Bali, Bali Uniek Reizen, tweede koninginnedag, oftewel de ‘dag van de arbeid’

Jan en Eva verbleven een nacht in het mooie Puri Saron Hotel, romantisch gelegen bezijden sawah en jungle. Het hotel ligt er wat afgelegen voor de gemiddelde toerist, maar voor bezoekers van Anak Alit is het een ideale plek, want op loopafstand van Petak.  Eva en Jan hadden het rijk en het zwembad voor zich alleen: zij waren de enige gasten.

Al vroeg werden zij opgehaald en naar Petak begeleid. Daar verzamelden zich een aantal grotere jongens en meisjes voor een wandeling door de sawah’s. Ook Komang en ik gingen mee op deze wandeltocht. We liepen een eindje langs de rand van de sawah, terwijl Komang ons wees op allerlei boomvruchten en er ons een paar van liet proeven. Voor Balinezen roepen die wilde vruchten herinneringen op aan hun kindertijd, maar voor ons, westerlingen, is het allemaal nieuw. Op een open stuk trokken we over smalle dijkjes tussen de velden door. Het was een beetje kaal, doordat er kortgeleden was geoogst. De eerste sawah die we passeerden,  behoort aan de familie van Komang en de opbrengst is voor eigen gebruik, maar ook de kinderen krijgen bijna dagelijks hun portie rijst van eigen grond. Bijna alle kinderen komen uit boerengezinnen en zijn zeer vertrouwd met de sawah’s en het werk dat er gedaan wordt. Bij tijd en wijle hebben zij allemaal hun steentje bijgedragen, al vanaf  jonge leeftijd.
In een open schuurtje, dat langs de akker ligt, zijn een ploeg, een jonge koe en een stuk of wat varkens ondergebracht. De koe was niet schuw, maar bekeek de bezoekers met grote ogen. De grote roze biggen waren minder nieuwsgierig maar meer belust op de aanvoer van vers voer. Het was de jeugd, die dat ijverig aandroeg en de varkens wierpen zich knorrend op de verse groenten. “Alles is puur natuur”, zei Komang lachend, “en alles wordt gebruikt. De koeiepoep gaat na de oogst direct op het land.”  Hoewel de varkens schoon en gezond waren, stonken ze behoorlijk. Volgens Komang is het houden van varkens lucratiever dan van koeien. Ze zijn goedkoper in de aanschaf en groeien sneller. Bovendien zijn ze minder kieskeurig wat hun eten betreft. En een vette ‘babi guling’ (big van ‘t spit) is erg populair onder de Balinezen.
Langs elke akker is een offertempeltje neergezet, waar dagelijks, wekelijks, jaarlijks wordt geofferd aan Dewi Sri, de godin van de padi. Sommige zijn stevig van steen opgetrokken en andere zijn eenvoudig, van bamboe en palmblad. We volgden de irrigatie kanalen, die bedoeld zijn om het broodnodige water onder de akkers te verdelen. We liepen langs de rijpe padi en de reeds nieuwe aanplant. We vergeleken de verschillende kwaliteiten rijst.  Een cassave knol werd opgegraven en geproefd. En we kwamen een aanplant van lange bonen tegen, in Nederland bekend als kouseband. Midden in het landschap kwamen we bij de dorpstempel, die kortgeleden is gerenoveerd. Er was een parkeerplaats voor scooters aangelegd: want ook hier gaat men met de tijd mee. Soms slapen mannen bij de tempel, bij voorbeeld als er juist een familielid is overleden. De sfeer rond de tempel was buitengewoon sereen. Na een bezoek aan de tempel gingen we echt dwars door de sawah’s over smalle dijkjes en hoogteverschillen. Tijdens het lopen was onze aandacht voor het pad noodzakelijk, dus men moest nu en dan even halt houden als men de schilderachtige omgeving wilde bekijken.  “Mooi he?!” zei Dede af en toe cynisch in goed Nederlands. Voor hem is een sawah landschap nog gewoner dan voor Hollanders een bloembollenveld. Even later ving hij met zijn hakmes een kleine lichtgroene slang, die hij stevig achter de kop vasthield. Maar de meesten vrezen de slang.

Onze tocht langs de akkers leidde naar de plaatselijke begraafplaats, waar de overleden dorpelingen in de aarde wachten tot ze aan de beurt zijn om te worden gecremeerd, opdat hun geest wordt vrijgemaakt  voor reincarnatie. Een paar jaar geleden vond er een massa-crematie plaats, waarbij 36 overledenen gecremeerd werden, maar ik zag, dat er inmiddels weer nieuwe graven waren opgericht. De kringloop van het leven is hier bij uitstek aanschouwelijk. Toen Dede aanstalten maakte om in een palmboom te klimmen, bleek de slang ineens verdwenen. Behendig en snel schoot hij de boom in en wierp verscheidene kokosnoten naar beneden. Tanjung stond al klaar met rietjes om het drinken van de kokosmelk te vergemakkelijken.
We maakten een ruime boog door de brede bermen tot we weer in de dorpsstraat stonden.

Inmiddels waren er veel kinderen naar het schoollokaaltje gekomen in afwachting van wat er komen ging. Hun aanwezigheid was kenbaar door het luide gekwetter dat zo kenmerkend is voor scholen en speelplaatsen. Er werden een paar tafels aan elkaar geschoven voor de lunch, die er weer net zo aantrekkelijk uitzag als de vorige dag. Een groepje jongens had een toneelstukje voorbereid en stond te popelen om dat op te voeren. Zoals wij vroeger stelten maakten van lege blikken en een touwtje, hadden de jongens hier iets soortgelijks gemaakt van halve kokosnoten. Omdat de gasten geen Balinees verstonden, was het een opvoering zonder woorden. Maar niet zonder geluid!! De wanden van het lokaaltje ketsten  het klakkende kabaal van de noten terug en de ruimte was met geluid gevuld. Ik hield mijn oren dicht terwijl ik genoot van het plezier dat de jongens zelf hadden tijdens de opvoering.

Toen de danslerares was gekomen, werden wij uitgenodigd om naar boven te gaan, waar de kinderen les kregen. Op een terras stonden de instrumenten voor de gamelan gereed, want ook dat is een onderdeel van de beroemde Balinese theater cultuur. Eva werd uitgenodigd om deel te nemen aan een dansles en Jan kreeg een plek aangewezen achter een gamelan instrument.

Het ziet er simpel uit, maar het valt toch niet mee om je aan het ritme te houden en de klanken bijtijds weer af te dempen.
Na enige oefening lukte het Eva redelijk goed om de sierlijke bewegingen te volgen en te combineren met mimiek, maar makkelijk: nee.

Het werd tijd om de gecostumeerde opvoering voor te bereiden, die in de vroege avond zou plaats vinden. Jan en Eva gingen voor een pauze van een paar uur naar hun hotel; de danslerares begon met de make-up en ik ging met een paar meiden naar Gianyar om de huurcostuums op te halen. Intussen zorgde Koyo, de dagelijkse coordinator, voor een auto om de barong op te halen. Toen de meisjes en ik terug kwamen, hadden er al enkele kinderen een gedaantewisseling ondergaan en zaten zij met hun opgeverfde toetjes rustig te wachten op de rest van de verkleedpartij.

Het liep tegen vijven toen de gasten weer ten tonele verschenen. Een rijtje prinsesjes zat rustig te wachten tot ze aan de beurt waren; jongens waren met de muziek installatie bezig; op het hoge terras werd een dinertafel gedekt; het kostuum van de barong werd binnengedragen en de eerste klanken van de gamelan lieten zich horen.
Jan zette zijn filmcamera in de aanslag en Komang installeerde een schijnwerper. Voor de opvoering, die weliswaar voor buitenlandse gasten was georganiseerd, ging men gezamelijk bidden in de familie tempel, want de performance is en blijft een religieuze aangelegenheid. Na het bidden verzamelde het eerste groepje danseressen zich achter het gordijn, dat diende als toneelingang.  De gamelan zette in en na een korte intro kon de voorstelling beginnen. Met vastberaden stapjes verschenen de meisjes één voor één vanachter het gordijn om de aanwezigen elegant te verwelkomen. Het dansje eindigde met sierlijk uitgestrooide bloemetjes en de meisjes verdwenen weer achter het gordijn.

De kleine kittige Iluh leek een metamorphose te hebben ondergaan toen ze in haar eentje schitterde als een professionele diva. Met haar jonge ranke lijfje maakte zij haast acrobatische bewegingen; haar expressie was wonderbaarlijk. Ze danste als in trance. En direct na haar opvoering was ze weer het kleine schoolmeisje met het hoogste woord.

Daarna demonstreerden twee prachtige  ‘vlinders’ een verleidingsdans waarbij ze met hun vleugelachtige rokken om elkaar heen wervelden.
De gamelan gaf alles een mystieke sfeer bij de inmiddels ingevallen schemering.
Dorpelingen waren op het geluid van de gamelan afgekomen en genoten mee van de opvoeringen. Het verveelt ze nooit. Zelfs de hele kleintjes volgden het gebeuren aandachtig.

Een dorpeling, verkleed als ‘Jauh’, voerde een ‘wayang topeng’ op (maskerdans)
De dans is deels improvisatie en de danser richt zich rechtstreeks tot het publiek.
Kleintjes kropen wat angstig achter de groteren, maar bleven toch geboeid gluren.  De leider van de gamelang ging een muzikaal ‘gesprek’ aan met de Jauh en volgde met muzikale klanken de bewegingen van de danser, die hem op zijn beurt op het verkeerde been probeerde te zetten.

Sluitstuk van de dansvoorstelling was de dans van de barong, een groot harig monster met klapperende tanden. De barong wordt gevormd door twee dansers, die respectievelijk de kop en de staart beheersen.  De danser in het staartgedeelte kan nauwelijks zien waar hij loopt en moet voortdurend de bewegingen van de voorste danser volgen. Ook de barong richt zich rechtstreeks tot het publiek en heeft vrijheid om te improviseren, al bevat de dans veel vaste onderdelen. Hij gaat altijd even zitten, valt ter plekke in slaap en duwt zijn harige manen in het publiek. Bij zijn nadering renden de kleintjes gillend weg om zich te verschuilen.
Toen de barong weer op de standaard werd gehangen, schuifelden de buren de poort weer uit en werden wij uitgenodigd om aan tafel plaats te nemen. Nyoman had weer een mooie maaltijd neergezet als sluitstuk van de avond. De kleineren vroegen permissie om naar huis te gaan en de groteren begonnen met opruimen.
Jan, Eva, Maurice, Komang en ik praatten tijdens het diner nog wat na en we wisselden uiteraard onze mailadressen uit, onder andere om elkaars foto’s te bekijken.
Toen Jan en Eva in de auto stapten om weer naar Ubud te worden gebracht, werden ze door het halve dorp uitgezwaaid.
Hebben ze het leuk gehad?  Zeker weten!

Advertenties

Bali: Gasten van Bali Uniek Reizen vieren koninginnedag met de kinderen van Petak

Al s er gasten voor Anak Alit in Petak komen, is het altijd dubbel feest.
Want de kinderen genieten en de gasten ook. Het is geen aangelegenheid waarbij de kinderen braaf hun programmaatje afdraaien en de gasten braaf in hun handen klappen. Het is iedere keer weer anders en verrassend.

Dit keer kwamen Jan en Eva uit Tholen bij de kinderen op bezoek. Was het de koninginnedag, was het voetbalbranie, was het toeval, of was het gewoon oer-hollands, dat ik zoveel oranje shirtjes zag en de oranje ballonnen voor mijn ogen dansten?  Het was in elk geval een vrolijke noot.

Voordat Jan en Eva naar Bali reisden, raadpleegden zij eerst het internet voor logies en bestemmingen. Bali is een eiland waar men zich niet zo gauw verveelt, maar tegenwoordig zoeken de mensen naar een bestemming die iets meer te bieden heeft dan een uitgestrekt strand en een gezellige bar. Iets waarin men het nuttige met het aangename verenigd ziet. Zij willen niet alleen zelf van een fijne vakantie genieten, maar zij willen ook een steentje bijdragen aan het leven van de mensen in het gastland voor wie de gespreide bedjes niet zo vanzelfsprekend zijn.
De kinderen van Anak Alit hebben door de Nederlandse  stichting Anakita kans op een goede opleiding en de daarbij behorende toekomstverwachtingen. De gasten die via Bali Uniek Reizen bij hun op bezoek komen,  sponsoren met hun bezoek de nodige extra’s, die het leven veraangenamen. 
Jan en Eva kwamen de website van Anakita tegen en voelden zich direct aangetrokken. Zij boekten gedurende hun verblijf in Ubud een tweedaags bezoek aan Petak en dat bezoek viel bij toeval juist op de Nederlandse koniginnedag. Vandaar.

Uiteraard was het een stralende dag. Rond 10 uur werden de gasten opgehaald en ruim een half uur later werden zij begroet door een groepje uitgelaten donderstenen, die allemaal persoonlijk een handje wilden geven en met hun beste Engels voor de dag kwamen. “Hello, how are you!!”  En nog voordat de wedervraag werd gesteld, riepen zij de gasten toe: “I am fine!!”
Niet alleen de gesponsorde kinderen waren van de partij, maar ook een paar ouders en een aantal broertjes en zusjes. De meisjes hadden mooie bloemenkransen gemaakt van afrikaantjes en ‘bunga jepung’ en stonden klaar om ze rond de halzen  van hun gasten te hangen.

Er was een programma gemaakt, bedoeld om de gasten kennis te laten maken met het dagelijks leven van een Balinees gezin. Een paar flinke jongens klommen behendig in de palmen om kokosnoten te verzamelen en ibu, de vrouw des huizes, demonstreerde hoe er uit het vruchtvlees van de noten santen (kokosmelk) en olie werd gewonnen op een eenvoudig vuur van droog sprokkelhout tussen een paar stenen. Een zacht briesje maakte de afzuigkap overbodig. In de Nederlandse winkels wordt het voedsel vooral aangeboden in pakjes en blikjes met in heel kleine lettertjes de vermelding van de ingredienten en de voedingswaarde. De kokosnoten in Bali hebben geen streepjescode; de voedingswaarde varieert per seizoen en alles van de grote noten is bruikbaar en ecologisch verantwoord. Het vocht van de jonge noten is heerlijk om te drinken en wordt vooral aanbevolen voor zwangere vrouwen. Uit het vruchtvlees wordt het vocht geperst, dat samen met de kokospulp veelvuldig wordt gebruikt in de Oosterse keuken. Uit dit vocht wordt bovendien olie gewonnen, die geschikt is om te bakken en voor massages. Het hele proces werd op ontspannen wijze gedemonstreerd aan de gasten, die tussen neus en lippen door les kregen in het vlechten van sierstukjes uit repen palmblad.

Ook Komang liet zien dat zij een heuse Balinese vrouw is door met behendige vingers en in rap tempo een sierlijk offertje te maken. Op een traditioneel Balinees plateautje onstond een torentje van mandjes en bloemetjes, zoals die gewoonlijk geofferd wordt in de tempel op hoogtijdagen. En zulke dagen zijn er heel veel in Bali. Het gezegde ‘leven als God in Frankrijk’ verliest zijn kracht als men ziet wat er voor de Godheid in Bali wordt bereid.

Terwijl de trouwe Nyoman bezig was met het klaarmaken van de lunch, werkte de talentvolle Adiana geconcentreerd aan een houtsnijwerkje voor de gasten. In zeer korte tijd verschenen in relief de namen van de gasten tussen sierlijke bloemenranden. De lunch bestond uit een palet van een heuveltje rijst met daaromheen een gebakken visje, stukjes gebakken kip, een geblancheerde groenten mélange en een dotje heerlijke verse sambal. Ter afsluiting werd er een schaaltje vers gesneden fruit gepresenteerd. Intussen had Adiana zijn houtsnijwerkje voor de gasten afgemaakt en beschilderd in diep-bruin en goud. Trots kwam hij het aanbieden en uiteraard ging het van hand tot hand om te worden beoordeeld en bewonderd. Later in de middag zou hij samen met Lego nog een demonstratie geven van de werkwijze waarmee een relief tot stand komt. En uiteraard mocht Jan het ook even proberen. Het was wel even wennen om –in kleermakerszit- te beitelen aan een stuk hout tussen je tenen.

Weer andere kindjes stonden te popelen om hun gasten een demonstratie Balinees dansen te geven. Toen het hun beurt was, werd de muziek installatie in orde gemaakt en op de eerste klanken van de gamelang kwam een groepje van vier  ranke kleine meisjes naar voren om een welkomsdansje op te voeren. Op het strakke ritme bewogen hun poppenkopjes aandoenlijk heen en weer en in de details zoals mimiek en handgebaren herkende men de aankomende professionaliteit  van de diva’s in de dop.  Zodra het dansje was beeindigd, werden ze ineens weer kinderen die zigzaggend en giechelend van het podium huppelden.
Een jongen, die van dansen houdt is in Bali geen mietje. Maar het dansje dat de kleine jongens na de meisjes opvoerden was wel iets stoerder.
Na het dansen waren Eva en Jan zelf aan de beurt. Zij deelden oranje ballonnen rond, en in enkele tellen stonden alle kinderen met bolle wangen te blazen om het geliefde speelgoed op scherp te stellen. Tussen de ronddansende kinderen zweefden de oranje bollen door het leslokaal en in de tuin. Regelmatig knalde er een ballon kapot en ging er een gejuich op. Niets is voor de eeuwigheid en een ballon al helemaal niet. Maar deze dag kon niet meer stuk en de herinnering is blijvend.

Bali, Ubud, Ogoh Ogoh (oudejaarsavond) en Nyepi, het Balinese Nieuwjaar, 1933

 

Ogoh Ogoh. Vrolijk, bezwerend, uitbundig en kleurrijk was gisteren het afscheid van het Balinese jaar 1932.
Mijn gasten, die woensdagavond laat uit Nederland waren aangekomen, begaven zich op de tweede dag van hun verblijf al in het feestgedruis. Nog een beetje tollend van de jetlag en nog niet gewend aan de hoge avondtemperatuur, wandelden zij met hun kraaiende peuter via het apenbos naar het centrum van Ubud, waar op het voetbalveld de monsters en demonen werden verzameld om zich in meerdere opzichten met elkaar te meten. De uitslag staat bij voorbaat vast: de goede geesten zullen overwinnen. Maar eerst worden de prachtig gemaakte ‘demonen’, waar men wekenlang aan heeft gewerkt, triomfantelijk rondgedragen en bewonderd. Er vindt een verkiezing plaats voor de mooiste. Er wordt vuurwerk afgestoken, gezongen, gedanst en geflirt. Tijdens de schemering worden de demonen van het voetbalveld weggedragen door groepen joelende rennende jongelui onder het toeziend oog van de ordedienst van de pecalang en door de politie. Er bestaat een duidelijke orde in deze chaos en hoewel het hier om een gevecht gaat, gebeuren er geen ongelukken. Toch rent in het halfduister de horde dragers af en toe regelrecht op de menigte toeschouwers af, die dan gillend uiteen wijkt. Als het te hard gaat, weerklinkt het schrille fluitje van politie en pecalan en de dragers binden in. Na het schijngevecht verdwijnen de demonen en hun dragers in oostelijke richting in het duister. De menigte toeschouwers keert massaal terug naar het voetbalveld, waar volgens oud gebruik enkele overwonnen demonen worden verbrand. Oorspronkelijk gebeurde dat met alle poppen, maar tegenwoordig steekt men zoveel energie en geld in de kunstwerken, dat men het zonde vindt om ze direct weer te verbranden. Nog lang na Nyepi treft men langs de weg en in schuren de woest kijkende poppen aan, die tijdens de laatste jaarwisseling hun symbolische taak hebben vervuld.

Om middernacht is alles stil en donker.
Dat blijft 24 uur zo. Demonen, die over Bali vliegen worden aldus misleid en denken, dat de Balinezen (en hun toeristen) zijn vertrokken. Geen lol aan. De demonen gaan een deurtje verder en het zal wel even duren voor ze in de gaten hebben, dat ze voor de gek zijn gehouden. En tegen de tijd dat Bali weer overspoeld raakt met boze geesten zijn ze weer bijna een jaar verder.

Intussen hebben wij in alle rust van Nyepi genoten. Geen boodschappen buiten de deur, geen motorlawaai, geen rumoer en geen licht. Wij genoten van het geluid van de kikkers en de krekels, van kippen en vogels, van de stromende beek en van de gezellig brabbelende peuter, die zich van geen kwaad bewust was. Want voor peuters is alles zoals het hoort en zij zien nergens van op, al was het hapje sambal kemiri dat per abuis in zijn mondje terecht kwam wel wat teveel van het goede.
In januari heeft men mij al een voorspoedig 2011 gewenst. Als die wens ook opgaat voor het Balinese jaar 1933, wordt dit een gezegend jaar. Laten we hopen dat de boze demonen dit jaar abusievelijk in zee belanden, opdat we ons in dat goede jaar kunnen verheugen.

Bali, Ubud: Bali Batin Bungalow

De werklieden zijn inmiddels klaar met hun aandeel en mijn aandeel is in volle gang. Er moet in de eerste plaats flink worden gepoetst, wnt schuren en slijpen geven veel stof, dat in de kleinste kiertjes is doorgedrongen.

 Daarna moet alles worden aangekleed, zodat de kamers gezellig worden. Hier vast een indruk van de laatste twee kamers en de nieuwe badkamer.
Dan met nieuwe foto’s de website aanpassen en we gaan helemaal nieuw het jaar 2011 in.
 

Natuurlijk kunt u al boeken; er is plaats tot een gezelschap van 8 personen.
mail naar: balibatin@gmail.com

Een verbroken contract en een nieuw begin: VILLA BALI BATIN.


Een aantal van mijn gasten wist het al, maar lang niet iedereen: met ingang van 1 februari 2011 ga ik Warjihouse verlaten.
Niet omdat ik het niet leuk meer vind in Warjihouse en ook niet omdat de contracttermijn dan is verlopen, maar simpelweg omdat de eigenaar andere plannen heeft met Warjihouse. Welke die plannen zijn, is niet helemaal duidelijk en dat gaat mij in feite natuurlijk niet aan, behalve, dat we samen een contract hebben afgesloten voor 5 jaren, waarvan er op 1 februari 2011 slechts 3 voorbij zijn. Het contract is bij mijn intrede netjes besproken, schriftelijk opgesteld en door beide partijen ondertekend. Er waren een aantal voorwaarden in opgenomen, waaronder een betalingsregeling, die vermeldde dat de eerste termijn van drie jaren bij aanvang zou worden voldaan en de tweede termijn na de eerste twee jaren. Niet beschreven waren de verwachtingen die beide partijen koesterden en de inzichten die in de loop der tijd veranderden. Hoe zou dat ook kunnen?
Maar toen ik in december 2009 de vraag bij de eigenaar en zijn familie neerlegde over het regelen van de betaling van de tweede termijn, kwam het antwoord schoorvoetend en langs een omweg tot mij: ik hoefde niets meer te betalen. De schoondochter, die het beleid voert over Warjihouse 2 aan de Jalan Bisma, kwam peroonlijk vertellen dat haar vader Warjihouse 1 na de drie betaalde contractjaren weer zelf wilde beheren. Volgens de dochter had de eigenaar het geld niet nodig en wilde hij Warjihouse 1 renoveren. Zijn verwachting, dat ik dat zou doen, was niet uitgekomen. En hoewel dit in het contract niet aan de orde was, ben ik wel met herstelwerk begonnen, maar door de slechte start in het eerste jaar kon ik het niet afmaken.
Contractbreuk dus. In Bali is dit niet ongewoon en natuurlijk zou ik in zekere zin in mijn recht staan als ik er werk van maakte, maar het is zeer de vraag of dat een verstandige zet zou zijn. Er zijn vele manieren om een ander het leven zuur te maken en als je bij een Balinees de voet dwars zet, kun je weinig goeds verwachten. Volharden in eigen gelijk is in dit geval niet vooruitzien, maar wat dan wel?

Ik hinkte op verscheidene gedachten: een nieuwe homestay zoeken; naar een ander eiland vertrekken; werk zoeken in Australie; of teruggaan naar Nederland. Ik sprak met Australiers; ik bezocht de idyllische stranden van Lombok; ik legde een mogelijke terugkeer naar Nederland aan mijn familie voor. En al deze mogelijkheden besprak ik natuurlijk ook met diverse Balinese en Nederlandse vrienden.
De oplossing kwam onverwacht via een Balinese vriend, die ik al bijna tien jaar ken: Wayan Darta.

Hij had een huis voor me, precies naar mijn smaak, met een ruime tuin. Met enkele aanpassingen, die niet veel hoefden te kosten, zou het geschikt zijn voor gasten. Ik kon een jaarcontract krijgen, dat per jaar verlengbaar zou zijn. Ik was meteen verkocht.

Natuurlijk wil ik zo snel mogelijk beginnen, dus er wordt hard aan gewerkt om het nieuwe huis in gereedheid te brengen.
Er komen een paar nieuwe badkamers bij en de tuin wordt gereconstrueerd. Er komt een compleet nieuwe inrichting. Er wordt geverfd, gerepareerd en schoongemaakt. Uiteindelijk zal het resulteren in twee frisse appartementen van twee kamers en suite met een badkamer. Desgewenst kan men ook alleen een kamer huren.

Tussen beide appartementen is een grote gemeenschappelijke ruimte met grote antieke openslaande deuren, die uitkomen op het terras aan de tuinzijde. In het midden komt een grote ronde tafel, waaraan men gezellig bij elkaar kan zitten om te ontbijten, lunchen of dineren; een boek lezen, op de computer werken, of een spelletje doen.
Maar zover is het nog niet. Nu wordt er nog hard gewerkt aan de renovatie en de inrichting.
De deuren zijn nog gesloten, maar als alles volgens plan verloopt, gaan ze per 1 oktober wijd open.

Indonesië, Bali, Veldwerk voor aanstormende antropologen.

 

 Naar het schijnt werden de charmante studentes in Culturele Antropologie, Karin en Charlotte, gedreven door het motto ‘het leven is een feest’, toen ze in Denpasar uit het vliegtuig stapten. In elk geval wèrd het een feest, dat zo’n vier maanden duurde.
Beide dames zitten in het eindjaar van hun studie en moeten dat afronden met een relevante scriptie. Karin onderzoekt het verloop van de integratie der expats in de Balinese gemeenschap. Charlotte heeft zich meer gericht op de invloed die dat heeft op de Balinezen zelf en in hoeverre dat wordt opgenomen in hun cultuur.
Hun doel was dus om een stel in Bali neergestreken buitenlanders aan het babbelen te krijgen en dat te vergelijken met het commentaar van een stel Balinezen.
Volgens Karin liep dat heel gesmeerd. De meeste mensen werkten enthousiast mee, want, zo merkte zij fijntjes op, mensen praten graag over zichzelf. En natuurlijk hopen de geïnterviewden in de later beroemd geworden scripties hun eigen doorslaggevende opinies terug te vinden.
Ik kwam met Karin in contact via een leeftijdgenoot van hun, een studente medicijnen, die nog even op vakantie ging na haar stage-periode te Jokyakarta. Zij logeerde in Warjihouse, waar ze tot haar terugkeer naar Nederland zou blijven.
En zo rolde het balletje van de een naar de ander.
In Nyuh Kuning maakten Charlotte en Karin onder andere kennis met de hartelijke families van Made Suparsa en Wayan Darta, die beide al eens in Nederland waren geweest.

Met Wayan Renta maakten zij een lange wandeling door de rijstvelden, waarover hij hun heel veel kon vertellen en hij liet hun kennis maken met de echte Balinese keuken in een lokale warung.
Het was Wayan Renta die de meisjes uitnodigde om het Balinese boerenleven aan den lijve te ondervinden. Hij kreeg zijn zin: Karin en Charlotte kwamen Renta en zijn vader helpen met het binnenhalen van de laatste oogst. Niet zonder trots sms-te Wayan mij, dat hij in de sawah werd bijgestaan door maar liefst twee Nederlandse schonen met rode hoofden. (kepala merah sekali!) Of ik even op de koffie kwam.

 

Het was mooi om te zien. Terwijl de meisjes zich een breuk zwoegden met hun sikkels, sloeg Wayan de rijst uit de halmen. Zijn vader wierp de rijst op in de wind om de strootjes en de vliesjes eruit te laten waaien en vulde grote zakken met rijst.
In de berm keken een aantal buur-boeren jaloers toe en bespraken ongetwijfeld elke mogelijke relatie tussen Wayan en de twee toeristes.
Ook ìk kon nog iets bijdragen en vervoerde op mijn motor twee volle zakken naar het ouderlijk huis in Sakti.

De volgende dag werden de voorbereidingen getroffen voor Kuningan, wat voornamelijk inhield, dat er een feestmaal werd klaargemaakt en de huistempel werd opgesierd. Karin, Charlotte en ik werden uitgenodigd om langs te komen voor de lunch. De hele familie was in touw met hakken, pellen, bakken, koken en roosteren. Op de binnenplaats lag een groot zeil waarop de rijst was uitgespreid om te drogen. De honden Bruno en Bobby begroetten elk op zijn eigen manier de gasten.
Wij kregen een mok huisgebrande koffie en toen het eten klaar was, werd ons een kleurrijk bordje gepresenteerd met o.a. nasi, sateh en lawar. De smaak was voortreffelijk, al hebben de meeste westerlingen een beetje moeite met de meegehakte botjes en reepjes varkenshuid. Zoals gebruikelijk at de familie niet mee, maar uit de hoeveelheid voedsel kon men concluderen, dat ze er nog een dagtaak aan zouden hebben om het op te krijgen.

Toen ik opstond om naar huis te gaan, zaten Karin, Charlotte en Wayan gebogen over een boekje met Nederlandse woordraadsels. Moeder observeerde weifelend het geanimeerde gezelschap en vroeg zich vermoedelijk af welke van de twee dames in aanmerking zou komen als toekomstige bruid.
Want Culturele Antropologie is wel erg ver van haar bed.

Indonesia, Bali, de jarige huistempel

 

Ieder Balinees familie-huis heeft een ommuurd stukje op het erf, waar de huistempel is opgericht.
De huistempel bestaat uit verschillende onderdelen. Niet alle huistempels zijn hetzelfde, maar in elk geval bevinden zich op dat terrein de spirituele onderdelen die van belang zijn voor de bewoners van het betreffende huis: de drie verschijningsvormen van God; de spirit van de voorouders en de tempel van de zon. Het is de plek, waar geofferd wordt op belangrijke dagen, zowel met betrekking tot de kosmos als tot de familie. Elk halfjaar wordt bovendien de verjaardag van de tempel zelf gevierd. (deze viering heet RAINAN, anggara kasih) De plaats en volgorde van de tempel-onderdelen worden met behulp van een priester zorgvuldig uitgekozen. Daarbij wordt erg gelet op de situatie van de omgeving met betrekking tot het dorp en de weg, maar ook de zonsopgang en de ligging ten opzichte van b.v. de zee en de bergen.
Zo is alles wat in de richting van de vulkanische berg wijst, gewijd aan de goden, terwijl de zee juist verwijst naar de slechte geesten. Hetzelfde geldt voor het oosten en het westen, die verwijzen naar de zonsopgang (positief) en de zonsondergang (negatief).
Toen ik bij een familie in het gehucht Sakti (ten noorden van Ubud) op bezoek was ter gelegenheid van de verjaardag van hun familie-tempel, kreeg ik van de oudste zoon Wayan een rondleiding langs de verschillende tempelonderdelen.
De pondok, die in de noordwestelijke hoek staat opgesteld, dient voor het plaatsen van de offerandes en als zitplaats voor de priester bij belangrijke gelegenheden. Vanaf de pondok liep ik met Wayan langs de volgende onderdelen:

1 PIASAN : de zojuist genoemde pondok.
2 TAKSU : de zetel van de spirit van het werk. Hier wordt geofferd ten gunste van een goede baan of een vruchtbaar bedrijf.

3 SAREN : hier wordt geofferd opdat men kan behouden wat men heeft verworven.

4 GEDONG SARI : dit tempeltje is specifiek gericht op het verwerven van geld.
5 PADMA : deze tempel in de vorm van een zetel is opgericht ten gunste van de zon, beschermer en onderhouder van de natuur en is -uiteraard- geplaatst in de richting van de zonsopgang.

6 GEDONG SINEB : deze tempel staat symbool voor de weerslag van de zegeningen op het karma.

7 KEMULAN : een tempeltje ter aanbidding van de godsbegrippen Brahma (schepper), Vishnu (leven) en Shiva (sterven, overgang)

8 SEDAN RURAH : bescherming, bodyguard, toegewijd personeel.

9 PELINGGIH DEWA YANG : de spirit van de voorouders.

10 APIT LAWANG : altijd geplaatst tegenover de ingang van het tempel terrein en ter verwelkoming van de goede spirit. Links en rechts van de APIT LAWANG staan altijd twee bewakers.

Het is duidelijk dat het economische welvaren enorm belangrijk is voor deze familie.
De onderdelen 2, 3, 4 en 6 houden rechtstreeks verband met het verwerven van welstand.
Overigens wordt er niet alleen aan de goden geofferd. Ook de kwade geesten krijgen hun deel, zij het iets minder.
Het lijkt een soort kat-en-muis spel. De kwade geesten worden misleid met offertjes of met ongelijke traptreden.
Bij een crematie wordt de lijkbaar zelfs met een enorme vaart rondgedraaid op een hoek van de straat, opdat de slechte geesten duizelig worden en de richting kwijtraken en zodoende de overledene niet kunnen volgen op zijn weg naar de spirituele wereld.

Ik merk op, dat de mensen in het verre westen ook werken, geld verdienen, soms rijk worden, soms pech hebben, enzovoort, net als Balinezen, maar dat zij toch nooit offeren en ook geen kwade geesten rustig houden.
Hier glimlacht de Balinees minzaam. Westerlingen zijn geen Balinezen. Al die belangrijke zaken gelden alleen voor Balinezen, het onmiskenbaar uitverkoren volk.

 

Bali, Petak: Putu is geopereerd en het gaat goed met haar

Hier een vervolgbrief van Dieske Snelting met goed nieuws.

Hallo allemaal,

Allereerst iedereen die n.a.v. het vorige mailtje een donatie hebben gedaan ontzettend bedankt, namens Putu en Tajun.

Ik hoop dat jullie dat allemaal onder vermelding van ‘Putu’ hebben gedaan, anders komt het namelijk in de algemene pot terecht. Degenen die dit zijn vergeten stuur mij een mail, zodat ik er alsnog voor kan zorgen dat het op de goede plek terecht komt!!!

Putu is vorige week donderdag geopereerd. De operatie kwam sneller dan verwacht dit door inspanningen van de oom van Kadek (coördinator) die in het ziekenhuis werkt.

Samen met de moeder van Putu wat familie en kinderen van het weeshuis hebben we voor de operatie kamers gewacht. De operatie zou 2 uur duren, dat werden er 5. Kadek vertelde me dat dat kwam omdat ze ook een probleem met haar enkel had. Gister kwam ik erachter dat dat echter haar knieschijf was. Daar zat een barst in en dat is tijdens de operatie gelijmd. Toen ik gister opweg naar het ziekenhuis was kreeg ik bericht dat Putu naar huis mocht. Helemaal super dus.

Ze zag er nog behoorlijk pips uit en had bijna geen krachten in de armen en benen, maar ze was ontzettend blij dat ze naar huis mocht.

Maandag moet ze terug voor controle, en dat zal zich de komende tijd wekelijks herhalen. Ze heeft therapie oefeningen geleerd die ze thuis moet doen.

Nogmaals degene die een donatie hebben gedaan heel erg bedankt!!! Putu en haar familie zijn er erg mee geholpen.

Met Tajun gaat het elke dag beter, hij heeft nog steeds hechtingen aan de binnenkant van zijn mond. Dit heelt natuurlijk binnensmonds niet zo snel.

Aanstaande vrijdag vlieg ik naar Singapore. Daar ga ik wachten totdat Remie zijn visum heeft en dan vliegen we samen door naar Vietnam.

Voor jullie allemaal een warme groet,
Dieske en Remie

Bali, Ubud, verliefde vakantiegangers, Warjihouse kroniek aflevering 33

Zesde en laatste deel.

Gde zat een beetje mismoedig op de stoeprand. Hij had die dag nog geen ritje gehad. Zijn vriendinnetje was er vandoor en ik was ook niet al te vriendelijk naar hem toe.

“I know it; I am a bad person.” beschuldigde hij zichzelf om mij de wind uit de zeilen te nemen.
-“You can do a lot to change that”.
-“I have a bad karma.”
-“Bull shit.”
-“You are not Balinese; you don’t understand.”
-“Bull shit.”
-“I really love her.”
-“And you really love the other one the same.”
-“No, but she’s always after me. I already said to her that I want Janine, but she won’t leave me alone.”
-“I think you were not clear enough to her.”
-“I was, but she is so aggressive.”
-Then be more aggressive too.”
-“It is too hard for me to be unkind to anyone.”
-“But now you have hurt Janine, is that not unkind?”
-“You understand nothing about it.”
-“Are you sure?.”
-“No….. My life is so hard; I don’t want to live anymore.”
Gde hing met zijn hoofd in zijn handen, vol zelfmedelijden en ik kon –hoe dan ook- niet meer boos op hem zijn.

“Taxi?” vroeg hij werktuiglijk aan een voorbijganger.
-“Yes please”, was het onverwachte antwoord, “how much to Penestanan?”
Gde verrees energiek uit zijn droefenis en begon zijn onderhandelingen.

Na een paar dagen kreeg ik een sms-je van Janine. Ze had een leuk onderdak gevonden in de streek Sidemen en aardige mensen ontmoet. Ze genoot van de prachtige omgeving en zond haar groeten aan: “you, Ketut and the serial lover.” Ketut kon zijn oren niet geloven. –“Greetings to me?” Hij zond direct een sms-je terug en grapte: “Don’t dream too much about me. Ok?” Met ondeugende ogen liet hij het me zien. Haar antwoord was: “Ok, I won’t, haha.”
Daarna hoorden we een tijdje niets van haar.
Na een week kreeg ik opnieuw een sms-je, waarin ze meldde: “coming back home on Sunday.”
En daar kwam ze: verwaaid, maar vrolijk en uitgerust.
Gde zat nog dezelfde avond bij haar op het terras en liet haar de hele avond niet meer alleen. Ik hoorde hun praten; de kamer ingaan, de kamer uitkomen, samen eten, en weer praten. Het klonk heel rustig allemaal en ik bemoeide me nergens mee.
Laat op de avond stond Aiko al weer naast de auto op Gde te wachten. Niet vergeefs, kreeg ik in de gaten. Ketut wist er meer van, maar zweeg in alle talen.

Kadek and Janine

Vandaag, de dag na Galungan, kwam de ontknoping.
Janine gebruikte het ontbijt samen met een tevreden jongeman, die ik nog niet eerder had ontmoet. Hij werd aan mij voorgesteld als Kadek, haar vriend uit Karangasem. Wegens de feestdagen had hij een paar dagen vrij van zijn werk en hij kwam zijn nieuwe vriendinnetje ophalen om zijn vrije dagen met haar door te brengen. Janine pakte haar rugzak in en stalde haar koffertje in mijn kamer. Even later vertrokken ze samen op de motorbike.

17-10-09, de boom in (3)

Ik heb er verder niets aan toe te voegen.
Alleen het piepschuimen vliegtuigje ligt nog op de kast in Janine’s voormalige kamer.
Nu zoek ik nog een heel erg hoge boom om het  voorgoed in te hangen. “Ketut, can you help me please?”

17-10-09, de boom in (9)

Bali, Ubud, verliefde vakantiegangers, Warjihouse kroniek aflevering 32

Vijfde deel.

 Goa Gajah

Hoewel verregend, trokken we nadat we uit de Goa Gajah naar boven waren gekomen, verder naar het strand. Het water gutste inmiddels langs mijn brillenglazen en belemmerde mijn zicht enorm, maar ik hield mijn blik gericht op de witte regenjas van Janine, die af en toe vrolijk achterom keek.

Aan de kust regende het aanmerkelijk minder en Ketut keek critisch toe (we never do like that) hoe Janine en ik direct onze sandalen uitschopten om in de branding te gaan staan. Weer stonden we te praten over de liefdesperikelen en steeds kwam er  iets in Janine naar boven, dat moest worden meegewogen om tot een conclusie te komen. Enerzijds was ze geshockeerd, dat de liefde niet voor 100 % wederzijds bleek,  anderzijds kon ze zo moeilijk afstand nemen van haar eigen verliefdheid, die de basis was geweest van haar komst naar Bali. Het hardop uitspreken van haar gedachten werkte therapeutisch.

Werktuigelijk sprongen we nu en dan terug voor een hoger oprijzende golf en dat ging zo door totdat de zoom van mijn omhooggehouden rok drijfnat was.
Inmiddels was het ook weer iets harder gaan regenen. We liepen terug naar Ketut, die in een lokale warung was gaan zitten om te schuilen. Aan zijn ogen zag ik, dat Ketut steeds meer voor Janine was gaan voelen. Ze was zo dichtbij en allerliefst, maar behoorde aan zijn ondankbare broer. En dan nog, als het uit zou raken tussen die twee; met goed fatsoen kon hij haar daarna niet het hof maken. Hij liet zich dan ook ontvallen: “ Why do all the girls fall in love with my brother? I am a much better person. I would never threat a girl like that!” Het ontlokte een gulle lach aan Janine, maar nog geen liefde.  

Toen het regenen minderde, maakten we direct aanstalten om naar Ubud terug te gaan. Ik was liever voor het donker thuis.
Mede door de donkere lucht, schemerde het al eer we in Warjihouse aankwamen en ik had het echt koud. Ketut reed direct door naar huis, want zijn familie had geen idee, waar hij uithing.
Ik stelde Janine voor om een douche in mijn badkamer te nemen, waar warm water was. Onze kleding was doorweekt en de situatie zou aanleiding kunnen zijn tot een flinke verkoudheid. Haar kamer –de zogeheten backpacker’s room- had alleen koud water. Toen we allebei waren opgewarmd, kwam Janine nog even bij mij op het terrasje zitten. Ze had haar besluit genomen: Ze wilde een motor huren bij Nyoman en een weekje over Bali rondtoeren. Helemaal alleen. Dan kon ze rustig bij zichzelf overdenken, hoe het nu verder moest. Haar bagage stalde ze tijdelijk bij een vriend en ik zou er voor zorgen, dat na een week haar kamer weer beschikbaar was. Een beetje opgelucht omdat ze nu wist, wat ze wilde, trok ze Ubud in voor het avondeten. Ik had het zelf even druk met het beantwoorden van de mail die was blijven liggen. Pas tegen 10 uur ging ik er even uit voor een portie nasi goreng.

vliegtuigje

Toen ik langs de kamer van Janine liep, zag ik aan het hangslot, dat ze nog niet thuis was.
Op de tafel van haar terrasje lag een piepschuimen speelgoedvliegtuigje.
Het lag er vreemd en doelloos, als had het zojuist een noodlanding gemaakt.

« Older entries