Vorstendommen in Indonesia

cropped-silatnas-raja-sultan-7-agust-2009-istana-merdeka-jkt31

Paul Kijlstra, die momenteel in oost-Java woont en dat deel van Java interessant kan belichten, is een nieuwe blog gestart. Hij kwam er achter, dat de belangstelling voor deze vorstendommen groeiende is, zowel in geschiedkundig opzicht, als met betrekking tot het cultureel erfgoed van Indonesia en voormalig Nederlands Indie.
Zijn informatie en verhandelingen hierover zijn te vinden via de volgende URL: http://sultansinindonesieblog.wordpress.com/

Advertenties

Adriaan van Dis in Bali

Van enkele kennissen kreeg ik een telefoontje met de tip om zondag 15 april naar het programma over Adriaan van Dis in Indonesië te gaan zien. Het ging deze keer over Bali, het eiland waar ik -met tussenpozen- zo’n 10 jaar heb doorgebracht.
Uiteraard was ik al op de hoogte. Ik volg deze fantastische serie al vanaf de eerste dag. Alles is goed aan deze reportage. Het is smaakvol en onderhoudend; betrokken en interessant; kritisch en realistisch.
Ik nestelde me ‘s-avonds dus genoeglijk op mijn divan voor de tv om het deel over ‘mijn eigen eiland’ te gaan zien. Ik genoot bij het zien van de straattaferelen met de bijbehorende  geluiden, het gekrioel, de gezichten. Het zien ervan maakte een emotie in mij los, waarbij ik zelfs de geuren meende te ruiken. De camera bracht mij in Ubud; boekhandel Ganesha; Jalang Monkey Forest, de straat, waar ik vele slippers heb versleten. Zo vaak nog, loop ik daar in mijn dromen.

Adriaan van Dis blijft nooit oppervlakkig, dus ook deze keer niet. Onder begeleiding van psychiater Suriani brengt hij ons op plaatsen waar toeristen gewoonlijk niet komen. Waar ze zelfs geen weet van hebben. Want wij krijgen mensen te zien, die voor toeristen worden weggehouden. Toeristen worden enkel geconfronteerd met kleurrijke ceremonies, bevallige dames, schattige kindertjes, hulpvaardige taxi-chauffeurs, kortom: de paradijselijke kant van Bali. Diep in hun hart weten de mensen wel, dat er ook veel arme mensen in Bali zijn. Dat niet iedereen zo gelukkig is als hij of zij eruit ziet. En veel mensen nemen de gelegenheid te baat om ook een steentje bij te dragen aan de ontwikkeling van de welvaart in Bali. Zij steunen een weeshuis of helpen een tiener door diens opleiding te betalen. Bovendien zijn er een aantal prima stichtingen, die zorgen voor weeskinderen, gehandicapten of zieken. Deze mensen en stichtingen weten u wel te vinden.
Toch zijn er nog steeds mensen, die niet in staat zijn om voor zichzelf op te komen. Omdat verwanten zich zich vaak voor deze mensen schamen, worden ze weggehouden uit de openbaarheid. Zij zijn de schrijnende gevallen, waar de toerist niet mee wordt geconfronteerd.
Van Dis heeft er een paar gevonden. Een schizofrene jongen, die vanwege zijn onmogelijke gedrag naakt aan een ketting was vastgelegd. Leuk was het niet, maar men leek te handelen naar beste vermogen. De knaap was geneigd tot pyromanie. Dat was nog tot daar toe, maar stel je voor dat hij een tempel in brand stak. Dan zou toch de hel losbreken.
De volgende patient, die Van Dis met Siriani bezocht, was een vrouw, die 12 jaar geleden van haar man was gescheiden, maar na haar scheiding niet meer werd opgenomen in het huis van haar familie. De reden was voornamelijk, dat zij als een soort spijtoptant op hangende pootjes terugkeerde. Zij was namelijk gehuwd beneden haar stand en eenmaal verlaagd tot een dubbeltje, word je in Bali nooit meer een kwartje.
De radeloze vrouw werd uiteindelijk opgenomen in het huis van een welgestelde nicht, die haar verzorgde. Wat Van Dis te zien kreeg, bracht hem in shock.
De vrouw lag naakt in een betonnen hok tussen haar eigen uitwerpselen. Zij begroette haar gasten met: ‘Ga maar weg, ik ben al dood’. De vrouw was vel over been en stellig de dood dicht genaderd. De laatste keer, dat ik zo’n beeld gezien had, was een opname uit 1945 van een barak in Bergen Belsen, zojuist ontzet door Amerikaanse soldaten. Bekomen van de ontreddering van de eerste confrontatie, werd Van Dis heel boos en hij riep de nicht ter verantwoording. Die probeerde zich er met de meest merkwaardige smoesjes vanaf te maken.
Van Dis regelde een ambulance en de patient werd naar een ziekenhuis gebracht om verzorgd te worden en aan te sterken. De volgende dag was de kwestie voorpagina-nieuws in de media.

Ik wist wel, dat het zonnige Bali ook nog een minder zonnige kant had. Die minder zonnige kant krijgt de gewone bezoeker vrijwel nooit te zien. Die komen niet op buitenlanders af om te klagen of te bedelen. Die zijn weggestopt of weggekropen.
Maar wat mij nog het meest shokeerde, was de onbewogen reactie van psychiater Suriani, die waarschijnlijk wel van de situatie heeft geweten en het zelfbeklag van de nicht die onder haar verantwoordelijkheid uit probeerde te komen.
Men vindt zoiets weliswaar genant, maar ook gewoon.
Tegelijkertijd prijs ik mezelf, dat ik Nederlander ben. Niet vanwege mijn materiële welstand (die trouwens maar matig is) maar omdat ik dit niet gewoon vind en dat ik ben opgegroeid in een omgeving, waar niemand zoiets gewoon vindt. Toch…?

INDONESIE, TRADITIONELE WEEFKUNST: BATIK EN IKAT

Naar verhouding waren eeuwen geleden stoffen veel kostbaarder dan tegenwoordig. En ook veel duurzamer. Als een dame van stand een nieuw kostuum nodig had, liet zij eerst een stoffenhandelaar komen koos ze zorgvuldig het materiaal uit. Dan kwam de naaister om het model te bespreken en de maten op te nemen. Zo’n jurk of costuum werd heel lang gedragen en daarna als kostbaarheid doorgegeven aan anderen. Mooie en kostbare stoffen kwamen vaak uit verre landen, net als porcelein. Door de snel wisselende mode van tegenwoordig is er behoefte ontstaan aan minder kostbare kleding en dus ook aan minder dure grondstoffen. De gemiddelde vrouw van tegenwoordig wisselt jaarlijks van garderobe. En dat kan natuurlijk niet voor de prijs van een nieuwe auto. Op zich heb ik daar helemaal geen moeite mee. De schoonheid van een mens zit nu eenmaal niet in de verpakking. Maar ik vind het wel jammer, dat daardoor ook de belangstelling voor mooie duurzame weefsels is verwaterd.

Ook in Indonesie heeft de traditionele weefkunst lang in hoog aanzien gestaan. Indonesie is van oudsher beroemd om zijn rijkdom aan weeftechnieken en weelderige motieven. Op eilanden als Sumba, Flores en Timor waren kostbare geweven doeken vast onderdeel van bruidschatten en grafgeschenken. Sommige kleuren en motieven waren voorbehouden aan mensen van koninklijke afkomst. Maar ook daar vervaagt het onderscheid en heeft het moderne leven andere waarden binnengebracht. Toch worden in Indonesie -gelukkig- de traditionele schatten nog gekoesterd, zij het meer met een museale waarde dan voor dagelijks gebruik. Mijn eerste reizen naar Indonesie hielden vooral verband met de Indonesische weefkunst. Elk Indonesisch eiland heeft zijn eigen stijlen en motieven. Zo zijn uit Sumatra vooral de zogenaamde ‘scheepjesdoeken’ erg bekend; had elk sultanaat in Java zijn eigen batik motieven; staat het plaatsje Tenganan in Bali bekend om de arbeidsintensieve techniek van het ‘dubbel ikat’; onderscheidt Sumba zich door zijn grote kains met grote diermotieven in koel blauw uit het westen en warm rood en bruin uit het oosten.

Persoonlijk houd ik erg van de warm-bruine sarongs, die uit het plaatsje Ende en omgeving komen op het eiland Flores. Fijne abstrakte motiefjes in aardkleuren, die bij vrijwel elke huid mooi kleuren, maar nog het mooist bij de vrouwen van Flores zelf, die in hun sarongs lijken te wonen. Want alles past er in: de baby, de boodschappen, de schoolboeken. Hij beschermt tegen de wind en de zon en tegen brutale blikken. Hij past in het landschap. Hij is tijdloos. Het verbaasde me dan ook niet, dat ik de ikat stofjes van Flores zo vaak terug zag in hedendaagse toepassingen als portemonneetjes, tasjes en giletjes. Ongetwijfeld worden de ikats van Flores machinaal nagemaakt in bedrijven op Bali en Java. Maar ik ben er nog getuige van geweest dat vrouwen onder hun paalwoning zaten te weven op een heupgetouw, waar ze maanden bezig waren op een enkele sarong. Op zo’n werkstuk kun je niet afdingen. Je betaalt gewoon die dertig euro die het waard is. Iets van waarde heeft een prijskaartje nodig, anders groeien de verhoudingen scheef. Daarom ben ik ook zo blij, dat er geen merkje in staat. Een mooi stuk textiel vertegenwoordigt zelf zijn waarde.

Bali, Ubud, de taxi – oorlog

Bali is erg dichtbevolkt. Van alles, wat er in Bali is, is er teveel. Er zijn teveel schilderijen, teveel restaurantjes, teveel hotelletjes, teveel taxi’s, teveel mensen. De meeste taxi’s zijn particuliere auto’s die door hun eigenaar worden ingezet om de kost te verdienen. Het zijn vaak ruime, comfortabele wagens, waarvoor de eigenaar een banklening heeft afgesloten en die heel geschikt zijn voor gezellige rondritten met een bescheiden gezelschap.

Een Chinese zakenman bedacht iets anders. In navolging van westerse taxibedrijven investeerde hij in luxe wagens tot 4 personen, waarin hij chauffeurs, die zich geen eigen auto konden veroorloven, tegen een laag loon gasten liet vervoeren. De auto’s hebben een uniform uiterlijk: ze zijn allemaal lichtblauw en herkenbaar aan het woordje TAKSI op het dak, zodat daarover geen twijfel hoeft te bestaan. Dit startte als de Bluebird groep. Omdat dit een betrouwbaar beeld voor de toeristen opleverde, liep het als een trein. Deze taxi’s zijn voorzien van een meter, dus men betaalt gewoon de meterprijs.

Tot zover is er niets aan de hand. Maar nu het volgende: de gubernur van Bali, I Made Mangku Pastika, heeft bepaald, dat alleen taxi’s toeristen mogen vervoeren, die daartoe een vergunning hebben en zo’n vergunning is alleen verkrijgbaar onder bepaalde voorwaarden. Vanaf het moment dat deze bepaling van kracht werd, opereren alle taxi’s die dit niet kunnen overleggen, illegaal. (Ook de taxi’s die betalen voor hun vaste taxi-standplaats.) De taxichauffeurs, die naar het politie bureau gingen om zo’n vergunning aan te schaffen -onder wie velen al langer taxi-chauffeur dan 10 jaar- werden weggestuurd omdat zij niet aan de eisen zouden voldoen. Een van de eisen was dat de chauffeur een bedrijf moest runnen met minstens 5 auto’s. Alle chauffeurs, die zich niet meer dan 1 auto kunnen veroorloven, vallen daarmee dus direct buiten de boot. Vanaf het moment dat deze regel van kracht was, ondernam de politie razzia’s om chauffeurs te bekeuren, die zonder vergunning toeristen vervoerden. De boete bedraagt een miljoen rupiah of drie dagen hechtenis. Aangezien de hoogte van de boete de winst van een eventuele dagtour ver overstijgt, rijden de ‘illegale’ taxi’s niet meer naar toeristische bestemmingen, waar ze een politiepost moeten passeren of een razzia kunnen verwachten. Het hakt erin. Maar de chauffeurs laten het er niet bij zitten. Er zijn protest demonstraties gehouden en als ik enkele bevriende chauffeurs moet geloven wordt het buigen of barsten. In elk geval pikken ze dit niet. En wat voorheen door de moordende concurrentie onmogelijk bereikt kon worden gebeurt nu: zij slaan de handen ineen en vormen een front. Want wat is het geval? Deze gubernur, I Made Mangku Pastika, heeft een goede vriend, van Chinese afkomst, die een groot taxi bedrijf is begonnen, Bluebird. In samenwerking met deze zakenman, heeft de gubernur ook een taxi bedrijf, dat er ongeveer hetzelfde uitziet. Met de nieuwe wet die is uitgevaardigd, heeft de gubernur zich handig ontdaan van de voortwoekerende concurrentie. Hij heeft de westerse toeristen, die van regels houden, helemaal op zijn hand. Die stappen vol vertrouwen in de Bluebird -of wat daarop lijkt- ook al rijdt de chauffeur een straatje om in zijn poging om de meter wat hoger te laten uitkomen.

De zogenaamde illegale taxi’s, die door deze wet op hun bankroet afstevenen, worden in de media afgeschilderd als onbetrouwbaar en crimineel. Voor de chauffeurs, die met hun duurbetaalde auto hun familie moeten onderhouden, is dit een drama. Als zij hun werk, dat zij jarenlang ongehinderd konden doen, niet kunnen voortzetten, komen zij met hun families in grote problemen. De grote profiteurs zijn de gubernur, de Chinese zakenman en andere zakenlieden die hun schaapjes toch al op het droge hadden. En heeft u misschien een Balinese vriend met een auto? Die kan een fikse boete verwachten als hij gesnapt wordt met u in zijn wagen.

Bali, Bali Uniek Reizen, tweede koninginnedag, oftewel de ‘dag van de arbeid’

Jan en Eva verbleven een nacht in het mooie Puri Saron Hotel, romantisch gelegen bezijden sawah en jungle. Het hotel ligt er wat afgelegen voor de gemiddelde toerist, maar voor bezoekers van Anak Alit is het een ideale plek, want op loopafstand van Petak.  Eva en Jan hadden het rijk en het zwembad voor zich alleen: zij waren de enige gasten.

Al vroeg werden zij opgehaald en naar Petak begeleid. Daar verzamelden zich een aantal grotere jongens en meisjes voor een wandeling door de sawah’s. Ook Komang en ik gingen mee op deze wandeltocht. We liepen een eindje langs de rand van de sawah, terwijl Komang ons wees op allerlei boomvruchten en er ons een paar van liet proeven. Voor Balinezen roepen die wilde vruchten herinneringen op aan hun kindertijd, maar voor ons, westerlingen, is het allemaal nieuw. Op een open stuk trokken we over smalle dijkjes tussen de velden door. Het was een beetje kaal, doordat er kortgeleden was geoogst. De eerste sawah die we passeerden,  behoort aan de familie van Komang en de opbrengst is voor eigen gebruik, maar ook de kinderen krijgen bijna dagelijks hun portie rijst van eigen grond. Bijna alle kinderen komen uit boerengezinnen en zijn zeer vertrouwd met de sawah’s en het werk dat er gedaan wordt. Bij tijd en wijle hebben zij allemaal hun steentje bijgedragen, al vanaf  jonge leeftijd.
In een open schuurtje, dat langs de akker ligt, zijn een ploeg, een jonge koe en een stuk of wat varkens ondergebracht. De koe was niet schuw, maar bekeek de bezoekers met grote ogen. De grote roze biggen waren minder nieuwsgierig maar meer belust op de aanvoer van vers voer. Het was de jeugd, die dat ijverig aandroeg en de varkens wierpen zich knorrend op de verse groenten. “Alles is puur natuur”, zei Komang lachend, “en alles wordt gebruikt. De koeiepoep gaat na de oogst direct op het land.”  Hoewel de varkens schoon en gezond waren, stonken ze behoorlijk. Volgens Komang is het houden van varkens lucratiever dan van koeien. Ze zijn goedkoper in de aanschaf en groeien sneller. Bovendien zijn ze minder kieskeurig wat hun eten betreft. En een vette ‘babi guling’ (big van ‘t spit) is erg populair onder de Balinezen.
Langs elke akker is een offertempeltje neergezet, waar dagelijks, wekelijks, jaarlijks wordt geofferd aan Dewi Sri, de godin van de padi. Sommige zijn stevig van steen opgetrokken en andere zijn eenvoudig, van bamboe en palmblad. We volgden de irrigatie kanalen, die bedoeld zijn om het broodnodige water onder de akkers te verdelen. We liepen langs de rijpe padi en de reeds nieuwe aanplant. We vergeleken de verschillende kwaliteiten rijst.  Een cassave knol werd opgegraven en geproefd. En we kwamen een aanplant van lange bonen tegen, in Nederland bekend als kouseband. Midden in het landschap kwamen we bij de dorpstempel, die kortgeleden is gerenoveerd. Er was een parkeerplaats voor scooters aangelegd: want ook hier gaat men met de tijd mee. Soms slapen mannen bij de tempel, bij voorbeeld als er juist een familielid is overleden. De sfeer rond de tempel was buitengewoon sereen. Na een bezoek aan de tempel gingen we echt dwars door de sawah’s over smalle dijkjes en hoogteverschillen. Tijdens het lopen was onze aandacht voor het pad noodzakelijk, dus men moest nu en dan even halt houden als men de schilderachtige omgeving wilde bekijken.  “Mooi he?!” zei Dede af en toe cynisch in goed Nederlands. Voor hem is een sawah landschap nog gewoner dan voor Hollanders een bloembollenveld. Even later ving hij met zijn hakmes een kleine lichtgroene slang, die hij stevig achter de kop vasthield. Maar de meesten vrezen de slang.

Onze tocht langs de akkers leidde naar de plaatselijke begraafplaats, waar de overleden dorpelingen in de aarde wachten tot ze aan de beurt zijn om te worden gecremeerd, opdat hun geest wordt vrijgemaakt  voor reincarnatie. Een paar jaar geleden vond er een massa-crematie plaats, waarbij 36 overledenen gecremeerd werden, maar ik zag, dat er inmiddels weer nieuwe graven waren opgericht. De kringloop van het leven is hier bij uitstek aanschouwelijk. Toen Dede aanstalten maakte om in een palmboom te klimmen, bleek de slang ineens verdwenen. Behendig en snel schoot hij de boom in en wierp verscheidene kokosnoten naar beneden. Tanjung stond al klaar met rietjes om het drinken van de kokosmelk te vergemakkelijken.
We maakten een ruime boog door de brede bermen tot we weer in de dorpsstraat stonden.

Inmiddels waren er veel kinderen naar het schoollokaaltje gekomen in afwachting van wat er komen ging. Hun aanwezigheid was kenbaar door het luide gekwetter dat zo kenmerkend is voor scholen en speelplaatsen. Er werden een paar tafels aan elkaar geschoven voor de lunch, die er weer net zo aantrekkelijk uitzag als de vorige dag. Een groepje jongens had een toneelstukje voorbereid en stond te popelen om dat op te voeren. Zoals wij vroeger stelten maakten van lege blikken en een touwtje, hadden de jongens hier iets soortgelijks gemaakt van halve kokosnoten. Omdat de gasten geen Balinees verstonden, was het een opvoering zonder woorden. Maar niet zonder geluid!! De wanden van het lokaaltje ketsten  het klakkende kabaal van de noten terug en de ruimte was met geluid gevuld. Ik hield mijn oren dicht terwijl ik genoot van het plezier dat de jongens zelf hadden tijdens de opvoering.

Toen de danslerares was gekomen, werden wij uitgenodigd om naar boven te gaan, waar de kinderen les kregen. Op een terras stonden de instrumenten voor de gamelan gereed, want ook dat is een onderdeel van de beroemde Balinese theater cultuur. Eva werd uitgenodigd om deel te nemen aan een dansles en Jan kreeg een plek aangewezen achter een gamelan instrument.

Het ziet er simpel uit, maar het valt toch niet mee om je aan het ritme te houden en de klanken bijtijds weer af te dempen.
Na enige oefening lukte het Eva redelijk goed om de sierlijke bewegingen te volgen en te combineren met mimiek, maar makkelijk: nee.

Het werd tijd om de gecostumeerde opvoering voor te bereiden, die in de vroege avond zou plaats vinden. Jan en Eva gingen voor een pauze van een paar uur naar hun hotel; de danslerares begon met de make-up en ik ging met een paar meiden naar Gianyar om de huurcostuums op te halen. Intussen zorgde Koyo, de dagelijkse coordinator, voor een auto om de barong op te halen. Toen de meisjes en ik terug kwamen, hadden er al enkele kinderen een gedaantewisseling ondergaan en zaten zij met hun opgeverfde toetjes rustig te wachten op de rest van de verkleedpartij.

Het liep tegen vijven toen de gasten weer ten tonele verschenen. Een rijtje prinsesjes zat rustig te wachten tot ze aan de beurt waren; jongens waren met de muziek installatie bezig; op het hoge terras werd een dinertafel gedekt; het kostuum van de barong werd binnengedragen en de eerste klanken van de gamelan lieten zich horen.
Jan zette zijn filmcamera in de aanslag en Komang installeerde een schijnwerper. Voor de opvoering, die weliswaar voor buitenlandse gasten was georganiseerd, ging men gezamelijk bidden in de familie tempel, want de performance is en blijft een religieuze aangelegenheid. Na het bidden verzamelde het eerste groepje danseressen zich achter het gordijn, dat diende als toneelingang.  De gamelan zette in en na een korte intro kon de voorstelling beginnen. Met vastberaden stapjes verschenen de meisjes één voor één vanachter het gordijn om de aanwezigen elegant te verwelkomen. Het dansje eindigde met sierlijk uitgestrooide bloemetjes en de meisjes verdwenen weer achter het gordijn.

De kleine kittige Iluh leek een metamorphose te hebben ondergaan toen ze in haar eentje schitterde als een professionele diva. Met haar jonge ranke lijfje maakte zij haast acrobatische bewegingen; haar expressie was wonderbaarlijk. Ze danste als in trance. En direct na haar opvoering was ze weer het kleine schoolmeisje met het hoogste woord.

Daarna demonstreerden twee prachtige  ‘vlinders’ een verleidingsdans waarbij ze met hun vleugelachtige rokken om elkaar heen wervelden.
De gamelan gaf alles een mystieke sfeer bij de inmiddels ingevallen schemering.
Dorpelingen waren op het geluid van de gamelan afgekomen en genoten mee van de opvoeringen. Het verveelt ze nooit. Zelfs de hele kleintjes volgden het gebeuren aandachtig.

Een dorpeling, verkleed als ‘Jauh’, voerde een ‘wayang topeng’ op (maskerdans)
De dans is deels improvisatie en de danser richt zich rechtstreeks tot het publiek.
Kleintjes kropen wat angstig achter de groteren, maar bleven toch geboeid gluren.  De leider van de gamelang ging een muzikaal ‘gesprek’ aan met de Jauh en volgde met muzikale klanken de bewegingen van de danser, die hem op zijn beurt op het verkeerde been probeerde te zetten.

Sluitstuk van de dansvoorstelling was de dans van de barong, een groot harig monster met klapperende tanden. De barong wordt gevormd door twee dansers, die respectievelijk de kop en de staart beheersen.  De danser in het staartgedeelte kan nauwelijks zien waar hij loopt en moet voortdurend de bewegingen van de voorste danser volgen. Ook de barong richt zich rechtstreeks tot het publiek en heeft vrijheid om te improviseren, al bevat de dans veel vaste onderdelen. Hij gaat altijd even zitten, valt ter plekke in slaap en duwt zijn harige manen in het publiek. Bij zijn nadering renden de kleintjes gillend weg om zich te verschuilen.
Toen de barong weer op de standaard werd gehangen, schuifelden de buren de poort weer uit en werden wij uitgenodigd om aan tafel plaats te nemen. Nyoman had weer een mooie maaltijd neergezet als sluitstuk van de avond. De kleineren vroegen permissie om naar huis te gaan en de groteren begonnen met opruimen.
Jan, Eva, Maurice, Komang en ik praatten tijdens het diner nog wat na en we wisselden uiteraard onze mailadressen uit, onder andere om elkaars foto’s te bekijken.
Toen Jan en Eva in de auto stapten om weer naar Ubud te worden gebracht, werden ze door het halve dorp uitgezwaaid.
Hebben ze het leuk gehad?  Zeker weten!

Bali, Ubud, Afvalverwerking en recycling


 Bali is een prachtig eiland.
Natuur en cultuur sluiten naadloos op elkaar aan. Er is echter één kwestie, die de liefhebbers van Bali verontrust: het rondslingerende afval. Veertig jaar geleden bestond dit probleem nog niet. Alle afval was organisch. Borden waren van bananenblad en het gebruik van plastic zakken was nog niet in Bali doorgedrongen. Wie iets niet meer nodig had, dropte het ter plekke en daarna werd het vanzelf in de kringloop opgenomen. Met de komst van plastic boodschappen zakken en ander wegwerpmateriaal is dat een stuk minder vanzelfsprekend geworden. Bermen, goten en riviertjes zijn getooid met plastic fladders, flaconnetjes en andere verpakkingsmaterialen. Kinderen worden weliswaar op school verwacht met een bezempje, maar weten duidlijk niet wat ze met het verzamelde vuil aan moeten en storten het afval in de rivier, die het van lieverlee in de richting van de zee afvoert. Opgeruimd staat netjes. Toen ik hierover een gesprek had met één van de gasten, werden wij door Ranto onderbroken. Hij wist te vertellen, dat er wel degelijk iets aan de afvalverwerking wordt gedaan in Bali. Tussen Gianyar en Klungkung zou een modern bedrijf zijn, waar het in de area opgehaalde afval wordt geselecteerd, gerecycled en deels tot compost wordt verwerkt.

Op zijn vrije dag hebben we een bezoek gebracht aan “Temesi Recycling”, een non-profit organisatie, gestart op initiatief van Rotary Club of Bali Ubud en Yayasan Gelombang Udara Segar. Het blijkt een heel modern opgezet bedrijf te zijn waar mensen uit de omgeving aan meewerken en waar veel onderzoek wordt verricht ten behoeve van een goed functionerend ecosysteem.

Vooral veel omwonenden houden zich bezig met het scheiden van het afval. Afval, dat geschikt is voor recycling, zoals plastic flessen, mogen zij zelf doorverhandelen, wat een extra stimulans tot samenwerking is. Op het terrein van het bedrijf is een proef-akker aangelegd om de wantrouwende boeren uit de omgeving te laten zien, dat de compost, die het bedrijf produceert, goede resultaten oplevert.

Ook doet men onderzoek naar het telen van sterkere gewassen, die beter bestand zouden zijn tegen parasieten, waardoor er minder chemische bestrijdingsmiddelen nodig zouden zijn. Bij de bezoekersingang van het bedrijf komt men binnen via een mooi aangelegde tuin, die o.a. leidt naar een smaakvol ingerichte ontvangstzaal, waar informatie over de verrichtingen van het bedrijf wordt gegeven en waar educatieve workshops worden gehouden voor jongere scholieren.

Toen wij het bedrijf bezochten kwam er toevallig een bus met Indonesische toeristen voor een rondleiding. Ook deze groep geinteresseerden bezocht de onwelriekende afvalhoop; liet zich leiden langs de verwerkingsstadia voor de compost; aanschouwde de metershoog opgetaste stapels kringloop plastic; en liet zich in de ontvangstzaal informeren over de ecologische voordelen van de gebruikte methodes. Uiteraard kochten wij twee grote zakken compost voor de tuin, die nog steeds een klei-achtige akkerbodem heeft.

Tot slot kregen we een uitnodigende folder met uitleg, foto’s en een plattegrondje. Misschien zegt u op een dag, net als wij: vandaag bezoeken we het Kerta Gosa in Klunkung, de moedertempel te Besakih en de vuilnisbelt van Temesi.

Het bedrijf heeft ook een informatieve website, waaraan zelfs een blogsite is verbonden: http://www.temesirecycling.org en een Facebook account: http://www.facebook.com/t.recycling

Bali, Ubud, individueel verzorgd reizen

Aan mijn gasten heb ik ondervonden, dat zij een verblijf in Bali Batin vooal plezierig vinden door de kleinschaligheid en de persoonlijke benadering. Ik kan me voorstellen dat dit vooral voor mensen geldt die alleen reizen of niet van een hotel-sfeer houden. Daarom:

Speciaal voor de oudere alleenstaande, die graag op reis wil, maar niet aan zijn lot wil worden overgelaten,
Voor de alleen reizende, die kampt met gezondheids problemen en in verband daarmee assistentie behoeft,
Voor de alleengaande, die wel gezelschap wil, maar niet van groepsreizen houdt,
En voor de reiziger die niet de hele tijd zelf het wiel wil uitvinden.
Voor deze singles organiseer ik een individueel verzorgd verblijf in mijn knusse bungalow.

Ik bied mijn gasten logies in mijn gasthuis in de vorm van twee kamers ensuite met eigen badkamer en gebruik van de ruime eetkamer, terras en tuin.
Ik ben persoonlijk de hele dag beschikbaar voor zaken van huishoudelijke aard, voor verzorging, om iets te regelen en als gezelschap.

Vooraf kunnen mijn gasten al kenbaar maken waar hun interesse naar uitgaat, zodat er eventueel onderzoek gedaan kan worden naar de mogelijkheden of -indien nodig- reserveringen kunnen worden gemaakt.

Ik kan helpen bij het opstellen van een programma en adviseren waar het gaat om uitstapjes. Ik woon al bijna 10 jaar in Bali en ben bekend met de cultuur en de mogelijkheden. En uiteraard kan een vooraf opgesteld programma per dag worden gewijzigd of aangepast.
Mijn gasten bepalen helemaal zelf hoe hun vakantie er uit zal zien.

De prijs van een individueel verzorgde vakantie is 500 euro per week voor 1 persoon. (2 personen 750 euro)
Hierbij zijn inbegrepen: logies; maaltijden; non-alcoholica; laundry; luchthaven transfers en uitstapjes per luxe taxi; Nederlands sprekende gids/gezelschap op HBO niveau; hulp bij lichamelijke ongemakken of anderszins.
Niet inbegrepen zijn: vliegticket(s) en hotels elders.

Indien u interesse hebt of meer specifieke informatie wenst, gelieve te mailen naar: balibatin@gmail,com
Hartelijke groet,
Ineke van Gemert

Indonesie, Bali, Ubud, gevarieerd Indonesisch eten.

 

Sinds lang is de Indonesische keuken erg geliefd in Nederland.
Althans, wat daarvoor doorgaat. Want de Indonesische keuken is zeer gevarieerd en evenzo zijn de aanpassingen aan de westerse varianten op de Indonesische keuken. Echte kenners betitelen de welbekende ‘rijsttafel’ als een Nederlandse dis en aan de andere kant is de dagelijkse maaltijd van de doorsnee Indonesier niet altijd even smakelijk voor westerlingen. Voor veel mensen geldt, dat onbekend onbemind maakt en dat is bij uitstek van toepassing op eetgewoontes. Mijn schoonvader, die een huis in Frankrijk had, kwam altijd met een achterbak vol eigenheimers uit Nederland aanzetten, plus een paar flessen jenever. En ook op de tafeltjes in de homestay zag ik regelmatig pakjes thee van Douwe Egberts en zakjes Venco drop.

Toch zijn uitheemse producten al eeuwen lang ingeburgerd in de westerse keuken. Handelsmissies vanuit Europa waren vooral gericht op het aanvoeren van Aziatische specerijen zoals peper, kruidnagelen en nootmuskaat. Daarna ontdekte men tabak en opium; aanvankelijk als medicijn aangewend. En in de twintigste eeuw, toen het vervoer niet meer zo’n hachelijke onderneming was en sneller kon plaatsvinden, werd het westerse menu aangevuld met tropische vruchten als bananen en mango’s.
In relatief korte tijd is er veel veranderd in de culinaire wereld. Enerzijds komt dit doordat in de westerse wereld de welvaart globaal is gestegen en anderzijds doordat men massaal naar verre bestemmingen is gaan reizen. Maar ook de immigratie van vluchtelingen en werkzoekenden in meer welvarende naties hebben gezorgd voor verschuivingen in westerse eetgewoontes. Ik herinner me nog, dat er eind vijftiger jaren schoorvoetend “Franse kaas” op toastjes werd geintroduceerd bij een glas “droge sherry”. De plakjes smaakrijke kaas werden flinterdun gesneden en volgens mensen, die niets moesten hebben van die moderne fratsen, rook de kaas naar vuile sokken. Ook aan de smaak van olijven moest men erg wennen, maar tegenwoordig gaat Jan en alleman op zaterdag naar de markt om een paar ons knoflookolijven te scoren bij de Marokkaan. De Surinaamse roti met curry-kip, gesneden kouseband en een flinke dot sambal van geurige Mme Jeanette pepers is voor de echte doorzetters, maar ook dat gerecht is in Nederland inmiddels ingeburgerd.

Tientallen jaren geleden reisde ik voor het eerst naar Indonesie met een partner, die geen rijst lustte. Dat was lastig, want zeker in die tijd was rijst het hoofdbestanddeel van elke maaltijd. Een Indonesier eet rijst; vaak met nog iets erbij. Maar zonder rijst heeft een Indonesier niet gegeten. Alleen Chinezen hadden een alternatief: mie. Enfin, ik prees mezelf gelukkig, dat ik wel van rijst hield, want dat vergrootte de kans op een smakelijke maaltijd aanzienlijk. Het was tijdens dezelfde reis, dat in een uitspanning voor vakantiegangers in Jokyakarta iets nieuws werd aangeboden: pizza. Leuk geprobeerd, maar niet geslaagd: de pizza’s werden meestal na twee happen met een vies gezicht terzijde geschoven. Zo erg is het inmiddels niet meer. Vooral in Bali kan men in elke plaats goed en lekker eten voor elke smaak en elke beurs.

 

De koks in Bali bedienen zich inmiddels van de modernste apparatuur en verdiepen zich in hun leertijd in “Masakan Favorit Eropa”. Mijn vriend Ranto werkt als kok in “Ary’s Waroeng” aan de Jalan Raya Ubud. Het restaurant lijkt echter in niets op een warung en het menu al helemaal niet. Tot mijn grote vreugde is Ranto geneigd zijn werk mee naar huis te nemen. Vol ijver bereidde hij voor mij een ‘Boeuf Stroganoff ‘. Hij struikelt nog steeds over de naam maar met het gerecht weet hij vakkundig te goochelen. Westerse ingredienten zijn voor Indonesische begrippen relatief duur. Dit geldt met name voor melkproducten als keukenroom en kaas, maar ook voor conserven, die uit Europa worden ingevoerd, zoals bij voorbeeld olijven, kappertjes, mosterd etc. Om binnen ons budget te blijven zochten we naar oplossingen binnen het Indonesisch palet, wat nu en dan tot verrassende resultaten leidde. Zo kwam Ranto tot een Indonesische variant van Boeuf Stroganoff door in plaats van sour cream een mix te gebruiken van ongezoete yoghurt met een flinke scheut santen. Santen is verkrijgbaar in pakjes, maar is ook gemakkelijk zelf te maken: Ranto raspte het zachte vruchtvlees op een parutan, een rasp gemaakt van sprijkers in een plankje. De smaak van de santen liet zich goed verdragen met een paar fijngesneden rawitt pepertjes. Behalve een zacht gekruide aardappelpuree, liet het vleesgerecht zich ook goed combineren met gekookte rijst, op smaak gebracht met een kluwen verse pandanbladeren, die hier en daar langs de sawah groeien. Er werd een groenteschotel bij geserveerd van een inheemse vrucht, die in smaak wel iets wegheeft van de Hollandse komkommer: labu siam. De smaak is zacht en fris.

         

Tenslotte dronken we er nog een glaasje jonge, thuis bereide rode wijn bij. Niet helemaal volgens het boekje, maar wel passend in de rest van het avontuur.

Indonesia, Lombok, Activiteiten aan de ongerepte noordkust.

Aan de noordkust van Lombok leven eigenlijk voornamelijk vissers en kwekers van kokosnoten. Men heeft geprobeerd om er verscheidene bedrijfjes levend te houden, maar weinig kon er gedijen. Het kweken van zeewier voor de fijne keuken was geen lang leven beschoren en ook enkele hotels hebben het niet gered, hoewel men toch een grotere toeloop van toeristen verwacht als de nieuwe luchthaven van Praya eenmaal operatief is.

 

Ranto en ik slenteren samen langs het onbezochte strand, waar de prachtigste schelpen voor het oprapen liggen. We zijn op zoek naar een gudang -een voormalige opslagplaats voor een lokaal bedrijfje- die de aandacht van Ranto had getrokken, toen hij er een foto van zag.In zijn dromen had hij het al omgetoverd tot een open keuken met een groot terras ervoor en een bedrijvige barbeque. Hij ziet het helemaal voor zich: een visrestaurantje, waarvan de aantrekkelijke geuren langswandelende gasten zouden verleiden om neer te strijken op zijn terras om zich tegoed te doen aan zijn verrukkelijke specialiteiten. Hij verdiept zich al in de kunst van het fileren en in de receptuur van fijne sauzen. Aan mij de opdracht om er een geschikte witte wijn bij te organiseren. (wat in Indonesie beslist geen simpele opdracht is) De gudang valt in het echt een beetje tegen en we begroten, dat het een flinke duit zal kosten om het geschikt te maken.

Niet ver van de gudang staat een verlaten fabriek en omdat het een beetje begint te regenen, lopen we daarheen om even te schuilen. We hebben de indruk, dat de grond in de omgeving is overgegaan op een nieuwe eigenaar. Mogelijk krijgt ook de oude fabriek een nieuwe bestemming. Als we een man met een schop zien rondscharrelen, gaat Ranto erop af om een praatje te maken en meer aan de weet te komen.
De man is de tuinman van een ibu -de zuster van een Lombokse kokosnootteler, die het terrein heeft aangekocht- en woont in een van de nieuw opgetrokken appartementen vlakbij de vervallen fabriek. Hij weet te vertellen, dat de fabriek een voormalig laboratorium is van een parelkwekerij die al een tijdje geleden falliet is gegaan. De gudang was inderdaad een opslagplaats voor olie en benzine die nodig waren voor de machines en de apparatuur in de parelkwekerij.
Op het ernaast gelegen terrein is echter een nieuwe parelkweker neergestreken, die goede zaken doet. Omdat we er toch vlakbij waren, gingen we er even een kijkje nemen. Een gezelschap van ongeveer 10 personen was er druk aan het werk.

De meesten waren bezig met het afbikken van zeepokken van grote oesterschelpen. De werkers droegen bijna allemaal stevige handschoenen om hun handen te beschermen tegen de scherpe randen van de schelpen en het koraal. Gedurende het werk werden de oesters voortdurend onder stromend zeewater gehouden, dat via een pomp door de bassins werd gestuwd. Na het afbikken werden de schelpen nog eens grondig gewassen, waarna iemand anders ze een plaats gaf in grote metalen roosters, die een klein eindje uit de kust in zee zullen worden gehangen.

Ranto fungeerde als tolk voor al mijn vragen. Zodoende kwam ik te weten, dat de schelpen in een laboratorium met rontgenstralen worden gescand en onderzocht op ziektes en de vorming van parels. De gezonde oesters zullen in zee worden teruggeplaatst en zo mogelijk worden voorzien van de gunstigste omstandigheden om parels te vormen. De behandelingen aan de wal zullen gedurende twee jaar regelmatig worden herhaald.

Na ongeveer twee jaar zijn de gevormde parels groot genoeg om te worden verwerkt tot siervoorwerpen. Ook de schelpen zelf komen in aanmerking voor verdere verwerking en worden uiteindelijk nuttig gemaakt als een handjevol overhemdknoopjes. Over een eventuele nabehandeling of selectie wist men niets te vertellen, dus dat vindt mogelijk elders plaats. In elk geval heeft een snoertje parels een langere voorgeschiedenis dan een snoer doorboorde pitten of glazen kraaltjes.
Hoewel ze eigenlijk bij elke outfit heel flatteus staan en geschikt zijn voor elke leeftijdsgroep, zijn parels in Europa weinig in trek. In Japan ligt dat heel anders. Japanse designers van sierraden en kleding maken er veel gebruik van en ik ben ook in Ubud verscheidene mooie ontwerpen tegen gekomen, Maar Nederlanders kijken en twijfelen waar Japanners kopen.

Aandacht voor de situatie in Egypte.

De situatie in Egypte is zeer onstabiel.
Zoals altijd, is dit zeer bedreigend voor onschuldige groepen, die het onder normale omstandigheden al erg moeilijk hebben.
Sheila de Fretes vraagt daarom extra aandacht voor de kinderen, die onder deze omstandigheden te lijden hebben.
Zij stuurde mij -en vele anderen- het volgende bericht:

Lieve vrienden/relaties.

 

Ik hoef jullie niet te vertellen wat er in Egypte gebeurd.
Ik hoef jullie niet te vertellen hoe verschrikkelijk dit is.
Ik hoef jullie niet te vertellen wat een angst daar heerst,
Ik hoef jullie niet te vertellen dat er zoveel gewonden zijn,
Ik kan jullie zoveel willen vertellen,maar ik weet niet of iedereen kan en wil luisteren,
MAAR MIJN KINDJES ZIJN DAAR en zoveel andere,ik weet hoe ze zich voelen,
Ik weet wat ze denken,
Ik weet wat ze hopen,
Ik wil jullie alleen maar vragen een lichtje(een kaarsje) voor ze te branden.
Ik hoef en wil het niet uit leggen waarom,ik hoop dat jullie het zelf wel weten.

Liefs en dank je wel .
Sheila de Fretes,

www.sdffoundation.

 Misschien willen jullie dit aan anderen door sturen.

 

« Older entries