DE BALINESE KEUKEN…VIS OP HET MENU: SATEH LILIT IKAN

Het spreekt vanzelf, dat er op een eiland, omringd door zee, veel vis gegeten wordt.
In Bali wordt zo ongeveer elke vis gegeten, die men te pakken kan krijgen.  Ter hoogte van Padangbai wordt er veel verse vis aangeboden in kleine stalletjes langs de weg naar Candidasa. De vis ziet er meestal goed uit, maar hoe eerder je komt, des te verser de vis. Restauranthouders zijn gewillige afnemers, want door toersten wordt een goede visschotel hoog gewaardeerd. Immers, vis heeft de naam gezond voedsel te zijn; het vlees van de vis wordt lang niet zo gemanipuleerd als dat van kip-, rund-, of varkensvlees en de vis is in eigen land meestal aan de dure kant.

Onder de Indonesiers zelf is vooral de vis-sateh erg populair. Zodra het begint te schemeren, strijken vele kleine cateraars neer langs de straten en beginnen hun barbeque klaar te maken. De geur van geroosterde vis vermengd met exotische kruiden hangt boven de stoepranden en in de bermen. De beste reclame!

Na het ontbijt op Ranto’s wekelijkse vrije dag reden wij op de motorbike naar Denpasar voor een boodschap en daarna volgden we de ‘Jalan Bypass’ langs de kust in de richting van Padangbai. Het was stralend weer: reden voor de locale bevolking om zich zorgvuldig te kleden, want voor je het weet ben je enkele tinten donkerder bruin en die kleur is niet erg populair hier.
Langzaam volgden wij de weg tot aan de afslag naar Padangbai harbour terwijl Ranto naar links en rechts spiedde om de kwaliteit van de aangeboden vis in te schatten.

Op de terugrit liet hij de kraampjes met kleine vissen links liggen en stopte hij bij de dames, die forsere exemplaren aanboden. Er waren monsterlijke vissen bij, met uitpuilende ogen en dikke tongen; misschien heel lekker, maar alleen al de aanblik greep me naar de keel. Ook zag ik een kleine haai; tamelijk zeldzaam hier, maar zeer geliefd.  De hoofdmoot werd gevormd door tonijn in alle gradaties. Twee kleintjes waren ongeveer even duur als een grote, maar volgens Ranto bleef er dan meer graat dan vlees over. De keuze viel dus op een grote. Het beest werd betast en geknepen. De kieuwen werden opengesperd om ons te overtuigen van de prachtige rode kleur.  Kijk eens naar zijn ogen: zo helder als glas! Bij de onderhandelingen viel er te weinig op af te dingen. Het viel Ranto niet mee om zijn rol geloofwaardig te spelen en de verkoopster wist het. Hij kreeg geen stuiver’ diskon’. Triomfantelijk pakte de vrouw de vis in. Gratis plastic bag, haha.

Maar we mochten tevreden zijn, we hadden een goede aankoop gedaan: een forse tonijn voor nog geen 3 euro. Thuis werd de kanjer direct schoongemaakt en in de koelkast weggezet.

Omdat deze sateh soort erg bewerkelijk is, begonnen we direct aan de voorbereidingen.  De bumbu is zeer bepalend voor de goede smaak en versgemaakt is ze het lekkerst, dus daarmee werd begonnen.
Ranto verzamelde rode pepers, knoflook, sjalotten, kunyit wortel, gember wortel, trassi.  Hij maakte de kruiden schoon en hakte ze in stukjes.
Daarna ging alles bij elkaar in de blender om er een soort papje van te maken.
Het papje werd zacht gebakken in een wok, waarin er nog wat salam blaadjes, knotjes serehstengel en water van uitgeknepen tamarinde aan werd toegevoegd. Het aroma alleen al deed ons watertanden. Na een minuut of 5 werd het papje met de blaadjes en de sereh in een schaaltje gedaan en bewaard tot een later stadium.
Toen maakte Ranto een kokosnoot schoon en hij raspte het witte vruchtvlees op een plankje met spijkers tot pulp. Over de pulp goot hij lauwwarm water om de santen uit de pulp te knijpen. Hij verzamelde fijngehakte sjalotten, lemonblaadjes, zwarte peperkorrels, zout en bruine palmsuiker en vermengde het met de kokos pulp.

We waren al een heel eind verder in de tijd, toen de vis zelf aan bod kwam. Het zachte vlees was al van zijn graten ontdaan en werd nu in de blender tot een soort zalfachtige massa vermalen. Deze massa werd zorgvuldig vermengd met alle andere ingredienten, zoals de bumbu, de kokos pulp  en de droge gemalen specerijen.

Gewoonlijk drapeert men de aldus verkregen vispuree rond platte bambu stokjes, maar in het restaurant leerde Ranto iets beters: hij koos stevige sereh stengels uit  en kleefde de puree rond de dikke uiteinden. Van binnenuit vermengde zich tijdens het roosteren de fris-geurige lemon-aroma met de gekruide vis.

De Balinezen eten dit gerecht op straat meestal met wat witte rijst en gesneden komkommer.  Wij kozen voor een zachtgekruide aardappelpuree en een frisse salade van tomaat en komkommer met een eenvoudige vinaigrette.

Dit was om je vingers bij af te likken en dat deden wij natuurlijk ook!

Advertenties

Bali, Ubud, Afvalverwerking en recycling


 Bali is een prachtig eiland.
Natuur en cultuur sluiten naadloos op elkaar aan. Er is echter één kwestie, die de liefhebbers van Bali verontrust: het rondslingerende afval. Veertig jaar geleden bestond dit probleem nog niet. Alle afval was organisch. Borden waren van bananenblad en het gebruik van plastic zakken was nog niet in Bali doorgedrongen. Wie iets niet meer nodig had, dropte het ter plekke en daarna werd het vanzelf in de kringloop opgenomen. Met de komst van plastic boodschappen zakken en ander wegwerpmateriaal is dat een stuk minder vanzelfsprekend geworden. Bermen, goten en riviertjes zijn getooid met plastic fladders, flaconnetjes en andere verpakkingsmaterialen. Kinderen worden weliswaar op school verwacht met een bezempje, maar weten duidlijk niet wat ze met het verzamelde vuil aan moeten en storten het afval in de rivier, die het van lieverlee in de richting van de zee afvoert. Opgeruimd staat netjes. Toen ik hierover een gesprek had met één van de gasten, werden wij door Ranto onderbroken. Hij wist te vertellen, dat er wel degelijk iets aan de afvalverwerking wordt gedaan in Bali. Tussen Gianyar en Klungkung zou een modern bedrijf zijn, waar het in de area opgehaalde afval wordt geselecteerd, gerecycled en deels tot compost wordt verwerkt.

Op zijn vrije dag hebben we een bezoek gebracht aan “Temesi Recycling”, een non-profit organisatie, gestart op initiatief van Rotary Club of Bali Ubud en Yayasan Gelombang Udara Segar. Het blijkt een heel modern opgezet bedrijf te zijn waar mensen uit de omgeving aan meewerken en waar veel onderzoek wordt verricht ten behoeve van een goed functionerend ecosysteem.

Vooral veel omwonenden houden zich bezig met het scheiden van het afval. Afval, dat geschikt is voor recycling, zoals plastic flessen, mogen zij zelf doorverhandelen, wat een extra stimulans tot samenwerking is. Op het terrein van het bedrijf is een proef-akker aangelegd om de wantrouwende boeren uit de omgeving te laten zien, dat de compost, die het bedrijf produceert, goede resultaten oplevert.

Ook doet men onderzoek naar het telen van sterkere gewassen, die beter bestand zouden zijn tegen parasieten, waardoor er minder chemische bestrijdingsmiddelen nodig zouden zijn. Bij de bezoekersingang van het bedrijf komt men binnen via een mooi aangelegde tuin, die o.a. leidt naar een smaakvol ingerichte ontvangstzaal, waar informatie over de verrichtingen van het bedrijf wordt gegeven en waar educatieve workshops worden gehouden voor jongere scholieren.

Toen wij het bedrijf bezochten kwam er toevallig een bus met Indonesische toeristen voor een rondleiding. Ook deze groep geinteresseerden bezocht de onwelriekende afvalhoop; liet zich leiden langs de verwerkingsstadia voor de compost; aanschouwde de metershoog opgetaste stapels kringloop plastic; en liet zich in de ontvangstzaal informeren over de ecologische voordelen van de gebruikte methodes. Uiteraard kochten wij twee grote zakken compost voor de tuin, die nog steeds een klei-achtige akkerbodem heeft.

Tot slot kregen we een uitnodigende folder met uitleg, foto’s en een plattegrondje. Misschien zegt u op een dag, net als wij: vandaag bezoeken we het Kerta Gosa in Klunkung, de moedertempel te Besakih en de vuilnisbelt van Temesi.

Het bedrijf heeft ook een informatieve website, waaraan zelfs een blogsite is verbonden: http://www.temesirecycling.org en een Facebook account: http://www.facebook.com/t.recycling

Bali, Ubud, Indonesisch eten

Nu we ook maaltijden klaarmaken voor gasten heb ik me -met Ranto- verdiept in de Indonesische keuken en eetgewoonten. Want, hoewel Ranto alles wil weten over stamppotten en hamburgers, de gasten komen naar Indonesie om de lokale gerechten te proeven.
Net als in Nederland is de gewone dagelijkse maaltijd van de mensen in Bali tamelijk eenvoudig. Maar ook een eenvoudige maaltijd kan heel smakelijk zijn. Bij de dames van de catering, die dagelijks wasmanden vol voedselpakketjes  langs de winkels torsen, kost een nasi campur ongeveer 30 cent. En dat is een smakelijk hapje met alles erop en eraan. Bij de warung, waar je gezellig op een bankje met anderen een lunch kunt bestellen, kost het iets meer en zijn de gerechtjes wat uitgebreider, maar absoluut vers en fijn van smaak. Zo goedkoop kun je het zelf niet maken. en wie ingeburgerd is, weet waar je moet zijn om echt Indonesisch te eten.
Ik eet midden op de dag niet graag te zware gerechten en kies vaak voor een gevulde soep. Bij Dewa Warung en bij Mangga Madu is de soto ayam een aanbeveling waard. Maar ik heb zelf ook een goed recept gevonden. Mijn gasten waren er zeer tevreden over:

Soto Ayam Maduro

ingredienten

1 chicken ca 800 g.
2 liter water
2 stengels lemon grass
1 theelepel zout
1 eetlepel olie

Spice Paste

2 theelepels zwarte peper korrels
6 kruidnagelen
1 eetlepel verse gehakte gember
¼ theelepel shrimp pasta

toevoegingen

100 g glas noedels, zacht gemaakt in warm water
4 hard gekookte eieren, in vieren gesneden
8 potato chips
100 g taoge
2 eetlepels deep fried shallots (kan ook gedroogd uit een zakje)
2 eetlepels fijngehakte seldery
1 limoen in vieren
soya saus
pittige sambal oelek

werkwijze

Doe de in vieren gesneden kip in een ruime pan met water, lemon grass en zout.
Aan de kook brengen en zachtjes alten koken tot de kip zacht is. (ong. 40 min)
De kip en het lemon grass eruit halen en het vlees van de kip in kleine stukjes weer terug in de pan doen.

maak in een foodprocessor de peperkorrels en kruidnagelen fijn, voeg daarna de shrimp paste en de gember toe en indien nodig wat water. Maal het tot een smeuig geheel.

Verhit olie in een ruime sauspan en bak de spice paste op een zacht vuur, 3 a 4 minuten.
Voeg het daarna bij de bouillon.

Verdeel over de kommen:
zachte noedel
een paar chips
¼ hard gekookt ei
taoge

Verhit de bouillon en controleer de smaak op zout en peper
Verdeel bouillon met stukjes kip over de kommen
Top de kommen af met de gebakken sjalotjes en wat gehakte seldery

serveer apart de pittige sambal met de partjes lemon en de soya saus

voorbereidingstijd:          35 minuten
bereidingstijd                 45 minuten

Bali, Ubud, individueel verzorgd reizen

Aan mijn gasten heb ik ondervonden, dat zij een verblijf in Bali Batin vooal plezierig vinden door de kleinschaligheid en de persoonlijke benadering. Ik kan me voorstellen dat dit vooral voor mensen geldt die alleen reizen of niet van een hotel-sfeer houden. Daarom:

Speciaal voor de oudere alleenstaande, die graag op reis wil, maar niet aan zijn lot wil worden overgelaten,
Voor de alleen reizende, die kampt met gezondheids problemen en in verband daarmee assistentie behoeft,
Voor de alleengaande, die wel gezelschap wil, maar niet van groepsreizen houdt,
En voor de reiziger die niet de hele tijd zelf het wiel wil uitvinden.
Voor deze singles organiseer ik een individueel verzorgd verblijf in mijn knusse bungalow.

Ik bied mijn gasten logies in mijn gasthuis in de vorm van twee kamers ensuite met eigen badkamer en gebruik van de ruime eetkamer, terras en tuin.
Ik ben persoonlijk de hele dag beschikbaar voor zaken van huishoudelijke aard, voor verzorging, om iets te regelen en als gezelschap.

Vooraf kunnen mijn gasten al kenbaar maken waar hun interesse naar uitgaat, zodat er eventueel onderzoek gedaan kan worden naar de mogelijkheden of -indien nodig- reserveringen kunnen worden gemaakt.

Ik kan helpen bij het opstellen van een programma en adviseren waar het gaat om uitstapjes. Ik woon al bijna 10 jaar in Bali en ben bekend met de cultuur en de mogelijkheden. En uiteraard kan een vooraf opgesteld programma per dag worden gewijzigd of aangepast.
Mijn gasten bepalen helemaal zelf hoe hun vakantie er uit zal zien.

De prijs van een individueel verzorgde vakantie is 500 euro per week voor 1 persoon. (2 personen 750 euro)
Hierbij zijn inbegrepen: logies; maaltijden; non-alcoholica; laundry; luchthaven transfers en uitstapjes per luxe taxi; Nederlands sprekende gids/gezelschap op HBO niveau; hulp bij lichamelijke ongemakken of anderszins.
Niet inbegrepen zijn: vliegticket(s) en hotels elders.

Indien u interesse hebt of meer specifieke informatie wenst, gelieve te mailen naar: balibatin@gmail,com
Hartelijke groet,
Ineke van Gemert

Bali, Ubud, Ogoh Ogoh (oudejaarsavond) en Nyepi, het Balinese Nieuwjaar, 1933

 

Ogoh Ogoh. Vrolijk, bezwerend, uitbundig en kleurrijk was gisteren het afscheid van het Balinese jaar 1932.
Mijn gasten, die woensdagavond laat uit Nederland waren aangekomen, begaven zich op de tweede dag van hun verblijf al in het feestgedruis. Nog een beetje tollend van de jetlag en nog niet gewend aan de hoge avondtemperatuur, wandelden zij met hun kraaiende peuter via het apenbos naar het centrum van Ubud, waar op het voetbalveld de monsters en demonen werden verzameld om zich in meerdere opzichten met elkaar te meten. De uitslag staat bij voorbaat vast: de goede geesten zullen overwinnen. Maar eerst worden de prachtig gemaakte ‘demonen’, waar men wekenlang aan heeft gewerkt, triomfantelijk rondgedragen en bewonderd. Er vindt een verkiezing plaats voor de mooiste. Er wordt vuurwerk afgestoken, gezongen, gedanst en geflirt. Tijdens de schemering worden de demonen van het voetbalveld weggedragen door groepen joelende rennende jongelui onder het toeziend oog van de ordedienst van de pecalang en door de politie. Er bestaat een duidelijke orde in deze chaos en hoewel het hier om een gevecht gaat, gebeuren er geen ongelukken. Toch rent in het halfduister de horde dragers af en toe regelrecht op de menigte toeschouwers af, die dan gillend uiteen wijkt. Als het te hard gaat, weerklinkt het schrille fluitje van politie en pecalan en de dragers binden in. Na het schijngevecht verdwijnen de demonen en hun dragers in oostelijke richting in het duister. De menigte toeschouwers keert massaal terug naar het voetbalveld, waar volgens oud gebruik enkele overwonnen demonen worden verbrand. Oorspronkelijk gebeurde dat met alle poppen, maar tegenwoordig steekt men zoveel energie en geld in de kunstwerken, dat men het zonde vindt om ze direct weer te verbranden. Nog lang na Nyepi treft men langs de weg en in schuren de woest kijkende poppen aan, die tijdens de laatste jaarwisseling hun symbolische taak hebben vervuld.

Om middernacht is alles stil en donker.
Dat blijft 24 uur zo. Demonen, die over Bali vliegen worden aldus misleid en denken, dat de Balinezen (en hun toeristen) zijn vertrokken. Geen lol aan. De demonen gaan een deurtje verder en het zal wel even duren voor ze in de gaten hebben, dat ze voor de gek zijn gehouden. En tegen de tijd dat Bali weer overspoeld raakt met boze geesten zijn ze weer bijna een jaar verder.

Intussen hebben wij in alle rust van Nyepi genoten. Geen boodschappen buiten de deur, geen motorlawaai, geen rumoer en geen licht. Wij genoten van het geluid van de kikkers en de krekels, van kippen en vogels, van de stromende beek en van de gezellig brabbelende peuter, die zich van geen kwaad bewust was. Want voor peuters is alles zoals het hoort en zij zien nergens van op, al was het hapje sambal kemiri dat per abuis in zijn mondje terecht kwam wel wat teveel van het goede.
In januari heeft men mij al een voorspoedig 2011 gewenst. Als die wens ook opgaat voor het Balinese jaar 1933, wordt dit een gezegend jaar. Laten we hopen dat de boze demonen dit jaar abusievelijk in zee belanden, opdat we ons in dat goede jaar kunnen verheugen.

Indonesie, Bali, Ubud, gevarieerd Indonesisch eten.

 

Sinds lang is de Indonesische keuken erg geliefd in Nederland.
Althans, wat daarvoor doorgaat. Want de Indonesische keuken is zeer gevarieerd en evenzo zijn de aanpassingen aan de westerse varianten op de Indonesische keuken. Echte kenners betitelen de welbekende ‘rijsttafel’ als een Nederlandse dis en aan de andere kant is de dagelijkse maaltijd van de doorsnee Indonesier niet altijd even smakelijk voor westerlingen. Voor veel mensen geldt, dat onbekend onbemind maakt en dat is bij uitstek van toepassing op eetgewoontes. Mijn schoonvader, die een huis in Frankrijk had, kwam altijd met een achterbak vol eigenheimers uit Nederland aanzetten, plus een paar flessen jenever. En ook op de tafeltjes in de homestay zag ik regelmatig pakjes thee van Douwe Egberts en zakjes Venco drop.

Toch zijn uitheemse producten al eeuwen lang ingeburgerd in de westerse keuken. Handelsmissies vanuit Europa waren vooral gericht op het aanvoeren van Aziatische specerijen zoals peper, kruidnagelen en nootmuskaat. Daarna ontdekte men tabak en opium; aanvankelijk als medicijn aangewend. En in de twintigste eeuw, toen het vervoer niet meer zo’n hachelijke onderneming was en sneller kon plaatsvinden, werd het westerse menu aangevuld met tropische vruchten als bananen en mango’s.
In relatief korte tijd is er veel veranderd in de culinaire wereld. Enerzijds komt dit doordat in de westerse wereld de welvaart globaal is gestegen en anderzijds doordat men massaal naar verre bestemmingen is gaan reizen. Maar ook de immigratie van vluchtelingen en werkzoekenden in meer welvarende naties hebben gezorgd voor verschuivingen in westerse eetgewoontes. Ik herinner me nog, dat er eind vijftiger jaren schoorvoetend “Franse kaas” op toastjes werd geintroduceerd bij een glas “droge sherry”. De plakjes smaakrijke kaas werden flinterdun gesneden en volgens mensen, die niets moesten hebben van die moderne fratsen, rook de kaas naar vuile sokken. Ook aan de smaak van olijven moest men erg wennen, maar tegenwoordig gaat Jan en alleman op zaterdag naar de markt om een paar ons knoflookolijven te scoren bij de Marokkaan. De Surinaamse roti met curry-kip, gesneden kouseband en een flinke dot sambal van geurige Mme Jeanette pepers is voor de echte doorzetters, maar ook dat gerecht is in Nederland inmiddels ingeburgerd.

Tientallen jaren geleden reisde ik voor het eerst naar Indonesie met een partner, die geen rijst lustte. Dat was lastig, want zeker in die tijd was rijst het hoofdbestanddeel van elke maaltijd. Een Indonesier eet rijst; vaak met nog iets erbij. Maar zonder rijst heeft een Indonesier niet gegeten. Alleen Chinezen hadden een alternatief: mie. Enfin, ik prees mezelf gelukkig, dat ik wel van rijst hield, want dat vergrootte de kans op een smakelijke maaltijd aanzienlijk. Het was tijdens dezelfde reis, dat in een uitspanning voor vakantiegangers in Jokyakarta iets nieuws werd aangeboden: pizza. Leuk geprobeerd, maar niet geslaagd: de pizza’s werden meestal na twee happen met een vies gezicht terzijde geschoven. Zo erg is het inmiddels niet meer. Vooral in Bali kan men in elke plaats goed en lekker eten voor elke smaak en elke beurs.

 

De koks in Bali bedienen zich inmiddels van de modernste apparatuur en verdiepen zich in hun leertijd in “Masakan Favorit Eropa”. Mijn vriend Ranto werkt als kok in “Ary’s Waroeng” aan de Jalan Raya Ubud. Het restaurant lijkt echter in niets op een warung en het menu al helemaal niet. Tot mijn grote vreugde is Ranto geneigd zijn werk mee naar huis te nemen. Vol ijver bereidde hij voor mij een ‘Boeuf Stroganoff ‘. Hij struikelt nog steeds over de naam maar met het gerecht weet hij vakkundig te goochelen. Westerse ingredienten zijn voor Indonesische begrippen relatief duur. Dit geldt met name voor melkproducten als keukenroom en kaas, maar ook voor conserven, die uit Europa worden ingevoerd, zoals bij voorbeeld olijven, kappertjes, mosterd etc. Om binnen ons budget te blijven zochten we naar oplossingen binnen het Indonesisch palet, wat nu en dan tot verrassende resultaten leidde. Zo kwam Ranto tot een Indonesische variant van Boeuf Stroganoff door in plaats van sour cream een mix te gebruiken van ongezoete yoghurt met een flinke scheut santen. Santen is verkrijgbaar in pakjes, maar is ook gemakkelijk zelf te maken: Ranto raspte het zachte vruchtvlees op een parutan, een rasp gemaakt van sprijkers in een plankje. De smaak van de santen liet zich goed verdragen met een paar fijngesneden rawitt pepertjes. Behalve een zacht gekruide aardappelpuree, liet het vleesgerecht zich ook goed combineren met gekookte rijst, op smaak gebracht met een kluwen verse pandanbladeren, die hier en daar langs de sawah groeien. Er werd een groenteschotel bij geserveerd van een inheemse vrucht, die in smaak wel iets wegheeft van de Hollandse komkommer: labu siam. De smaak is zacht en fris.

         

Tenslotte dronken we er nog een glaasje jonge, thuis bereide rode wijn bij. Niet helemaal volgens het boekje, maar wel passend in de rest van het avontuur.

Indonesia, Lombok, Activiteiten aan de ongerepte noordkust.

Aan de noordkust van Lombok leven eigenlijk voornamelijk vissers en kwekers van kokosnoten. Men heeft geprobeerd om er verscheidene bedrijfjes levend te houden, maar weinig kon er gedijen. Het kweken van zeewier voor de fijne keuken was geen lang leven beschoren en ook enkele hotels hebben het niet gered, hoewel men toch een grotere toeloop van toeristen verwacht als de nieuwe luchthaven van Praya eenmaal operatief is.

 

Ranto en ik slenteren samen langs het onbezochte strand, waar de prachtigste schelpen voor het oprapen liggen. We zijn op zoek naar een gudang -een voormalige opslagplaats voor een lokaal bedrijfje- die de aandacht van Ranto had getrokken, toen hij er een foto van zag.In zijn dromen had hij het al omgetoverd tot een open keuken met een groot terras ervoor en een bedrijvige barbeque. Hij ziet het helemaal voor zich: een visrestaurantje, waarvan de aantrekkelijke geuren langswandelende gasten zouden verleiden om neer te strijken op zijn terras om zich tegoed te doen aan zijn verrukkelijke specialiteiten. Hij verdiept zich al in de kunst van het fileren en in de receptuur van fijne sauzen. Aan mij de opdracht om er een geschikte witte wijn bij te organiseren. (wat in Indonesie beslist geen simpele opdracht is) De gudang valt in het echt een beetje tegen en we begroten, dat het een flinke duit zal kosten om het geschikt te maken.

Niet ver van de gudang staat een verlaten fabriek en omdat het een beetje begint te regenen, lopen we daarheen om even te schuilen. We hebben de indruk, dat de grond in de omgeving is overgegaan op een nieuwe eigenaar. Mogelijk krijgt ook de oude fabriek een nieuwe bestemming. Als we een man met een schop zien rondscharrelen, gaat Ranto erop af om een praatje te maken en meer aan de weet te komen.
De man is de tuinman van een ibu -de zuster van een Lombokse kokosnootteler, die het terrein heeft aangekocht- en woont in een van de nieuw opgetrokken appartementen vlakbij de vervallen fabriek. Hij weet te vertellen, dat de fabriek een voormalig laboratorium is van een parelkwekerij die al een tijdje geleden falliet is gegaan. De gudang was inderdaad een opslagplaats voor olie en benzine die nodig waren voor de machines en de apparatuur in de parelkwekerij.
Op het ernaast gelegen terrein is echter een nieuwe parelkweker neergestreken, die goede zaken doet. Omdat we er toch vlakbij waren, gingen we er even een kijkje nemen. Een gezelschap van ongeveer 10 personen was er druk aan het werk.

De meesten waren bezig met het afbikken van zeepokken van grote oesterschelpen. De werkers droegen bijna allemaal stevige handschoenen om hun handen te beschermen tegen de scherpe randen van de schelpen en het koraal. Gedurende het werk werden de oesters voortdurend onder stromend zeewater gehouden, dat via een pomp door de bassins werd gestuwd. Na het afbikken werden de schelpen nog eens grondig gewassen, waarna iemand anders ze een plaats gaf in grote metalen roosters, die een klein eindje uit de kust in zee zullen worden gehangen.

Ranto fungeerde als tolk voor al mijn vragen. Zodoende kwam ik te weten, dat de schelpen in een laboratorium met rontgenstralen worden gescand en onderzocht op ziektes en de vorming van parels. De gezonde oesters zullen in zee worden teruggeplaatst en zo mogelijk worden voorzien van de gunstigste omstandigheden om parels te vormen. De behandelingen aan de wal zullen gedurende twee jaar regelmatig worden herhaald.

Na ongeveer twee jaar zijn de gevormde parels groot genoeg om te worden verwerkt tot siervoorwerpen. Ook de schelpen zelf komen in aanmerking voor verdere verwerking en worden uiteindelijk nuttig gemaakt als een handjevol overhemdknoopjes. Over een eventuele nabehandeling of selectie wist men niets te vertellen, dus dat vindt mogelijk elders plaats. In elk geval heeft een snoertje parels een langere voorgeschiedenis dan een snoer doorboorde pitten of glazen kraaltjes.
Hoewel ze eigenlijk bij elke outfit heel flatteus staan en geschikt zijn voor elke leeftijdsgroep, zijn parels in Europa weinig in trek. In Japan ligt dat heel anders. Japanse designers van sierraden en kleding maken er veel gebruik van en ik ben ook in Ubud verscheidene mooie ontwerpen tegen gekomen, Maar Nederlanders kijken en twijfelen waar Japanners kopen.

Aandacht voor de situatie in Egypte.

De situatie in Egypte is zeer onstabiel.
Zoals altijd, is dit zeer bedreigend voor onschuldige groepen, die het onder normale omstandigheden al erg moeilijk hebben.
Sheila de Fretes vraagt daarom extra aandacht voor de kinderen, die onder deze omstandigheden te lijden hebben.
Zij stuurde mij -en vele anderen- het volgende bericht:

Lieve vrienden/relaties.

 

Ik hoef jullie niet te vertellen wat er in Egypte gebeurd.
Ik hoef jullie niet te vertellen hoe verschrikkelijk dit is.
Ik hoef jullie niet te vertellen wat een angst daar heerst,
Ik hoef jullie niet te vertellen dat er zoveel gewonden zijn,
Ik kan jullie zoveel willen vertellen,maar ik weet niet of iedereen kan en wil luisteren,
MAAR MIJN KINDJES ZIJN DAAR en zoveel andere,ik weet hoe ze zich voelen,
Ik weet wat ze denken,
Ik weet wat ze hopen,
Ik wil jullie alleen maar vragen een lichtje(een kaarsje) voor ze te branden.
Ik hoef en wil het niet uit leggen waarom,ik hoop dat jullie het zelf wel weten.

Liefs en dank je wel .
Sheila de Fretes,

www.sdffoundation.

 Misschien willen jullie dit aan anderen door sturen.

 

Bali, Ubud, prijzen in Bali: wat kost dat nou helemaal?

 

Bali heeft al heel lang de faam goedkoop te zijn. En voor de meeste westerlingen is Bali dat ook. De Balinezen zelf willen best van dat imago af. Het is echter niet eenvoudig om daarvan af te komen. En ook de reisgidsen zijn daarbij niet erg hulpvaardig. Ook al is een reisgids nieuw, wil dat nog niet zeggen, dat de genoemde prijzen ook up-to-date zijn. Omdat mensen met een commercieel beroep in Bali zich niet hebben georganiseerd, is de concurrentie erg groot. Een ieder probeert onder andermans duiven te schieten en dat is niet te voorkomen: iedereen heeft immers een familie om voor te zorgen? Maar het heeft veel ongewenste gevolgen.
Voor buitenlanders is het vaak moeilijk om er achter te komen wat precies de prijs van een product is. Men volgt vaak de raad van de reisgids op, die luidt: Biedt ver beneden de helft van de vraagprijs en zorg dat je op ongeveer de helft uitkomt.’ Bij de gehaaide verkopers in toeristische gebieden werkt het inderdaad zo: zij volgen de raad van dezelfde reisgidsen op en vragen in aanvang meer dan het dubbele. In tegenstelling tot wat men vaak denkt, dingen Balinezen onder elkaar helemaal niet zo dramatisch af.


 
Het sterke afdingen heeft nu en dan echter ernstige gevolgen. Bij de geldwisselaars is de truc inmiddels bekend: de grootste schurken bieden de gunstigste koersen. Al houd je nog zo strak je ogen op de handen van de wisselaar gericht, bij nader inzien ontbreekt er toch een honderduizendje of wat.
Onder de taxichauffeurs bestaat een enorme competitie. De toerist meent daarmee zijn voordeel te doen. Maar kijk uit. Als de meesten een tour aanbieden voor 450.000 rupiah, dan is dat de prijs. Een chauffeur die aanbiedt om het voor veel minder te doen, zal proberen om op een andere manier aan zijn geld te komen. Dat merk je later pas. In de simpelste gevallen wordt er achteraf extra gerekend voor benzine of government tax. Anderen proberen je in een restaurant te dumpen, waar ze een hoge commissie krijgen. Weer anderen pushen je om zilverateliers of kunst galleries te bezoeken. En soms word je met een smoesje heel ergens anders heen gebracht dan in je bedoeling lag. Dit is ontstaan doordat hun gasten de laagste prijs als norm willen hanteren. En dat is niet eerlijk en ook niet verstandig. Ik heb zelfs verhalen gehoord van mensen die ernstig geintimideerd werden en van mensen, die zonder pardon tussen de rijstvelden werden gedropt. Ook hoorde ik over gevallen waarin men voor een lage prijs een rit kreeg aangeboden, maar later te horen kregen, dat de prijs per peroon zou gelden.

Terwijl ik met enkele chauffeurs deze kwesties zit te bespreken, wordt een toeriste toegeroepen: TAXI ? “How much to the airport?” vraagt ze terug. De prijs van Ubud naar de luchthaven ligt ongeveer tussen de 180.000 en de 230.000 rupiah. Maar de chauffeur heeft nog geen rit gehad en wil erg graag nog wat geld thuisbrengen. Hij biedt haar de rit aan voor 150.000. Met een wat denigrerend glimlachje van iemand die volkomen op de hoogte is en niet van plan is om zich te laten bedotten, zegt ze: “Ooh, that is too much!” Zij hoopt dat de chauffeur met zijn prijs zal zakken en past de truc van het ‘weglopen’ toe. De chauffeur is teleurgesteld, maar roept haar niet terug. Even verder wordt ze nog een paar keer aangesproken. De vijfde heeft beet. Die doet het voor 140.000. Triomfantelijk stapt de dame in de auto. Ze heeft zojuist 80 eurocent verdiend.

BALI, UBUD, WELKOM IN DE BUNGALOW !!

« Older entries Newer entries »