Bali, Bali Uniek Reizen, tweede koninginnedag, oftewel de ‘dag van de arbeid’

Jan en Eva verbleven een nacht in het mooie Puri Saron Hotel, romantisch gelegen bezijden sawah en jungle. Het hotel ligt er wat afgelegen voor de gemiddelde toerist, maar voor bezoekers van Anak Alit is het een ideale plek, want op loopafstand van Petak.  Eva en Jan hadden het rijk en het zwembad voor zich alleen: zij waren de enige gasten.

Al vroeg werden zij opgehaald en naar Petak begeleid. Daar verzamelden zich een aantal grotere jongens en meisjes voor een wandeling door de sawah’s. Ook Komang en ik gingen mee op deze wandeltocht. We liepen een eindje langs de rand van de sawah, terwijl Komang ons wees op allerlei boomvruchten en er ons een paar van liet proeven. Voor Balinezen roepen die wilde vruchten herinneringen op aan hun kindertijd, maar voor ons, westerlingen, is het allemaal nieuw. Op een open stuk trokken we over smalle dijkjes tussen de velden door. Het was een beetje kaal, doordat er kortgeleden was geoogst. De eerste sawah die we passeerden,  behoort aan de familie van Komang en de opbrengst is voor eigen gebruik, maar ook de kinderen krijgen bijna dagelijks hun portie rijst van eigen grond. Bijna alle kinderen komen uit boerengezinnen en zijn zeer vertrouwd met de sawah’s en het werk dat er gedaan wordt. Bij tijd en wijle hebben zij allemaal hun steentje bijgedragen, al vanaf  jonge leeftijd.
In een open schuurtje, dat langs de akker ligt, zijn een ploeg, een jonge koe en een stuk of wat varkens ondergebracht. De koe was niet schuw, maar bekeek de bezoekers met grote ogen. De grote roze biggen waren minder nieuwsgierig maar meer belust op de aanvoer van vers voer. Het was de jeugd, die dat ijverig aandroeg en de varkens wierpen zich knorrend op de verse groenten. “Alles is puur natuur”, zei Komang lachend, “en alles wordt gebruikt. De koeiepoep gaat na de oogst direct op het land.”  Hoewel de varkens schoon en gezond waren, stonken ze behoorlijk. Volgens Komang is het houden van varkens lucratiever dan van koeien. Ze zijn goedkoper in de aanschaf en groeien sneller. Bovendien zijn ze minder kieskeurig wat hun eten betreft. En een vette ‘babi guling’ (big van ‘t spit) is erg populair onder de Balinezen.
Langs elke akker is een offertempeltje neergezet, waar dagelijks, wekelijks, jaarlijks wordt geofferd aan Dewi Sri, de godin van de padi. Sommige zijn stevig van steen opgetrokken en andere zijn eenvoudig, van bamboe en palmblad. We volgden de irrigatie kanalen, die bedoeld zijn om het broodnodige water onder de akkers te verdelen. We liepen langs de rijpe padi en de reeds nieuwe aanplant. We vergeleken de verschillende kwaliteiten rijst.  Een cassave knol werd opgegraven en geproefd. En we kwamen een aanplant van lange bonen tegen, in Nederland bekend als kouseband. Midden in het landschap kwamen we bij de dorpstempel, die kortgeleden is gerenoveerd. Er was een parkeerplaats voor scooters aangelegd: want ook hier gaat men met de tijd mee. Soms slapen mannen bij de tempel, bij voorbeeld als er juist een familielid is overleden. De sfeer rond de tempel was buitengewoon sereen. Na een bezoek aan de tempel gingen we echt dwars door de sawah’s over smalle dijkjes en hoogteverschillen. Tijdens het lopen was onze aandacht voor het pad noodzakelijk, dus men moest nu en dan even halt houden als men de schilderachtige omgeving wilde bekijken.  “Mooi he?!” zei Dede af en toe cynisch in goed Nederlands. Voor hem is een sawah landschap nog gewoner dan voor Hollanders een bloembollenveld. Even later ving hij met zijn hakmes een kleine lichtgroene slang, die hij stevig achter de kop vasthield. Maar de meesten vrezen de slang.

Onze tocht langs de akkers leidde naar de plaatselijke begraafplaats, waar de overleden dorpelingen in de aarde wachten tot ze aan de beurt zijn om te worden gecremeerd, opdat hun geest wordt vrijgemaakt  voor reincarnatie. Een paar jaar geleden vond er een massa-crematie plaats, waarbij 36 overledenen gecremeerd werden, maar ik zag, dat er inmiddels weer nieuwe graven waren opgericht. De kringloop van het leven is hier bij uitstek aanschouwelijk. Toen Dede aanstalten maakte om in een palmboom te klimmen, bleek de slang ineens verdwenen. Behendig en snel schoot hij de boom in en wierp verscheidene kokosnoten naar beneden. Tanjung stond al klaar met rietjes om het drinken van de kokosmelk te vergemakkelijken.
We maakten een ruime boog door de brede bermen tot we weer in de dorpsstraat stonden.

Inmiddels waren er veel kinderen naar het schoollokaaltje gekomen in afwachting van wat er komen ging. Hun aanwezigheid was kenbaar door het luide gekwetter dat zo kenmerkend is voor scholen en speelplaatsen. Er werden een paar tafels aan elkaar geschoven voor de lunch, die er weer net zo aantrekkelijk uitzag als de vorige dag. Een groepje jongens had een toneelstukje voorbereid en stond te popelen om dat op te voeren. Zoals wij vroeger stelten maakten van lege blikken en een touwtje, hadden de jongens hier iets soortgelijks gemaakt van halve kokosnoten. Omdat de gasten geen Balinees verstonden, was het een opvoering zonder woorden. Maar niet zonder geluid!! De wanden van het lokaaltje ketsten  het klakkende kabaal van de noten terug en de ruimte was met geluid gevuld. Ik hield mijn oren dicht terwijl ik genoot van het plezier dat de jongens zelf hadden tijdens de opvoering.

Toen de danslerares was gekomen, werden wij uitgenodigd om naar boven te gaan, waar de kinderen les kregen. Op een terras stonden de instrumenten voor de gamelan gereed, want ook dat is een onderdeel van de beroemde Balinese theater cultuur. Eva werd uitgenodigd om deel te nemen aan een dansles en Jan kreeg een plek aangewezen achter een gamelan instrument.

Het ziet er simpel uit, maar het valt toch niet mee om je aan het ritme te houden en de klanken bijtijds weer af te dempen.
Na enige oefening lukte het Eva redelijk goed om de sierlijke bewegingen te volgen en te combineren met mimiek, maar makkelijk: nee.

Het werd tijd om de gecostumeerde opvoering voor te bereiden, die in de vroege avond zou plaats vinden. Jan en Eva gingen voor een pauze van een paar uur naar hun hotel; de danslerares begon met de make-up en ik ging met een paar meiden naar Gianyar om de huurcostuums op te halen. Intussen zorgde Koyo, de dagelijkse coordinator, voor een auto om de barong op te halen. Toen de meisjes en ik terug kwamen, hadden er al enkele kinderen een gedaantewisseling ondergaan en zaten zij met hun opgeverfde toetjes rustig te wachten op de rest van de verkleedpartij.

Het liep tegen vijven toen de gasten weer ten tonele verschenen. Een rijtje prinsesjes zat rustig te wachten tot ze aan de beurt waren; jongens waren met de muziek installatie bezig; op het hoge terras werd een dinertafel gedekt; het kostuum van de barong werd binnengedragen en de eerste klanken van de gamelan lieten zich horen.
Jan zette zijn filmcamera in de aanslag en Komang installeerde een schijnwerper. Voor de opvoering, die weliswaar voor buitenlandse gasten was georganiseerd, ging men gezamelijk bidden in de familie tempel, want de performance is en blijft een religieuze aangelegenheid. Na het bidden verzamelde het eerste groepje danseressen zich achter het gordijn, dat diende als toneelingang.  De gamelan zette in en na een korte intro kon de voorstelling beginnen. Met vastberaden stapjes verschenen de meisjes één voor één vanachter het gordijn om de aanwezigen elegant te verwelkomen. Het dansje eindigde met sierlijk uitgestrooide bloemetjes en de meisjes verdwenen weer achter het gordijn.

De kleine kittige Iluh leek een metamorphose te hebben ondergaan toen ze in haar eentje schitterde als een professionele diva. Met haar jonge ranke lijfje maakte zij haast acrobatische bewegingen; haar expressie was wonderbaarlijk. Ze danste als in trance. En direct na haar opvoering was ze weer het kleine schoolmeisje met het hoogste woord.

Daarna demonstreerden twee prachtige  ‘vlinders’ een verleidingsdans waarbij ze met hun vleugelachtige rokken om elkaar heen wervelden.
De gamelan gaf alles een mystieke sfeer bij de inmiddels ingevallen schemering.
Dorpelingen waren op het geluid van de gamelan afgekomen en genoten mee van de opvoeringen. Het verveelt ze nooit. Zelfs de hele kleintjes volgden het gebeuren aandachtig.

Een dorpeling, verkleed als ‘Jauh’, voerde een ‘wayang topeng’ op (maskerdans)
De dans is deels improvisatie en de danser richt zich rechtstreeks tot het publiek.
Kleintjes kropen wat angstig achter de groteren, maar bleven toch geboeid gluren.  De leider van de gamelang ging een muzikaal ‘gesprek’ aan met de Jauh en volgde met muzikale klanken de bewegingen van de danser, die hem op zijn beurt op het verkeerde been probeerde te zetten.

Sluitstuk van de dansvoorstelling was de dans van de barong, een groot harig monster met klapperende tanden. De barong wordt gevormd door twee dansers, die respectievelijk de kop en de staart beheersen.  De danser in het staartgedeelte kan nauwelijks zien waar hij loopt en moet voortdurend de bewegingen van de voorste danser volgen. Ook de barong richt zich rechtstreeks tot het publiek en heeft vrijheid om te improviseren, al bevat de dans veel vaste onderdelen. Hij gaat altijd even zitten, valt ter plekke in slaap en duwt zijn harige manen in het publiek. Bij zijn nadering renden de kleintjes gillend weg om zich te verschuilen.
Toen de barong weer op de standaard werd gehangen, schuifelden de buren de poort weer uit en werden wij uitgenodigd om aan tafel plaats te nemen. Nyoman had weer een mooie maaltijd neergezet als sluitstuk van de avond. De kleineren vroegen permissie om naar huis te gaan en de groteren begonnen met opruimen.
Jan, Eva, Maurice, Komang en ik praatten tijdens het diner nog wat na en we wisselden uiteraard onze mailadressen uit, onder andere om elkaars foto’s te bekijken.
Toen Jan en Eva in de auto stapten om weer naar Ubud te worden gebracht, werden ze door het halve dorp uitgezwaaid.
Hebben ze het leuk gehad?  Zeker weten!

Advertenties

Bali: Gasten van Bali Uniek Reizen vieren koninginnedag met de kinderen van Petak

Al s er gasten voor Anak Alit in Petak komen, is het altijd dubbel feest.
Want de kinderen genieten en de gasten ook. Het is geen aangelegenheid waarbij de kinderen braaf hun programmaatje afdraaien en de gasten braaf in hun handen klappen. Het is iedere keer weer anders en verrassend.

Dit keer kwamen Jan en Eva uit Tholen bij de kinderen op bezoek. Was het de koninginnedag, was het voetbalbranie, was het toeval, of was het gewoon oer-hollands, dat ik zoveel oranje shirtjes zag en de oranje ballonnen voor mijn ogen dansten?  Het was in elk geval een vrolijke noot.

Voordat Jan en Eva naar Bali reisden, raadpleegden zij eerst het internet voor logies en bestemmingen. Bali is een eiland waar men zich niet zo gauw verveelt, maar tegenwoordig zoeken de mensen naar een bestemming die iets meer te bieden heeft dan een uitgestrekt strand en een gezellige bar. Iets waarin men het nuttige met het aangename verenigd ziet. Zij willen niet alleen zelf van een fijne vakantie genieten, maar zij willen ook een steentje bijdragen aan het leven van de mensen in het gastland voor wie de gespreide bedjes niet zo vanzelfsprekend zijn.
De kinderen van Anak Alit hebben door de Nederlandse  stichting Anakita kans op een goede opleiding en de daarbij behorende toekomstverwachtingen. De gasten die via Bali Uniek Reizen bij hun op bezoek komen,  sponsoren met hun bezoek de nodige extra’s, die het leven veraangenamen. 
Jan en Eva kwamen de website van Anakita tegen en voelden zich direct aangetrokken. Zij boekten gedurende hun verblijf in Ubud een tweedaags bezoek aan Petak en dat bezoek viel bij toeval juist op de Nederlandse koniginnedag. Vandaar.

Uiteraard was het een stralende dag. Rond 10 uur werden de gasten opgehaald en ruim een half uur later werden zij begroet door een groepje uitgelaten donderstenen, die allemaal persoonlijk een handje wilden geven en met hun beste Engels voor de dag kwamen. “Hello, how are you!!”  En nog voordat de wedervraag werd gesteld, riepen zij de gasten toe: “I am fine!!”
Niet alleen de gesponsorde kinderen waren van de partij, maar ook een paar ouders en een aantal broertjes en zusjes. De meisjes hadden mooie bloemenkransen gemaakt van afrikaantjes en ‘bunga jepung’ en stonden klaar om ze rond de halzen  van hun gasten te hangen.

Er was een programma gemaakt, bedoeld om de gasten kennis te laten maken met het dagelijks leven van een Balinees gezin. Een paar flinke jongens klommen behendig in de palmen om kokosnoten te verzamelen en ibu, de vrouw des huizes, demonstreerde hoe er uit het vruchtvlees van de noten santen (kokosmelk) en olie werd gewonnen op een eenvoudig vuur van droog sprokkelhout tussen een paar stenen. Een zacht briesje maakte de afzuigkap overbodig. In de Nederlandse winkels wordt het voedsel vooral aangeboden in pakjes en blikjes met in heel kleine lettertjes de vermelding van de ingredienten en de voedingswaarde. De kokosnoten in Bali hebben geen streepjescode; de voedingswaarde varieert per seizoen en alles van de grote noten is bruikbaar en ecologisch verantwoord. Het vocht van de jonge noten is heerlijk om te drinken en wordt vooral aanbevolen voor zwangere vrouwen. Uit het vruchtvlees wordt het vocht geperst, dat samen met de kokospulp veelvuldig wordt gebruikt in de Oosterse keuken. Uit dit vocht wordt bovendien olie gewonnen, die geschikt is om te bakken en voor massages. Het hele proces werd op ontspannen wijze gedemonstreerd aan de gasten, die tussen neus en lippen door les kregen in het vlechten van sierstukjes uit repen palmblad.

Ook Komang liet zien dat zij een heuse Balinese vrouw is door met behendige vingers en in rap tempo een sierlijk offertje te maken. Op een traditioneel Balinees plateautje onstond een torentje van mandjes en bloemetjes, zoals die gewoonlijk geofferd wordt in de tempel op hoogtijdagen. En zulke dagen zijn er heel veel in Bali. Het gezegde ‘leven als God in Frankrijk’ verliest zijn kracht als men ziet wat er voor de Godheid in Bali wordt bereid.

Terwijl de trouwe Nyoman bezig was met het klaarmaken van de lunch, werkte de talentvolle Adiana geconcentreerd aan een houtsnijwerkje voor de gasten. In zeer korte tijd verschenen in relief de namen van de gasten tussen sierlijke bloemenranden. De lunch bestond uit een palet van een heuveltje rijst met daaromheen een gebakken visje, stukjes gebakken kip, een geblancheerde groenten mélange en een dotje heerlijke verse sambal. Ter afsluiting werd er een schaaltje vers gesneden fruit gepresenteerd. Intussen had Adiana zijn houtsnijwerkje voor de gasten afgemaakt en beschilderd in diep-bruin en goud. Trots kwam hij het aanbieden en uiteraard ging het van hand tot hand om te worden beoordeeld en bewonderd. Later in de middag zou hij samen met Lego nog een demonstratie geven van de werkwijze waarmee een relief tot stand komt. En uiteraard mocht Jan het ook even proberen. Het was wel even wennen om –in kleermakerszit- te beitelen aan een stuk hout tussen je tenen.

Weer andere kindjes stonden te popelen om hun gasten een demonstratie Balinees dansen te geven. Toen het hun beurt was, werd de muziek installatie in orde gemaakt en op de eerste klanken van de gamelang kwam een groepje van vier  ranke kleine meisjes naar voren om een welkomsdansje op te voeren. Op het strakke ritme bewogen hun poppenkopjes aandoenlijk heen en weer en in de details zoals mimiek en handgebaren herkende men de aankomende professionaliteit  van de diva’s in de dop.  Zodra het dansje was beeindigd, werden ze ineens weer kinderen die zigzaggend en giechelend van het podium huppelden.
Een jongen, die van dansen houdt is in Bali geen mietje. Maar het dansje dat de kleine jongens na de meisjes opvoerden was wel iets stoerder.
Na het dansen waren Eva en Jan zelf aan de beurt. Zij deelden oranje ballonnen rond, en in enkele tellen stonden alle kinderen met bolle wangen te blazen om het geliefde speelgoed op scherp te stellen. Tussen de ronddansende kinderen zweefden de oranje bollen door het leslokaal en in de tuin. Regelmatig knalde er een ballon kapot en ging er een gejuich op. Niets is voor de eeuwigheid en een ballon al helemaal niet. Maar deze dag kon niet meer stuk en de herinnering is blijvend.

Bali, Ubud, Een nieuw vakantiejaar: 2011


Selamat Tahun Baru (gelukkig Nieuwjaar)

Van alle kanten wordt ons nog dagelijks een “Happy New Year” of een “Selamat Tahun Baru” toegeroepen.
Voor sommigen gaat het nieuwe jaar op oude voet voort, maar anderen verwachten veranderingen.
Een nieuwe baan, een kindje, een verhuizing, van alles om naar uit te zien of tegenop te zien.
Veranderingen kunnen een verbetering betekenen, maar ook onwelkom zijn of onzekerheid geven.
Veranderingen kunnen ons verrassen, maar ze kunnen ons ook overvallen. Ze kunnen meevallen en ze kunnen tegenvallen.
De beste manier om met veranderingen om te gaan is ze te omarmen en er uit te halen wat er in zit.
Want wat is het leven anders, dan een lange reeks voortdurende veranderingen?

Dat er iets in Warjihouse gaat veranderen is zeker. Onzeker is nog voor wie het zal meevallen en voor wie het zal tegenvallen.
In elk geval wens ik Nyoman, Made, Wayan en Kadek een voorspoedig 2011 en Ketut Suta en familie veel succes met de renovatie van Warjihouse 1 & 2.

Nog een krappe maand en dan is het voor mij geschiedenis.
De website van Warjihomestay gaat uit de lucht. Gasten voor Warjihouse zullen hun boekingen moeten maken bij de website van Widya: http://www.warjibungalow.com . Het oude mail-adres (warjihouse@hotmail.com) blijft nog even actief om geinteresseerde gasten door te verwijzen.

Mijn nieuwe avontuur heet

 

 

Bali Batin Bungalow .
Gasten die geinteresseerd zijn in mijn nieuwe guesthouse kunnen al een kijkje nemen op de nieuwe website: http://www.balibatin.com .
De site is nog in bewerking en er moet nog van alles aan worden verbeterd. Daar is een beetje tijd voor nodig.
Maar ik heet u welkom op mijn site en zeer zeker in mijn mooie bungalow.


Bali, Ubud, andere tijden, hogere eisen. Warjihouse, kroniek afl. 38

In mijn tienertijd logeerde ik in de zomervakantie bij een tante, die aan zee woonde. Dat was geweldig. Het strand lag practisch voor de deur. Elk weekeinde was er wel ergens een danstent, waar rock en roll zelfs de meest verlegen muurbloempjes op de dansvloer lokte. En aan vriendinnen stuurde ik anzichtkaarten met in cryptische bewoordingen een voorproefje van de avontuurlijke verhalen waarmee ik later thuis zou komen. Ook mocht ik een keer mee met een schoolvriendinnetje en haar ouders, die in Frankrijk gingen kamperen. Met z’n allen lekker vrij in de natuur. Stokbrood met boter en brie. Een voorzichtige Franse zoen -of wat daarvoor doorging-. Er was weinig geld, geen internet, geen mobiele telefoon. Iedereen hurkte op hetzelfde toilet en om je bordje in het gootsteen te kunnen afwassen wachtte je geduldig op je beurt. En we zongen: “Pour moi la vie va commencer”

Zo’n tien, twintig jaar later kreeg men belangstelling voor verre bestemmingen. Indonesie was in trek bij de backpackers. De prijs van een vlucht was pittig, maar wie beschikte over een geldige studentenkaart, kon een aardige korting krijgen. En als je eenmaal in Indonesie was, kostte het leven nog maar een habbekrats. Je moest wel kakkerlakken gedogen als bedgenoot, en een vies toilet. Warme douches waren er bijna niet en met het openbaar vervoer verplaatste je je tussen de balen rijst en bosjes levende kippen. Brieven kon je tussen de beduimelde enveloppen in het bakje ‘poste restante’ vinden in het plaatselijke Kantor Pos.

Het zal ongeveer in die periode zijn geweest, dat Warjihouse werd gebouwd. Het aantal toeristen groeide jaarlijks en de kleine warung van homestay Pandawa groeide uit tot een luxe supermarkt met een grote muziekafdeling waar men goede zaken deed in illegaal gekopieerde cd’s van populaire muziek. Binnen tien jaar moest Warjihouse zich aan de veranderende eisen aanpassen en zijn koudwater mandi’s vervangen door warme douches met ligbad. Internet deed zijn intrede en de anzichtkaarten stonden te vergelen in de rekjes. De verbindingen waren nog traag en soms viel de stroom uit, maar de toon was gezet.
Vroeger peinsde men er niet over om met een kind naar een ontwikkelingsland te reizen, maar tegenwoordig komen er hele gezinnen uit Europa over voor aan paar weken vakantie in Bali. Het aantal backpackers onder de toeristen is nog maar een handjevol. De huidige toeristen komen voor de watersport, voor de golfbaan en voor de spirituele ontplooiing. Elke straat in Ubud heeft een keur aan yoga-clubjes, massagesalons, winkeltjes in kleding, kunst en antiek, enz. De souvenirs van voorheen vinden geen aftrek meer.
Ook aan de gastenverblijven worden hogere eisen gesteld. De huidige toerist lijkt een zwembad, airco en wifi als voorwaarden te stellen. Wat dat betreft is Warjihouse nog niet aangepast; voor het internet moet men nog steeds naar de shop op de hoek, voor een beetje extra koelte is men aangewezen op een plafondfan en het zwembad is maar net groot genoeg voor een paar goudvissen.


 
Op de website hebben we het daar niet over. Je laat zien wat je te bieden hebt en doet dat gunstig mogelijk. Echter, als potentiele gasten in er in hun mail naar vragen, antwoord ik, dat we geen zwembad hebben, maar dat men tegen een kleine vergoeding bij de buren mag zwemmen. Dat we geen wifi hebben, maar dat de internetshop in een straal van 50 meter rond Warjihouse te vinden is. En dat we geen airco hebben, maar dat Ubud niet zo vreselijk warm is ‘s-nachts en dat een plafondfan volstaat. Warjihouse biedt een goed bed, een warme douche en een heerlijk ontbijt.
Dat is dus helemaal uit de tijd. Toeristen komen hier niet om de wereld ontdekken of de gewoontes der Balinezen te onderzoeken. Die avonturiers had je vroeger. De huidige toerist wil even weg uit het jachtige dagelijkse leven om tot rust te komen en verwend te worden. Dat ze daarvoor naar het andere einde van de wereld reizen is bijzaak.
Het zijn vooral de jongere, moderne vakantiegangers, die wel eens teleurgesteld afhaken, als ze in Warjihouse aankomen. Geen zwembad? Geen wifi?
Ze hebben geboekt via de website, want alles wordt vooraf tot in de puntjes geregeld. Men wil in zijn vakantie onaangename verrassingen vermijden, zoals een volgeboekt hotel. “Het bleek toch al uit de website, dat we niet beschikken over die voorzieningen!” sputter ik verongelijkt tegen. De gast reageert verbaasd: “nee, maar dat spreekt toch vanzelf tegenwoordig?”
Wat gaat de tijd toch snel.
Razendsnel.

Indonesia, Lombok: een bezoek aan Kendi en de familie

 

Na twee weken werd het tijd om naar Warjihouse terug te keren.
Met Kendi had ik afgesproken dat ik op de terugweg bij hem langs zou gaan om hem en Intan op te zoeken en zijn huisje te bekijken.
De weg naar Tunjang leek nog niet zo eenvoudig, daarom spraken we af elkaar te ontmoeten in Ubung, een plaatsje aan de weg naar Praya, waar het nieuwe vliegveld van Lombok is aangelegd. Ik had een goede kaart bij me, waarop de wegen duidelijk waren aangegeven, dust ik kwam er wel uit. Dacht ik.
In het zuiden van de hoofdstad Mataram moest ik ergens linksaf. Maar waar? Op de verkeersborden stonden plaatsen aangegeven die op mijn kaart niet voorkwamen en vice versa. Na twee keer een verkeerde afslag te hebben genomen, kwam ik bij een bord, waarop zowel Lembar (de haven) als Praya (het vliegveld) stond aangduid. Als ik die weg volgde zou ik vanzelf in Ubung aankomen. Ik keek even op mijn telefoon om te zien hoe laat het was. We hadden om 9 uur afgesproken, maar het was al bijna 10 uur. Er was 11 keer naar mij gebeld, alle keren door Kendi. Toen ik hem terug belde, zat hij al ruim een uur op me te wachten (hij was goed op tijd) Ik haastte me dus in de goede richting. Ubung had ik niet herkend en ik was er doorheen gesjeesd. Met moeite kon Kendi, die me voorbij zag komen, me inhalen.

We konden direct linksaf slaan in de richting van Tunjang. De weg had nu alle kenmerken van een Indonesische B-weg met zijn hobbels en kuilen. De omgeving, waarvan Kendi had gezegd, dat hij niet erg bijzonder was, vond ik verrassend mooi. Hoewel iets minder spectaculair dan in Bali, wisselden jungle en sawah elkaar liefelijk af. We passeerden kleine dorpjes, waar ik nog oprecht werd nagestaard. Door schoolkinderen werd ik haastig nageroepen: “Hello mister, how are you!!” Als er 1x per jaar een toerist langskomt, is het veel volgens Kendi. Een heel smal pad leidde naar het groepje huizen waartussen ook het nieuwe huisje van Kendi was verrezen. Met ernstige, bijna geschokte gezichtjes keek een groepje kindjes mij aan. In hun midden zag ik de kleine Intan aan wier glinsterende oogjes ik kon zien dat ze mij herkende. Ze gaf me een slap handje en kroop weer snel tegen haar iets grotere vriendinnetje aan.

Toen we doorliepen hoorde ik haar stoer praten: ik was haar toerist. Ik stond juist het huisje te bewonderen, toen een oudere tante van Kendi kwam kennismaken. Ze drukte mij aan haar volle boezem en ik begreep dat zij de dame was, die zich al die tijd over Intan had ontfermd.
Toen ik het huisje binnenkwam wachtte mij een nieuwe verrassing: Een nichtje, Enny, die ik al eens in Ubud was tegengekomen, had een lunch klaargemaakt op het oliestel, dat Kendi zolang had geleend om eten te maken voor de mensen, die hem bij de bouw van zijn huis hadden geholpen. Kendi’s huis was nog ruw van binnen en van buiten. Maar er was al een vloer gestort en binnen lag een geleend matje om op te slapen.

De twee kamers hadden een min of meer afgescheiden slaapgedeelte, waar later een gordijn voor moest komen. Het matje werd naar voren getrokken en ik werd uitgenodigd om te gaan zitten. Er zaten prachtige handgemaakte deuren in de sponningen, die nog gelakt moesten worden, maar al voorzien waren van een slot. Ze kwamen uit op het halletje tussen de twee kamers, zodat ze niet te lijden zouden krijgen van de jaarlijkse regenbuien. Een plafond was er (nog) niet, zodat je tegen het asbesten dak aankeek. Stap voor stap zal het huis verder worden afgemaakt. Een terras heeft het huis niet, maar van het stuk grond voor het huisje wil Kendi een tuintje maken. Aan een kant is het al afgescheiden met een muur.
In de hoek van het andere kamertje lag een grote rijstzak, die ik ineens zag bewegen. Er zat een kip in. Kendi wilde hem slachten ter ere van mijn bezoek. Ik voelde me zeer vereerd, maar nee, toch liever niet. De volgende keer misschien. Ik wilde niet zo lang blijven. Als ik te laat bij de veerpont aan zou komen, riskeerde ik een middennachtelijke tocht naar Ubud en ik wilde graag op een Christelijke tijd thuiskomen. Enny serveerde het eten op de mat: rijst met gebakken aal en pittige sambal waarin bloed was verwerkt. Als toetje kregen we pakjes rode rijst met geraspte kokos en palmsuiker. Terwijl wij aten stonden de bewoners van de compound met hun handen rond hun ogen tegen het raam gedrukt om naar binnen te gluren. Een slanke oude dame permitteerde zch naar binnen te komen en mij een hand te geven. Ze was ongetwijfeld de oudste van de groep. Intan stond vooraan en had nu het hoogste woord. Het was al na eenen toen ik het gehucht weer verliet, nagezwaaid en nageroepen door de families.


 
Kendi begeleidde me helemaal naar Lembar en loodste me omzichtig langs de politie naar de boot. (3 jaar geleden is mijn rijbewijs gestolen en dat kost me bij elke aanhouding bijna 5 euro boete)
Ik zat al een uur op de boot, toen hij eindelijk vertrok. Voor de overtocht heb je een goed boek nodig, want het duurt minstens 4 uur naar Padangbai. Het was al donker, toen ik eindelijk weer van de boot af kon en ik wilde de kustweg nemen, omdat ik via Klunkung de weg niet goed ken. Echter de kustweg herkende ik ook niet, want die was over het gehele traject opgebroken wegens “operasi berbaik.” Het verkeer, dat voornamelijk uit vrachtwagens bestond, kwam maar langzaam vooruit. Links en rechts schoten motoren en personenwagens voorbij en het zand stoof in mijn ogen. Toen ik de afslag naar Sukawati tegenkwam, wist ik dat ik die naar Gianyar gemist had. Bij Pantai Sukawati ging ik dus direct de weg af. Van Sukawati naar Mas (een buitenwijk van Ubud) werd ik overvallen door een wolkbreuk. Doorweekt kwam ik in Warjihouse aan. Het was bijna 10 uur. Geen Christelijke tijd dus, maar dat kun je eigenlijk niet verwachten in het Hindoeistische Bali. De familie lag al te rusten.
De volgende dag vertelde Nyoman, dat het sinds mijn vertrek elke dag had geregend.
Ik zei: “Dan gaat vanaf vandaag de zon weer schijnen.Die heb ik namelijk uit Lombok meegebracht.”

 

Bali, Ubud, Kroniek Warjihouse aflevering 37, Een upacara bij Nyoman thuis.

 
de familie-tempel

De 5-jaarlijkse Upacara Ngentang Linggih.

In Bali heeft -zoals bekend- elk huis een familie-tempel en die tempel is -zoals alles en iedereen in Bali- regelmatig jarig. Verjaardagen worden elke zes maanden gevierd, en elke twaalf maanden, maar de grotere vieringen vinden om de vijf jaar plaats en de allergrootste om de vijftig jaar.
In het huis van de zeer omvangrijke familie van Nyoman wordt deze maand de vijfjaarlijkse viering van de tempel gehouden, die duurt van 5 tot 14 juli. Deze speciale viering heet Ngentang Linggih. Het hoogtepunt van deze viering viel op 8 juli en voor die gelegenheid was ik nadrukkelijk uitgenodigd.


staand, links: VIP Nyoman Katek

Het zou de eerste keer worden, dat ik op bezoek kwam in het ouderlijk huis van Nyoman. Ik was wel vaker uitgenodigd, maar het kwam er eenvoudig nooit van omdat we moeilijk allemaal tegelijk in Warjihouse gemist konden worden. En omdat het hun feestje was, vatte ik het als mijn taak op om Warjihouse te laten draaien. Ook dit keer kwam het zeer ongelegen omdat er nog een stapel wasgoed lag van enkele dagen en wij een groep van vijf gasten verwachtten, waarvan niet bekend was, hoe laat ze zouden komen.


hooggedragen offerandes

Maar nu heb ik naar Balinees voorbeeld alles ondergeschikt gemaakt aan deze upacara en rond een uur of elf reden Nyoman en ik in colonne naar Saba in Blahbatuh, waar de familicompound was gevestigd in de banjar Banda. De streek is er bijzonder mooi. De familie woont niet ver van de rivier Petanu, die wat hogerop een waterval heeft, waar ik vaak ben geweest. In de omgeving van Saba zijn sawahs en natuurgebieden. De uitgebreide desa heeft nog niets van zijn oorspronkelijkheid verloren en maakt een welgestelde indruk. Binnen de muren van de compound was het een gezellige drukte, Rijp en groen krioelde door elkaar, iedereen was volgens de traditie heel netjes gekleed en men bediende zich van een breed buffet dat op een der terrassen stond opgesteld. Babi en ayam waren rijkelijk in vele gerechten verwerkt en ik liet me bij deze speciale gelegenheid niet weerhouden.


Ineke en Made

Ik werd direct door een paar dames uit de familie uitgenodigd om bij hen te komen zitten. Met een paar woorden Engels van hun kant en een paar woorden Indonesisch van mij kwamen we tot een eenvoudig kennismakings gesprekje. Nyoman, die zich in Warjihouse gewoonlijk van een bescheiden kant laat zien, liep in het huis van zijn familie rond als een belangrijke heer, die al tot de oudere garde behoorde. Ik maakte kennis met zijn vader en moeder en kwam er zijn jongere broer Ketut tegen, wiens jongste kind, dat naar mijn gevoel nog maar zo kort geleden was geboren, al rondhuppelde tussen de andere kinderen. In de twee rijk versierde tempels, die samen een terrein besloegen dat bijna net zo groot was als het stuk grond waarop Warjihouse is gebouwd, waren priesters bezig met het prevelen van bezwerende formules onder begeleiding van een koperen bel. Hoog opgetaste offerandes werden onafgebroken aangedragen op de hoofden van beeldschone dames in kleurige kebaya’s.


rechts: Kadek Cantik

Na een paar uur wilde ik terug naar Ubud, omdat Warjihouse onbemand was. En zie dan maar eens, dat je de weg terug vindt. Op de heenweg had ik achter Nyoman aangereden en weinig acht geslagen op herkenningspunten. Nu wist ik in de wirwar van paden en weggetjes niet meer of ik links, dan wel rechtsaf moest gaan. Omdat Ubud meer landinwaards ligt, koos ik voor een weg, die omhoog leek te leiden. En ja hoor, na een paar honderd meter maakte de weg een ruime bocht naar rechts en ik kwam uit bij zee.

Ik denk niet dat ik op eigen gelegenheid in staat zou zijn om het familie-huis van Nyoman te vinden. Volgens Nyoman kan dat echter geen probleem zijn:
“In Blahbatuh you ask the way to Saba; in Saba you ask the way to banjar Banda; in Banda you ask for I Nyoman Katek. That is me. Everybody there knows who is I Nyoman Katek.”

Bali, Ubud, Warjihouse kroniek aflevering 36

 Van badkamer tot keuken en terug.

Toen Fiona twee jaar geleden haar intrek nam in Warjihouse, besloot ze na een week om de gehele bovenverdieping te huren. Van de kamers 4 en 5 maakte ze een gezellig appartement door de badkamer van kamer 4 te veranderen in een keukentje. Voor Fiona was het een goede oplossing in haar toenmalige situatie en toen ze na negen maanden (nee, nee, dat niet) vertrok naar een grotere woning, besloot ik de situatie van de bovenverdieping te laten zoals die was. De kamers waren namelijk nogal gehorig. In kamer 4 kon men de gast in kamer 5 horen zuchten en vice versa. Ik bood beide kamers aan voor de prijs van anderhalve kamer voor gasten die minstens een halve maand wilden blijven. Zelf bewoonde ik kamer 6 -recht onder kamer 4- die wegens zijn ligging iets minder populair is bij de gasten. In periodes dat de bovenverdieping niet als appartement in gebruik was, maakte ik zelf gebruik van kamer 4 met het keukentje, de tv en de koelkast. (kunt u het nog volgen?) Maar omdat in Bali thuis koken altijd duurder uitpakt dan uit eten gaan of eten halen in een warung, maakte ik weinig gebruik van het keukentje. De kamer werd overigens meer gebruikt als opslagruimte dan als woon- of slaapvertrek. Nyoman had kritiek op de situatie. De bovenverdieping werd zelden als appartement verhuurd en ik gebruikte kamer 6 voor mezelf. Ik onttrok dus twee kamers aan de homestay. Als die twee kamers voor de helft van de tijd verhuurd zouden worden, zou ons dat twee en een half miljoen per maand schelen: bijna twee keer zijn loon. Ik vond dat hij helemaal gelijk had. Omdat ik mijn gasten niet wil lastig vallen met de gehorigheid van de bovenverdieping en omdat ik zelf ook ergens moet wonen, besloot ik zelf kamer 4 te betrekken en kamer 6 weer in bedrijf te nemen. De aanpassingen zouden er, financieel gezien, in twee maanden weer uit zijn. Maar die moesten er sowieso komen, omdat ik volgens het contract de homestay na de contract-periode in oorspronkelijke staat moet overdragen. Dus: weg keuken! Onder de trap stond nog het oude toilet, dat ik met het oog op dit contract had bewaard.

Toen de aanpassingen voor de keuken er weer uit waren gesloopt en het toilet -schoongemaakt- weer op zijn plaats was gezet, bleken vooral de rubberen onderdelen van het toilet aan vervanging toe. Het rubber was uitgedroogd en functioneerde niet meer. Het spoelmechanisme haperde. De hulp van klusjesman Yoyo werd ingeroepen. Yoyo liep stad en land af om onderdelen, maar de toiletten van merk ‘KIA’ waren al lang uit de handel en onderdelen werden niet meer aangeleverd. Nieuwere onderdelen pasten niet. Voor het spoelen moest ik me dus behelpen met een emmer. Hoewel ik dat niet eens zo’n probleem vind, is een dergelijk mankement niet juist volgens het contract en als ik het dan toch moest veranderen, had ik er net zo lief zelf het gemak van. Ik besloot dus om het toilet zo snel mogelijk te vervangen. Toen ik kamer 6 nog bewoonde, liet ik de wastafel naar de badkamer van kamer 5 verplaatsen. Ik gebruik namelijk zelden een wastafel omdat ik mijn tanden poets tijdens het douchen en op de bovenverdieping waren om een of andere reden nooit wastafels aangebracht. In kamer 6 liet ik een wasmachine plaatsen op de plaats waar eerst een wastafel hing. Die wasmachine verhuisde mee naar kamer 4 op de bovenverdieping en in kamer zes wilde ik weer een nieuwe wastafel hebben voor mijn gasten. Om dit te regelen liet ik een loodgieter komen, die mij al eerder geholpen had met de waterpomp. Deze loodgieter, die zichzelf profileerde als een specialist in zwembaden, kon mij wel een wastafel en een toilet leveren voor twee miljoen rupiah. Maar ik kon ze wel goedkoper krijgen. Hij hoefde het alleen maar te plaatsen. Bij een bedrijf in Mas kocht ik een wastafel en een toilet, compleet met bril en deksel voor de helft en ik liet de loodgieter komen om beide te plaatsen en aan te sluiten. Dacht ik… De uitgang van het oude toilet bleek dichter bij de muur dan de uitgang van het nieuwe, waardoor het nieuwe niet zonder meer kon worden aangesloten. De rioleringsbuis moest verzinken, of de vloer moest worden opgehoogd. Het uithollen van de vloer was niet verstanding wegens instortingsgevaar volgens de loodgieter.

Dan maar ophogen, meende ik. Maar dat wilde de loodgieter niet doen. Hij was geen metselaar. Oke, dacht ik, dan doe ik het zelf wel. Het zou niet de eerste keer zijn, want in Nederland heb ik zo vaak geklust. Ik trok er dus op uit om zand, grind en cement te kopen en hoogde een deel van de vloer op. Ik kocht tegels, die pasten bij de kleur van de badkamer en maakte het netjes af. Ik plaatste het nieuwe toilet met gebruik van een nieuwe boormachine. (die kon er ook nog af) Nyoman sloeg alles met ingehouden adem gade. Yoyo kon in zijn bezuinigingsdrift nog wel eens klungelen, maar met een klussende vrouw vreesde hij het ergste.

Inmiddels moet hij toegeven, dat het er netjes uitziet. Dat het stevig staat. Dat het goed functioneert. Of ik niet een zwembad kan maken in Warjihouse? Dat zou meer gasten trekken.
Wat? een zwembad? Of dat ik het maak?

Bali, Ubud, Warjihouse kroniek afl. 35, een rustige jaarwisseling

 Alle lezers van Bali Batin een voorspoedig 2010 toegewenst.

In Ubud is de jaarwisseling heel rustig verlopen. Het is een aangelegenheid voor expats en toeristen, waar de Balinezen geen raad mee weten. Al weken lang stonden er langs de Jalan Raya Ubud handelaren in kleurige toeters. En er zou ook ergens vuurwerk te koop zijn, maar ik kon er niet achter komen waar dat was. Met een groepje gasten uit Warjihouse spraken we af uit eten te gaan bij restaurant Wayu aan de andere kant van het voetbalveld. Omdat het toch iets drukker was dan gewoonlijk, ging ik er overdag even heen om een tafel te reserveren. Het meisje aan de kassa keek mij niet-begrijpend aan. Daarom zei ik het nog even tegen de baas, die toevallig langsliep. “At seven o’clock, please.” Voordat we ons op straat begaven, dronken we eerst een wijntje in de tuin van Warjihouse. Een gekoele witte ‘Hatten’ is redelijk te doen. Toen we ons daarna op de afgesproken tijd bij Wayu meldden, werden we door de volledige staff opgewacht en begroet. We bleken de enige gasten. We werden met alle egards bediend, kregen een gratis arakje van het huis, en hebben heerlijk gegeten. Want daar zijn ze heel goed in. Na het eten zijn we gezamelijk op het stoepje gaan zitten, waar kleurrijke gezelschappen af en aan liepen. Helaas voor de jongens, maar niemand had behoefte aan transport op dit uur van de avond. Er werden regelmatig wat vuurpijlen afgeschoten met een paar bescheiden knalletjes. Ibu van de catering voorzag ons van koffie en bleef er gezellig even bij zitten. Het was al na tienen toen wij besloten om de muziek en de drukte op te zoeken. Tot onze verbazing was reggae-bar Lobong gesloten. “The laughing buddha” was overvol. In “The Lounge”, een onlangs geopende disco, zaten een paar opgedirkte muurbloempjes in rode en groene flakkerlichten te trillen op de vibratie van oorverdovende house-muziek. Tegenover Ubud Palace zou er ook nog iets te doen zijn. Het was daar heel druk op de hoek. House-muziek dreunde door de straat. Het kwam van de overdekte dansvloer, die voor de gelegenheid met gordijnen was afgeschermd. Daarachter werd gehost. De toegang kostte 30.000 rupiah met inbegrip van een biertje. De meeste mensen stonden eromheen en maakten geen aanstalten om naar binnen te gaan. Omdat het zo lawaaiig was, zagen ook wij daarvan af en we wandelden terug de Jalan Monkey Forest in met de bedoeling ergens op een terras te gaan zitten. De meeste restaurants stonden op punt van sluiten en de enige gelegenheid, waar men nog kon neerstrijken, was Ibu Rai, recht tegenover Gang Beji. Daar stond een tafel vol bierflessen en alle gasten hadden een kleurige toeter gekregen. Het personeel droeg kleurige mutsen. Ome Jan en Tante Truus kwamen in polonaise voorbij en bliezen op hun hardst op hun toeters. Wij bedachten, dat er in Warjihouse nog een koele fles wijn stond te wachten. Het liep al tegen twaalven. Toen klokslag twaalf in de verte de kleurige vuurpijlen met knallen en gilletjes afscheid van het oude jaar namen, hieven wij in de rustige tuin van Warjihouse een glas koele witte Hatten.

Bij deze heten wij iedereen welkom in het nieuwe jaar en in Warjihouse.
Ineke, Nyoman, Made

Bali, Ubud, verliefde vakantiegangers, Warjihouse kroniek aflevering 32

Vijfde deel.

 Goa Gajah

Hoewel verregend, trokken we nadat we uit de Goa Gajah naar boven waren gekomen, verder naar het strand. Het water gutste inmiddels langs mijn brillenglazen en belemmerde mijn zicht enorm, maar ik hield mijn blik gericht op de witte regenjas van Janine, die af en toe vrolijk achterom keek.

Aan de kust regende het aanmerkelijk minder en Ketut keek critisch toe (we never do like that) hoe Janine en ik direct onze sandalen uitschopten om in de branding te gaan staan. Weer stonden we te praten over de liefdesperikelen en steeds kwam er  iets in Janine naar boven, dat moest worden meegewogen om tot een conclusie te komen. Enerzijds was ze geshockeerd, dat de liefde niet voor 100 % wederzijds bleek,  anderzijds kon ze zo moeilijk afstand nemen van haar eigen verliefdheid, die de basis was geweest van haar komst naar Bali. Het hardop uitspreken van haar gedachten werkte therapeutisch.

Werktuigelijk sprongen we nu en dan terug voor een hoger oprijzende golf en dat ging zo door totdat de zoom van mijn omhooggehouden rok drijfnat was.
Inmiddels was het ook weer iets harder gaan regenen. We liepen terug naar Ketut, die in een lokale warung was gaan zitten om te schuilen. Aan zijn ogen zag ik, dat Ketut steeds meer voor Janine was gaan voelen. Ze was zo dichtbij en allerliefst, maar behoorde aan zijn ondankbare broer. En dan nog, als het uit zou raken tussen die twee; met goed fatsoen kon hij haar daarna niet het hof maken. Hij liet zich dan ook ontvallen: “ Why do all the girls fall in love with my brother? I am a much better person. I would never threat a girl like that!” Het ontlokte een gulle lach aan Janine, maar nog geen liefde.  

Toen het regenen minderde, maakten we direct aanstalten om naar Ubud terug te gaan. Ik was liever voor het donker thuis.
Mede door de donkere lucht, schemerde het al eer we in Warjihouse aankwamen en ik had het echt koud. Ketut reed direct door naar huis, want zijn familie had geen idee, waar hij uithing.
Ik stelde Janine voor om een douche in mijn badkamer te nemen, waar warm water was. Onze kleding was doorweekt en de situatie zou aanleiding kunnen zijn tot een flinke verkoudheid. Haar kamer –de zogeheten backpacker’s room- had alleen koud water. Toen we allebei waren opgewarmd, kwam Janine nog even bij mij op het terrasje zitten. Ze had haar besluit genomen: Ze wilde een motor huren bij Nyoman en een weekje over Bali rondtoeren. Helemaal alleen. Dan kon ze rustig bij zichzelf overdenken, hoe het nu verder moest. Haar bagage stalde ze tijdelijk bij een vriend en ik zou er voor zorgen, dat na een week haar kamer weer beschikbaar was. Een beetje opgelucht omdat ze nu wist, wat ze wilde, trok ze Ubud in voor het avondeten. Ik had het zelf even druk met het beantwoorden van de mail die was blijven liggen. Pas tegen 10 uur ging ik er even uit voor een portie nasi goreng.

vliegtuigje

Toen ik langs de kamer van Janine liep, zag ik aan het hangslot, dat ze nog niet thuis was.
Op de tafel van haar terrasje lag een piepschuimen speelgoedvliegtuigje.
Het lag er vreemd en doelloos, als had het zojuist een noodlanding gemaakt.

Lombok, een uitstapje naar Gili Meno deel 1

In de jaren ’90 van de vorige eeuw kwam ik voor het eerst op de Gili eilanden, een groepje van drie zanderige heuveltjes, die uit de zee oprijzen voor de noord-west kust van Lombok. Gili Trawangan, Gili Meno en Gili Air.
De voorzieningen waren minimaal tot schaars. De plaatselijke vissers staarden je aan, als waanden zij zich op een onbewoond eiland. Er woonden wel een paar mensen daar, in een kampong op het midden van het eiland en er waren een paar paalhutjes aan het strand om in te rusten uit de zon.  Voor een paar centen kon je met een bootje meevaren en voor een paar centen gaf een vissersvrouw wat eten.  Verder waande je je op een onbewoond eiland, verlost van de overdaad aan prikkels uit de westerse maatschappij. Een plek om tot rust te komen en om weer contact te krijgen met het basale leven.

vissers (7)

In het begin van de 21e eeuw kwam ik er terug. Er was veel op de eilanden veranderd. Gili Trawangan was uitgegroeid tot een trekpleister voor duikers en snorkelaars. Bij de aanlegplaats voor bootjes wemelde het van de restaurantjes en barretjes. De paalhutjes waren van alle gemakken voorzien en mensen zaten tot in de late uurtjes op terrasjes te keuvelen bij een glas en een sigaret. Op Gili Trawangan kwamen vooral de jongere vakantiegangers, die elkaar opzochten, snorkelden en af en toe ook wat wiet of stemmingverhogende paddestoelen gebruikten. De kleinere eilandjes trokken vooral het publiek dat voor de rust kwam. Dat imago hebben ze nog steeds.

strand (10)

Toch is er veel veranderd.
Dit jaar wilde ik er weer heen. Ik was moe van een jaar problem-solving en  -hoewel mijn budget het nauwelijks toeliet-, ik besloot er een paar dagen tussenuit te gaan. Het was een cadeautje van een vriendin, die zelf zo van de rust op Gili Meno had genoten. Ze liet me de foto’s zien van de plek, waar ze de zon zowel op als onder had zien gaan. Waar ze alleen was geweest met de wind, de zon en een boek. Ik was gelijk om. Ik moest alleen nog even wachten op het juiste moment om mijn werk te laten rusten.

Vlak voor het hoogseizoen hakte ik de knoop door, anders zou het er nooit van komen. Om kosten te besparen besloot ik de goedkoopste overtocht te nemen. Dat waren de shuttle bus en de ferry. Een langdurige tocht, weet ik uit ervaring, maar ik heb geen hekel aan reizen en ik had een boek meegenomen voor onderweg, zodat mijn vakantie vanaf het eerste moment kon beginnen. Om 7 uur in de ochtend zou ik worden opgehaald en later afgeleverd in Padangbai, vanwaar ik met de ferry zou oversteken naar Lembar. In Lembar zou een andere shuttle bus klaar staan om me naar de veerbootjes voor de kust van Lombok te brengen en nog dezelfde dag zou ik in Gili Meno aankomen. Daar verheugde ik me op en ik stond dus ruim op tijd aan de weg te wachten met mijn reistas en mijn ticket.

Na 20 minuten was er nog geen busje voor mij gestopt. Nu neemt men het in Bali met de tijd niet zo nauw, maar ik wilde wel graag de juiste veerboot treffen, anders zou ik onmogelijk nog dezelfde avond in Gili Meno kunnen arriveren. Daarom belde ik met het kantoor, om te vragen hoe laat ik het busje kon verwachten. Ik kreeg alleen een vrouw aan de lijn, die zei, dat het kantoor gesloten was. Na nog eens een half uur belde ik opnieuw. “We are closed”, zei de dame, nu geïrriteerd. “You are nòt closed, snauwde ik terug, I wait already an hour for the shuttle”. Tegelijkertijd besefte ik, dat deze houding weinig zou opleveren. Het was al half 9 toen de baas van het kantoortje op zijn motor met een schuldbewust gezicht kwam aanrijden. “Sorry, sorry, sorry.” Het busje kwam pas om 11 uur. Een reden was er niet. Haal ik dan de juiste boot nog? Nee, uiteraard niet, maar ik kon in Lembongan overnachten, ook een mooi eiland. O, gelukkig, want ik vreesde al, dat het Senggigi zou worden en dat is wel het laatste gat waar ik heen wilde. Nu had ik tijd over, maar geen zin om die op mijn kamer door te brengen. Omdat ik nu toch op vakantie was ingesteld, verzilverde ik vast wat vakantiegeld in de massage-salon. Mijn voeten werden gewassen, geknipt, gevijld en gemasseerd. Kort voor 11 uur kwam ik verfrist de salon uit en ik haalde mijn bagage op bij het reisbureautje om in het klaarstaande busje te stappen. De eigenaar verraste mij met een teruggave van 50.000 rupiah om de fout te vergoeden. Heel netjes. In Padangbai werd ik met nog een paar andere passagiers gedropt bij een kantoortje waar het een druk komen en gaan van rugzaktoeristen was. Busjes voor diverse bestemmingen reden af en aan, waarbij steeds de bestemming en de naam der gasten werd omgeroepen. Ik moest wachten, want de boot zou pas om 2 uur afvaren. Ik had er al een fors dagdeel op zitten en was moe. Mijn humeur stond op buigen, toen mij een ticket voor de boot en een vervolgticket werden aangereikt. Ik kon ter plekke lunchen, zei men in het voorbijgaan. Maar ik ontvluchtte de drukte en zocht een kleine warung op. De boot vertrok om 14.30.

op de ferry (5)

Anders dan mij was voorgespiegeld, ging de boot niet naar Lembongan, maar naar Senggigi. Als ik een blik op de kaart had geworpen, had ik het geweten. In Senggigi werden we op straat gedropt om zelf een onderkomen te zoeken. De volgende ochtend om 8 uur zou het busje weer vertrekken. Ik had geen zin om te zoeken en sprak meteen een langslopende jongeman aan om hulp. Na een korte wandeling arriveerden we in Hotel Ēlén, waar ik voor een lage prijs kon overnachten. De jongen gaf ik een fooi voor zijn hulp. Om mijn vakantiegevoel te voeden zocht ik een prettig restaurant op voor een biertje en een maaltijd. Het was al donker en ik zat juist te genieten van mijn rust, toen ik een telefoontje kreeg. Nick. Hij stond al twee uur in de luchthaven op mijn gast te wachten, die allang had moeten arriveren. Welverdorie.

‘Go home’, smste ik hem, ‘I pay you when I am back.’

Ik belde Nyoman. Die wist van niks. De kamer stond klaar, maar Warjihouse was leeg.

« Older entries