DE OMMEZWAAI: VAN RIJSTTERRASSEN NAAR HEIDEVELDEN

Velen wisten het al, maar een aantal mensen zullen zich hebben afgevraagd waarom er al lange tijd geen nieuw verhaal op mijn blog is verschenen. Het hoogseizoen was al begonnen, dus er gebeurde genoeg, zou je denken. En dat was ook zo. Echter: van het een gebeurde te veel en van het ander te weinig. Ik had weinig tijd en geld om mijn plotseling veranderde situatie het hoofd te bieden en beide heb je nodig als je een gastenverblijf wilt opzetten. In mijn meer fortuinlijke periode heb ik alles ingezet om van mijn nieuwe project een succes te maken, maar het ontbrak me aan tijd om het te laten groeien en aan geld om dat te overbruggen. Het is -zogezegd- in de kinderschoenen blijven steken. In het leven moet je keuzes maken en dat heb ik gedaan. Aan mijn keuze om met het huis in Nyuh Kuning van start te gaan, heb ik vanaf het begin mijn twijfels gehad. Toen het huis nog maar pas was gebouwd, zo’n 4 jaar geleden, was ik er meteen verliefd op. Op dat moment was ik niet in de gelegenheid om het te huren. Toen het mij later werd aangeboden als oplossing voor mijn problemen, was ik meteen enthousiast. Maar ik kreeg ook meteen twijfels. Niet over het huis, dat was nog steeds hetzelfde. Maar de omgeving was veranderd. Drie jaar daarvoor had het huis alleen gestaan, met uitzicht over de vredige sawah’s. Nu stonden er vier nieuwe huizen omheen en dankzij mij kon men starten met de bouw van een vijfde huis, pal naast het mijne. Dat was een tegenvaller. Een andere tegenvaller was de explosief toegenomen verkeersdrukte op de verbindingsweg tussen Pengosekan en Batubulan. De nu en dan gierende motoren raasden langs tot een uur of twaalf in de nacht en in de vroege ochtend, rond vier uur, begon het verkeerslawaai al weer. Als je langer op zo’n plek woont, raak je aan die geluiden gewend en valt het niet meer zo op, maar gasten worden verondersteld enkele dagen tot enkele weken te blijven en dan wordt het als zeer storend ervaren. Een ander nadeel van mijn nieuwe locatie was de langere afsand naar het centrum van Ubud. Het was een wandeling van ruim 15 minuten naar het centrum, te ver om ‘even’ een boodschapje te doen, of ‘even’ te gaan lunchen. En niet iedereen durft in Bali op een motorbike te rijden. Daar komt bij, dat er in Ubud een grote keuze is aan homestays en hotelletjes, waarvan er vele meer voordelen hadden dan het mijne. Ook had ik nog geen reputatie opgebouwd en dat kan ook niet in een half jaar. Het was gedoemd om te mislukken en dat is wat er gebeurde. Ik had geen zin om daarop te wachten. Het verlengen van mijn verblijfsvergunning stond voor de deur en daarna het verlengen van mijn huurcontract voor nog een jaar. Mijn budget was tot een minimum gedaald en er kwamen bijna geen boekingen binnen, dus de vooruitzichten waren zeer ongunstig. In zo’n geval besluiten mensen vaak om over te gaan tot het lenen van geld. In de eerste plaats houd ik daar niet van, want de aflossing doet altijd pijn. In de tweede plaats had ik geen garantie voor succes, integendeel. Mijn besluit was dus snel genomen. Denk niet, dat dit een hard gelag was voor mij. Het nemen van het besluit om ermee te stoppen betekende ook -en vooral- dat ik was ontslagen van de taak om er, tegen beter weten in, het beste van te maken. Het leven werd weer een onbeschreven blad en ik kon nieuwe plannen maken, zij het met een zekere beperking.

Ik heb familie over mijn besluit ingelicht en kreeg meteen van mijn dochter te horen, dat ik welkom was bij haar en haar gezin tot ik mijn zaken geregeld zou hebben. En zo is het gegaan. Twee maanden ben ik te gast geweest bij Hans, Heleen, Lola, Fay en de kleine Nick, wat een overweldigende periode werd. In de zomervakantie kwamen daar nog eens de kindjes van Hans: Leon en Noelle bij, van dezelfde leeftijd als Lola en Fay en met hun verbonden door hun gezamelijke broertje Nick. Ondanks hun eigen drukke bestaan hebben ze alles gedaan om me te helpen. En nu woon ik in Exloo, op de Hondsrug, het mooiste plekje van Nederland. De sawah’s zijn verruild voor de bossen en heidevelden. Ik ga niet meer op de motorbike naar Gianyar, maar op de fiets naar Borger. Ik drink geen kokosmelk meer aan de rand van de sawah, maar pluk bramen in het bos van Exloo. Daar kom ik allemaal nog op terug.

Advertenties

Bali, Ubud, Indonesisch eten

Nu we ook maaltijden klaarmaken voor gasten heb ik me -met Ranto- verdiept in de Indonesische keuken en eetgewoonten. Want, hoewel Ranto alles wil weten over stamppotten en hamburgers, de gasten komen naar Indonesie om de lokale gerechten te proeven.
Net als in Nederland is de gewone dagelijkse maaltijd van de mensen in Bali tamelijk eenvoudig. Maar ook een eenvoudige maaltijd kan heel smakelijk zijn. Bij de dames van de catering, die dagelijks wasmanden vol voedselpakketjes  langs de winkels torsen, kost een nasi campur ongeveer 30 cent. En dat is een smakelijk hapje met alles erop en eraan. Bij de warung, waar je gezellig op een bankje met anderen een lunch kunt bestellen, kost het iets meer en zijn de gerechtjes wat uitgebreider, maar absoluut vers en fijn van smaak. Zo goedkoop kun je het zelf niet maken. en wie ingeburgerd is, weet waar je moet zijn om echt Indonesisch te eten.
Ik eet midden op de dag niet graag te zware gerechten en kies vaak voor een gevulde soep. Bij Dewa Warung en bij Mangga Madu is de soto ayam een aanbeveling waard. Maar ik heb zelf ook een goed recept gevonden. Mijn gasten waren er zeer tevreden over:

Soto Ayam Maduro

ingredienten

1 chicken ca 800 g.
2 liter water
2 stengels lemon grass
1 theelepel zout
1 eetlepel olie

Spice Paste

2 theelepels zwarte peper korrels
6 kruidnagelen
1 eetlepel verse gehakte gember
¼ theelepel shrimp pasta

toevoegingen

100 g glas noedels, zacht gemaakt in warm water
4 hard gekookte eieren, in vieren gesneden
8 potato chips
100 g taoge
2 eetlepels deep fried shallots (kan ook gedroogd uit een zakje)
2 eetlepels fijngehakte seldery
1 limoen in vieren
soya saus
pittige sambal oelek

werkwijze

Doe de in vieren gesneden kip in een ruime pan met water, lemon grass en zout.
Aan de kook brengen en zachtjes alten koken tot de kip zacht is. (ong. 40 min)
De kip en het lemon grass eruit halen en het vlees van de kip in kleine stukjes weer terug in de pan doen.

maak in een foodprocessor de peperkorrels en kruidnagelen fijn, voeg daarna de shrimp paste en de gember toe en indien nodig wat water. Maal het tot een smeuig geheel.

Verhit olie in een ruime sauspan en bak de spice paste op een zacht vuur, 3 a 4 minuten.
Voeg het daarna bij de bouillon.

Verdeel over de kommen:
zachte noedel
een paar chips
¼ hard gekookt ei
taoge

Verhit de bouillon en controleer de smaak op zout en peper
Verdeel bouillon met stukjes kip over de kommen
Top de kommen af met de gebakken sjalotjes en wat gehakte seldery

serveer apart de pittige sambal met de partjes lemon en de soya saus

voorbereidingstijd:          35 minuten
bereidingstijd                 45 minuten

Bali, Ubud, individueel verzorgd reizen

Aan mijn gasten heb ik ondervonden, dat zij een verblijf in Bali Batin vooal plezierig vinden door de kleinschaligheid en de persoonlijke benadering. Ik kan me voorstellen dat dit vooral voor mensen geldt die alleen reizen of niet van een hotel-sfeer houden. Daarom:

Speciaal voor de oudere alleenstaande, die graag op reis wil, maar niet aan zijn lot wil worden overgelaten,
Voor de alleen reizende, die kampt met gezondheids problemen en in verband daarmee assistentie behoeft,
Voor de alleengaande, die wel gezelschap wil, maar niet van groepsreizen houdt,
En voor de reiziger die niet de hele tijd zelf het wiel wil uitvinden.
Voor deze singles organiseer ik een individueel verzorgd verblijf in mijn knusse bungalow.

Ik bied mijn gasten logies in mijn gasthuis in de vorm van twee kamers ensuite met eigen badkamer en gebruik van de ruime eetkamer, terras en tuin.
Ik ben persoonlijk de hele dag beschikbaar voor zaken van huishoudelijke aard, voor verzorging, om iets te regelen en als gezelschap.

Vooraf kunnen mijn gasten al kenbaar maken waar hun interesse naar uitgaat, zodat er eventueel onderzoek gedaan kan worden naar de mogelijkheden of -indien nodig- reserveringen kunnen worden gemaakt.

Ik kan helpen bij het opstellen van een programma en adviseren waar het gaat om uitstapjes. Ik woon al bijna 10 jaar in Bali en ben bekend met de cultuur en de mogelijkheden. En uiteraard kan een vooraf opgesteld programma per dag worden gewijzigd of aangepast.
Mijn gasten bepalen helemaal zelf hoe hun vakantie er uit zal zien.

De prijs van een individueel verzorgde vakantie is 500 euro per week voor 1 persoon. (2 personen 750 euro)
Hierbij zijn inbegrepen: logies; maaltijden; non-alcoholica; laundry; luchthaven transfers en uitstapjes per luxe taxi; Nederlands sprekende gids/gezelschap op HBO niveau; hulp bij lichamelijke ongemakken of anderszins.
Niet inbegrepen zijn: vliegticket(s) en hotels elders.

Indien u interesse hebt of meer specifieke informatie wenst, gelieve te mailen naar: balibatin@gmail,com
Hartelijke groet,
Ineke van Gemert

Indonesie, Bali, Ubud, gevarieerd Indonesisch eten.

 

Sinds lang is de Indonesische keuken erg geliefd in Nederland.
Althans, wat daarvoor doorgaat. Want de Indonesische keuken is zeer gevarieerd en evenzo zijn de aanpassingen aan de westerse varianten op de Indonesische keuken. Echte kenners betitelen de welbekende ‘rijsttafel’ als een Nederlandse dis en aan de andere kant is de dagelijkse maaltijd van de doorsnee Indonesier niet altijd even smakelijk voor westerlingen. Voor veel mensen geldt, dat onbekend onbemind maakt en dat is bij uitstek van toepassing op eetgewoontes. Mijn schoonvader, die een huis in Frankrijk had, kwam altijd met een achterbak vol eigenheimers uit Nederland aanzetten, plus een paar flessen jenever. En ook op de tafeltjes in de homestay zag ik regelmatig pakjes thee van Douwe Egberts en zakjes Venco drop.

Toch zijn uitheemse producten al eeuwen lang ingeburgerd in de westerse keuken. Handelsmissies vanuit Europa waren vooral gericht op het aanvoeren van Aziatische specerijen zoals peper, kruidnagelen en nootmuskaat. Daarna ontdekte men tabak en opium; aanvankelijk als medicijn aangewend. En in de twintigste eeuw, toen het vervoer niet meer zo’n hachelijke onderneming was en sneller kon plaatsvinden, werd het westerse menu aangevuld met tropische vruchten als bananen en mango’s.
In relatief korte tijd is er veel veranderd in de culinaire wereld. Enerzijds komt dit doordat in de westerse wereld de welvaart globaal is gestegen en anderzijds doordat men massaal naar verre bestemmingen is gaan reizen. Maar ook de immigratie van vluchtelingen en werkzoekenden in meer welvarende naties hebben gezorgd voor verschuivingen in westerse eetgewoontes. Ik herinner me nog, dat er eind vijftiger jaren schoorvoetend “Franse kaas” op toastjes werd geintroduceerd bij een glas “droge sherry”. De plakjes smaakrijke kaas werden flinterdun gesneden en volgens mensen, die niets moesten hebben van die moderne fratsen, rook de kaas naar vuile sokken. Ook aan de smaak van olijven moest men erg wennen, maar tegenwoordig gaat Jan en alleman op zaterdag naar de markt om een paar ons knoflookolijven te scoren bij de Marokkaan. De Surinaamse roti met curry-kip, gesneden kouseband en een flinke dot sambal van geurige Mme Jeanette pepers is voor de echte doorzetters, maar ook dat gerecht is in Nederland inmiddels ingeburgerd.

Tientallen jaren geleden reisde ik voor het eerst naar Indonesie met een partner, die geen rijst lustte. Dat was lastig, want zeker in die tijd was rijst het hoofdbestanddeel van elke maaltijd. Een Indonesier eet rijst; vaak met nog iets erbij. Maar zonder rijst heeft een Indonesier niet gegeten. Alleen Chinezen hadden een alternatief: mie. Enfin, ik prees mezelf gelukkig, dat ik wel van rijst hield, want dat vergrootte de kans op een smakelijke maaltijd aanzienlijk. Het was tijdens dezelfde reis, dat in een uitspanning voor vakantiegangers in Jokyakarta iets nieuws werd aangeboden: pizza. Leuk geprobeerd, maar niet geslaagd: de pizza’s werden meestal na twee happen met een vies gezicht terzijde geschoven. Zo erg is het inmiddels niet meer. Vooral in Bali kan men in elke plaats goed en lekker eten voor elke smaak en elke beurs.

 

De koks in Bali bedienen zich inmiddels van de modernste apparatuur en verdiepen zich in hun leertijd in “Masakan Favorit Eropa”. Mijn vriend Ranto werkt als kok in “Ary’s Waroeng” aan de Jalan Raya Ubud. Het restaurant lijkt echter in niets op een warung en het menu al helemaal niet. Tot mijn grote vreugde is Ranto geneigd zijn werk mee naar huis te nemen. Vol ijver bereidde hij voor mij een ‘Boeuf Stroganoff ‘. Hij struikelt nog steeds over de naam maar met het gerecht weet hij vakkundig te goochelen. Westerse ingredienten zijn voor Indonesische begrippen relatief duur. Dit geldt met name voor melkproducten als keukenroom en kaas, maar ook voor conserven, die uit Europa worden ingevoerd, zoals bij voorbeeld olijven, kappertjes, mosterd etc. Om binnen ons budget te blijven zochten we naar oplossingen binnen het Indonesisch palet, wat nu en dan tot verrassende resultaten leidde. Zo kwam Ranto tot een Indonesische variant van Boeuf Stroganoff door in plaats van sour cream een mix te gebruiken van ongezoete yoghurt met een flinke scheut santen. Santen is verkrijgbaar in pakjes, maar is ook gemakkelijk zelf te maken: Ranto raspte het zachte vruchtvlees op een parutan, een rasp gemaakt van sprijkers in een plankje. De smaak van de santen liet zich goed verdragen met een paar fijngesneden rawitt pepertjes. Behalve een zacht gekruide aardappelpuree, liet het vleesgerecht zich ook goed combineren met gekookte rijst, op smaak gebracht met een kluwen verse pandanbladeren, die hier en daar langs de sawah groeien. Er werd een groenteschotel bij geserveerd van een inheemse vrucht, die in smaak wel iets wegheeft van de Hollandse komkommer: labu siam. De smaak is zacht en fris.

         

Tenslotte dronken we er nog een glaasje jonge, thuis bereide rode wijn bij. Niet helemaal volgens het boekje, maar wel passend in de rest van het avontuur.

BALI, UBUD, WELKOM IN DE BUNGALOW !!

Bali, Ubud, Een nieuw vakantiejaar: 2011


Selamat Tahun Baru (gelukkig Nieuwjaar)

Van alle kanten wordt ons nog dagelijks een “Happy New Year” of een “Selamat Tahun Baru” toegeroepen.
Voor sommigen gaat het nieuwe jaar op oude voet voort, maar anderen verwachten veranderingen.
Een nieuwe baan, een kindje, een verhuizing, van alles om naar uit te zien of tegenop te zien.
Veranderingen kunnen een verbetering betekenen, maar ook onwelkom zijn of onzekerheid geven.
Veranderingen kunnen ons verrassen, maar ze kunnen ons ook overvallen. Ze kunnen meevallen en ze kunnen tegenvallen.
De beste manier om met veranderingen om te gaan is ze te omarmen en er uit te halen wat er in zit.
Want wat is het leven anders, dan een lange reeks voortdurende veranderingen?

Dat er iets in Warjihouse gaat veranderen is zeker. Onzeker is nog voor wie het zal meevallen en voor wie het zal tegenvallen.
In elk geval wens ik Nyoman, Made, Wayan en Kadek een voorspoedig 2011 en Ketut Suta en familie veel succes met de renovatie van Warjihouse 1 & 2.

Nog een krappe maand en dan is het voor mij geschiedenis.
De website van Warjihomestay gaat uit de lucht. Gasten voor Warjihouse zullen hun boekingen moeten maken bij de website van Widya: http://www.warjibungalow.com . Het oude mail-adres (warjihouse@hotmail.com) blijft nog even actief om geinteresseerde gasten door te verwijzen.

Mijn nieuwe avontuur heet

 

 

Bali Batin Bungalow .
Gasten die geinteresseerd zijn in mijn nieuwe guesthouse kunnen al een kijkje nemen op de nieuwe website: http://www.balibatin.com .
De site is nog in bewerking en er moet nog van alles aan worden verbeterd. Daar is een beetje tijd voor nodig.
Maar ik heet u welkom op mijn site en zeer zeker in mijn mooie bungalow.


Bali, Ubud: Bali Batin Bungalow

De werklieden zijn inmiddels klaar met hun aandeel en mijn aandeel is in volle gang. Er moet in de eerste plaats flink worden gepoetst, wnt schuren en slijpen geven veel stof, dat in de kleinste kiertjes is doorgedrongen.

 Daarna moet alles worden aangekleed, zodat de kamers gezellig worden. Hier vast een indruk van de laatste twee kamers en de nieuwe badkamer.
Dan met nieuwe foto’s de website aanpassen en we gaan helemaal nieuw het jaar 2011 in.
 

Natuurlijk kunt u al boeken; er is plaats tot een gezelschap van 8 personen.
mail naar: balibatin@gmail.com

Bali, Ubud, andere tijden, hogere eisen. Warjihouse, kroniek afl. 38

In mijn tienertijd logeerde ik in de zomervakantie bij een tante, die aan zee woonde. Dat was geweldig. Het strand lag practisch voor de deur. Elk weekeinde was er wel ergens een danstent, waar rock en roll zelfs de meest verlegen muurbloempjes op de dansvloer lokte. En aan vriendinnen stuurde ik anzichtkaarten met in cryptische bewoordingen een voorproefje van de avontuurlijke verhalen waarmee ik later thuis zou komen. Ook mocht ik een keer mee met een schoolvriendinnetje en haar ouders, die in Frankrijk gingen kamperen. Met z’n allen lekker vrij in de natuur. Stokbrood met boter en brie. Een voorzichtige Franse zoen -of wat daarvoor doorging-. Er was weinig geld, geen internet, geen mobiele telefoon. Iedereen hurkte op hetzelfde toilet en om je bordje in het gootsteen te kunnen afwassen wachtte je geduldig op je beurt. En we zongen: “Pour moi la vie va commencer”

Zo’n tien, twintig jaar later kreeg men belangstelling voor verre bestemmingen. Indonesie was in trek bij de backpackers. De prijs van een vlucht was pittig, maar wie beschikte over een geldige studentenkaart, kon een aardige korting krijgen. En als je eenmaal in Indonesie was, kostte het leven nog maar een habbekrats. Je moest wel kakkerlakken gedogen als bedgenoot, en een vies toilet. Warme douches waren er bijna niet en met het openbaar vervoer verplaatste je je tussen de balen rijst en bosjes levende kippen. Brieven kon je tussen de beduimelde enveloppen in het bakje ‘poste restante’ vinden in het plaatselijke Kantor Pos.

Het zal ongeveer in die periode zijn geweest, dat Warjihouse werd gebouwd. Het aantal toeristen groeide jaarlijks en de kleine warung van homestay Pandawa groeide uit tot een luxe supermarkt met een grote muziekafdeling waar men goede zaken deed in illegaal gekopieerde cd’s van populaire muziek. Binnen tien jaar moest Warjihouse zich aan de veranderende eisen aanpassen en zijn koudwater mandi’s vervangen door warme douches met ligbad. Internet deed zijn intrede en de anzichtkaarten stonden te vergelen in de rekjes. De verbindingen waren nog traag en soms viel de stroom uit, maar de toon was gezet.
Vroeger peinsde men er niet over om met een kind naar een ontwikkelingsland te reizen, maar tegenwoordig komen er hele gezinnen uit Europa over voor aan paar weken vakantie in Bali. Het aantal backpackers onder de toeristen is nog maar een handjevol. De huidige toeristen komen voor de watersport, voor de golfbaan en voor de spirituele ontplooiing. Elke straat in Ubud heeft een keur aan yoga-clubjes, massagesalons, winkeltjes in kleding, kunst en antiek, enz. De souvenirs van voorheen vinden geen aftrek meer.
Ook aan de gastenverblijven worden hogere eisen gesteld. De huidige toerist lijkt een zwembad, airco en wifi als voorwaarden te stellen. Wat dat betreft is Warjihouse nog niet aangepast; voor het internet moet men nog steeds naar de shop op de hoek, voor een beetje extra koelte is men aangewezen op een plafondfan en het zwembad is maar net groot genoeg voor een paar goudvissen.


 
Op de website hebben we het daar niet over. Je laat zien wat je te bieden hebt en doet dat gunstig mogelijk. Echter, als potentiele gasten in er in hun mail naar vragen, antwoord ik, dat we geen zwembad hebben, maar dat men tegen een kleine vergoeding bij de buren mag zwemmen. Dat we geen wifi hebben, maar dat de internetshop in een straal van 50 meter rond Warjihouse te vinden is. En dat we geen airco hebben, maar dat Ubud niet zo vreselijk warm is ‘s-nachts en dat een plafondfan volstaat. Warjihouse biedt een goed bed, een warme douche en een heerlijk ontbijt.
Dat is dus helemaal uit de tijd. Toeristen komen hier niet om de wereld ontdekken of de gewoontes der Balinezen te onderzoeken. Die avonturiers had je vroeger. De huidige toerist wil even weg uit het jachtige dagelijkse leven om tot rust te komen en verwend te worden. Dat ze daarvoor naar het andere einde van de wereld reizen is bijzaak.
Het zijn vooral de jongere, moderne vakantiegangers, die wel eens teleurgesteld afhaken, als ze in Warjihouse aankomen. Geen zwembad? Geen wifi?
Ze hebben geboekt via de website, want alles wordt vooraf tot in de puntjes geregeld. Men wil in zijn vakantie onaangename verrassingen vermijden, zoals een volgeboekt hotel. “Het bleek toch al uit de website, dat we niet beschikken over die voorzieningen!” sputter ik verongelijkt tegen. De gast reageert verbaasd: “nee, maar dat spreekt toch vanzelf tegenwoordig?”
Wat gaat de tijd toch snel.
Razendsnel.

Indonesia: Rust en eenvoud in Lombok aan zee: Pondok Indah


 
 
Voor de tweede maal dit jaar vertoef ik een tijdje in Lombok. Nyoman weet zich wel raad met de drukte in Warjihouse. Hij heeft een lijstje met de boekingen voor twee weken gekregen en hoeft zich over het werven van gasten geen zorgen te maken.
Zelf ben ik de drukte even ontvlucht. In Kuta en omgeving ben ik al lange tijd niet geweest vanwege de hectische sfeer daar en de laatste tijd wordt het ook in Ubud steeds drukker. Het relatief kleine Ubud groeit uit zijn jasje en de verkeersstroom rijdt de smalle wegen aan gort. Er verschijnen steeds meer grote bussen, die inmiddels ook de kleinere toegangswegen gebruiken om op hun tochten op schema te blijven. Met de filmopnamen en de opgebroken Jalan Raya van vorig jaar leidde dit tot dagelijkse files op de belangrijkste wegen, maar ook dit jaar is de drukte niet te stuiten. Momenteel hebben we regelmatig te maken met gasten, die slechts kort blijven. Dat levert een hoop extra werk en zorg op: het dagelijks wisselen en wassen van lakens van 3 vierkante meter en het regelen van vervoer en de opvang van nieuwe gasten. Op de volgeboekte dagen vinden sommige gasten nog een plaatsje bij onze buren van ‘Eustace’ en ‘Kori Bali’. En dan zijn er altijd nog gasten, die op het laatste moment afzeggen of domweg niet verschijnen.
Na de week van upacara’s in het thuisdorp van Nyoman, waarin ik zelf een hoop van het dagelijkse werk voor mijn rekening nam, had ik behoefte aan vakantie. Ik wilde rust en stilte. Ik wilde even geen toerist zien, geen restaurant, geen bedelaar en geen verkoper.
En dat kan nog in Lombok. Mijn vriend Jelke en zijn Indonesische partner Yoyo hebben aan het zonnige noorderstrand van Lombok een idyllisch huis laten bouwen met een ruime veranda, die uitziet op de kalm kabbelende zee.

 
En daar zit ik nu. Ik kijk over de blauw-zilveren watervlakte, waarin de zon wordt weerspiegeld op de ritmisch bewegende golfjes. Er komt weinig meer voorbij, dan een kloek met haar kroost, een snuffelend hondje, een vissersbootje, of een vrouw, die palmtakken verzamelt om op te koken. En alles wat ik zo nodig doen moest is naar de achtergrond gedreven. Ik moet helemaal niets meer en waar ik me een week geleden nog zo druk over maakte, lijkt nu niet van belang.
Het is niet zo, dat er helemaal niets gebeurt. Maar alles lijkt te worden gedirigeerd door het ritme van moeder natuur. Op de tweede dag van mijn verblijf bij voorbeeld, werden de rijpe kokosnoten geplukt. Tot het moment van de oogst was het een ieder toegestaan om een gevallen kokosnoot mee te nemen voor eigen gebruik. Dat is een ongeschreven regel. Maar 1 keer in de 3 maanden worden de noten geplukt en verkocht. Op de landstrook naast het huis van Jelke en Yoyo staan 81 kokospalmen, die meer dan 1500 noten per 3 maanden opleveren. Al vroeg in de ochtend kwamen er zes mannen, die behendig boom voor boom beklommen en de noten naar beneden gooiden. De meeste bomen zijn meer dan 20 meter hoog, dus niet geschikt voor mensen met hoogtevrees.

Om 12 uur word ik thuis verwacht. De twee lieftallige jongedames, Emmy en Oes, die in “Pondok Indah” het huishouden bestieren, zetten tussen 12.00 en 12.30 de lunch op tafel. Men eet wat de pot schaft en dat bepalen de dames. Het is altijd vers, lekker en gezond. Bijna dagelijks een visje; vaak heerlijk bereide tempe; tahublokjes in een romig sausje; zacht gekruide boontjes; spinazie uit het nat. De tomaatjes, die altijd met een paar stukjes komkommer de rand van het bord garneren, smaken nog naar echte tomaten. Maar Emmy en Oes weten niet beter. Die kennen geen kunstmest. Rustig en bijna geruisloos drentelen ze over het erf, waar altijd iets te doen is. De visjes willen eten en de plantjes hebben water nodig. Het stof dat de veranda opwaait wordt twee keer per dag weer weggeveegd. Als na de lunch alles in een ommezientje weer is opgeruimd, gaan ze naar huis en komen pas terug aan het einde van de middag om het avondeten te bereiden.

Na een paar heel rustige dagen met een goed boek en mijn laptop, heb ik zin in wat meer activiteit.
Een ojek-rijder (=vervoer per motorbike), Husni, die regelmatig gasten op weg helpt die de Rinjani willen beklimmen, of op jungletocht willen naar de watervallen, had in de gaten dat er een gast was in Pondok Indah en kwam kijken, of hij zijn diensten kon aanbieden. Helaas voor hem was ik op mijn eigen motor naar Lombok gekomen, maar misschien kon hij via zijn contacten toch iets voor me regelen. Ik wilde namelijk heel graag een keer met een visser de zee op om te ervaren hoe een visser werkt. Er zijn verschillende soorten vissers: hengelaars en netslepers, die op kleine en grotere katamarans varen. Sommige hengelaars staan tot hun middel in zee, die vallen dus af. De grotere boten varen tot enkele kilometers de zee op, waar ze een uur of vier lang aan het werk blijven. De golven zijn daar hoog en een dergelijke tocht werd mij afgeraden. Een klein bootje met een hengelaar zou te saai zijn, omdat die stil op zijn plek blijft liggen. En het was nog maar de vraag of de vissers wel zin hadden in een passagier. Maar Husni zou eens met een bevriende visser gaan praten. Ze kwamen op een heel interessant idee. Voor de kust van Karang Krakas bevindt zich namelijk een zoetwaterbron in zee: ‘Mata air’ (wateroog). Als we daar heen zouden varen, kon ik die bijzonderheid aanschouwen en verder zouden we wel langs de vissersbootjes kunnen zigzaggen. Als ik wilde kon ik zwemmen en snorkelen. Maar ik houd het op varen.
Morgenochtend om 8 uur komen ze me ophalen.

Regelmatig vragen mensen om het adres van Jelke en Yoyo. In Bali is het tegenwoordig zo druk. En de Gili-eilanden, eens zo ongerept, zijn aan het veranderen in party-eilanden. Jelke zei, dat belangstellenden, die niet hangen aan luxe, maar gericht zijn op eenvoud en oorspronkelijkheid, welkom zijn in Pondok Indah. Yoyo is maar enkele maanden per jaar in Lombok, omdat hij door zijn werk nog gebonden is, maar Jelke, die sinds kort van zijn pensioen geniet, wil graag gastheer zijn voor mensen die eens iets anders willen. U kunt hem mailen naar: dipondokindah@yahoo.com of een reactie richten aan BaliBatin onderaan dit artikel.


Tegelijk met de rijpe noten werd ook het bruine loof naar beneden geworpen, waar enkele vrouwen uit het dorp op stonden te wachten. Want alles kan worden gebruikt. In een eenvoudige kampong is de kringloop van het leven nog goed zichtbaar.
Een dag later was ik te gast in de sawah, waar ter afwisseling tabak was geplant. Vanmorgen vroeg kwamen er twee jongetjes langs met een grote juten zak om gras voor hun koe te verzamelen. Voor de kust laveren rustig kleine prauwen met sleepnetten of hengelaars. en een boer leidt zijn twee koeien over het strand naar een nabij gelegen grasveldje. Bijna dagelijks maak ik een wandeling over het strand, dat niet wit en niet zwart is, maar een beetje peper- en zoutkleurig. De branding werpt een gevarieerd assortiment aan schelpjes in het zand, veel kleintjes en soms hele grote. Er ligt ook veel koraal in de toevallige kleuren rood, wit en blauw. Krabjes met vierkante rugschildjes haasten zich weg, als ik aan kom lopen. Kleine jongens spelen in zee en zeggen “Hello mister”, als ik langs loop. Vissers, die in de schaduw hun netten repareren kijken verbaasd op. Er komen niet vaak toeristen op dit gedeelte. Ze vinden het best als ik een paar foto’s maak en poseren gewillig. De jongeren onder hen beginnen een praatje met een paar woorden Engels. De brutalen onder hen nodigen mij uit om te komen zwemmen.

Indonesia, Lombok, de vissersgemeenschap van de noordkust.


Hoewel februari onverwacht een drukke maand is gebleken, werd het in de laatste week rustig genoeg om er even tussenuit te gaan. Waarschijnlijk de laatste mogelijkheid voor het hoogseizoen, want er gaan in het jaar 2010 weer heel veel mensen met vakantie en ze zijn zich al druk aan het orienteren voor wat betreft hun vakantiebestemming. Mede dankzij de shootings voor de verfilming van de bestseller “Eat, pray, love.” door Elizabeth Gilbert trok Ubud de vorige zomer veel publiek. Vooral vrouwen, die herkenning vonden in de verhalen van Gilbert wilden Ubud bezoeken om nog meer verbondenheid te ervaren met het boek dat hun zo inspireerde. En zo blijft Ubud groeien als het van oudsher Balinese middelpunt van kunst en cultuur. Ik verwacht niet dat de belangstelling voor Ubud zal teruglopen dit jaar, dus ik heb een paar dagen vakantie genomen, nu het nog kon.
Een goede vriend van me die een ruim huis heeft gebouwd aan de rustige noordkant van Lombok, had mij uitgenodigd om hem daar te bezoeken. Net als vorig jaar toen ik een uitstapje maakte naar Gili Meno, koos ik ook nu voor de eenvoudige ferry om van Padangbai naar Lembar over te steken. Van de shuttlebus heb echter ik geen gebruik gemaakt. In plaats daarvan heb ik me laten brengen en halen door een “ojek”, vervoer op de motorbike. Dat is na de shuttlebus de goedkoopste oplossing en het gaat een stuk sneller. Eenmaal in Lombok ging de reis via Mataram naar Bangsal, dat vlak voor de haven naar de Gili’s ligt. Van Bangsal leidde een kustweg naar het gehucht Krakas, dat bekend is om zijn zoetwater bronnen in zee, vlak voor de kust. Het was daar ongeveer, dat ik gedurende twee dagen over de rustig kabbelende watervlakte uit keek, onophoudelijk gestreeld door een zoele, vriendelijke wind.


Vanaf de kustweg leidt een lang breed pad dwars door de kampong naar het grijze strand, waar de vissers hun smalle bootjes aan wal trekken. Door een opening in de koraalrand, die enkele tientallen meters als een borstwering voor de kust is opgebouwd, varen de bootjes dagelijks de zee op om hun dagelijks voedsel uit het water te vissen en misschien iets extra om in geld om te zetten.

De eenvoud en de rust, die op de kleine Gili-eilandjes inmiddels volkomen door commerciele uitbaters zijn uitgehold, zijn aan de noordkust van Lombok nog authentiek. De kindertjes, die in de namiddag over het strand huppelen vragen niet om rupia’s, maar om een lege fles waar ze mee kunnen voetballen. En vissers die niet over een boot beschikken, staan tot hun borst in het zeewater om met een lange lijn vis uit het water te hengelen. Honden trekken in kleine roedels langs het strand op zoek naar voedsel. En ik, zoals veel westerlingen, jut op mooie schelpen. Maar er was meer langs de kust, dat mijn aandacht trok. Ook daar, in een nagenoeg onbedorven gebied, worden bungalows, restaurantjes en hotelletjes gebouwd. Want toeristen, die het geciviliseerde Bali voor gezien houden, trekken verder naar Lombok om de grote vulkaan Rinjani te beklimmen en om te genieten van Lomboks prachtige natuur en zijn vele watervallen. Die avonturiers willen eten en slapen, vervoer en een gids. Een dame uit Sumbawa en haar Belgische echtgenoot speelden daar diplomatiek op in door een restaurant en een bungalow parkje aan te leggen met uitzicht op zee. “Pondok Pantai”, noemden ze hun onderneming, wat letterlijk ‘strandhut’ betekent. Ze hadden originele paalhutjes uit Sumbawa over laten komen en die omgebouwd tot ydillische bungalowtjes. Het restaurant was ingericht boven de receptie en gaf een prachtig wijds uitzicht over zee. Het werd zelfs genoemd in de Lonely Planet Guide. En omdat het de enige gelegenheid in de omgeving was, werd het relatief druk bezocht. Helaas kreeg het ondernemende stel te maken met tegenslag. Eerst verminderde de toeristenstroom door de bomaanslagen in Bali en daarna sloeg de zee toe. Inmiddels is het toerisme weer op gang gekomen, maar de zee blijft land eten. Van alles hebben ze geprobeerd om de zee te bedwingen. Ze hebben muren geplaatst en grote tonnen vol beton gestort, maar niets kon de uitvallen van de zee weerstaan. De leuke Sumbawase hutjes verdwenen in zee en van het huis, de receptie en het restaurant bleef niet veel meer over dan een paar ruines.

Pondok Pantai is nu gesloten en het terrein maakt een troosteloze indruk.
De oorzaak van deze narigheid ligt -naar het schijnt- bij het gedrag van de vissers. Zij brengen met hun vissersgereedschap ernstige schade toe aan de koraalrand, die voorheen functioneerde als een natuurlijke zeewering. Door de beschadigingen is de functionaliteit als golfbreker sterk verminderd, waardoor de zee zich verder landinwaards werpt.

En de vissers? Die moeten ook ergens van leven en zijn zich amper bewust van wat ze aanrichten.
Een verder noordelijk gelegen resort kampt met dezelfde dreiging en men heeft uit voorzorg zandzakken rond de tuin opgetast. Voor de zee zal het echter een koud kunstje zijn om zie barriere af te breken. Voorlopig is er nog geen oplossing voor dit probleem. En ook mijn vriend, die nu nog vredig vanaf zijn ruime veranda over het voortdurend deinende water uitkijkt, vreest dat hij over geruime tijd nog maar de helft van de grond zal bezitten, die hij aanvankelijk kocht. Op een dag zal de zo kalm ogende waterplas zich een weg banen onder de palen van zijn mooie veranda. Want bij zijn oude buurman, die ietsje lager woont, stroomt bij hoog tij het water af en toe al onder het huis door, alles met zich mee sleurend, dat niet hoog was opgeborgen.
De kampongbewoners lijken over het probleem niet na te denken. Dagelijks roosteren de vrouwen de vers binnengebrachte vis, die met kangkung en witte rijst gegeten wordt. Tussentijds vegen ze het strand aan, verzorgen ze de babies en doen ze de was. Tot de volgende vis wordt aangeleverd.
Natuurlijk is dit een momentopname. Ik kan niet voorspellen of de huidige landeigenaren tot overeenstemming zullen komen met de overheid, danwel met de vissers of via andere weg een oplossing zullen vinden voor deze voortschrijdende vorm van erosie. Ik heb alleen even een paar dagen vakantie gehad, zonder internet, zonder agenda, zonder gasten.

Ik ben achterop een brommertje landinwaards gegaan om de mooie watervallen (air terjun Gangga) te zien en het groene sawah-landschap tussen de beboste bergen. Ik ben op bezoek geweest bij een oude veehouder, die dagelijks met zijn vijf koeien over het strand naar een verderop gelegen weitje wandelt. Ik werd verwend met lokale lekkernijen, want de Sasaks vierden juist het Islamitische Nieuwjaar. De oude man was een beetje ziek, “panas dalam”, zei hij. (heet van binnen) Daarom at hij weinig, maar hij liet zich zijn genotmiddelen, bestaande uit sirihblad, betelnoten, kalk en tabak goed smaken.

Heel goed voor de tanden, verklaarde hij, terwijl met een propje van zijn drugs demonstratief over het restant van zijn gebit wreef. Toen de stiltes, die ontstonden tussen de weinige woorden die onze gemeenschappelijke vocabulaire rijk was, langer werden, bedankte ik voor zijn gastvrijheid en trok ik me weer terug via het erf van de buren naar de hooggelegen veranda van mijn gastheer.
Na twee dagen serene rust vertrok ik weer richting Bali. Samen met mijn gastheer bracht ik nog even een bezoekje aan restaurant “Arnel” in Bangsal, dat wordt gerund door de Nederlandse George Smit en diens vriendelijke Sumatraanse vrouw Nelly. Hun restaurant ligt op het strategisch kruispunt tussen de routes naar de berg Rinjani en de weg naar de oversteek voor de Gili eilanden.

In de keuken zwaait Nelly de scepter. Zij is opgegroeid met de rijke, Padangse keuken, maar weet ook goed raad met de westerse smaken. Voor mensen, die de boot hebben gemist naar Gili Trawangan, hebben George en Nelly een paar leuke bungalowtjes ter beschikking, waar men voor een redelijke prijs in een schoon bed kan slapen. Ook is het een geschikte pleisterplaats voor de mensen, die verder willen reizen naar het noord-oosten en Pondok Pantai gesloten vinden. Het scheelt maar tien minuutjes op de brommer.
En als u daar dan toch bent: doe George en Nelly de hartelijke groeten van Ineke uit Ubud!

« Older entries