Bali, Bali Uniek Reizen, tweede koninginnedag, oftewel de ‘dag van de arbeid’

Jan en Eva verbleven een nacht in het mooie Puri Saron Hotel, romantisch gelegen bezijden sawah en jungle. Het hotel ligt er wat afgelegen voor de gemiddelde toerist, maar voor bezoekers van Anak Alit is het een ideale plek, want op loopafstand van Petak.  Eva en Jan hadden het rijk en het zwembad voor zich alleen: zij waren de enige gasten.

Al vroeg werden zij opgehaald en naar Petak begeleid. Daar verzamelden zich een aantal grotere jongens en meisjes voor een wandeling door de sawah’s. Ook Komang en ik gingen mee op deze wandeltocht. We liepen een eindje langs de rand van de sawah, terwijl Komang ons wees op allerlei boomvruchten en er ons een paar van liet proeven. Voor Balinezen roepen die wilde vruchten herinneringen op aan hun kindertijd, maar voor ons, westerlingen, is het allemaal nieuw. Op een open stuk trokken we over smalle dijkjes tussen de velden door. Het was een beetje kaal, doordat er kortgeleden was geoogst. De eerste sawah die we passeerden,  behoort aan de familie van Komang en de opbrengst is voor eigen gebruik, maar ook de kinderen krijgen bijna dagelijks hun portie rijst van eigen grond. Bijna alle kinderen komen uit boerengezinnen en zijn zeer vertrouwd met de sawah’s en het werk dat er gedaan wordt. Bij tijd en wijle hebben zij allemaal hun steentje bijgedragen, al vanaf  jonge leeftijd.
In een open schuurtje, dat langs de akker ligt, zijn een ploeg, een jonge koe en een stuk of wat varkens ondergebracht. De koe was niet schuw, maar bekeek de bezoekers met grote ogen. De grote roze biggen waren minder nieuwsgierig maar meer belust op de aanvoer van vers voer. Het was de jeugd, die dat ijverig aandroeg en de varkens wierpen zich knorrend op de verse groenten. “Alles is puur natuur”, zei Komang lachend, “en alles wordt gebruikt. De koeiepoep gaat na de oogst direct op het land.”  Hoewel de varkens schoon en gezond waren, stonken ze behoorlijk. Volgens Komang is het houden van varkens lucratiever dan van koeien. Ze zijn goedkoper in de aanschaf en groeien sneller. Bovendien zijn ze minder kieskeurig wat hun eten betreft. En een vette ‘babi guling’ (big van ‘t spit) is erg populair onder de Balinezen.
Langs elke akker is een offertempeltje neergezet, waar dagelijks, wekelijks, jaarlijks wordt geofferd aan Dewi Sri, de godin van de padi. Sommige zijn stevig van steen opgetrokken en andere zijn eenvoudig, van bamboe en palmblad. We volgden de irrigatie kanalen, die bedoeld zijn om het broodnodige water onder de akkers te verdelen. We liepen langs de rijpe padi en de reeds nieuwe aanplant. We vergeleken de verschillende kwaliteiten rijst.  Een cassave knol werd opgegraven en geproefd. En we kwamen een aanplant van lange bonen tegen, in Nederland bekend als kouseband. Midden in het landschap kwamen we bij de dorpstempel, die kortgeleden is gerenoveerd. Er was een parkeerplaats voor scooters aangelegd: want ook hier gaat men met de tijd mee. Soms slapen mannen bij de tempel, bij voorbeeld als er juist een familielid is overleden. De sfeer rond de tempel was buitengewoon sereen. Na een bezoek aan de tempel gingen we echt dwars door de sawah’s over smalle dijkjes en hoogteverschillen. Tijdens het lopen was onze aandacht voor het pad noodzakelijk, dus men moest nu en dan even halt houden als men de schilderachtige omgeving wilde bekijken.  “Mooi he?!” zei Dede af en toe cynisch in goed Nederlands. Voor hem is een sawah landschap nog gewoner dan voor Hollanders een bloembollenveld. Even later ving hij met zijn hakmes een kleine lichtgroene slang, die hij stevig achter de kop vasthield. Maar de meesten vrezen de slang.

Onze tocht langs de akkers leidde naar de plaatselijke begraafplaats, waar de overleden dorpelingen in de aarde wachten tot ze aan de beurt zijn om te worden gecremeerd, opdat hun geest wordt vrijgemaakt  voor reincarnatie. Een paar jaar geleden vond er een massa-crematie plaats, waarbij 36 overledenen gecremeerd werden, maar ik zag, dat er inmiddels weer nieuwe graven waren opgericht. De kringloop van het leven is hier bij uitstek aanschouwelijk. Toen Dede aanstalten maakte om in een palmboom te klimmen, bleek de slang ineens verdwenen. Behendig en snel schoot hij de boom in en wierp verscheidene kokosnoten naar beneden. Tanjung stond al klaar met rietjes om het drinken van de kokosmelk te vergemakkelijken.
We maakten een ruime boog door de brede bermen tot we weer in de dorpsstraat stonden.

Inmiddels waren er veel kinderen naar het schoollokaaltje gekomen in afwachting van wat er komen ging. Hun aanwezigheid was kenbaar door het luide gekwetter dat zo kenmerkend is voor scholen en speelplaatsen. Er werden een paar tafels aan elkaar geschoven voor de lunch, die er weer net zo aantrekkelijk uitzag als de vorige dag. Een groepje jongens had een toneelstukje voorbereid en stond te popelen om dat op te voeren. Zoals wij vroeger stelten maakten van lege blikken en een touwtje, hadden de jongens hier iets soortgelijks gemaakt van halve kokosnoten. Omdat de gasten geen Balinees verstonden, was het een opvoering zonder woorden. Maar niet zonder geluid!! De wanden van het lokaaltje ketsten  het klakkende kabaal van de noten terug en de ruimte was met geluid gevuld. Ik hield mijn oren dicht terwijl ik genoot van het plezier dat de jongens zelf hadden tijdens de opvoering.

Toen de danslerares was gekomen, werden wij uitgenodigd om naar boven te gaan, waar de kinderen les kregen. Op een terras stonden de instrumenten voor de gamelan gereed, want ook dat is een onderdeel van de beroemde Balinese theater cultuur. Eva werd uitgenodigd om deel te nemen aan een dansles en Jan kreeg een plek aangewezen achter een gamelan instrument.

Het ziet er simpel uit, maar het valt toch niet mee om je aan het ritme te houden en de klanken bijtijds weer af te dempen.
Na enige oefening lukte het Eva redelijk goed om de sierlijke bewegingen te volgen en te combineren met mimiek, maar makkelijk: nee.

Het werd tijd om de gecostumeerde opvoering voor te bereiden, die in de vroege avond zou plaats vinden. Jan en Eva gingen voor een pauze van een paar uur naar hun hotel; de danslerares begon met de make-up en ik ging met een paar meiden naar Gianyar om de huurcostuums op te halen. Intussen zorgde Koyo, de dagelijkse coordinator, voor een auto om de barong op te halen. Toen de meisjes en ik terug kwamen, hadden er al enkele kinderen een gedaantewisseling ondergaan en zaten zij met hun opgeverfde toetjes rustig te wachten op de rest van de verkleedpartij.

Het liep tegen vijven toen de gasten weer ten tonele verschenen. Een rijtje prinsesjes zat rustig te wachten tot ze aan de beurt waren; jongens waren met de muziek installatie bezig; op het hoge terras werd een dinertafel gedekt; het kostuum van de barong werd binnengedragen en de eerste klanken van de gamelan lieten zich horen.
Jan zette zijn filmcamera in de aanslag en Komang installeerde een schijnwerper. Voor de opvoering, die weliswaar voor buitenlandse gasten was georganiseerd, ging men gezamelijk bidden in de familie tempel, want de performance is en blijft een religieuze aangelegenheid. Na het bidden verzamelde het eerste groepje danseressen zich achter het gordijn, dat diende als toneelingang.  De gamelan zette in en na een korte intro kon de voorstelling beginnen. Met vastberaden stapjes verschenen de meisjes één voor één vanachter het gordijn om de aanwezigen elegant te verwelkomen. Het dansje eindigde met sierlijk uitgestrooide bloemetjes en de meisjes verdwenen weer achter het gordijn.

De kleine kittige Iluh leek een metamorphose te hebben ondergaan toen ze in haar eentje schitterde als een professionele diva. Met haar jonge ranke lijfje maakte zij haast acrobatische bewegingen; haar expressie was wonderbaarlijk. Ze danste als in trance. En direct na haar opvoering was ze weer het kleine schoolmeisje met het hoogste woord.

Daarna demonstreerden twee prachtige  ‘vlinders’ een verleidingsdans waarbij ze met hun vleugelachtige rokken om elkaar heen wervelden.
De gamelan gaf alles een mystieke sfeer bij de inmiddels ingevallen schemering.
Dorpelingen waren op het geluid van de gamelan afgekomen en genoten mee van de opvoeringen. Het verveelt ze nooit. Zelfs de hele kleintjes volgden het gebeuren aandachtig.

Een dorpeling, verkleed als ‘Jauh’, voerde een ‘wayang topeng’ op (maskerdans)
De dans is deels improvisatie en de danser richt zich rechtstreeks tot het publiek.
Kleintjes kropen wat angstig achter de groteren, maar bleven toch geboeid gluren.  De leider van de gamelang ging een muzikaal ‘gesprek’ aan met de Jauh en volgde met muzikale klanken de bewegingen van de danser, die hem op zijn beurt op het verkeerde been probeerde te zetten.

Sluitstuk van de dansvoorstelling was de dans van de barong, een groot harig monster met klapperende tanden. De barong wordt gevormd door twee dansers, die respectievelijk de kop en de staart beheersen.  De danser in het staartgedeelte kan nauwelijks zien waar hij loopt en moet voortdurend de bewegingen van de voorste danser volgen. Ook de barong richt zich rechtstreeks tot het publiek en heeft vrijheid om te improviseren, al bevat de dans veel vaste onderdelen. Hij gaat altijd even zitten, valt ter plekke in slaap en duwt zijn harige manen in het publiek. Bij zijn nadering renden de kleintjes gillend weg om zich te verschuilen.
Toen de barong weer op de standaard werd gehangen, schuifelden de buren de poort weer uit en werden wij uitgenodigd om aan tafel plaats te nemen. Nyoman had weer een mooie maaltijd neergezet als sluitstuk van de avond. De kleineren vroegen permissie om naar huis te gaan en de groteren begonnen met opruimen.
Jan, Eva, Maurice, Komang en ik praatten tijdens het diner nog wat na en we wisselden uiteraard onze mailadressen uit, onder andere om elkaars foto’s te bekijken.
Toen Jan en Eva in de auto stapten om weer naar Ubud te worden gebracht, werden ze door het halve dorp uitgezwaaid.
Hebben ze het leuk gehad?  Zeker weten!

Advertenties

Bali: Gasten van Bali Uniek Reizen vieren koninginnedag met de kinderen van Petak

Al s er gasten voor Anak Alit in Petak komen, is het altijd dubbel feest.
Want de kinderen genieten en de gasten ook. Het is geen aangelegenheid waarbij de kinderen braaf hun programmaatje afdraaien en de gasten braaf in hun handen klappen. Het is iedere keer weer anders en verrassend.

Dit keer kwamen Jan en Eva uit Tholen bij de kinderen op bezoek. Was het de koninginnedag, was het voetbalbranie, was het toeval, of was het gewoon oer-hollands, dat ik zoveel oranje shirtjes zag en de oranje ballonnen voor mijn ogen dansten?  Het was in elk geval een vrolijke noot.

Voordat Jan en Eva naar Bali reisden, raadpleegden zij eerst het internet voor logies en bestemmingen. Bali is een eiland waar men zich niet zo gauw verveelt, maar tegenwoordig zoeken de mensen naar een bestemming die iets meer te bieden heeft dan een uitgestrekt strand en een gezellige bar. Iets waarin men het nuttige met het aangename verenigd ziet. Zij willen niet alleen zelf van een fijne vakantie genieten, maar zij willen ook een steentje bijdragen aan het leven van de mensen in het gastland voor wie de gespreide bedjes niet zo vanzelfsprekend zijn.
De kinderen van Anak Alit hebben door de Nederlandse  stichting Anakita kans op een goede opleiding en de daarbij behorende toekomstverwachtingen. De gasten die via Bali Uniek Reizen bij hun op bezoek komen,  sponsoren met hun bezoek de nodige extra’s, die het leven veraangenamen. 
Jan en Eva kwamen de website van Anakita tegen en voelden zich direct aangetrokken. Zij boekten gedurende hun verblijf in Ubud een tweedaags bezoek aan Petak en dat bezoek viel bij toeval juist op de Nederlandse koniginnedag. Vandaar.

Uiteraard was het een stralende dag. Rond 10 uur werden de gasten opgehaald en ruim een half uur later werden zij begroet door een groepje uitgelaten donderstenen, die allemaal persoonlijk een handje wilden geven en met hun beste Engels voor de dag kwamen. “Hello, how are you!!”  En nog voordat de wedervraag werd gesteld, riepen zij de gasten toe: “I am fine!!”
Niet alleen de gesponsorde kinderen waren van de partij, maar ook een paar ouders en een aantal broertjes en zusjes. De meisjes hadden mooie bloemenkransen gemaakt van afrikaantjes en ‘bunga jepung’ en stonden klaar om ze rond de halzen  van hun gasten te hangen.

Er was een programma gemaakt, bedoeld om de gasten kennis te laten maken met het dagelijks leven van een Balinees gezin. Een paar flinke jongens klommen behendig in de palmen om kokosnoten te verzamelen en ibu, de vrouw des huizes, demonstreerde hoe er uit het vruchtvlees van de noten santen (kokosmelk) en olie werd gewonnen op een eenvoudig vuur van droog sprokkelhout tussen een paar stenen. Een zacht briesje maakte de afzuigkap overbodig. In de Nederlandse winkels wordt het voedsel vooral aangeboden in pakjes en blikjes met in heel kleine lettertjes de vermelding van de ingredienten en de voedingswaarde. De kokosnoten in Bali hebben geen streepjescode; de voedingswaarde varieert per seizoen en alles van de grote noten is bruikbaar en ecologisch verantwoord. Het vocht van de jonge noten is heerlijk om te drinken en wordt vooral aanbevolen voor zwangere vrouwen. Uit het vruchtvlees wordt het vocht geperst, dat samen met de kokospulp veelvuldig wordt gebruikt in de Oosterse keuken. Uit dit vocht wordt bovendien olie gewonnen, die geschikt is om te bakken en voor massages. Het hele proces werd op ontspannen wijze gedemonstreerd aan de gasten, die tussen neus en lippen door les kregen in het vlechten van sierstukjes uit repen palmblad.

Ook Komang liet zien dat zij een heuse Balinese vrouw is door met behendige vingers en in rap tempo een sierlijk offertje te maken. Op een traditioneel Balinees plateautje onstond een torentje van mandjes en bloemetjes, zoals die gewoonlijk geofferd wordt in de tempel op hoogtijdagen. En zulke dagen zijn er heel veel in Bali. Het gezegde ‘leven als God in Frankrijk’ verliest zijn kracht als men ziet wat er voor de Godheid in Bali wordt bereid.

Terwijl de trouwe Nyoman bezig was met het klaarmaken van de lunch, werkte de talentvolle Adiana geconcentreerd aan een houtsnijwerkje voor de gasten. In zeer korte tijd verschenen in relief de namen van de gasten tussen sierlijke bloemenranden. De lunch bestond uit een palet van een heuveltje rijst met daaromheen een gebakken visje, stukjes gebakken kip, een geblancheerde groenten mélange en een dotje heerlijke verse sambal. Ter afsluiting werd er een schaaltje vers gesneden fruit gepresenteerd. Intussen had Adiana zijn houtsnijwerkje voor de gasten afgemaakt en beschilderd in diep-bruin en goud. Trots kwam hij het aanbieden en uiteraard ging het van hand tot hand om te worden beoordeeld en bewonderd. Later in de middag zou hij samen met Lego nog een demonstratie geven van de werkwijze waarmee een relief tot stand komt. En uiteraard mocht Jan het ook even proberen. Het was wel even wennen om –in kleermakerszit- te beitelen aan een stuk hout tussen je tenen.

Weer andere kindjes stonden te popelen om hun gasten een demonstratie Balinees dansen te geven. Toen het hun beurt was, werd de muziek installatie in orde gemaakt en op de eerste klanken van de gamelang kwam een groepje van vier  ranke kleine meisjes naar voren om een welkomsdansje op te voeren. Op het strakke ritme bewogen hun poppenkopjes aandoenlijk heen en weer en in de details zoals mimiek en handgebaren herkende men de aankomende professionaliteit  van de diva’s in de dop.  Zodra het dansje was beeindigd, werden ze ineens weer kinderen die zigzaggend en giechelend van het podium huppelden.
Een jongen, die van dansen houdt is in Bali geen mietje. Maar het dansje dat de kleine jongens na de meisjes opvoerden was wel iets stoerder.
Na het dansen waren Eva en Jan zelf aan de beurt. Zij deelden oranje ballonnen rond, en in enkele tellen stonden alle kinderen met bolle wangen te blazen om het geliefde speelgoed op scherp te stellen. Tussen de ronddansende kinderen zweefden de oranje bollen door het leslokaal en in de tuin. Regelmatig knalde er een ballon kapot en ging er een gejuich op. Niets is voor de eeuwigheid en een ballon al helemaal niet. Maar deze dag kon niet meer stuk en de herinnering is blijvend.

Bali, Ubud, De zin of onzin van rituele verrichtingen.

Het voortrazende regenseizoen veroordeelt ons soms tot een langdurig verblijf op een overdekt terrasje in -bijvoorbeeld- Warjihouse.
Ter verpozing filosoferen wij wat over religie en de zin van het bestaan. Uit het kleine magazine “Ubud Community” citeert mijn bevriende gast een reeks ceremoniele verrichtingen, die men de komende dagen in Bali kan verwachten. Vandaag, de 23e september begint het feest met de viering van Purnama (volle maan); de 24e begint men aan de voorbereidingen van Saraswati-dag (godin van de wijsheid) gevolgd door Saraswati-dag zelf, uiteraard op de 25e september. Op de 26e, zo vervolgde hij, krijgen we de Bahyu Pinaruh, de zuivering met heilig water. Op de 27e Soma Ribek, de dag om tot Dewi Sri, de godin van de rijst te bidden, gevolgd door Pagerwesi op de 29e, de dag die gewijd is aan Sanghyang Pramesti Guru, de God van het universum.
Daarna valt er een stilte van vier dagen voordat er weer een speciale dag komt. Maar de meeste dagen in Bali zijn bijzonder en gewijd aan een of andere zaak van groot of minder groot belang. En ook op gewone dagen zijn vooral de vrouwen druk in de weer met het vlechten van kleurige en sierlijke niemandalletjes, die blijk geven van hun toewijding aan de Goden die heersen over leven en dood; geluk en tegenspoed.

Met vele anderen peinst mijn vriend hardop over het nut van deze toewijding en speekt hij zijn ongeloof uit over het geloof en wellicht de angst, die de Balinezen aanzet tot hun religieuze inzet, die niet alleen veel tijd maar vooral ook veel geld kost.
In een land als Nederland is de religie inmiddels een zeer ondergeschikte rol gaan spelen, maar in vroeger tijden, en niet eens zo lang geleden, was dat wel anders en goed vergelijkbaar met de rol die de religie in het leven der Balinezen speelt. Ik kan me een gereformeerde donderpreek nog goed herinneren en een donatie van 10 % van het bruto inkomen aan de katholieke kerk voor het onderhoud van deze instelling was niks bijzonders. Zelfs de eenvoudigste begrafenis kost spaarcenten of een deel van de erfenis. Bovendien kent de katholieke kerk minstens 365 heligen, die even zovele dagen een schijn van heiligheid geeft en ik weet zeker dat het er meer zouden zijn geweest als het aantal dagen per jaar niet tot dit getal beperkt was gebleven.
Voorheen verhief ‘het ware geloof’ zich nog boven ‘bij-geloof’ en ‘animisme’; tegenwoordig heeft ‘ongeloof’ de overhand.
Althans, zo lijkt het. Want een bestaan zonder zin is te ondraaglijk voor woorden. Men weigert eenvoudig te geloven dat er een bestaan bestaat zonder zin. De zin ervan is echter moeilijk te doorgronden voor eenvoudige schepselen die geneigd zijn om er een zeer persoonlijke individuele waarde aan toe te kennen. En zo laatdunkend als men zich waagt uit te laten over geldverslindende exotische rituele gewoontes, zo zelfgenoegzaam komt men aanzetten met pendels, tarot-kaarten, yoga-clubjes en andere fratsen die in essentie niet verschillen van de religieus getinte wijdingen.

Men verbaast zich over de ijver waarmee men in Bali offerandes creeert, hoewel het in zo’n groep bezige dames meestal heel genoeglijk toegaat. Die doen voor een groepje biljartende mannen of een bridgeclubje niet onder en wat is daarvan het nut, behalve de saamhorigheid? Nu ik het er toch over heb, wat is het nut van de tijdsbesteding in onze eigen cultuur als we bezig zijn met een postzegelverzameling, een cryptogram, een borduurwerkje, duivenmelken of het wit kalken van een muurtje?
Ik hoef daar niet lang over na te denken. Zolang we ons er goed bij voelen maakt het niet uit of we mandjes vlechten, dan wel de loop der planeten volgen en is het nuttig genoeg. Als we daarbij dan ook nog het idee hebben, dat we een aardbeving afweren of een verkeerde loopbaan voorkomen, is dat geweldig. En als de tijd rijp is, kunnen we altijd nog het wiel uitvinden. Eureka!

Bali, Ubud, Kroniek Warjihouse aflevering 37, Een upacara bij Nyoman thuis.

 
de familie-tempel

De 5-jaarlijkse Upacara Ngentang Linggih.

In Bali heeft -zoals bekend- elk huis een familie-tempel en die tempel is -zoals alles en iedereen in Bali- regelmatig jarig. Verjaardagen worden elke zes maanden gevierd, en elke twaalf maanden, maar de grotere vieringen vinden om de vijf jaar plaats en de allergrootste om de vijftig jaar.
In het huis van de zeer omvangrijke familie van Nyoman wordt deze maand de vijfjaarlijkse viering van de tempel gehouden, die duurt van 5 tot 14 juli. Deze speciale viering heet Ngentang Linggih. Het hoogtepunt van deze viering viel op 8 juli en voor die gelegenheid was ik nadrukkelijk uitgenodigd.


staand, links: VIP Nyoman Katek

Het zou de eerste keer worden, dat ik op bezoek kwam in het ouderlijk huis van Nyoman. Ik was wel vaker uitgenodigd, maar het kwam er eenvoudig nooit van omdat we moeilijk allemaal tegelijk in Warjihouse gemist konden worden. En omdat het hun feestje was, vatte ik het als mijn taak op om Warjihouse te laten draaien. Ook dit keer kwam het zeer ongelegen omdat er nog een stapel wasgoed lag van enkele dagen en wij een groep van vijf gasten verwachtten, waarvan niet bekend was, hoe laat ze zouden komen.


hooggedragen offerandes

Maar nu heb ik naar Balinees voorbeeld alles ondergeschikt gemaakt aan deze upacara en rond een uur of elf reden Nyoman en ik in colonne naar Saba in Blahbatuh, waar de familicompound was gevestigd in de banjar Banda. De streek is er bijzonder mooi. De familie woont niet ver van de rivier Petanu, die wat hogerop een waterval heeft, waar ik vaak ben geweest. In de omgeving van Saba zijn sawahs en natuurgebieden. De uitgebreide desa heeft nog niets van zijn oorspronkelijkheid verloren en maakt een welgestelde indruk. Binnen de muren van de compound was het een gezellige drukte, Rijp en groen krioelde door elkaar, iedereen was volgens de traditie heel netjes gekleed en men bediende zich van een breed buffet dat op een der terrassen stond opgesteld. Babi en ayam waren rijkelijk in vele gerechten verwerkt en ik liet me bij deze speciale gelegenheid niet weerhouden.


Ineke en Made

Ik werd direct door een paar dames uit de familie uitgenodigd om bij hen te komen zitten. Met een paar woorden Engels van hun kant en een paar woorden Indonesisch van mij kwamen we tot een eenvoudig kennismakings gesprekje. Nyoman, die zich in Warjihouse gewoonlijk van een bescheiden kant laat zien, liep in het huis van zijn familie rond als een belangrijke heer, die al tot de oudere garde behoorde. Ik maakte kennis met zijn vader en moeder en kwam er zijn jongere broer Ketut tegen, wiens jongste kind, dat naar mijn gevoel nog maar zo kort geleden was geboren, al rondhuppelde tussen de andere kinderen. In de twee rijk versierde tempels, die samen een terrein besloegen dat bijna net zo groot was als het stuk grond waarop Warjihouse is gebouwd, waren priesters bezig met het prevelen van bezwerende formules onder begeleiding van een koperen bel. Hoog opgetaste offerandes werden onafgebroken aangedragen op de hoofden van beeldschone dames in kleurige kebaya’s.


rechts: Kadek Cantik

Na een paar uur wilde ik terug naar Ubud, omdat Warjihouse onbemand was. En zie dan maar eens, dat je de weg terug vindt. Op de heenweg had ik achter Nyoman aangereden en weinig acht geslagen op herkenningspunten. Nu wist ik in de wirwar van paden en weggetjes niet meer of ik links, dan wel rechtsaf moest gaan. Omdat Ubud meer landinwaards ligt, koos ik voor een weg, die omhoog leek te leiden. En ja hoor, na een paar honderd meter maakte de weg een ruime bocht naar rechts en ik kwam uit bij zee.

Ik denk niet dat ik op eigen gelegenheid in staat zou zijn om het familie-huis van Nyoman te vinden. Volgens Nyoman kan dat echter geen probleem zijn:
“In Blahbatuh you ask the way to Saba; in Saba you ask the way to banjar Banda; in Banda you ask for I Nyoman Katek. That is me. Everybody there knows who is I Nyoman Katek.”

Indonesia, Bali, de jarige huistempel

 

Ieder Balinees familie-huis heeft een ommuurd stukje op het erf, waar de huistempel is opgericht.
De huistempel bestaat uit verschillende onderdelen. Niet alle huistempels zijn hetzelfde, maar in elk geval bevinden zich op dat terrein de spirituele onderdelen die van belang zijn voor de bewoners van het betreffende huis: de drie verschijningsvormen van God; de spirit van de voorouders en de tempel van de zon. Het is de plek, waar geofferd wordt op belangrijke dagen, zowel met betrekking tot de kosmos als tot de familie. Elk halfjaar wordt bovendien de verjaardag van de tempel zelf gevierd. (deze viering heet RAINAN, anggara kasih) De plaats en volgorde van de tempel-onderdelen worden met behulp van een priester zorgvuldig uitgekozen. Daarbij wordt erg gelet op de situatie van de omgeving met betrekking tot het dorp en de weg, maar ook de zonsopgang en de ligging ten opzichte van b.v. de zee en de bergen.
Zo is alles wat in de richting van de vulkanische berg wijst, gewijd aan de goden, terwijl de zee juist verwijst naar de slechte geesten. Hetzelfde geldt voor het oosten en het westen, die verwijzen naar de zonsopgang (positief) en de zonsondergang (negatief).
Toen ik bij een familie in het gehucht Sakti (ten noorden van Ubud) op bezoek was ter gelegenheid van de verjaardag van hun familie-tempel, kreeg ik van de oudste zoon Wayan een rondleiding langs de verschillende tempelonderdelen.
De pondok, die in de noordwestelijke hoek staat opgesteld, dient voor het plaatsen van de offerandes en als zitplaats voor de priester bij belangrijke gelegenheden. Vanaf de pondok liep ik met Wayan langs de volgende onderdelen:

1 PIASAN : de zojuist genoemde pondok.
2 TAKSU : de zetel van de spirit van het werk. Hier wordt geofferd ten gunste van een goede baan of een vruchtbaar bedrijf.

3 SAREN : hier wordt geofferd opdat men kan behouden wat men heeft verworven.

4 GEDONG SARI : dit tempeltje is specifiek gericht op het verwerven van geld.
5 PADMA : deze tempel in de vorm van een zetel is opgericht ten gunste van de zon, beschermer en onderhouder van de natuur en is -uiteraard- geplaatst in de richting van de zonsopgang.

6 GEDONG SINEB : deze tempel staat symbool voor de weerslag van de zegeningen op het karma.

7 KEMULAN : een tempeltje ter aanbidding van de godsbegrippen Brahma (schepper), Vishnu (leven) en Shiva (sterven, overgang)

8 SEDAN RURAH : bescherming, bodyguard, toegewijd personeel.

9 PELINGGIH DEWA YANG : de spirit van de voorouders.

10 APIT LAWANG : altijd geplaatst tegenover de ingang van het tempel terrein en ter verwelkoming van de goede spirit. Links en rechts van de APIT LAWANG staan altijd twee bewakers.

Het is duidelijk dat het economische welvaren enorm belangrijk is voor deze familie.
De onderdelen 2, 3, 4 en 6 houden rechtstreeks verband met het verwerven van welstand.
Overigens wordt er niet alleen aan de goden geofferd. Ook de kwade geesten krijgen hun deel, zij het iets minder.
Het lijkt een soort kat-en-muis spel. De kwade geesten worden misleid met offertjes of met ongelijke traptreden.
Bij een crematie wordt de lijkbaar zelfs met een enorme vaart rondgedraaid op een hoek van de straat, opdat de slechte geesten duizelig worden en de richting kwijtraken en zodoende de overledene niet kunnen volgen op zijn weg naar de spirituele wereld.

Ik merk op, dat de mensen in het verre westen ook werken, geld verdienen, soms rijk worden, soms pech hebben, enzovoort, net als Balinezen, maar dat zij toch nooit offeren en ook geen kwade geesten rustig houden.
Hier glimlacht de Balinees minzaam. Westerlingen zijn geen Balinezen. Al die belangrijke zaken gelden alleen voor Balinezen, het onmiskenbaar uitverkoren volk.

 

Indonesia, Bali, de balian, traditional healer

Een bezoek aan balian Jrow Jlada in Payangan.

Jrow Jlada (10)

Tegenwoordig zijn er in Bali veel ziekenhuisjes en doktersposten waar de bevolking dagelijks terecht kan voor medische problemen.
De moderne artsen zullen echter de traditionele healer, de balian, nooit verdringen. Dit heeft te maken met de Balinese traditionele opvattingen van het ziek-zijn. Ziek worden heeft in Bali altijd een spirituele oorzaak. Men wordt niet zomaar ziek. Iemand die ziek wordt, is pramada, ofwel: ongehoorzaam aan de goden. Hij heeft iets verkeerd gedaan. Het kan een verkeerd offer zijn geweest, of het bezoedelen van een heilige plek.
Maar het kan ook zo zijn, dat iemand anders hem ziek heeft gemaakt met een soort ‘zwarte kunst’. Iemand die jaloers is, of boos.
Wie in Bali twijfelt aan de oorzaak van zijn ongesteldheid, bezoekt een balian. Een balian is altijd iemand, die meer in contact staat met de wereld der geesten, dan gewone mensen. In oorsprong was de taak van een balian om de spirit van een pasgeborene te identificeren. Het gaat meestal om een voorouder in rechte lijn, die is geincarneerd in een nakomeling. De identificatie van de nieuwkomer is erg belangrijk, want daarmee wordt vastgesteld tot welke clan het kindje behoort. In zijn Kawitan (clan tempel) moeten de offers voor dit kind worden gebracht, zeer in het belang van dit nieuwe familielid. Maar ook familievoorwerpen en gebeurtenissen uit het verleden kunnen in het leven van de nieuwe telg van belang worden. De balian speelt hier dus een cruciale rol. Het contact dat de balian onderhoudt met de geesteswereld dwingt veel respect af, maar kan mensen ook angstig maken. Balians zijn in staat tot het bedrijven van ‘zwarte kunst’, dus je kunt ze maar beter te vriend houden.

Jrow Jlada (4)

Behalve het herkennen van de gereïncarneerde geest in een pasgeboren kind, hebben balians vaak nog een andere specialiteit, die meer betrekking heeft op ziekte en gezondheid. Niet zelden is iemand balian geworden doordat hij zelf ooit worstelde met een ziekte, waardoor hij in contact trad met de andere wereld. De op die wijze overwonnen ziekte is later vaak het specialisme van betreffende balian. Dit maakt ook, dat er veel soorten balians zijn. Zo is bij voorbeeld een balian tulang iemand, die gebroken beenderen geneest, een balian terang houdt de regen in bedwang, een balian kebal is specialist in liefdes aangelegenheden en een balian apun werkt met een speciaal soort massages, waarbij mantra’s en heilig water worden gebruikt. De balian taksu, vaak een vrouw, is een spiritueel medium.
Veel van deze balians worden door de locale bevolking geraadpleegd als een soort huisarts. Hij weet vaak wel raad met een kwaaltje hier en een probleempje daar.

Jrow Jlada (13)

Ook buitenlanders, die te maken hebben met problemen van onbekende oorzaak of met hardnekkige kwalen, kunnen bij de balian terecht. Zo bezocht ik een paar maanden geleden balian Jrow Jlada uit Payangan, die een gast van mij hielp met een heilzame behandeling tegen psoriasis aan handen en voeten.
De goedlachse man sprak geen Engels en kon zich zelfs niet uitdrukken in het Bahasa Indonesia, maar dat maakte in dit geval weinig uit. Het zien van haar beschadigde huid was voor hem voldoende voor het stellen van een diagnose. Op zijn aanwijzingen maakte een medewerkster een papje waarmee de zieke plekken moesten worden behandeld en hij had ook nog een paar flessen gistende jamu in de aanbieding, die zouden helpen tegen elke kwaal. Zelf leed ik aan een bronchitis, die zelfs na een tweede antibioticum-kuur nog niet was genezen. Een Balinese tolk legde het probleem aan Jlada voor en allereerst werden mijn voeten aan een onderzoek onderworpen. Op een zeer pijnlijke manier werden mijn tenen aangepakt en ik stond op het punt om af te haken, toen de balian een middeltje ging brouwen, dat ik zou moeten opsnuiven. Ik moest mijn linkerneusgat dichthouden en de vloeistof, die mij werd voorgehouden op een lepeltje met het andere neusgat krachtig opsnuiven. Argeloos deed ik wat mij was bevolen. En dat was VRESELIJK. Het deed zo verschrikkelijk veel pijn, dat ik gillend opsprong en daarna jankend aan de rand van het terras met mijn hoofd naar beneden hing, terwijl de tranen over mijn wangen stroomden. Het voelde aan alsof de slijmvliezen van mijn neus, keel en luchtpijp met ammoniak waren verbrand en ik was er zeer ongerust over. De balian was mij achterna gesprongen en wreef ijverig over mijn rug en mijn nek. Een vrouw bracht me een bak water en een handdoek, die beide al klaarstonden. De pijn duurde een half uur en ebde daarna weg. Uit mijn neus stroomde voortdurend kleurloos vocht. Ook voor mij werd er een fles jamu klaargemaakt: drie maal daags een vol glas in één teug leegdrinken.
De betaling konden wij voldoen na genezing en de hoogte ervan werd aan onze beleefdheid overgelaten. Terloops werd er nog opgemerkt, dat Jlada erg van brandy hield. Wij namen roerend afscheid. Ik tranend en Jrow Jlada lachend. Sampai jumpa !

Jrow Jlada (2)

Tot mijn verbazing was de volgende ochtend de bronchitis geheel verdwenen.
De voetzolen van mijn gaste waren gaaf en glad en de binnenzolen van haar sandaaltjes waren oranje gekleurd door een stof die in het geneeskrachtige papje zat. Dezelfde week nog gingen wij terug naar onze balian met een beurs vol nullen en een fles brandy. Lachend werden wij opgewacht.

Bali, Ubud, een massa – crematie

Een massa-crematie in de desa.

crematie petak (30) 

Vele toeristen hopen een uitbundige crematie mee te maken, als ze naar Bali komen. Als er een lid van de koninklijke familie wordt gecremeerd is het een enorme drukte op de plaats der plechtigheden en lopen de hotels vol. Zo’n crematie is een heel dure aangelegenheid. De status van de overledene is dan ook duidelijk af te lezen aan het vertoon waarmee de crematie gepaard gaat. Hoe groter, hoe hoger, hoe langduriger, -kortom-, hoe duurder de crematie, hoe belangrijker de familie. Met de nodige gevolgen natuurlijk, want wie wil er niet belangrijk zijn. Voor de gewone man, die maar net zijn hoofd boven water kan houden is dit een enorme belasting, waar hij niet onderuit komt. Het is al net als in Nederland: als de buren een mooie nieuwe auto kopen, kun je niet achterblijven. Hier is het echter schrijnender, omdat het tot gevolg kan hebben, dat gezondheidszorg en scholing erbij inschieten. Statusverhogend uiterlijk vertoon draagt dus per saldo enorm bij aan de armoede.

crematie 21-08-09 (10)

Het is dan ook niet verwonderlijk, dat sommige mensen, die wat beter over deze kwesties nadenken, proberen om daar verandering in te brengen. Om de kosten te drukken heeft men nu de mogelijkheid van een gezamelijke crematie geschapen. Men kan dus een crematie organiseren van een aantal familieleden bij elkaar, maar ook van bij voorbeeld een heel dorp. Omdat ook de koninklijke families crematies organiseren van meerdere familieleden tegelijk, werkt het niet statusverlagend.

crematie 21-08-09 (7)

Gisteren maakte ik een echte dorpscrematie mee. De voorbereidingen duurden weken en ook de afwikkeling zal vele dagen in beslag nemen. Op de dag van de crematie zelf werden alle familieleden, die begraven waren, boven de grond gehaald en schoongemaakt. Een heidens karwei en niet bepaald een fris werkje. Van mensen, die al jaren geleden waren overleden, waren er nog slechts botjes over, die men kon afborstelen en schoonspoelen. Er waren echter ook nog lichamen bij van mensen, die nog maar kort daarvoor waren gestorven. Die waren nog intact of verkeerden in -gedeeltelijke- ontbinding. Westerlingen vallen al flauw bij het idee, maar ook hier vinden de familieleden dat geen plezierig karwei. Vooral het heengaan van jonge mensen brengt veel verdriet met zich mee. De geest van de overledene wordt weliswaar bevrijd tijdens de crematie, maar de familie moet toch het gezelschap van hun dierbare missen.

crematie 21-08-09 (21) 

De stoffelijke resten werden verzameld in kleurig versierde kisten, soms in de vorm van een stier, zelfs een vis, maar de meeste in een gewone rechthoekige kist. Die waren geplaatst op bamboe stellages naast de laatste rustplaats: lege kuilen. In totaal telde ik 31 torens. Ik kwam pas op de begraafplaats toen de voorbereidingen bijna gereed waren. Het was er een enorme drukte van familieleden en belangstellenden.

crematie 21-08-09 (12)

Er werd gelachen, gehuild, gepraat, gegeten en gedronken. Jonge kippen werden hoog in de lucht gegooid als symbool van de bevrijde geesten. Mensen en kinderen doken erop af. Degene, die zo’n kip vangt, mag zich verheugen in een lang leven. De gamelang zwol aan. Er werd van alles rond de stellages gedragen door de familieleden, terwijl een priester de stoffelijke resten besprenkelde met heilig water. Men wierp nog een laatste blik in de kist en hield de kinderen omhoog voor een laatste groet.

crematie 21-08-09 (89)

Bijna tegelijk werden alle brandstapels aangestoken. Het knetterde en knalde. Vanaf een veilige afstand keek het dorp toe. Mannen porden in het vuur of visten een gevallen botje uit de as om het opnieuw in de vlammen te werpen. Sissend vocht en ronddwarrelende aswolken deden de vrouwen terugdeinzen, de kleintjes met zich meetrekkend. Een brandslang werd gereed gehouden om in te grijpen, als dat nodig was. Mannen renden tussen de vlammende staketsels door en beschermden hun gezicht met lappen tegen de hitte. Er werd geschreeuwd en gelachen. En boven het lawaai uit hoorde ik het deuntje van de ijscoman, die op de drukte was afgekomen om zaken te doen.

crematie 21-08-09 (97)

Kroniek Warji House, Bali afl.8

Het wel en wee in een Balinees gastenverblijf

 

Nu zijn vrouw en dochter bij ons in het resort zijn komen wonen, is Nyoman een deel van zijn vrijheid kwijt. Het achterkamertje, waarin hij zich af en toe kon terugtrekken, moet hij nu delen met Made en de kleine Kadek, die elk hun eigen smaak hebben meegebracht voor wat betreft de televisie-programma’s en nog een hoop meer. Voordat ik kwam, had Nyoman het rijk voor zich alleen. Hij bepaalde de gang van zaken en het tempo, waarin ze werden afgehandeld. Omdat ik er geen bezwaar tegen had, dat zijn vrouw en dochter bij Nyoman introkken, zijn er ineens drie vrouwen, die zich met zijn zaken bemoeien. Het scheelt hem geld, maar wat moet hij er voor inleveren? Nyomans probleem wordt slechts via omweggetjes ter sprake gebracht. Met Emile besprak hij in voorzichtige bewoordingen zijn relatie tot mij, zijn nieuwe cheffin. En tegen Fiona bekende hij, dat hij er niet aan kon wennen, na twintig jaar vrijheid ineens het bed te moeten delen met vrouw en dochter. Made houdt het kamertje netjes, dat wel, en ze neemt ook een deel van het werk op zich, maar toch…

En, zoals elke huisvrouw hier, zit Made dagelijks kleine mandjes te vlechten, om die vervolgens te vullen met kleine koekjes, bloemetjes, muntjes en wat de Goden nog meer welgevallig zou kunnen zijn. In de voetsporen van haar moeder draagt de kleine Kadek op haar ranke hoofd een deel van de offerandes naar de belangrijke plaatsen van het resort. Op vaste tijden schuifelt ze naar school, waar ze nu vlak in de buurt woont. De dames lijken zich makkelijk te schikken naar hun nieuwe omstandigheden.

Ik vroeg aan Nyoman, hoe hij zijn werk indeelde, voordat ik er de lakens kwam uitdelen. Hij ging ‘s-morgens naar de markt en maakte daarna het ontbijt klaar voor de gasten. Dan deed hij de afwas en als de gasten op pad gingen, maakte hij de kamers schoon. En in de middag ging hij aan de weg zitten, tussen zijn vrienden, de gigolo’s, de venters en de taxichauffeurs.

Het leek me het beste, als hij op de oude voet verder ging en stelde voor, dat hij in de middag na het werk weer bij de straat zou gaan zitten.

En daar zit hij nu, elke middag. Een beetje, omdat hij dat gewend was en een beetje, omdat ík het heb gezegd.

 

 

 

Ineke van Gemert

 

BALI, WARJI HOUSE kroniek afl. 6

Warjihouse kroniek

Wel en wee van een Balinees gastenverblijf

wijding.jpg

Gisteren was het een gunstige dag voor ceremonies.In Ubud was van alles aan de gang. In de tempels was het een komen en gaan van torens met offerandes, de ene nog hoger en kleuriger dan de andere. Maar ook voor meer eenvoudige ceremoniën, zoals de inwijding van een nieuwe brommer of een zojuist verworven stuk land bleek het een goede dag te zijn. Alom eerbetoon, in het groot en in het klein.Zelf was ik uitgenodigd voor de inwijding van een lap sawah, waarop een huis voor langverblijvende toeristen moet worden gebouwd. Als buitenlander en mogelijk gegadigde, werd mijn aanwezigheid zeer op prijs gesteld. Ik koos een zware, Florinese sarong uit voor de gelegenheid, want als gegadigde wilde ik toch wat gewicht in de schaal leggen. Mijn outfit bleef niet onopgemerkt en Nyoman wilde graag weten, waar ik heenging. Zelf zou hij ook een plechtigheid bijwonen in de kampung van zijn familie. Om het resort niet te lang onbemand te laten, zouden Nyoman en Made elkaar afwisselen en om beurten naar de kampung gaan. Met enige zorg keek ik naar de donkere bewolking, die zich rond Ubud samenpakte. Ik sprak mijn vrees uit over een naderende bui. Volgens Nyoman zou het beslist niet gaan regenen. Op mijn vraag, hoe hij dat zo zeker kon weten, antwoordde hij, dat de priesters op een dag als deze de regen wel zouden tegenhouden. Ik hielp het hem hopen. Maar volgens hem, nogmaals, zou het zonder mijn hoop ook niet gaan regenen. Op de motorbike reed ik via Monkey Forest naar het hoger gelegen Nyuh Kuning, waar de plechtigheid zou plaatsvinden. Grote plateaux met bloemen, heilige waters en een levend kuiken werden al naar het drassig stuk land gedragen, terwijl de eigenaar me stond op te wachten. De rijstaanplant van de vorige eigenaar stond nog in de grond, maar er was al een begin gemaakt aan een betonnen oprijlaan. Een deel van de planten was geplet, waarop een blauw stuk zeildoek lag uitgespreid. Er stond een kring van schalen met attributen, die de priester nodig zou hebben. Hij liet niet lang op zich wachten. Een familielid bracht de priester achterop een brommer tot dicht bij de rand van het te wijden stuk land. Hij monsterde het terrein even en zeeg al snel neer op het blauwe doek om aan te vangen. Waarschijnlijk had hij dezelfde middag nog meer klusjes te doen. De bel rinkelde, formules werden gepreveld en de mater familias zong met rijp stemgeluid een aanvulling op het gebed van de priester. Toen moest het kuiken eraan geloven en zodra het beestje zijn kopje liet hangen, werd het zorgvuldig gedrapeerd op een gewijd vlechtwerkje en het geheel verdween al snel in een haastig gedolven grafje. Ingetogen bad de gelukkige eigenaar tot zijn goden en, zoals hij mij later toevertrouwde, voor de zekerheid ook tot Jezus Christus, de vermoedelijke god van de toekomstige bewoner van het te bouwen huis. Vandaag barstte met donderend geweld een wolkbreuk boven Ubud los. Dat was de regen van gisteren, die eindelijk werd losgelaten.

Ze hebben hier ook alles onder controle… 

Ineke van Gemert