DE OMMEZWAAI: VAN RIJSTTERRASSEN NAAR HEIDEVELDEN

Velen wisten het al, maar een aantal mensen zullen zich hebben afgevraagd waarom er al lange tijd geen nieuw verhaal op mijn blog is verschenen. Het hoogseizoen was al begonnen, dus er gebeurde genoeg, zou je denken. En dat was ook zo. Echter: van het een gebeurde te veel en van het ander te weinig. Ik had weinig tijd en geld om mijn plotseling veranderde situatie het hoofd te bieden en beide heb je nodig als je een gastenverblijf wilt opzetten. In mijn meer fortuinlijke periode heb ik alles ingezet om van mijn nieuwe project een succes te maken, maar het ontbrak me aan tijd om het te laten groeien en aan geld om dat te overbruggen. Het is -zogezegd- in de kinderschoenen blijven steken. In het leven moet je keuzes maken en dat heb ik gedaan. Aan mijn keuze om met het huis in Nyuh Kuning van start te gaan, heb ik vanaf het begin mijn twijfels gehad. Toen het huis nog maar pas was gebouwd, zo’n 4 jaar geleden, was ik er meteen verliefd op. Op dat moment was ik niet in de gelegenheid om het te huren. Toen het mij later werd aangeboden als oplossing voor mijn problemen, was ik meteen enthousiast. Maar ik kreeg ook meteen twijfels. Niet over het huis, dat was nog steeds hetzelfde. Maar de omgeving was veranderd. Drie jaar daarvoor had het huis alleen gestaan, met uitzicht over de vredige sawah’s. Nu stonden er vier nieuwe huizen omheen en dankzij mij kon men starten met de bouw van een vijfde huis, pal naast het mijne. Dat was een tegenvaller. Een andere tegenvaller was de explosief toegenomen verkeersdrukte op de verbindingsweg tussen Pengosekan en Batubulan. De nu en dan gierende motoren raasden langs tot een uur of twaalf in de nacht en in de vroege ochtend, rond vier uur, begon het verkeerslawaai al weer. Als je langer op zo’n plek woont, raak je aan die geluiden gewend en valt het niet meer zo op, maar gasten worden verondersteld enkele dagen tot enkele weken te blijven en dan wordt het als zeer storend ervaren. Een ander nadeel van mijn nieuwe locatie was de langere afsand naar het centrum van Ubud. Het was een wandeling van ruim 15 minuten naar het centrum, te ver om ‘even’ een boodschapje te doen, of ‘even’ te gaan lunchen. En niet iedereen durft in Bali op een motorbike te rijden. Daar komt bij, dat er in Ubud een grote keuze is aan homestays en hotelletjes, waarvan er vele meer voordelen hadden dan het mijne. Ook had ik nog geen reputatie opgebouwd en dat kan ook niet in een half jaar. Het was gedoemd om te mislukken en dat is wat er gebeurde. Ik had geen zin om daarop te wachten. Het verlengen van mijn verblijfsvergunning stond voor de deur en daarna het verlengen van mijn huurcontract voor nog een jaar. Mijn budget was tot een minimum gedaald en er kwamen bijna geen boekingen binnen, dus de vooruitzichten waren zeer ongunstig. In zo’n geval besluiten mensen vaak om over te gaan tot het lenen van geld. In de eerste plaats houd ik daar niet van, want de aflossing doet altijd pijn. In de tweede plaats had ik geen garantie voor succes, integendeel. Mijn besluit was dus snel genomen. Denk niet, dat dit een hard gelag was voor mij. Het nemen van het besluit om ermee te stoppen betekende ook -en vooral- dat ik was ontslagen van de taak om er, tegen beter weten in, het beste van te maken. Het leven werd weer een onbeschreven blad en ik kon nieuwe plannen maken, zij het met een zekere beperking.

Ik heb familie over mijn besluit ingelicht en kreeg meteen van mijn dochter te horen, dat ik welkom was bij haar en haar gezin tot ik mijn zaken geregeld zou hebben. En zo is het gegaan. Twee maanden ben ik te gast geweest bij Hans, Heleen, Lola, Fay en de kleine Nick, wat een overweldigende periode werd. In de zomervakantie kwamen daar nog eens de kindjes van Hans: Leon en Noelle bij, van dezelfde leeftijd als Lola en Fay en met hun verbonden door hun gezamelijke broertje Nick. Ondanks hun eigen drukke bestaan hebben ze alles gedaan om me te helpen. En nu woon ik in Exloo, op de Hondsrug, het mooiste plekje van Nederland. De sawah’s zijn verruild voor de bossen en heidevelden. Ik ga niet meer op de motorbike naar Gianyar, maar op de fiets naar Borger. Ik drink geen kokosmelk meer aan de rand van de sawah, maar pluk bramen in het bos van Exloo. Daar kom ik allemaal nog op terug.

Advertenties

Bali, Ubud, Afvalverwerking en recycling


 Bali is een prachtig eiland.
Natuur en cultuur sluiten naadloos op elkaar aan. Er is echter één kwestie, die de liefhebbers van Bali verontrust: het rondslingerende afval. Veertig jaar geleden bestond dit probleem nog niet. Alle afval was organisch. Borden waren van bananenblad en het gebruik van plastic zakken was nog niet in Bali doorgedrongen. Wie iets niet meer nodig had, dropte het ter plekke en daarna werd het vanzelf in de kringloop opgenomen. Met de komst van plastic boodschappen zakken en ander wegwerpmateriaal is dat een stuk minder vanzelfsprekend geworden. Bermen, goten en riviertjes zijn getooid met plastic fladders, flaconnetjes en andere verpakkingsmaterialen. Kinderen worden weliswaar op school verwacht met een bezempje, maar weten duidlijk niet wat ze met het verzamelde vuil aan moeten en storten het afval in de rivier, die het van lieverlee in de richting van de zee afvoert. Opgeruimd staat netjes. Toen ik hierover een gesprek had met één van de gasten, werden wij door Ranto onderbroken. Hij wist te vertellen, dat er wel degelijk iets aan de afvalverwerking wordt gedaan in Bali. Tussen Gianyar en Klungkung zou een modern bedrijf zijn, waar het in de area opgehaalde afval wordt geselecteerd, gerecycled en deels tot compost wordt verwerkt.

Op zijn vrije dag hebben we een bezoek gebracht aan “Temesi Recycling”, een non-profit organisatie, gestart op initiatief van Rotary Club of Bali Ubud en Yayasan Gelombang Udara Segar. Het blijkt een heel modern opgezet bedrijf te zijn waar mensen uit de omgeving aan meewerken en waar veel onderzoek wordt verricht ten behoeve van een goed functionerend ecosysteem.

Vooral veel omwonenden houden zich bezig met het scheiden van het afval. Afval, dat geschikt is voor recycling, zoals plastic flessen, mogen zij zelf doorverhandelen, wat een extra stimulans tot samenwerking is. Op het terrein van het bedrijf is een proef-akker aangelegd om de wantrouwende boeren uit de omgeving te laten zien, dat de compost, die het bedrijf produceert, goede resultaten oplevert.

Ook doet men onderzoek naar het telen van sterkere gewassen, die beter bestand zouden zijn tegen parasieten, waardoor er minder chemische bestrijdingsmiddelen nodig zouden zijn. Bij de bezoekersingang van het bedrijf komt men binnen via een mooi aangelegde tuin, die o.a. leidt naar een smaakvol ingerichte ontvangstzaal, waar informatie over de verrichtingen van het bedrijf wordt gegeven en waar educatieve workshops worden gehouden voor jongere scholieren.

Toen wij het bedrijf bezochten kwam er toevallig een bus met Indonesische toeristen voor een rondleiding. Ook deze groep geinteresseerden bezocht de onwelriekende afvalhoop; liet zich leiden langs de verwerkingsstadia voor de compost; aanschouwde de metershoog opgetaste stapels kringloop plastic; en liet zich in de ontvangstzaal informeren over de ecologische voordelen van de gebruikte methodes. Uiteraard kochten wij twee grote zakken compost voor de tuin, die nog steeds een klei-achtige akkerbodem heeft.

Tot slot kregen we een uitnodigende folder met uitleg, foto’s en een plattegrondje. Misschien zegt u op een dag, net als wij: vandaag bezoeken we het Kerta Gosa in Klunkung, de moedertempel te Besakih en de vuilnisbelt van Temesi.

Het bedrijf heeft ook een informatieve website, waaraan zelfs een blogsite is verbonden: http://www.temesirecycling.org en een Facebook account: http://www.facebook.com/t.recycling

Bali, Ubud: een wandeltocht met Wayan Darta

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Voor Wayan Darta is het belangrijk, dat zijn gasten het naar hun zin hebben. En hij weet hoe dat moet.
Hij houdt immers zelf ook van het goede leven.
 

Wayan Darta is als oudste zoon van een bescheiden Balinees gezin min of meer hoofd van de familie.
Als kleine jongen van zeer arme ouders nam hij zich voor het leven tot een succes te maken en dat is hem gelukt.
Weliswaar niet helemaal zoals hij had gehoopt, maar hij verstaat de kunst te roeien met de riemen die hij heeft.
Wie bij Wayan Darta en zijn familie op bezoek komt, treft een stralend gastvrij gezin aan, bestaande uit grootvader, grootmoeder, Wayan en zijn vrouw Wayan en dochter Putu met haar olijke broertje Kadek.

Wayan Darta is in de eerste plaats taxi chauffeur, maar op verzoek organiseert hij alternatieve tripjes.
Om zijn gasten een plezier te doen vermijdt hij de grotere verkeersroutes en zoekt hij meer kleurrijke weggetjes door de rijstvelden en langs dorpjes. Zijn echtgenote Wayan is geboren in zo’n klein dorpje, dat is gelegen aan het einde van een doodlopende weg. Uiteraard brengen zij regelmatig een bezoek aan de familie die daar in een prachtige traditionele compound woont. De kleine Putu is dol op haar grootouders en gaat graag mee op stap.

 

Wayan nodigt nu en dan zijn gasten uit om een wandeling in deze prachtige omgeving te maken en na afloop even een kopje thee of koffie te drinken bij de familie van zijn vrouw. Aan het einde van de enige straat die het dorp rijk is, wandelt men rechtstreeks de jungle in. Er is ongerepte natuur; er zijn tuinen; er zijn sawah’s. Er zijn paddestoelen en er groeit gember en de kleuren zijn er zo uitgesproken, dat het af en toe is alsof je een schilderij binnenwandelt. Wayan kan zich nog goed herinneren, dat het bijna overal nog zo was. En gelukkig is het nog niet helemaal verdwenen, want hij heeft ondanks alles goede herinneringen aan die tijd.

Door de rivieren die hun baan in het grillige gebergte hebben uitgeslepen, zijn er veel hoogteverschillen in het landschap, wat de grond op veel plaatsen ongeschikt maakt voor de landbouw. Maar op elk stukje grond, dat kon worden vlak gemaakt, ligt een stukje sawah, als een groen tapijt op een groot terras in de jungle. Palmen staan als hoge parasols tussen de sawah’s en op verzoek wil iemand er wel in klimmen om een mooie rijpe noot naar beneden te halen. In de tuinen herkent men behalve bananen, bonen, sereh en mais ook locale specerijen en geurige wortels als jahe, galanga, kencur en laos.
Na een wandeling door dit prachtige gebied is het heerlijk om in het huis van de familie even uit te rusten bij een kop verse thee of een kop thuisgebrande koffie. Bijna ongemerkt was het hier en daar een klimmen en dalen en balanceren over de sawah-dijkjes.
Bij de familie gaat het er heerlijk huiselijk aan toe. Een jonge neef is bezig met het polijsten van een stapel spiegellijsten. Een tante vlecht mandjes. Oma maakt thee en koffie klaar en een heel oude grootmoeder, die nog fris uit haar ogen kijkt, komt ons nieuwsgierig opnemen. Oom maakt een praatje met Wayan en vraagt en passant waar de gasten vandaan komen. Een paar tiener-nichtjes vuren giechelig een paar Engelse zinnetjes op ons af. Hoewel een beetje anders, is de sfeer geruststellend vertrouwd, een beetje Ot en Sien, en een beetje modern met mobieltjes en playstasiun.

Ik vond de wandeling en mijn bezoek aan het serene dorpje een topper. Ik kan iedereen aanbevelen om een keer op stap te gaan met Wayan Darta.
Zie ook zijn website: http://www.bali4fun.wordpress.com

Indonesia: Rust en eenvoud in Lombok aan zee: Pondok Indah


 
 
Voor de tweede maal dit jaar vertoef ik een tijdje in Lombok. Nyoman weet zich wel raad met de drukte in Warjihouse. Hij heeft een lijstje met de boekingen voor twee weken gekregen en hoeft zich over het werven van gasten geen zorgen te maken.
Zelf ben ik de drukte even ontvlucht. In Kuta en omgeving ben ik al lange tijd niet geweest vanwege de hectische sfeer daar en de laatste tijd wordt het ook in Ubud steeds drukker. Het relatief kleine Ubud groeit uit zijn jasje en de verkeersstroom rijdt de smalle wegen aan gort. Er verschijnen steeds meer grote bussen, die inmiddels ook de kleinere toegangswegen gebruiken om op hun tochten op schema te blijven. Met de filmopnamen en de opgebroken Jalan Raya van vorig jaar leidde dit tot dagelijkse files op de belangrijkste wegen, maar ook dit jaar is de drukte niet te stuiten. Momenteel hebben we regelmatig te maken met gasten, die slechts kort blijven. Dat levert een hoop extra werk en zorg op: het dagelijks wisselen en wassen van lakens van 3 vierkante meter en het regelen van vervoer en de opvang van nieuwe gasten. Op de volgeboekte dagen vinden sommige gasten nog een plaatsje bij onze buren van ‘Eustace’ en ‘Kori Bali’. En dan zijn er altijd nog gasten, die op het laatste moment afzeggen of domweg niet verschijnen.
Na de week van upacara’s in het thuisdorp van Nyoman, waarin ik zelf een hoop van het dagelijkse werk voor mijn rekening nam, had ik behoefte aan vakantie. Ik wilde rust en stilte. Ik wilde even geen toerist zien, geen restaurant, geen bedelaar en geen verkoper.
En dat kan nog in Lombok. Mijn vriend Jelke en zijn Indonesische partner Yoyo hebben aan het zonnige noorderstrand van Lombok een idyllisch huis laten bouwen met een ruime veranda, die uitziet op de kalm kabbelende zee.

 
En daar zit ik nu. Ik kijk over de blauw-zilveren watervlakte, waarin de zon wordt weerspiegeld op de ritmisch bewegende golfjes. Er komt weinig meer voorbij, dan een kloek met haar kroost, een snuffelend hondje, een vissersbootje, of een vrouw, die palmtakken verzamelt om op te koken. En alles wat ik zo nodig doen moest is naar de achtergrond gedreven. Ik moet helemaal niets meer en waar ik me een week geleden nog zo druk over maakte, lijkt nu niet van belang.
Het is niet zo, dat er helemaal niets gebeurt. Maar alles lijkt te worden gedirigeerd door het ritme van moeder natuur. Op de tweede dag van mijn verblijf bij voorbeeld, werden de rijpe kokosnoten geplukt. Tot het moment van de oogst was het een ieder toegestaan om een gevallen kokosnoot mee te nemen voor eigen gebruik. Dat is een ongeschreven regel. Maar 1 keer in de 3 maanden worden de noten geplukt en verkocht. Op de landstrook naast het huis van Jelke en Yoyo staan 81 kokospalmen, die meer dan 1500 noten per 3 maanden opleveren. Al vroeg in de ochtend kwamen er zes mannen, die behendig boom voor boom beklommen en de noten naar beneden gooiden. De meeste bomen zijn meer dan 20 meter hoog, dus niet geschikt voor mensen met hoogtevrees.

Om 12 uur word ik thuis verwacht. De twee lieftallige jongedames, Emmy en Oes, die in “Pondok Indah” het huishouden bestieren, zetten tussen 12.00 en 12.30 de lunch op tafel. Men eet wat de pot schaft en dat bepalen de dames. Het is altijd vers, lekker en gezond. Bijna dagelijks een visje; vaak heerlijk bereide tempe; tahublokjes in een romig sausje; zacht gekruide boontjes; spinazie uit het nat. De tomaatjes, die altijd met een paar stukjes komkommer de rand van het bord garneren, smaken nog naar echte tomaten. Maar Emmy en Oes weten niet beter. Die kennen geen kunstmest. Rustig en bijna geruisloos drentelen ze over het erf, waar altijd iets te doen is. De visjes willen eten en de plantjes hebben water nodig. Het stof dat de veranda opwaait wordt twee keer per dag weer weggeveegd. Als na de lunch alles in een ommezientje weer is opgeruimd, gaan ze naar huis en komen pas terug aan het einde van de middag om het avondeten te bereiden.

Na een paar heel rustige dagen met een goed boek en mijn laptop, heb ik zin in wat meer activiteit.
Een ojek-rijder (=vervoer per motorbike), Husni, die regelmatig gasten op weg helpt die de Rinjani willen beklimmen, of op jungletocht willen naar de watervallen, had in de gaten dat er een gast was in Pondok Indah en kwam kijken, of hij zijn diensten kon aanbieden. Helaas voor hem was ik op mijn eigen motor naar Lombok gekomen, maar misschien kon hij via zijn contacten toch iets voor me regelen. Ik wilde namelijk heel graag een keer met een visser de zee op om te ervaren hoe een visser werkt. Er zijn verschillende soorten vissers: hengelaars en netslepers, die op kleine en grotere katamarans varen. Sommige hengelaars staan tot hun middel in zee, die vallen dus af. De grotere boten varen tot enkele kilometers de zee op, waar ze een uur of vier lang aan het werk blijven. De golven zijn daar hoog en een dergelijke tocht werd mij afgeraden. Een klein bootje met een hengelaar zou te saai zijn, omdat die stil op zijn plek blijft liggen. En het was nog maar de vraag of de vissers wel zin hadden in een passagier. Maar Husni zou eens met een bevriende visser gaan praten. Ze kwamen op een heel interessant idee. Voor de kust van Karang Krakas bevindt zich namelijk een zoetwaterbron in zee: ‘Mata air’ (wateroog). Als we daar heen zouden varen, kon ik die bijzonderheid aanschouwen en verder zouden we wel langs de vissersbootjes kunnen zigzaggen. Als ik wilde kon ik zwemmen en snorkelen. Maar ik houd het op varen.
Morgenochtend om 8 uur komen ze me ophalen.

Regelmatig vragen mensen om het adres van Jelke en Yoyo. In Bali is het tegenwoordig zo druk. En de Gili-eilanden, eens zo ongerept, zijn aan het veranderen in party-eilanden. Jelke zei, dat belangstellenden, die niet hangen aan luxe, maar gericht zijn op eenvoud en oorspronkelijkheid, welkom zijn in Pondok Indah. Yoyo is maar enkele maanden per jaar in Lombok, omdat hij door zijn werk nog gebonden is, maar Jelke, die sinds kort van zijn pensioen geniet, wil graag gastheer zijn voor mensen die eens iets anders willen. U kunt hem mailen naar: dipondokindah@yahoo.com of een reactie richten aan BaliBatin onderaan dit artikel.


Tegelijk met de rijpe noten werd ook het bruine loof naar beneden geworpen, waar enkele vrouwen uit het dorp op stonden te wachten. Want alles kan worden gebruikt. In een eenvoudige kampong is de kringloop van het leven nog goed zichtbaar.
Een dag later was ik te gast in de sawah, waar ter afwisseling tabak was geplant. Vanmorgen vroeg kwamen er twee jongetjes langs met een grote juten zak om gras voor hun koe te verzamelen. Voor de kust laveren rustig kleine prauwen met sleepnetten of hengelaars. en een boer leidt zijn twee koeien over het strand naar een nabij gelegen grasveldje. Bijna dagelijks maak ik een wandeling over het strand, dat niet wit en niet zwart is, maar een beetje peper- en zoutkleurig. De branding werpt een gevarieerd assortiment aan schelpjes in het zand, veel kleintjes en soms hele grote. Er ligt ook veel koraal in de toevallige kleuren rood, wit en blauw. Krabjes met vierkante rugschildjes haasten zich weg, als ik aan kom lopen. Kleine jongens spelen in zee en zeggen “Hello mister”, als ik langs loop. Vissers, die in de schaduw hun netten repareren kijken verbaasd op. Er komen niet vaak toeristen op dit gedeelte. Ze vinden het best als ik een paar foto’s maak en poseren gewillig. De jongeren onder hen beginnen een praatje met een paar woorden Engels. De brutalen onder hen nodigen mij uit om te komen zwemmen.

Indonesia, Lombok, de vissersgemeenschap van de noordkust.


Hoewel februari onverwacht een drukke maand is gebleken, werd het in de laatste week rustig genoeg om er even tussenuit te gaan. Waarschijnlijk de laatste mogelijkheid voor het hoogseizoen, want er gaan in het jaar 2010 weer heel veel mensen met vakantie en ze zijn zich al druk aan het orienteren voor wat betreft hun vakantiebestemming. Mede dankzij de shootings voor de verfilming van de bestseller “Eat, pray, love.” door Elizabeth Gilbert trok Ubud de vorige zomer veel publiek. Vooral vrouwen, die herkenning vonden in de verhalen van Gilbert wilden Ubud bezoeken om nog meer verbondenheid te ervaren met het boek dat hun zo inspireerde. En zo blijft Ubud groeien als het van oudsher Balinese middelpunt van kunst en cultuur. Ik verwacht niet dat de belangstelling voor Ubud zal teruglopen dit jaar, dus ik heb een paar dagen vakantie genomen, nu het nog kon.
Een goede vriend van me die een ruim huis heeft gebouwd aan de rustige noordkant van Lombok, had mij uitgenodigd om hem daar te bezoeken. Net als vorig jaar toen ik een uitstapje maakte naar Gili Meno, koos ik ook nu voor de eenvoudige ferry om van Padangbai naar Lembar over te steken. Van de shuttlebus heb echter ik geen gebruik gemaakt. In plaats daarvan heb ik me laten brengen en halen door een “ojek”, vervoer op de motorbike. Dat is na de shuttlebus de goedkoopste oplossing en het gaat een stuk sneller. Eenmaal in Lombok ging de reis via Mataram naar Bangsal, dat vlak voor de haven naar de Gili’s ligt. Van Bangsal leidde een kustweg naar het gehucht Krakas, dat bekend is om zijn zoetwater bronnen in zee, vlak voor de kust. Het was daar ongeveer, dat ik gedurende twee dagen over de rustig kabbelende watervlakte uit keek, onophoudelijk gestreeld door een zoele, vriendelijke wind.


Vanaf de kustweg leidt een lang breed pad dwars door de kampong naar het grijze strand, waar de vissers hun smalle bootjes aan wal trekken. Door een opening in de koraalrand, die enkele tientallen meters als een borstwering voor de kust is opgebouwd, varen de bootjes dagelijks de zee op om hun dagelijks voedsel uit het water te vissen en misschien iets extra om in geld om te zetten.

De eenvoud en de rust, die op de kleine Gili-eilandjes inmiddels volkomen door commerciele uitbaters zijn uitgehold, zijn aan de noordkust van Lombok nog authentiek. De kindertjes, die in de namiddag over het strand huppelen vragen niet om rupia’s, maar om een lege fles waar ze mee kunnen voetballen. En vissers die niet over een boot beschikken, staan tot hun borst in het zeewater om met een lange lijn vis uit het water te hengelen. Honden trekken in kleine roedels langs het strand op zoek naar voedsel. En ik, zoals veel westerlingen, jut op mooie schelpen. Maar er was meer langs de kust, dat mijn aandacht trok. Ook daar, in een nagenoeg onbedorven gebied, worden bungalows, restaurantjes en hotelletjes gebouwd. Want toeristen, die het geciviliseerde Bali voor gezien houden, trekken verder naar Lombok om de grote vulkaan Rinjani te beklimmen en om te genieten van Lomboks prachtige natuur en zijn vele watervallen. Die avonturiers willen eten en slapen, vervoer en een gids. Een dame uit Sumbawa en haar Belgische echtgenoot speelden daar diplomatiek op in door een restaurant en een bungalow parkje aan te leggen met uitzicht op zee. “Pondok Pantai”, noemden ze hun onderneming, wat letterlijk ‘strandhut’ betekent. Ze hadden originele paalhutjes uit Sumbawa over laten komen en die omgebouwd tot ydillische bungalowtjes. Het restaurant was ingericht boven de receptie en gaf een prachtig wijds uitzicht over zee. Het werd zelfs genoemd in de Lonely Planet Guide. En omdat het de enige gelegenheid in de omgeving was, werd het relatief druk bezocht. Helaas kreeg het ondernemende stel te maken met tegenslag. Eerst verminderde de toeristenstroom door de bomaanslagen in Bali en daarna sloeg de zee toe. Inmiddels is het toerisme weer op gang gekomen, maar de zee blijft land eten. Van alles hebben ze geprobeerd om de zee te bedwingen. Ze hebben muren geplaatst en grote tonnen vol beton gestort, maar niets kon de uitvallen van de zee weerstaan. De leuke Sumbawase hutjes verdwenen in zee en van het huis, de receptie en het restaurant bleef niet veel meer over dan een paar ruines.

Pondok Pantai is nu gesloten en het terrein maakt een troosteloze indruk.
De oorzaak van deze narigheid ligt -naar het schijnt- bij het gedrag van de vissers. Zij brengen met hun vissersgereedschap ernstige schade toe aan de koraalrand, die voorheen functioneerde als een natuurlijke zeewering. Door de beschadigingen is de functionaliteit als golfbreker sterk verminderd, waardoor de zee zich verder landinwaards werpt.

En de vissers? Die moeten ook ergens van leven en zijn zich amper bewust van wat ze aanrichten.
Een verder noordelijk gelegen resort kampt met dezelfde dreiging en men heeft uit voorzorg zandzakken rond de tuin opgetast. Voor de zee zal het echter een koud kunstje zijn om zie barriere af te breken. Voorlopig is er nog geen oplossing voor dit probleem. En ook mijn vriend, die nu nog vredig vanaf zijn ruime veranda over het voortdurend deinende water uitkijkt, vreest dat hij over geruime tijd nog maar de helft van de grond zal bezitten, die hij aanvankelijk kocht. Op een dag zal de zo kalm ogende waterplas zich een weg banen onder de palen van zijn mooie veranda. Want bij zijn oude buurman, die ietsje lager woont, stroomt bij hoog tij het water af en toe al onder het huis door, alles met zich mee sleurend, dat niet hoog was opgeborgen.
De kampongbewoners lijken over het probleem niet na te denken. Dagelijks roosteren de vrouwen de vers binnengebrachte vis, die met kangkung en witte rijst gegeten wordt. Tussentijds vegen ze het strand aan, verzorgen ze de babies en doen ze de was. Tot de volgende vis wordt aangeleverd.
Natuurlijk is dit een momentopname. Ik kan niet voorspellen of de huidige landeigenaren tot overeenstemming zullen komen met de overheid, danwel met de vissers of via andere weg een oplossing zullen vinden voor deze voortschrijdende vorm van erosie. Ik heb alleen even een paar dagen vakantie gehad, zonder internet, zonder agenda, zonder gasten.

Ik ben achterop een brommertje landinwaards gegaan om de mooie watervallen (air terjun Gangga) te zien en het groene sawah-landschap tussen de beboste bergen. Ik ben op bezoek geweest bij een oude veehouder, die dagelijks met zijn vijf koeien over het strand naar een verderop gelegen weitje wandelt. Ik werd verwend met lokale lekkernijen, want de Sasaks vierden juist het Islamitische Nieuwjaar. De oude man was een beetje ziek, “panas dalam”, zei hij. (heet van binnen) Daarom at hij weinig, maar hij liet zich zijn genotmiddelen, bestaande uit sirihblad, betelnoten, kalk en tabak goed smaken.

Heel goed voor de tanden, verklaarde hij, terwijl met een propje van zijn drugs demonstratief over het restant van zijn gebit wreef. Toen de stiltes, die ontstonden tussen de weinige woorden die onze gemeenschappelijke vocabulaire rijk was, langer werden, bedankte ik voor zijn gastvrijheid en trok ik me weer terug via het erf van de buren naar de hooggelegen veranda van mijn gastheer.
Na twee dagen serene rust vertrok ik weer richting Bali. Samen met mijn gastheer bracht ik nog even een bezoekje aan restaurant “Arnel” in Bangsal, dat wordt gerund door de Nederlandse George Smit en diens vriendelijke Sumatraanse vrouw Nelly. Hun restaurant ligt op het strategisch kruispunt tussen de routes naar de berg Rinjani en de weg naar de oversteek voor de Gili eilanden.

In de keuken zwaait Nelly de scepter. Zij is opgegroeid met de rijke, Padangse keuken, maar weet ook goed raad met de westerse smaken. Voor mensen, die de boot hebben gemist naar Gili Trawangan, hebben George en Nelly een paar leuke bungalowtjes ter beschikking, waar men voor een redelijke prijs in een schoon bed kan slapen. Ook is het een geschikte pleisterplaats voor de mensen, die verder willen reizen naar het noord-oosten en Pondok Pantai gesloten vinden. Het scheelt maar tien minuutjes op de brommer.
En als u daar dan toch bent: doe George en Nelly de hartelijke groeten van Ineke uit Ubud!

Bali, Ubud, Een nieuwe wandeling met Wayan Renta


uitbreiding wandeling 2 (14)

Deze wandeling begint een stukje voorbij het plaatsje Petulu, dat bekend is vanwege de dagelijks neerstrijkende reigers.
Het landschap is hier bijzonder afwisselend en kleine sawah-plateautjes gaan naadloos over in een jungle-achtig landschap en omgekeerd.
Grote delen van de tocht wandelt men langs rivieraftakkingen, bedoeld om de sawahs te bevloeien.

uitbreiding wandeling 2 (15)

Sommige stukken leiden over de smalle dijkjes langs de sawah. Het is de moeite waard om regelmatig stil te staan en goed om zich heen te kijken. Door grote hoogteverschillen en een zeer gevarieerde begroeiing lijkt men te zijn beland in een sprookjeswereld. De rust en de stilte worden slechts doorbroken door de roep van een vogel, het stromende water, of het geritsel van een wegvluchtende muis of slang.
Zelfs op kleine stukjes grond treft men een sawah met frisgroene rijstsprietjes. Het heldere water wordt in kleine gootjes doorgegeven aan lager liggend terrein. Waar geen rijst, cassave of bonen zijn geplant, gaat de natuur zijn gang. Kortom, het landschap is bijzonder mooi.

uitbreiding wandeling 2 (10)

Wayan zoekt verscheidene paden om zijn gasten door het landschap te leiden. Voor zijn jongere gasten, die veelal een goede conditie hebben, schuwt hij geen klimpartijen of andere barricades. Maar hij let er goed op, dat er altijd alternatieve paden zijn voor mensen die daar niet van houden of voor wie een smal pad minder geschikt is. De ruigste trajecten neemt hij aan het begin van de wandeling en vervolgt op een breder pad, op het moment dat men er moe van wordt.

trektocht (17)

Halverwege is er een stukje dorp ingelast, waar wel een warung is te vinden voor een verfrissing en een versnapering. Maar desgewenst zijn er ook voor de liefhebbers mooie plekken om te picknicken op de route. In het dorpje kan men een kijkje nemen in de werkplaats waar machinaal de rijst wordt ontdaan van de vliesjes. De schone rijst wordt er ook gewogen en verpakt.

trektocht (14)

Op de vreemdste plaatsen kan men worden aangestaard door een koe, die verbaasd en een beetje schuw de wandelaars bekijkt vanuit zijn stalletje. Veel rijstboeren hebben één of meer koeien, die gevoerd worden met het gras dat van de sawahdijkjes komt. Aan de rand van zo’n sawah zet de boer meestal een teken in de vorm van een stok met verse palmbladeren eraan om passanten duidelijk te maken, dat het omringende gras voor zijn eigen koe is bestemd en dus niet mag worden afgesneden.

koe

De wandeling duurt ongeveer 2 ½ uur. Mensen, die de wandeling rond 4 uur starten, kunnen daarna langs Petulu rijden om de reigers te zien thuiskomen. Een eenvoudige warung langs het rijstveld biedt er de mogelijkheid om te zitten en iets te drinken. Een mooie afsluiting voordat de schemering begint.

BALI, UBUD, WANDELEN IN CAMPUHAN

1 

De omgeving van Ubud leent zich helemaal voor het maken van wandelingen.

Wie is uitgekeken op de winkeltjes en wat meer van de groene omgeving wil genieten, kan zijn hart ophalen tussen de rijstvelden, langs riviertjes en in mooie natuurgebieden.

Ik loop bijna dagelijks even naar de omgeving van Campuhan via de Jalan Raya in westelijke richting. Naar de rivier toe hangen oude waringins ver over de weg. Vlak voor de brug is een stenen trapje dat naar beneden voert en uitkomt bij een school. Als je het schoolpleintje oversteekt, kom je bij een kleinere weg, die rechts naar boven leidt en links via een stenen brug naar de grote Pura Campuhan. Een smallere brug leidt echter langs de grote Pura de heuvel op, die tussen de twee rivieren van Campuhan oprijst. Naar men zegt is hier Ubud ontstaan.

2

De rivieren zijn in elk geval heel belangrijk. Volgens het verhaal is het water van deze rivieren geneeskrachtig, vooral op het punt, waar ze samenkomen. Het water is een ‘obat’ (geneesmiddel) tegen allerlei kwalen en reden om daar te komen baden. (En misschien is de naam Ubud wel een verbastering van het woord obat) In de vroege ochtend en de late middag tref je er altijd wel een paar mensen, die samen tijdens een bad de dag doornemen. Rond vijf uur in de namiddag is de heuvel populair bij mensen, die willen joggen en bij jonge stelletjes, die er hun afspraakje hebben. Vanwege de trappen is het pad alleen geschikt voor wandelaars en die maken er dan ook dankbaar gebruik van. Aan het einde van dit pad leidt weer een trap naar een zandweg omhoog. Daar ligt een klein dorp, waar verscheidene bungalow-resorts zijn gelegen. Ook hun gasten genieten dagelijks van de mooie wandelroute. Wie van flink doorstappen houdt, kan doorlopen langs de sawah’s tot aan de weg die naar Keliki leidt. Als je daar linksaf slaat kom je door een mooi groen gebied,waarlangs je linksaf weer kan afbuigen richting Ubud. Deze wandeling duurt echter twee uur en is dus niet geschikt voor het heetste moment van de dag.

3

Mijn favoriete moment om naar campuhan te gaan is in de ochtend voor zonsopgang. Ik heb er een wekker voor nodig, want de zon komt al op rond kwart over vijf. Voor Balinezen is dat niets bijzonders. Vanaf vier uur is het in Ubud al een drukte van belang rond de markt.

Maar er is niets zo sereen als te gaan zitten bovenop de heuvel, waar de warmte uit de aarde opstijgt, en de zon te zien rijzen boven de palmtoppen. De dampen uit de rivierdalen houden gelijke tred met de klimmende zon en met elke minuut verandert de omgeving van kleur en wordt elk detail rondom zichtbaar.

4

 

7

 

61

Dieren ritselen, bloemen ontluiken en richten zich naar het licht. Slaapdronken vlinders zoeken de verlokking.

In de verte komen de eerste schoolkinderen eraan.

Ik ben niet altijd zo vroeg, maar voor een wandeling sla ik geen dag over. Als ik tussen tien en elf uur de heuvel opga, tref ik meestal de vriendelijke  Ketut Kerta op de top, die aan dorstige wandelaars zijn kokosnoten probeert te slijten.

 

plukken

 

Hoewel hij redelijk goed Engels spreekt, is hij nagenoeg doof en aan één oog blind. Zijn kwalen zijn het gevolg van een hard bestaan. Te zware ladingen rijst, die over te lange trajecten op het hoofd werden vervoerd hebben onherstelbare beschadigingen aan zijn gehoor veroorzaakt. En tijdens het beklimmen van een palmboom is hij in zijn oog gestoken door een insect. Door geldgebrek kon hij geen dokter betalen en moest hij verder door het leven met zijn handicaps. Desalniettemin begroet hij de wandelaars vrolijk en biedt eenieder zijn kokosnoten aan: “I saw you walking from there”, zegt hij vaak, terwijl hij met zijn hand in de richting van Ubud wijst, “I thought, you must be thirsty. Would you like a cool coconut?” En met zijn hakmes maakt hij al aanstalten om een gat in de noot te slaan. Van een plakje van de schil hakt hij een handig tuitje, waarlangs je het koele vocht zonder morsen in je keel kunt gieten. Maar voor de liefhebber heeft hij ook een rietje. Als de melk gedronken is, hakt Ketut een schepje uit de bast; hij hakt de noot in tweeën en doet voor, hoe het zachte vruchtvlees uit het binnenste te scheppen. “Good to get pregnant” zegt hij lachend tegen mij, maar daar moet ik voor bedanken. De zuivere smaak is mij voldoende.

We babbelen nog wat en dan vervolg ik mijn wandeling. Ketut heeft nog twee noten en ziet in de verte al weer een toerist komen.

Vaak weten mensen niet wat ze voor een noot moeten betalen. “Just to buy a cup of coffee”, zegt de baas. Hij wil geen koffie kopen, maar geeft een prijsindicatie. Het is aan de klant om te bepalen wat de prijs van een kop koffie is. En dat varieert natuurlijk. In de lokale warung betaal je misschien 4.000 rupiah, maar bij Casa Luna koop je een cappucino voor 25.000. Als hij 10.000 per kokosnoot krijgt en hij verkoopt er vijf, dan heeft hij die dag genoeg geld om sirih voor zijn moeder te kopen, kippenkoppen en –vellen voor zijn vrouw, thee voor de namiddag en een paar sigaretjes voor hemzelf. De rest legt hij weg om te sparen voor nieuwe slippers of voor regenachtige dagen. Tot nu toe boft hij: het regent dagelijks pas later in de middag.

En ik bof ook: niets is zo lekker als de versnaperingen van de natuur bij een uitzicht, dat zijn weerga niet kent.

8

 

Ineke van Gemert

Warm regenweer.

 Regen

Overal lijkt het klimaat van slag. Zelfs in Bali. De maanden juli en augustus, die daar gewoonlijk een droge periode vertegenwoordigen, waren de laatste jaren ongewoon nat. En de regentijd, die zo langzamerhand had moeten aanvangen, laat nog steeds op zich wachten. Door het uitblijven van de dagelijkse  bui, wordt het uitzonderlijk warm. “Broeierig”, zou de Nederlander zeggen. “Panas”, constateert mijn Balinese buurman met een zucht. Maar àls het dan eindelijk gaat regenen, dan gaat het er niet kinderachtig aan toe. In Nederland kan alles nat worden, zonder dat men er erg in heeft. In Bali kan men door een bui overvallen worden, die in enkele seconden elke draad aan het lijf doet druipen en de tuin in enkele minuten in een moeras verandert. Als je op zo’n moment op de motorfiets zit, is die tropische verassing tamelijk onwelkom. Schuilen kan uren van je tijd kosten. Doorrijden kan gevaarlijk zijn. Maar als ik de deur niet meer uit hoef en ik schommel rustig wat in de hangmat onder het afdak van mijn terras, dan kan ik erg van de regen genieten. Met veel geweld en lawaai stort Gods zegen over de aarde en spontaan ontstaan er watervallen en rivieren, die een hoop commotie teweeg brengen onder de kleinere dieren, wier leven bruusk verstoord wordt.  Alleen de kikkers en de vissen worden er vrolijk van. De kikkers beginnen in koor te kwaken en de vissen schieten rusteloos door het water heen en weer. Doordat het water in de poel in korte tijd tot aan de rand stijgt, kan het gebeuren, dat er nu en dan een sterke vis, een Lele, hoog uit het water opspringt en op het doorweekte gazon belandt. Dit tot vreugde van de kleine buurjongen, die de regen trotseert en de vis grijpt om hem mee naar huis te nemen. Hij heeft moeite de vis, die voor zijn leven vecht, in bedwang te houden. Pas de volgende ochtend, als de zon begint te klimmen, stokt de regen. In korte tijd wordt het heel warm en de hemel wordt helder blauw.  Het lijkt een mooie dag te worden. Maar –steevast om een uur of drie- verzamelen zich wolken aan de horizon. Ieder haast zich naar huis. En binnen een half uur stort het weer. Een mooi moment voor een goed boek en een glaasje brem. 

Bijdrage door Ineke van Gemert