Bali is een eiland waar men zich niet zo gauw verveelt, maar tegenwoordig zoeken de mensen naar een bestemming die iets meer te bieden heeft dan een uitgestrekt strand en een gezellige bar. Iets waarin men het nuttige met het aangename verenigd ziet. Zij willen niet alleen zelf van een fijne vakantie genieten, maar zij willen ook een steentje bijdragen aan het leven van de mensen in het gastland voor wie de gespreide bedjes niet zo vanzelfsprekend zijn.
De kinderen van Anak Alit hebben door de Nederlandse  stichting Anakita kans op een goede opleiding en de daarbij behorende toekomstverwachtingen. De gasten die via Bali Uniek Reizen bij hun op bezoek komen,  sponsoren met hun bezoek de nodige extra’s, die het leven veraangenamen. 
Jan en Eva kwamen de website van Anakita tegen en voelden zich direct aangetrokken. Zij boekten gedurende hun verblijf in Ubud een tweedaags bezoek aan Petak en dat bezoek viel bij toeval juist op de Nederlandse koniginnedag. Vandaar.

Uiteraard was het een stralende dag. Rond 10 uur werden de gasten opgehaald en ruim een half uur later werden zij begroet door een groepje uitgelaten donderstenen, die allemaal persoonlijk een handje wilden geven en met hun beste Engels voor de dag kwamen. “Hello, how are you!!”  En nog voordat de wedervraag werd gesteld, riepen zij de gasten toe: “I am fine!!”
Niet alleen de gesponsorde kinderen waren van de partij, maar ook een paar ouders en een aantal broertjes en zusjes. De meisjes hadden mooie bloemenkransen gemaakt van afrikaantjes en ‘bunga jepung’ en stonden klaar om ze rond de halzen  van hun gasten te hangen.

Er was een programma gemaakt, bedoeld om de gasten kennis te laten maken met het dagelijks leven van een Balinees gezin. Een paar flinke jongens klommen behendig in de palmen om kokosnoten te verzamelen en ibu, de vrouw des huizes, demonstreerde hoe er uit het vruchtvlees van de noten santen (kokosmelk) en olie werd gewonnen op een eenvoudig vuur van droog sprokkelhout tussen een paar stenen. Een zacht briesje maakte de afzuigkap overbodig. In de Nederlandse winkels wordt het voedsel vooral aangeboden in pakjes en blikjes met in heel kleine lettertjes de vermelding van de ingredienten en de voedingswaarde. De kokosnoten in Bali hebben geen streepjescode; de voedingswaarde varieert per seizoen en alles van de grote noten is bruikbaar en ecologisch verantwoord. Het vocht van de jonge noten is heerlijk om te drinken en wordt vooral aanbevolen voor zwangere vrouwen. Uit het vruchtvlees wordt het vocht geperst, dat samen met de kokospulp veelvuldig wordt gebruikt in de Oosterse keuken. Uit dit vocht wordt bovendien olie gewonnen, die geschikt is om te bakken en voor massages. Het hele proces werd op ontspannen wijze gedemonstreerd aan de gasten, die tussen neus en lippen door les kregen in het vlechten van sierstukjes uit repen palmblad.

Ook Komang liet zien dat zij een heuse Balinese vrouw is door met behendige vingers en in rap tempo een sierlijk offertje te maken. Op een traditioneel Balinees plateautje onstond een torentje van mandjes en bloemetjes, zoals die gewoonlijk geofferd wordt in de tempel op hoogtijdagen. En zulke dagen zijn er heel veel in Bali. Het gezegde ‘leven als God in Frankrijk’ verliest zijn kracht als men ziet wat er voor de Godheid in Bali wordt bereid.

Terwijl de trouwe Nyoman bezig was met het klaarmaken van de lunch, werkte de talentvolle Adiana geconcentreerd aan een houtsnijwerkje voor de gasten. In zeer korte tijd verschenen in relief de namen van de gasten tussen sierlijke bloemenranden. De lunch bestond uit een palet van een heuveltje rijst met daaromheen een gebakken visje, stukjes gebakken kip, een geblancheerde groenten mélange en een dotje heerlijke verse sambal. Ter afsluiting werd er een schaaltje vers gesneden fruit gepresenteerd. Intussen had Adiana zijn houtsnijwerkje voor de gasten afgemaakt en beschilderd in diep-bruin en goud. Trots kwam hij het aanbieden en uiteraard ging het van hand tot hand om te worden beoordeeld en bewonderd. Later in de middag zou hij samen met Lego nog een demonstratie geven van de werkwijze waarmee een relief tot stand komt. En uiteraard mocht Jan het ook even proberen. Het was wel even wennen om –in kleermakerszit- te beitelen aan een stuk hout tussen je tenen.

Weer andere kindjes stonden te popelen om hun gasten een demonstratie Balinees dansen te geven. Toen het hun beurt was, werd de muziek installatie in orde gemaakt en op de eerste klanken van de gamelang kwam een groepje van vier  ranke kleine meisjes naar voren om een welkomsdansje op te voeren. Op het strakke ritme bewogen hun poppenkopjes aandoenlijk heen en weer en in de details zoals mimiek en handgebaren herkende men de aankomende professionaliteit  van de diva’s in de dop.  Zodra het dansje was beeindigd, werden ze ineens weer kinderen die zigzaggend en giechelend van het podium huppelden.
Een jongen, die van dansen houdt is in Bali geen mietje. Maar het dansje dat de kleine jongens na de meisjes opvoerden was wel iets stoerder.
Na het dansen waren Eva en Jan zelf aan de beurt. Zij deelden oranje ballonnen rond, en in enkele tellen stonden alle kinderen met bolle wangen te blazen om het geliefde speelgoed op scherp te stellen. Tussen de ronddansende kinderen zweefden de oranje bollen door het leslokaal en in de tuin. Regelmatig knalde er een ballon kapot en ging er een gejuich op. Niets is voor de eeuwigheid en een ballon al helemaal niet. Maar deze dag kon niet meer stuk en de herinnering is blijvend.

Bali, Ubud: een wandeltocht met Wayan Darta

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Voor Wayan Darta is het belangrijk, dat zijn gasten het naar hun zin hebben. En hij weet hoe dat moet.
Hij houdt immers zelf ook van het goede leven.
 

Wayan Darta is als oudste zoon van een bescheiden Balinees gezin min of meer hoofd van de familie.
Als kleine jongen van zeer arme ouders nam hij zich voor het leven tot een succes te maken en dat is hem gelukt.
Weliswaar niet helemaal zoals hij had gehoopt, maar hij verstaat de kunst te roeien met de riemen die hij heeft.
Wie bij Wayan Darta en zijn familie op bezoek komt, treft een stralend gastvrij gezin aan, bestaande uit grootvader, grootmoeder, Wayan en zijn vrouw Wayan en dochter Putu met haar olijke broertje Kadek.

Wayan Darta is in de eerste plaats taxi chauffeur, maar op verzoek organiseert hij alternatieve tripjes.
Om zijn gasten een plezier te doen vermijdt hij de grotere verkeersroutes en zoekt hij meer kleurrijke weggetjes door de rijstvelden en langs dorpjes. Zijn echtgenote Wayan is geboren in zo’n klein dorpje, dat is gelegen aan het einde van een doodlopende weg. Uiteraard brengen zij regelmatig een bezoek aan de familie die daar in een prachtige traditionele compound woont. De kleine Putu is dol op haar grootouders en gaat graag mee op stap.

 

Wayan nodigt nu en dan zijn gasten uit om een wandeling in deze prachtige omgeving te maken en na afloop even een kopje thee of koffie te drinken bij de familie van zijn vrouw. Aan het einde van de enige straat die het dorp rijk is, wandelt men rechtstreeks de jungle in. Er is ongerepte natuur; er zijn tuinen; er zijn sawah’s. Er zijn paddestoelen en er groeit gember en de kleuren zijn er zo uitgesproken, dat het af en toe is alsof je een schilderij binnenwandelt. Wayan kan zich nog goed herinneren, dat het bijna overal nog zo was. En gelukkig is het nog niet helemaal verdwenen, want hij heeft ondanks alles goede herinneringen aan die tijd.

Door de rivieren die hun baan in het grillige gebergte hebben uitgeslepen, zijn er veel hoogteverschillen in het landschap, wat de grond op veel plaatsen ongeschikt maakt voor de landbouw. Maar op elk stukje grond, dat kon worden vlak gemaakt, ligt een stukje sawah, als een groen tapijt op een groot terras in de jungle. Palmen staan als hoge parasols tussen de sawah’s en op verzoek wil iemand er wel in klimmen om een mooie rijpe noot naar beneden te halen. In de tuinen herkent men behalve bananen, bonen, sereh en mais ook locale specerijen en geurige wortels als jahe, galanga, kencur en laos.
Na een wandeling door dit prachtige gebied is het heerlijk om in het huis van de familie even uit te rusten bij een kop verse thee of een kop thuisgebrande koffie. Bijna ongemerkt was het hier en daar een klimmen en dalen en balanceren over de sawah-dijkjes.
Bij de familie gaat het er heerlijk huiselijk aan toe. Een jonge neef is bezig met het polijsten van een stapel spiegellijsten. Een tante vlecht mandjes. Oma maakt thee en koffie klaar en een heel oude grootmoeder, die nog fris uit haar ogen kijkt, komt ons nieuwsgierig opnemen. Oom maakt een praatje met Wayan en vraagt en passant waar de gasten vandaan komen. Een paar tiener-nichtjes vuren giechelig een paar Engelse zinnetjes op ons af. Hoewel een beetje anders, is de sfeer geruststellend vertrouwd, een beetje Ot en Sien, en een beetje modern met mobieltjes en playstasiun.

Ik vond de wandeling en mijn bezoek aan het serene dorpje een topper. Ik kan iedereen aanbevelen om een keer op stap te gaan met Wayan Darta.
Zie ook zijn website: http://www.bali4fun.wordpress.com

Indonesië, Lombok, landbouw: eerst rijst, dan tabak ter afwisseling

 

Tijdens mijn tweede verblijf te Karang Karakas in Lombok wilde ik graag de rijstbouw daar vergelijken met de methodes in Bali. Ik stuitte direct op een belangrijk verschil. Ik was uitgenodigd om de sawah van Sulasi te bezoeken, maar hij verbouwde op dat moment geen rijst. Zijn akkers stonden vol tabaksplanten. De akkers die voor rijst waren bestemd werden nu en dan gebruikt voor een ander gewas om verarming van de grond en het ontstaan van schadelijke ziekten tegen te gaan. In Bali geeft men de sawah na elke oogst een paar maanden ‘vakantie’. In Lombok benut men de grond voor een ander gewas, zodat het bedrijf zijn productie kan voortzetten. De Indonesische overheid is de belangrijkste afnemer voor dit product.Een voordeel van de tabaksteelt is, dat het minder water vraagt en men gedurende lange tijd kan oogsten, omdat de plant geleidelijk zijn product levert, namelijk de grotere bladeren. Er is dus altijd wat te doen in de akker, maar het oogsten zelf is een stuk minder intensief dan de oogst van de padi. Gedurende de groei is het van belang de grond rond de tabak vrij van onkruid te houden en de aarde te bevochten en te bemesten.

Een probleem vormen de rupsen en de sprinkhaantjes, die op de sappige blaadjes afkomen. (bij de rijstbouw zijn dat de ratten, die de halmen voortijdig vellen en de locust, die de nog zachte korrels leegzuigen)

De geplukte tabaksbladeren worden aan een koordje geregen en in de zon te drogen gehangen. Als de bladeren droog genoeg zijn, hangt men ze onder een plastic zeil om ze tegen verdere weersinvloeden te beschermen.

In dit stadium worden ze verkocht en naar een fabriek gebracht voor verdere bewerking.
Maar de boeren zelf houden er ook een volle tabakszak aan over: een klein deel van de tabak wordt gesneden en gedroogd voor eigen gebruik.

Een ander stuk van de akker is intussen in gebruik voor het telen van groenten, zoals boontjes, aardnoten, komkommer, lombok rawit, singkong en tomaten. Voor eigen gebruik en voor de markt. 
De arbeidsters wilden graag weten, wat er in Nederland werd verbouwd. Ik ging een rijtje af: tarwe en aardappelen, maar ook boontjes, uien en komkommer zoals in Lombok. Echter geen papaya, kokosnoten en kangkung.  Daar stond tegenover dat we in Nederland appelboomgaarden hebben, wat in Indonesie in hoog aanzien staat. Hoewel de appel uit Malang slechts een melige variant is op de cox uit Nederland, is hij zeer geliefd.
“Snoep gezond, eet een appel”  is hier geen gezegde. Veel te duur. Neem maar een banaan of een mango, die groeien in de tuin.

 

Bali, Ubud, Kroniek Warjihouse aflevering 37, Een upacara bij Nyoman thuis.

 
de familie-tempel

De 5-jaarlijkse Upacara Ngentang Linggih.

In Bali heeft -zoals bekend- elk huis een familie-tempel en die tempel is -zoals alles en iedereen in Bali- regelmatig jarig. Verjaardagen worden elke zes maanden gevierd, en elke twaalf maanden, maar de grotere vieringen vinden om de vijf jaar plaats en de allergrootste om de vijftig jaar.
In het huis van de zeer omvangrijke familie van Nyoman wordt deze maand de vijfjaarlijkse viering van de tempel gehouden, die duurt van 5 tot 14 juli. Deze speciale viering heet Ngentang Linggih. Het hoogtepunt van deze viering viel op 8 juli en voor die gelegenheid was ik nadrukkelijk uitgenodigd.


staand, links: VIP Nyoman Katek

Het zou de eerste keer worden, dat ik op bezoek kwam in het ouderlijk huis van Nyoman. Ik was wel vaker uitgenodigd, maar het kwam er eenvoudig nooit van omdat we moeilijk allemaal tegelijk in Warjihouse gemist konden worden. En omdat het hun feestje was, vatte ik het als mijn taak op om Warjihouse te laten draaien. Ook dit keer kwam het zeer ongelegen omdat er nog een stapel wasgoed lag van enkele dagen en wij een groep van vijf gasten verwachtten, waarvan niet bekend was, hoe laat ze zouden komen.


hooggedragen offerandes

Maar nu heb ik naar Balinees voorbeeld alles ondergeschikt gemaakt aan deze upacara en rond een uur of elf reden Nyoman en ik in colonne naar Saba in Blahbatuh, waar de familicompound was gevestigd in de banjar Banda. De streek is er bijzonder mooi. De familie woont niet ver van de rivier Petanu, die wat hogerop een waterval heeft, waar ik vaak ben geweest. In de omgeving van Saba zijn sawahs en natuurgebieden. De uitgebreide desa heeft nog niets van zijn oorspronkelijkheid verloren en maakt een welgestelde indruk. Binnen de muren van de compound was het een gezellige drukte, Rijp en groen krioelde door elkaar, iedereen was volgens de traditie heel netjes gekleed en men bediende zich van een breed buffet dat op een der terrassen stond opgesteld. Babi en ayam waren rijkelijk in vele gerechten verwerkt en ik liet me bij deze speciale gelegenheid niet weerhouden.


Ineke en Made

Ik werd direct door een paar dames uit de familie uitgenodigd om bij hen te komen zitten. Met een paar woorden Engels van hun kant en een paar woorden Indonesisch van mij kwamen we tot een eenvoudig kennismakings gesprekje. Nyoman, die zich in Warjihouse gewoonlijk van een bescheiden kant laat zien, liep in het huis van zijn familie rond als een belangrijke heer, die al tot de oudere garde behoorde. Ik maakte kennis met zijn vader en moeder en kwam er zijn jongere broer Ketut tegen, wiens jongste kind, dat naar mijn gevoel nog maar zo kort geleden was geboren, al rondhuppelde tussen de andere kinderen. In de twee rijk versierde tempels, die samen een terrein besloegen dat bijna net zo groot was als het stuk grond waarop Warjihouse is gebouwd, waren priesters bezig met het prevelen van bezwerende formules onder begeleiding van een koperen bel. Hoog opgetaste offerandes werden onafgebroken aangedragen op de hoofden van beeldschone dames in kleurige kebaya’s.


rechts: Kadek Cantik

Na een paar uur wilde ik terug naar Ubud, omdat Warjihouse onbemand was. En zie dan maar eens, dat je de weg terug vindt. Op de heenweg had ik achter Nyoman aangereden en weinig acht geslagen op herkenningspunten. Nu wist ik in de wirwar van paden en weggetjes niet meer of ik links, dan wel rechtsaf moest gaan. Omdat Ubud meer landinwaards ligt, koos ik voor een weg, die omhoog leek te leiden. En ja hoor, na een paar honderd meter maakte de weg een ruime bocht naar rechts en ik kwam uit bij zee.

Ik denk niet dat ik op eigen gelegenheid in staat zou zijn om het familie-huis van Nyoman te vinden. Volgens Nyoman kan dat echter geen probleem zijn:
“In Blahbatuh you ask the way to Saba; in Saba you ask the way to banjar Banda; in Banda you ask for I Nyoman Katek. That is me. Everybody there knows who is I Nyoman Katek.”

Indonesië, Bali, Veldwerk voor aanstormende antropologen.

 

 Naar het schijnt werden de charmante studentes in Culturele Antropologie, Karin en Charlotte, gedreven door het motto ‘het leven is een feest’, toen ze in Denpasar uit het vliegtuig stapten. In elk geval wèrd het een feest, dat zo’n vier maanden duurde.
Beide dames zitten in het eindjaar van hun studie en moeten dat afronden met een relevante scriptie. Karin onderzoekt het verloop van de integratie der expats in de Balinese gemeenschap. Charlotte heeft zich meer gericht op de invloed die dat heeft op de Balinezen zelf en in hoeverre dat wordt opgenomen in hun cultuur.
Hun doel was dus om een stel in Bali neergestreken buitenlanders aan het babbelen te krijgen en dat te vergelijken met het commentaar van een stel Balinezen.
Volgens Karin liep dat heel gesmeerd. De meeste mensen werkten enthousiast mee, want, zo merkte zij fijntjes op, mensen praten graag over zichzelf. En natuurlijk hopen de geïnterviewden in de later beroemd geworden scripties hun eigen doorslaggevende opinies terug te vinden.
Ik kwam met Karin in contact via een leeftijdgenoot van hun, een studente medicijnen, die nog even op vakantie ging na haar stage-periode te Jokyakarta. Zij logeerde in Warjihouse, waar ze tot haar terugkeer naar Nederland zou blijven.
En zo rolde het balletje van de een naar de ander.
In Nyuh Kuning maakten Charlotte en Karin onder andere kennis met de hartelijke families van Made Suparsa en Wayan Darta, die beide al eens in Nederland waren geweest.

Met Wayan Renta maakten zij een lange wandeling door de rijstvelden, waarover hij hun heel veel kon vertellen en hij liet hun kennis maken met de echte Balinese keuken in een lokale warung.
Het was Wayan Renta die de meisjes uitnodigde om het Balinese boerenleven aan den lijve te ondervinden. Hij kreeg zijn zin: Karin en Charlotte kwamen Renta en zijn vader helpen met het binnenhalen van de laatste oogst. Niet zonder trots sms-te Wayan mij, dat hij in de sawah werd bijgestaan door maar liefst twee Nederlandse schonen met rode hoofden. (kepala merah sekali!) Of ik even op de koffie kwam.

 

Het was mooi om te zien. Terwijl de meisjes zich een breuk zwoegden met hun sikkels, sloeg Wayan de rijst uit de halmen. Zijn vader wierp de rijst op in de wind om de strootjes en de vliesjes eruit te laten waaien en vulde grote zakken met rijst.
In de berm keken een aantal buur-boeren jaloers toe en bespraken ongetwijfeld elke mogelijke relatie tussen Wayan en de twee toeristes.
Ook ìk kon nog iets bijdragen en vervoerde op mijn motor twee volle zakken naar het ouderlijk huis in Sakti.

De volgende dag werden de voorbereidingen getroffen voor Kuningan, wat voornamelijk inhield, dat er een feestmaal werd klaargemaakt en de huistempel werd opgesierd. Karin, Charlotte en ik werden uitgenodigd om langs te komen voor de lunch. De hele familie was in touw met hakken, pellen, bakken, koken en roosteren. Op de binnenplaats lag een groot zeil waarop de rijst was uitgespreid om te drogen. De honden Bruno en Bobby begroetten elk op zijn eigen manier de gasten.
Wij kregen een mok huisgebrande koffie en toen het eten klaar was, werd ons een kleurrijk bordje gepresenteerd met o.a. nasi, sateh en lawar. De smaak was voortreffelijk, al hebben de meeste westerlingen een beetje moeite met de meegehakte botjes en reepjes varkenshuid. Zoals gebruikelijk at de familie niet mee, maar uit de hoeveelheid voedsel kon men concluderen, dat ze er nog een dagtaak aan zouden hebben om het op te krijgen.

Toen ik opstond om naar huis te gaan, zaten Karin, Charlotte en Wayan gebogen over een boekje met Nederlandse woordraadsels. Moeder observeerde weifelend het geanimeerde gezelschap en vroeg zich vermoedelijk af welke van de twee dames in aanmerking zou komen als toekomstige bruid.
Want Culturele Antropologie is wel erg ver van haar bed.

Bali, Ubud, Nederlands voor Balinezen

 

WAT MOET IK ZEGGEN EN HOE ZEG IK HET IN HET NEDERLANDS

 

Mijn vriend Wayan, die -hoewel de dertig al gepasseerd- nog steeds geen keuzes in het leven kan maken en er ook niet in slaagt inzicht te krijgen in zijn mogelijkheden, hoopt vurig op inspiratie van de buitenlanders, die Bali jaarlijks overspoelen.
Hij wil hun begrijpen en invoelen in de hoop ooit een deel van hun gedachtengoed te adopteren dat hem tot fortuin, of tenminste tot welstand zou moeten leiden. Zo meent hij. Dagelijks is hij getuige van de vurige gesprekken die vakantiegangers met elkaar voeren. Hij zou zo graag weten waar het over ging. Dagelijks ziet hij geanimeerde stelletjes aan de lunch, die zich minder met hun gerechten bezig houden dan met elkaar. Tussen twee happen door wisselen ze wel honderd woorden uit. Zijn ouders doen dat nooit. Die eten niet eens samen, laat staan dat ze erbij praten. En de zeldzame keren dat ze een lang gesprek voeren is het over iets dat geregeld moet worden, wat het kosten mag en hoe ze aan het geld kunnen komen. Filosoferen is voor de goden, niet voor eenvoudige stervelingen.

Maar Wayan en ik komen regelmatig bij elkaar in de sawah om samen te picknicken, koffie te drinken en te babbelen. Hij wil van alles en nog wat weten en biecht nu en dan één van zijn geheimen op, die hij thuis met niemand kan bespreken. Hij hoopt ooit de sleutel van het leven te vinden, die hem wijsheid zal brengen en hem verder zal helpen in het leven.
Van een Nederlandse toerist heeft hij een boekje gekregen, dat hij dagelijks aandachtig bestudeert. Het heet:
wat moet ik zeggen en hoe zeg ik het in het Indonesisch. Het is duidelijk dat hij daaruit niet de Indonesische taal hoopt te leren, maar dat het hem juist om het Nederlands gaat. Hij wil graag leren de Nederlanders aan te spreken in hun eigen taal. Hij wil verstaan wat Nederlanders tegen elkaar zeggen. Omdat hij vaak niet weet, hoe hij de vreemde woorden moet uitspreken, wil hij dat ik hem help bij het oefenen. Door met iemand uit een heel ander taalgebied het Nederlands onder de loep te nemen, krijg je een heel andere kijk op je eigen taal. Je wordt geconfronteerd met de geschiedenis die je eigen taal heeft doorlopen en gevormd. Je gaat je verbazen over de ingewikkelde wendingen, de overbodige woorden, de inconsequenties en de onuitspreekbaarheid van je eigen taal. Wayan begreep niets van vervoegingen of vrouwelijke en onzijdige woorden, Hij laat een lepeltje in de koffie draaien, hij laat een auto roeren in een smalle straat en hij keert de deur dicht. Hij krijgt keelpijn van de harde G en spierkramp in zijn mondhoeken bij het uitspreken van de UU. Drie opvolgende medeklinkers kan hij niet uitspreken, dus het gaat over steraat en sterand. De klinkercombinaties EI, UI en OU zijn hem onbekend. In zijn leerboekje maakt Wayan fonetische aantekeningen en voegt hij ‘ezelsbruggetjes’ toe om hem de uitspraak van moeilijke woorden te helpen herinneren. Tot zover “hoe moet ik het zeggen”

Leuker is het om te leren “wàt je moet zeggen”, want ook dat verschilt nogal in het Nederlands. Bij een bezoek aan een restaurant vraagt een Nederlander of de keuken al open is (??) en zegt de Indonesier: ik wil eten. (!!) Als in een Nederlands restaurant de kok naar huis is, zegt men: ‘de keuken is gesloten’. Maar in een Indonesische warung is de ober dezelfde als de kok en de zaak is open tot het eten op is. (habis)
Wayan bezoekt zelden een restaurant en in een warung zitten meestal geen toeristen, dus hij bladerde snel door naar een ander onderwerp.
Wat zeggen mensen tegen elkaar, bij de eerste ontmoeting? Wayan zegt gewoonlijk: “What’s your name?”, “Where do you come from?” of “Do you need transport?” . De Nederlander niet. Die zegt: “Kunt u mij de weg wijzen naar het postkantoor?”, “Is er een supermarkt in deze straat?” en “ Waar is het dichtstbijzijnde ziekenhuis?”
“diggetestebijzijde?” Wayan werd er gek van! En niemand hoeft naar het postkantoor. Iedereen wil naar de internetshop voor zijn contacten met het thuisfront.
Maar dan: een jongen en een meisje ontmoeten elkaar. (pag. 40: iemand versieren) Wayan gaat wat rechterop zitten en kijkt mij veelbetekenend aan als hij zegt: “Ik ben perliept ap oe.” Nou ja, “je” kwam ook in aanmerking. Maar dan de volgende: “Ik wil met oe naar bed.”
Ik moest even in het boekje kijken om te zien of dat er werkelijk stond. En ja hoor, voluit op pag. 41. Het standaardwerkje was sinds mijn 14e jaar behoorlijk aangepast. Ik kan me het ‘hoe en wat’ in het Frans nog goed herinneren. Een jonge Franse automonteur met de saaie naam ‘Jean’ en ik lagen op de camping dicht tegen elkaar aan in het gras en ginnegapten bij het lezen van: ‘wilt u met mij wandelen?’
Wayan vervolgde: “Allain mit un kondoom.” En ik moest voor hem spellen: “ Nee? Nou, dan doen we het niet.” Dat antwoord wilde Wayan liever schrappen. Daarna: “Dat segsse alemaal.” Ik kreeg zeer sterk het gevoel dat dit ‘wat en hoe boekje’ vooral voor de jonge vrouwelijke globetrotter was geschreven. En ja hoor, even later formuleerde Wayan de krachttermen: “raak me niet aan” en “hoepel op”. (pag. 35) Wayan was zeer gedesillusioneerd. Met een uiterste krachtsinspanning zei hij nog een keer: “Iek ben pferliebtoppoe.” Daarna deed hij het boekje dicht.
Maar hij had n
òg een boekje: “Simple Japanese”.
“Much more easy”, verzekerde hij me.

Voor wie het niet geloven wil: kijk het maar na in: “wat en hoe in het Indonesisch”
Het staat er echt: van ‘ik heb niet zulke sterke gevoelens voor jou’ tot ‘hoepel op’.

 

Bali: de droom van velen: wonen tussen de sawah’s

De sawah’s rond Ubud.


Wayan en zijn ouders hebben gedurende vijf en twintig jaar hun eigen rijst verbouwd op een stuk grond in het noorden van Ubud. Het is niet hun eigen grond. De eigenaar van de grond heeft een deal met de boer gesloten. In ruil voor het gebruik van de grond moet de boer de helft van de opbrengst in rijst afstaan aan de eigenaar. De andere helft is genoeg voor Wayan en zijn familie om van te eten en ze houden ook nog wat over voor de verkoop. Het stuk land wordt aan twee kanten geflankeerd door hoge palmbomen. De kokosnoten mogen ze houden. Een deel van de kokosnoten wordt verkocht aan toeristen als versnapering tijdens een wandeling door de sawah’s. Een ander deel van de kokosnoten wordt gebruikt om olie uit te winnen. De houtige bast wordt gebruikt om houtskool van te maken, waar sateh boven wordt geroosterd. Van de afgevallen palmbladeren worden matten gevlochten, waarop ze kunnen uitrusten van het werk of als bescherming tegen de hete zon.

De nerven van de palmbladeren worden in bosjes bijeen gebonden en als bezem op het erf gebruikt. Wat er verder aan droog afval overblijft is goed genoeg om water op te koken voor een kop koffie. Vijf en twintig jaar lang ging het zo. Wat er ook gebeurde, er was altijd te eten. Het was de basis van hun bestaan. Natuurlijk was het karig. Het was niet genoeg om kleding van te kopen en schoolgeld te betalen. Ze konden er geen doktersrekening mee betalen. Ze konden er al helemaal geen motor van kopen, of een mobieltje. Het bood een eenvoudig, schraal bestaan. Wayan was nog geen tien jaar, toen hij werd ingezet om in de sawah te helpen. En inmiddels zijn zijn ouders zo oud, dat het werk in de sawah voor het grootste deel van hem afhangt. Zijn moeder en zijn tante verdienen nu en dan wat bij door stenen of zand te sjouwen. Dat is vrouwenwerk. Soms helpen ze een andere boer bij de oogst. Dan krijgen ze een deel rijst erbij. Zo hopen ze een spaarpotje op te bouwen, want Wayan’s grootmoeder is al erg oud en zal binnen tien jaar wel overlijden. Dan is er geld nodig voor de crematie. Zijn jongere broer heeft van begin af aan bedankt voor het werk in de sawah. Die trok Ubud in om op wat voor manier dan ook aan toeristen te verdienen. Als ventje bood hij kokosnoten aan en houtsnijwerkjes. Tot hij een brommer kon lenen om ritjes aan te bieden. Van gespaard geld kocht hij een tweedehands brommer, enzovoort. Nu heeft hij een auto waarmee hij alle extra’s binnen brengt waar zijn familie behoefte aan heeft. Wayan zelf had altijd goede resultaten op school. Hij had best verder willen leren. Maar de sawah kon hem niet missen. Dus hij kwam niet veel verder dan mijmeren. Via een familielid hoorde Wayan, dat de eigenaar van het land problemen had. Hij had schulden die hij binnen afzienbare tijd moest terug betalen. De eigenaar kwam een toerist tegen, die Bali zo mooi vond, dat hij daar de rest van zijn leven wilde slijten. Het liefst in een ruim huis tussen de prachtige groene sawah’s. Waar het water van de irrigatiestromen zo lustig kabbelt. Waar het eenvoudige boerenleven nog een onbedorven sfeer uitstraalt. Een stukje paradijs, ver van de stress in zijn eigen land. De toerist sloot een deal met de eigenaar van het land en kocht zijn stukje paradijs. Wayan en zijn ouders kunnen nog één maal een oogst binnenhalen. Daarvan kunnen ze nog een half jaar eten. Wayan heeft niet verder geleerd. Want hij kon niet gemist worden in de sawah. En de toerist, die straks van zijn welverdiende pensioen geniet, heeft geen schuld. Hij heeft de eigenaar goed betaald. En de eigenaar stond in zijn recht. Hij mag zijn land verkopen, als hij geld nodig heeft. Niemand heeft schuld. De eigenaar heeft zijn problemen opgelost. De toerist heeft zijn pensioen geinvesteerd. En Wayan en zijn familie zitten met de gebakken peren. Such is life.

NB. zie ook de fotopresentatie door de link onder SAWAH aan te klikken links in de blogroll.

Bali, Ubud, Warjihouse kroniek afl. 34

VERVALLEN VROUW

3 dames

“Cantik sekali” (heel mooi) wordt mij vaak toegeroepen.

Het klinkt leuk, maar ze moeten natuurlijk niet overdrijven. De spiegel zegt mij dat ik er hoogstens acceptabel uitzie voor mijn leeftijd en in het donker misschien zelfs redelijk aardig. Maar de pensioengerechtigheid straalt eraf, al duurt het nog 5 jaar voordat ik dit recht mag consumeren. In Nederland trekken de stratenmakers (bestaan die trouwens nog?) zich al jaren niets meer van mij aan en in mijn tien jaar jongere vriendin meent menigeen een dochter te herkennen. Als ik zeg, dat ik al bijna zestig ben, trekt men ongelovig de wenkbrauwen op: “Really?” Dat kan zowel betekenen dat je er  jonger uitziet als ouder. Als iemand een foto van mij ziet die flatteert, wordt mijn leeftijd lager geschat. Dan kan de werkelijkheid natuurlijk alleen maar tegenvallen. Maar ja, iedereen heeft toch de neiging om zich van de gunstige kant te laten zien. Zelfs als ik naar mijn eigen spiegelbeeld kijk, ga ik er zodanig voor staan, dat het resultaat meevalt. Het is dan ook een shock om argeloos naar de grond te kijken en dan ineens te zien, dat zelfs de huid rond mijn knieën bij elke stap futloos voor- en achterwaards bewegen. Dat zag je vroeger alleen bij oude vrouwen. Inderdaad, die van boven de zestig. Godsamme.

 verval (7)

Een Balinese vriend van mij (nog geen 30) maakte laatst een foto. Ik zat tussen twee vriendinnen in, die ook nog met hem op de foto moesten. Op het moment dat hij de foto nam riep hij spontaan uit: “Two beautiful ladies and a very old one in the middle.” Ik was zeer onthutst en dat is duidelijk op de foto te zien. Ik heb de foto uitvoerig bekeken en ik moet zeggen: Ik vind de foto leuk. Hij is volstrekt eerlijk en er is niets mis mee. Het geeft me voldoening te zien, dat ik me op mijn gemak voel; dat ik veel heb meegemaakt en dat ik tussen de jongelui me amper bewust ben van het leeftijdsverschil.

verval (9)

De geest lijkt niet mee te groeien met het lichaam. Toch is dat wel gebeurd.
Want waar die twee lieve jongedames nog aan moeten beginnen heb ik allemaal al gehad. Ik heb mijn selectie in het leven al gemaakt. Ik weet inmiddels wat ik wil en ik zie wat het me heeft gebracht. Het leven vraagt niet zo veel meer van me, maar ik màg alles nog. Wat jaloezie en ruzie betreft is de wind gaan liggen. Complimentjes zijn leuk, maar ik maak me er niet druk over. Ik doe eindelijk waar ik zin in heb en dat blijkt nog heel veel te zijn. En nu kijk ik naar me eige. Ik denk: jeetje, dat ik daar nu zo tegenop heb gezien! Het zit allemaal niet meer zo strak. Maar het knelt ook niet meer, haha.

verval (13)

« Older entries