Bali, Bali Uniek Reizen, tweede koninginnedag, oftewel de ‘dag van de arbeid’

Jan en Eva verbleven een nacht in het mooie Puri Saron Hotel, romantisch gelegen bezijden sawah en jungle. Het hotel ligt er wat afgelegen voor de gemiddelde toerist, maar voor bezoekers van Anak Alit is het een ideale plek, want op loopafstand van Petak.  Eva en Jan hadden het rijk en het zwembad voor zich alleen: zij waren de enige gasten.

Al vroeg werden zij opgehaald en naar Petak begeleid. Daar verzamelden zich een aantal grotere jongens en meisjes voor een wandeling door de sawah’s. Ook Komang en ik gingen mee op deze wandeltocht. We liepen een eindje langs de rand van de sawah, terwijl Komang ons wees op allerlei boomvruchten en er ons een paar van liet proeven. Voor Balinezen roepen die wilde vruchten herinneringen op aan hun kindertijd, maar voor ons, westerlingen, is het allemaal nieuw. Op een open stuk trokken we over smalle dijkjes tussen de velden door. Het was een beetje kaal, doordat er kortgeleden was geoogst. De eerste sawah die we passeerden,  behoort aan de familie van Komang en de opbrengst is voor eigen gebruik, maar ook de kinderen krijgen bijna dagelijks hun portie rijst van eigen grond. Bijna alle kinderen komen uit boerengezinnen en zijn zeer vertrouwd met de sawah’s en het werk dat er gedaan wordt. Bij tijd en wijle hebben zij allemaal hun steentje bijgedragen, al vanaf  jonge leeftijd.
In een open schuurtje, dat langs de akker ligt, zijn een ploeg, een jonge koe en een stuk of wat varkens ondergebracht. De koe was niet schuw, maar bekeek de bezoekers met grote ogen. De grote roze biggen waren minder nieuwsgierig maar meer belust op de aanvoer van vers voer. Het was de jeugd, die dat ijverig aandroeg en de varkens wierpen zich knorrend op de verse groenten. “Alles is puur natuur”, zei Komang lachend, “en alles wordt gebruikt. De koeiepoep gaat na de oogst direct op het land.”  Hoewel de varkens schoon en gezond waren, stonken ze behoorlijk. Volgens Komang is het houden van varkens lucratiever dan van koeien. Ze zijn goedkoper in de aanschaf en groeien sneller. Bovendien zijn ze minder kieskeurig wat hun eten betreft. En een vette ‘babi guling’ (big van ‘t spit) is erg populair onder de Balinezen.
Langs elke akker is een offertempeltje neergezet, waar dagelijks, wekelijks, jaarlijks wordt geofferd aan Dewi Sri, de godin van de padi. Sommige zijn stevig van steen opgetrokken en andere zijn eenvoudig, van bamboe en palmblad. We volgden de irrigatie kanalen, die bedoeld zijn om het broodnodige water onder de akkers te verdelen. We liepen langs de rijpe padi en de reeds nieuwe aanplant. We vergeleken de verschillende kwaliteiten rijst.  Een cassave knol werd opgegraven en geproefd. En we kwamen een aanplant van lange bonen tegen, in Nederland bekend als kouseband. Midden in het landschap kwamen we bij de dorpstempel, die kortgeleden is gerenoveerd. Er was een parkeerplaats voor scooters aangelegd: want ook hier gaat men met de tijd mee. Soms slapen mannen bij de tempel, bij voorbeeld als er juist een familielid is overleden. De sfeer rond de tempel was buitengewoon sereen. Na een bezoek aan de tempel gingen we echt dwars door de sawah’s over smalle dijkjes en hoogteverschillen. Tijdens het lopen was onze aandacht voor het pad noodzakelijk, dus men moest nu en dan even halt houden als men de schilderachtige omgeving wilde bekijken.  “Mooi he?!” zei Dede af en toe cynisch in goed Nederlands. Voor hem is een sawah landschap nog gewoner dan voor Hollanders een bloembollenveld. Even later ving hij met zijn hakmes een kleine lichtgroene slang, die hij stevig achter de kop vasthield. Maar de meesten vrezen de slang.

Onze tocht langs de akkers leidde naar de plaatselijke begraafplaats, waar de overleden dorpelingen in de aarde wachten tot ze aan de beurt zijn om te worden gecremeerd, opdat hun geest wordt vrijgemaakt  voor reincarnatie. Een paar jaar geleden vond er een massa-crematie plaats, waarbij 36 overledenen gecremeerd werden, maar ik zag, dat er inmiddels weer nieuwe graven waren opgericht. De kringloop van het leven is hier bij uitstek aanschouwelijk. Toen Dede aanstalten maakte om in een palmboom te klimmen, bleek de slang ineens verdwenen. Behendig en snel schoot hij de boom in en wierp verscheidene kokosnoten naar beneden. Tanjung stond al klaar met rietjes om het drinken van de kokosmelk te vergemakkelijken.
We maakten een ruime boog door de brede bermen tot we weer in de dorpsstraat stonden.

Inmiddels waren er veel kinderen naar het schoollokaaltje gekomen in afwachting van wat er komen ging. Hun aanwezigheid was kenbaar door het luide gekwetter dat zo kenmerkend is voor scholen en speelplaatsen. Er werden een paar tafels aan elkaar geschoven voor de lunch, die er weer net zo aantrekkelijk uitzag als de vorige dag. Een groepje jongens had een toneelstukje voorbereid en stond te popelen om dat op te voeren. Zoals wij vroeger stelten maakten van lege blikken en een touwtje, hadden de jongens hier iets soortgelijks gemaakt van halve kokosnoten. Omdat de gasten geen Balinees verstonden, was het een opvoering zonder woorden. Maar niet zonder geluid!! De wanden van het lokaaltje ketsten  het klakkende kabaal van de noten terug en de ruimte was met geluid gevuld. Ik hield mijn oren dicht terwijl ik genoot van het plezier dat de jongens zelf hadden tijdens de opvoering.

Toen de danslerares was gekomen, werden wij uitgenodigd om naar boven te gaan, waar de kinderen les kregen. Op een terras stonden de instrumenten voor de gamelan gereed, want ook dat is een onderdeel van de beroemde Balinese theater cultuur. Eva werd uitgenodigd om deel te nemen aan een dansles en Jan kreeg een plek aangewezen achter een gamelan instrument.

Het ziet er simpel uit, maar het valt toch niet mee om je aan het ritme te houden en de klanken bijtijds weer af te dempen.
Na enige oefening lukte het Eva redelijk goed om de sierlijke bewegingen te volgen en te combineren met mimiek, maar makkelijk: nee.

Het werd tijd om de gecostumeerde opvoering voor te bereiden, die in de vroege avond zou plaats vinden. Jan en Eva gingen voor een pauze van een paar uur naar hun hotel; de danslerares begon met de make-up en ik ging met een paar meiden naar Gianyar om de huurcostuums op te halen. Intussen zorgde Koyo, de dagelijkse coordinator, voor een auto om de barong op te halen. Toen de meisjes en ik terug kwamen, hadden er al enkele kinderen een gedaantewisseling ondergaan en zaten zij met hun opgeverfde toetjes rustig te wachten op de rest van de verkleedpartij.

Het liep tegen vijven toen de gasten weer ten tonele verschenen. Een rijtje prinsesjes zat rustig te wachten tot ze aan de beurt waren; jongens waren met de muziek installatie bezig; op het hoge terras werd een dinertafel gedekt; het kostuum van de barong werd binnengedragen en de eerste klanken van de gamelan lieten zich horen.
Jan zette zijn filmcamera in de aanslag en Komang installeerde een schijnwerper. Voor de opvoering, die weliswaar voor buitenlandse gasten was georganiseerd, ging men gezamelijk bidden in de familie tempel, want de performance is en blijft een religieuze aangelegenheid. Na het bidden verzamelde het eerste groepje danseressen zich achter het gordijn, dat diende als toneelingang.  De gamelan zette in en na een korte intro kon de voorstelling beginnen. Met vastberaden stapjes verschenen de meisjes één voor één vanachter het gordijn om de aanwezigen elegant te verwelkomen. Het dansje eindigde met sierlijk uitgestrooide bloemetjes en de meisjes verdwenen weer achter het gordijn.

De kleine kittige Iluh leek een metamorphose te hebben ondergaan toen ze in haar eentje schitterde als een professionele diva. Met haar jonge ranke lijfje maakte zij haast acrobatische bewegingen; haar expressie was wonderbaarlijk. Ze danste als in trance. En direct na haar opvoering was ze weer het kleine schoolmeisje met het hoogste woord.

Daarna demonstreerden twee prachtige  ‘vlinders’ een verleidingsdans waarbij ze met hun vleugelachtige rokken om elkaar heen wervelden.
De gamelan gaf alles een mystieke sfeer bij de inmiddels ingevallen schemering.
Dorpelingen waren op het geluid van de gamelan afgekomen en genoten mee van de opvoeringen. Het verveelt ze nooit. Zelfs de hele kleintjes volgden het gebeuren aandachtig.

Een dorpeling, verkleed als ‘Jauh’, voerde een ‘wayang topeng’ op (maskerdans)
De dans is deels improvisatie en de danser richt zich rechtstreeks tot het publiek.
Kleintjes kropen wat angstig achter de groteren, maar bleven toch geboeid gluren.  De leider van de gamelang ging een muzikaal ‘gesprek’ aan met de Jauh en volgde met muzikale klanken de bewegingen van de danser, die hem op zijn beurt op het verkeerde been probeerde te zetten.

Sluitstuk van de dansvoorstelling was de dans van de barong, een groot harig monster met klapperende tanden. De barong wordt gevormd door twee dansers, die respectievelijk de kop en de staart beheersen.  De danser in het staartgedeelte kan nauwelijks zien waar hij loopt en moet voortdurend de bewegingen van de voorste danser volgen. Ook de barong richt zich rechtstreeks tot het publiek en heeft vrijheid om te improviseren, al bevat de dans veel vaste onderdelen. Hij gaat altijd even zitten, valt ter plekke in slaap en duwt zijn harige manen in het publiek. Bij zijn nadering renden de kleintjes gillend weg om zich te verschuilen.
Toen de barong weer op de standaard werd gehangen, schuifelden de buren de poort weer uit en werden wij uitgenodigd om aan tafel plaats te nemen. Nyoman had weer een mooie maaltijd neergezet als sluitstuk van de avond. De kleineren vroegen permissie om naar huis te gaan en de groteren begonnen met opruimen.
Jan, Eva, Maurice, Komang en ik praatten tijdens het diner nog wat na en we wisselden uiteraard onze mailadressen uit, onder andere om elkaars foto’s te bekijken.
Toen Jan en Eva in de auto stapten om weer naar Ubud te worden gebracht, werden ze door het halve dorp uitgezwaaid.
Hebben ze het leuk gehad?  Zeker weten!

Advertenties

Bali: Gasten van Bali Uniek Reizen vieren koninginnedag met de kinderen van Petak

Al s er gasten voor Anak Alit in Petak komen, is het altijd dubbel feest.
Want de kinderen genieten en de gasten ook. Het is geen aangelegenheid waarbij de kinderen braaf hun programmaatje afdraaien en de gasten braaf in hun handen klappen. Het is iedere keer weer anders en verrassend.

Dit keer kwamen Jan en Eva uit Tholen bij de kinderen op bezoek. Was het de koninginnedag, was het voetbalbranie, was het toeval, of was het gewoon oer-hollands, dat ik zoveel oranje shirtjes zag en de oranje ballonnen voor mijn ogen dansten?  Het was in elk geval een vrolijke noot.

Voordat Jan en Eva naar Bali reisden, raadpleegden zij eerst het internet voor logies en bestemmingen. Bali is een eiland waar men zich niet zo gauw verveelt, maar tegenwoordig zoeken de mensen naar een bestemming die iets meer te bieden heeft dan een uitgestrekt strand en een gezellige bar. Iets waarin men het nuttige met het aangename verenigd ziet. Zij willen niet alleen zelf van een fijne vakantie genieten, maar zij willen ook een steentje bijdragen aan het leven van de mensen in het gastland voor wie de gespreide bedjes niet zo vanzelfsprekend zijn.
De kinderen van Anak Alit hebben door de Nederlandse  stichting Anakita kans op een goede opleiding en de daarbij behorende toekomstverwachtingen. De gasten die via Bali Uniek Reizen bij hun op bezoek komen,  sponsoren met hun bezoek de nodige extra’s, die het leven veraangenamen. 
Jan en Eva kwamen de website van Anakita tegen en voelden zich direct aangetrokken. Zij boekten gedurende hun verblijf in Ubud een tweedaags bezoek aan Petak en dat bezoek viel bij toeval juist op de Nederlandse koniginnedag. Vandaar.

Uiteraard was het een stralende dag. Rond 10 uur werden de gasten opgehaald en ruim een half uur later werden zij begroet door een groepje uitgelaten donderstenen, die allemaal persoonlijk een handje wilden geven en met hun beste Engels voor de dag kwamen. “Hello, how are you!!”  En nog voordat de wedervraag werd gesteld, riepen zij de gasten toe: “I am fine!!”
Niet alleen de gesponsorde kinderen waren van de partij, maar ook een paar ouders en een aantal broertjes en zusjes. De meisjes hadden mooie bloemenkransen gemaakt van afrikaantjes en ‘bunga jepung’ en stonden klaar om ze rond de halzen  van hun gasten te hangen.

Er was een programma gemaakt, bedoeld om de gasten kennis te laten maken met het dagelijks leven van een Balinees gezin. Een paar flinke jongens klommen behendig in de palmen om kokosnoten te verzamelen en ibu, de vrouw des huizes, demonstreerde hoe er uit het vruchtvlees van de noten santen (kokosmelk) en olie werd gewonnen op een eenvoudig vuur van droog sprokkelhout tussen een paar stenen. Een zacht briesje maakte de afzuigkap overbodig. In de Nederlandse winkels wordt het voedsel vooral aangeboden in pakjes en blikjes met in heel kleine lettertjes de vermelding van de ingredienten en de voedingswaarde. De kokosnoten in Bali hebben geen streepjescode; de voedingswaarde varieert per seizoen en alles van de grote noten is bruikbaar en ecologisch verantwoord. Het vocht van de jonge noten is heerlijk om te drinken en wordt vooral aanbevolen voor zwangere vrouwen. Uit het vruchtvlees wordt het vocht geperst, dat samen met de kokospulp veelvuldig wordt gebruikt in de Oosterse keuken. Uit dit vocht wordt bovendien olie gewonnen, die geschikt is om te bakken en voor massages. Het hele proces werd op ontspannen wijze gedemonstreerd aan de gasten, die tussen neus en lippen door les kregen in het vlechten van sierstukjes uit repen palmblad.

Ook Komang liet zien dat zij een heuse Balinese vrouw is door met behendige vingers en in rap tempo een sierlijk offertje te maken. Op een traditioneel Balinees plateautje onstond een torentje van mandjes en bloemetjes, zoals die gewoonlijk geofferd wordt in de tempel op hoogtijdagen. En zulke dagen zijn er heel veel in Bali. Het gezegde ‘leven als God in Frankrijk’ verliest zijn kracht als men ziet wat er voor de Godheid in Bali wordt bereid.

Terwijl de trouwe Nyoman bezig was met het klaarmaken van de lunch, werkte de talentvolle Adiana geconcentreerd aan een houtsnijwerkje voor de gasten. In zeer korte tijd verschenen in relief de namen van de gasten tussen sierlijke bloemenranden. De lunch bestond uit een palet van een heuveltje rijst met daaromheen een gebakken visje, stukjes gebakken kip, een geblancheerde groenten mélange en een dotje heerlijke verse sambal. Ter afsluiting werd er een schaaltje vers gesneden fruit gepresenteerd. Intussen had Adiana zijn houtsnijwerkje voor de gasten afgemaakt en beschilderd in diep-bruin en goud. Trots kwam hij het aanbieden en uiteraard ging het van hand tot hand om te worden beoordeeld en bewonderd. Later in de middag zou hij samen met Lego nog een demonstratie geven van de werkwijze waarmee een relief tot stand komt. En uiteraard mocht Jan het ook even proberen. Het was wel even wennen om –in kleermakerszit- te beitelen aan een stuk hout tussen je tenen.

Weer andere kindjes stonden te popelen om hun gasten een demonstratie Balinees dansen te geven. Toen het hun beurt was, werd de muziek installatie in orde gemaakt en op de eerste klanken van de gamelang kwam een groepje van vier  ranke kleine meisjes naar voren om een welkomsdansje op te voeren. Op het strakke ritme bewogen hun poppenkopjes aandoenlijk heen en weer en in de details zoals mimiek en handgebaren herkende men de aankomende professionaliteit  van de diva’s in de dop.  Zodra het dansje was beeindigd, werden ze ineens weer kinderen die zigzaggend en giechelend van het podium huppelden.
Een jongen, die van dansen houdt is in Bali geen mietje. Maar het dansje dat de kleine jongens na de meisjes opvoerden was wel iets stoerder.
Na het dansen waren Eva en Jan zelf aan de beurt. Zij deelden oranje ballonnen rond, en in enkele tellen stonden alle kinderen met bolle wangen te blazen om het geliefde speelgoed op scherp te stellen. Tussen de ronddansende kinderen zweefden de oranje bollen door het leslokaal en in de tuin. Regelmatig knalde er een ballon kapot en ging er een gejuich op. Niets is voor de eeuwigheid en een ballon al helemaal niet. Maar deze dag kon niet meer stuk en de herinnering is blijvend.