Indonesie, Bali: ER ZIJN BALINEZEN EN ANDERE MENSEN.

 

In Bali wonen voornamelijk Balinezen, maar de laatste tijd komen er steeds meer mensen van buiten Bali op dit eiland wonen. In de eerste plaats een hoop mensen uit Java, die werk zoeken of creëren in het meer welvarende Bali. De meesten strijken neer in het westen en in steden als Denpasar en Kintamani. Dan zijn er nog een aantal gelukzoekers, die een graantje mee willen pikken van het geld dat de toeristen inbrengen. Zij bieden zich aan als gids, masseur, bewaker en zelfs als minnaar. Niet zelden zijn het jonge vrijbuiters, die de armoede en het keurslijf uit hun eigen streek ontvluchten op zoek naar snelle avontuurtjes en de jackpot. Dit, tesamen met de aangetaste reputatie die aanhangers van de Islam toch al met zich meevoeren, maakt dat deze groep door de Balinese bevolking met wantrouwen wordt bejegend. Soms terecht, maar natuurlijk niet altijd.
De Balinezen zelf staan bekend als een vriendelijk, maar trots volk. Zij tolereren veel, maar leggen kritiek naast zich neer. Op zeer overmoedige wijze zijn ze zelfbewust: er bestaan twee soorten mensen: de Balinezen en de rest van de wereld. Deze houding, deze visie, heeft consequenties voor iedereen, die in Bali woont. Zowel voor de meer welgestelde buitenlanders, die vooral om hun investeringen worden gewaardeerd, als voor de behoeftigen van buitenaf, die weing compassie hebben te verwachten.
Een voorbeeld uit die laatste groep is Kendi, een jongeman uit Lombok. De ouders van Kendi kwamen uit het arme Lombokse binnenland, die waarschijnlijk naar Bali zijn vertrokken in de hoop op betere omstandigheden. Helaas hield het huwelijk onder de druk van de armoede geen stand, wat uiteindelijk de twee kinderen hebben moeten bezuren. Kendi werd op achtjarige leeftijd met zijn broertje gedropt bij een groep Lombokkers, die al eerder in Bali was neergestreken. Zowel vader als moeder ging er vandoor met een nieuwe partner, bij wie de kinderen niet welkom waren. Door hard werken moest Kendi in eigen levensonderhoud voorzien. Geld en tijd voor school was er niet meer. En ook geen huis, geen bed. Voor Balinese kinderen wordt meestal wel gezorgd, jongens zijn erfgenamen van de familie en meisjes kunnen werken en helpen in de huishouding. Maar wie buiten de boot valt heeft eenvoudig pech gehad: een slecht karma. Niets in te brengen dan lege briefjes. Kendi heeft er mee leren leven. Hij houdt zich klein en ongevaarlijk. Hij stelt geen eisen en uit geen klachten. Hij is vriendelijk, vrolijk en op zijn hoede. Zijn houding is erop gericht te overleven in een onberekenbare wereld, waarvan hij niets heeft te verwachten.
Maar Kendi is ook gewoon een jongen, die rijpere gevoelens krijgt, zoals elke jongen van zijn leeftijd. Die leert roken en motorrijden. Die mee luistert en fluistert van sterke verhalen, branie en sex. En opgestookt door oudere jongens, doet hij ‘
het‘ op een keer met een gewillig Balinees meisje. En wat zelden de eerste keer gebeurt, overkwam hem: het was meteen raak. Meisje zwanger en in tranen, de familie boos en in alle staten en Kendi bang als voor de dood. Hij moest trouwen om de eer van het meisje te redden. Als een getrouwd stel konden ze echter niet leven, dus het meisje bleef bij haar ouders wonen, waar na 9 maanden een meisje werd geboren: Intan. Niemand was echt blij met de kleine Intan. De moeder niet, omdat ze haar leven als verpest beschouwde, de familie niet, omdat de zaak weinig eervol was en bovendien een meisje had opgeleverd. Geen erfgenaam dus en nog een bastaard ook. En uiteraard ook Kendi niet, die zich het krijgen van kinderen wel anders had voorgesteld en niet wist hoe hij voor zijn dochtertje moest zorgen. Hij kon amper voor zichzelf zorgen.
Toen Intan twee jaar oud was, ging de moeder er vandoor en liet Intan bij haar familie achter. Het meisje begon prekend op haar vader te lijken, die -hoe moeilijk de omstandigheden ook waren- veel van Intan was gaan houden. Hij heeft Intan bij de familie van de moeder weggehaald en ondergebracht bij mensen uit Lombok, opdat ze zal opgroeien en gekoesterd zal worden als een Lomboks meisje. De helft van zijn schamele inkomen besteedt hij aan haar verzorging. Hij vond onderdak en werk bij een Nederlandse emigrant, die zich zijn lot heeft aangetrokken. Kendi’s droom is: terug naar Lombok om daar een huisje te bouwen, waar hij samen met zijn dochtertje kan wonen en voor haar kan zorgen. Zijn weldoener heeft hem op weg geholpen door een stukje grond voor hem te kopen. Stukje bij beetje spaart hij een deel van zijn loon op om bouwmaterialen te kopen. Maar het gaat erg langzaam. Voor Nederlandse begrippen kost de bouw van een huisje in Lombok een schijntje: ongeveer anderhalf duizend euro. Ik ben zelf momenteel niet in de omstandigheden dat ik een modaal salaris verdien, maar ik heb 500 euro gedoneerd voor dit kleine project. Wie zich geroepen voelt om iets aan de omstandigheden van Kendi en Intan te helpen verbeteren, nodig ik uit om iets te doneren; ook een klein bedrag heeft hier al grote impact.
Doneren kan op mijn ABN-AMRO rekening nr. 40 50 22 158 t.n.v. C.E. Van Gemert o.v.v. Kendi & Intan. Kendi neemt foto’s van de vorderingen die hij met de bouw van zijn huisje maakt en ik houd iedereen daarvan op de hoogte. Bij voorbaat hartelijk dank.


Tunjang, het geboorte-dorpje van Kendi, ligt ten noorden van de nieuwe internationale luchthaven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: