Adriaan van Dis in Bali

Van enkele kennissen kreeg ik een telefoontje met de tip om zondag 15 april naar het programma over Adriaan van Dis in Indonesië te gaan zien. Het ging deze keer over Bali, het eiland waar ik -met tussenpozen- zo’n 10 jaar heb doorgebracht.
Uiteraard was ik al op de hoogte. Ik volg deze fantastische serie al vanaf de eerste dag. Alles is goed aan deze reportage. Het is smaakvol en onderhoudend; betrokken en interessant; kritisch en realistisch.
Ik nestelde me ‘s-avonds dus genoeglijk op mijn divan voor de tv om het deel over ‘mijn eigen eiland’ te gaan zien. Ik genoot bij het zien van de straattaferelen met de bijbehorende  geluiden, het gekrioel, de gezichten. Het zien ervan maakte een emotie in mij los, waarbij ik zelfs de geuren meende te ruiken. De camera bracht mij in Ubud; boekhandel Ganesha; Jalang Monkey Forest, de straat, waar ik vele slippers heb versleten. Zo vaak nog, loop ik daar in mijn dromen.

Adriaan van Dis blijft nooit oppervlakkig, dus ook deze keer niet. Onder begeleiding van psychiater Suriani brengt hij ons op plaatsen waar toeristen gewoonlijk niet komen. Waar ze zelfs geen weet van hebben. Want wij krijgen mensen te zien, die voor toeristen worden weggehouden. Toeristen worden enkel geconfronteerd met kleurrijke ceremonies, bevallige dames, schattige kindertjes, hulpvaardige taxi-chauffeurs, kortom: de paradijselijke kant van Bali. Diep in hun hart weten de mensen wel, dat er ook veel arme mensen in Bali zijn. Dat niet iedereen zo gelukkig is als hij of zij eruit ziet. En veel mensen nemen de gelegenheid te baat om ook een steentje bij te dragen aan de ontwikkeling van de welvaart in Bali. Zij steunen een weeshuis of helpen een tiener door diens opleiding te betalen. Bovendien zijn er een aantal prima stichtingen, die zorgen voor weeskinderen, gehandicapten of zieken. Deze mensen en stichtingen weten u wel te vinden.
Toch zijn er nog steeds mensen, die niet in staat zijn om voor zichzelf op te komen. Omdat verwanten zich zich vaak voor deze mensen schamen, worden ze weggehouden uit de openbaarheid. Zij zijn de schrijnende gevallen, waar de toerist niet mee wordt geconfronteerd.
Van Dis heeft er een paar gevonden. Een schizofrene jongen, die vanwege zijn onmogelijke gedrag naakt aan een ketting was vastgelegd. Leuk was het niet, maar men leek te handelen naar beste vermogen. De knaap was geneigd tot pyromanie. Dat was nog tot daar toe, maar stel je voor dat hij een tempel in brand stak. Dan zou toch de hel losbreken.
De volgende patient, die Van Dis met Siriani bezocht, was een vrouw, die 12 jaar geleden van haar man was gescheiden, maar na haar scheiding niet meer werd opgenomen in het huis van haar familie. De reden was voornamelijk, dat zij als een soort spijtoptant op hangende pootjes terugkeerde. Zij was namelijk gehuwd beneden haar stand en eenmaal verlaagd tot een dubbeltje, word je in Bali nooit meer een kwartje.
De radeloze vrouw werd uiteindelijk opgenomen in het huis van een welgestelde nicht, die haar verzorgde. Wat Van Dis te zien kreeg, bracht hem in shock.
De vrouw lag naakt in een betonnen hok tussen haar eigen uitwerpselen. Zij begroette haar gasten met: ‘Ga maar weg, ik ben al dood’. De vrouw was vel over been en stellig de dood dicht genaderd. De laatste keer, dat ik zo’n beeld gezien had, was een opname uit 1945 van een barak in Bergen Belsen, zojuist ontzet door Amerikaanse soldaten. Bekomen van de ontreddering van de eerste confrontatie, werd Van Dis heel boos en hij riep de nicht ter verantwoording. Die probeerde zich er met de meest merkwaardige smoesjes vanaf te maken.
Van Dis regelde een ambulance en de patient werd naar een ziekenhuis gebracht om verzorgd te worden en aan te sterken. De volgende dag was de kwestie voorpagina-nieuws in de media.

Ik wist wel, dat het zonnige Bali ook nog een minder zonnige kant had. Die minder zonnige kant krijgt de gewone bezoeker vrijwel nooit te zien. Die komen niet op buitenlanders af om te klagen of te bedelen. Die zijn weggestopt of weggekropen.
Maar wat mij nog het meest shokeerde, was de onbewogen reactie van psychiater Suriani, die waarschijnlijk wel van de situatie heeft geweten en het zelfbeklag van de nicht die onder haar verantwoordelijkheid uit probeerde te komen.
Men vindt zoiets weliswaar genant, maar ook gewoon.
Tegelijkertijd prijs ik mezelf, dat ik Nederlander ben. Niet vanwege mijn materiële welstand (die trouwens maar matig is) maar omdat ik dit niet gewoon vind en dat ik ben opgegroeid in een omgeving, waar niemand zoiets gewoon vindt. Toch…?

Advertenties

BALI, WARJI HOUSE kroniek afl. 6

Warjihouse kroniek

Wel en wee van een Balinees gastenverblijf

wijding.jpg

Gisteren was het een gunstige dag voor ceremonies.In Ubud was van alles aan de gang. In de tempels was het een komen en gaan van torens met offerandes, de ene nog hoger en kleuriger dan de andere. Maar ook voor meer eenvoudige ceremoniën, zoals de inwijding van een nieuwe brommer of een zojuist verworven stuk land bleek het een goede dag te zijn. Alom eerbetoon, in het groot en in het klein.Zelf was ik uitgenodigd voor de inwijding van een lap sawah, waarop een huis voor langverblijvende toeristen moet worden gebouwd. Als buitenlander en mogelijk gegadigde, werd mijn aanwezigheid zeer op prijs gesteld. Ik koos een zware, Florinese sarong uit voor de gelegenheid, want als gegadigde wilde ik toch wat gewicht in de schaal leggen. Mijn outfit bleef niet onopgemerkt en Nyoman wilde graag weten, waar ik heenging. Zelf zou hij ook een plechtigheid bijwonen in de kampung van zijn familie. Om het resort niet te lang onbemand te laten, zouden Nyoman en Made elkaar afwisselen en om beurten naar de kampung gaan. Met enige zorg keek ik naar de donkere bewolking, die zich rond Ubud samenpakte. Ik sprak mijn vrees uit over een naderende bui. Volgens Nyoman zou het beslist niet gaan regenen. Op mijn vraag, hoe hij dat zo zeker kon weten, antwoordde hij, dat de priesters op een dag als deze de regen wel zouden tegenhouden. Ik hielp het hem hopen. Maar volgens hem, nogmaals, zou het zonder mijn hoop ook niet gaan regenen. Op de motorbike reed ik via Monkey Forest naar het hoger gelegen Nyuh Kuning, waar de plechtigheid zou plaatsvinden. Grote plateaux met bloemen, heilige waters en een levend kuiken werden al naar het drassig stuk land gedragen, terwijl de eigenaar me stond op te wachten. De rijstaanplant van de vorige eigenaar stond nog in de grond, maar er was al een begin gemaakt aan een betonnen oprijlaan. Een deel van de planten was geplet, waarop een blauw stuk zeildoek lag uitgespreid. Er stond een kring van schalen met attributen, die de priester nodig zou hebben. Hij liet niet lang op zich wachten. Een familielid bracht de priester achterop een brommer tot dicht bij de rand van het te wijden stuk land. Hij monsterde het terrein even en zeeg al snel neer op het blauwe doek om aan te vangen. Waarschijnlijk had hij dezelfde middag nog meer klusjes te doen. De bel rinkelde, formules werden gepreveld en de mater familias zong met rijp stemgeluid een aanvulling op het gebed van de priester. Toen moest het kuiken eraan geloven en zodra het beestje zijn kopje liet hangen, werd het zorgvuldig gedrapeerd op een gewijd vlechtwerkje en het geheel verdween al snel in een haastig gedolven grafje. Ingetogen bad de gelukkige eigenaar tot zijn goden en, zoals hij mij later toevertrouwde, voor de zekerheid ook tot Jezus Christus, de vermoedelijke god van de toekomstige bewoner van het te bouwen huis. Vandaag barstte met donderend geweld een wolkbreuk boven Ubud los. Dat was de regen van gisteren, die eindelijk werd losgelaten.

Ze hebben hier ook alles onder controle… 

Ineke van Gemert