Bali, Ubud, Nederlands voor Balinezen

 

WAT MOET IK ZEGGEN EN HOE ZEG IK HET IN HET NEDERLANDS

 

Mijn vriend Wayan, die -hoewel de dertig al gepasseerd- nog steeds geen keuzes in het leven kan maken en er ook niet in slaagt inzicht te krijgen in zijn mogelijkheden, hoopt vurig op inspiratie van de buitenlanders, die Bali jaarlijks overspoelen.
Hij wil hun begrijpen en invoelen in de hoop ooit een deel van hun gedachtengoed te adopteren dat hem tot fortuin, of tenminste tot welstand zou moeten leiden. Zo meent hij. Dagelijks is hij getuige van de vurige gesprekken die vakantiegangers met elkaar voeren. Hij zou zo graag weten waar het over ging. Dagelijks ziet hij geanimeerde stelletjes aan de lunch, die zich minder met hun gerechten bezig houden dan met elkaar. Tussen twee happen door wisselen ze wel honderd woorden uit. Zijn ouders doen dat nooit. Die eten niet eens samen, laat staan dat ze erbij praten. En de zeldzame keren dat ze een lang gesprek voeren is het over iets dat geregeld moet worden, wat het kosten mag en hoe ze aan het geld kunnen komen. Filosoferen is voor de goden, niet voor eenvoudige stervelingen.

Maar Wayan en ik komen regelmatig bij elkaar in de sawah om samen te picknicken, koffie te drinken en te babbelen. Hij wil van alles en nog wat weten en biecht nu en dan één van zijn geheimen op, die hij thuis met niemand kan bespreken. Hij hoopt ooit de sleutel van het leven te vinden, die hem wijsheid zal brengen en hem verder zal helpen in het leven.
Van een Nederlandse toerist heeft hij een boekje gekregen, dat hij dagelijks aandachtig bestudeert. Het heet:
wat moet ik zeggen en hoe zeg ik het in het Indonesisch. Het is duidelijk dat hij daaruit niet de Indonesische taal hoopt te leren, maar dat het hem juist om het Nederlands gaat. Hij wil graag leren de Nederlanders aan te spreken in hun eigen taal. Hij wil verstaan wat Nederlanders tegen elkaar zeggen. Omdat hij vaak niet weet, hoe hij de vreemde woorden moet uitspreken, wil hij dat ik hem help bij het oefenen. Door met iemand uit een heel ander taalgebied het Nederlands onder de loep te nemen, krijg je een heel andere kijk op je eigen taal. Je wordt geconfronteerd met de geschiedenis die je eigen taal heeft doorlopen en gevormd. Je gaat je verbazen over de ingewikkelde wendingen, de overbodige woorden, de inconsequenties en de onuitspreekbaarheid van je eigen taal. Wayan begreep niets van vervoegingen of vrouwelijke en onzijdige woorden, Hij laat een lepeltje in de koffie draaien, hij laat een auto roeren in een smalle straat en hij keert de deur dicht. Hij krijgt keelpijn van de harde G en spierkramp in zijn mondhoeken bij het uitspreken van de UU. Drie opvolgende medeklinkers kan hij niet uitspreken, dus het gaat over steraat en sterand. De klinkercombinaties EI, UI en OU zijn hem onbekend. In zijn leerboekje maakt Wayan fonetische aantekeningen en voegt hij ‘ezelsbruggetjes’ toe om hem de uitspraak van moeilijke woorden te helpen herinneren. Tot zover “hoe moet ik het zeggen”

Leuker is het om te leren “wàt je moet zeggen”, want ook dat verschilt nogal in het Nederlands. Bij een bezoek aan een restaurant vraagt een Nederlander of de keuken al open is (??) en zegt de Indonesier: ik wil eten. (!!) Als in een Nederlands restaurant de kok naar huis is, zegt men: ‘de keuken is gesloten’. Maar in een Indonesische warung is de ober dezelfde als de kok en de zaak is open tot het eten op is. (habis)
Wayan bezoekt zelden een restaurant en in een warung zitten meestal geen toeristen, dus hij bladerde snel door naar een ander onderwerp.
Wat zeggen mensen tegen elkaar, bij de eerste ontmoeting? Wayan zegt gewoonlijk: “What’s your name?”, “Where do you come from?” of “Do you need transport?” . De Nederlander niet. Die zegt: “Kunt u mij de weg wijzen naar het postkantoor?”, “Is er een supermarkt in deze straat?” en “ Waar is het dichtstbijzijnde ziekenhuis?”
“diggetestebijzijde?” Wayan werd er gek van! En niemand hoeft naar het postkantoor. Iedereen wil naar de internetshop voor zijn contacten met het thuisfront.
Maar dan: een jongen en een meisje ontmoeten elkaar. (pag. 40: iemand versieren) Wayan gaat wat rechterop zitten en kijkt mij veelbetekenend aan als hij zegt: “Ik ben perliept ap oe.” Nou ja, “je” kwam ook in aanmerking. Maar dan de volgende: “Ik wil met oe naar bed.”
Ik moest even in het boekje kijken om te zien of dat er werkelijk stond. En ja hoor, voluit op pag. 41. Het standaardwerkje was sinds mijn 14e jaar behoorlijk aangepast. Ik kan me het ‘hoe en wat’ in het Frans nog goed herinneren. Een jonge Franse automonteur met de saaie naam ‘Jean’ en ik lagen op de camping dicht tegen elkaar aan in het gras en ginnegapten bij het lezen van: ‘wilt u met mij wandelen?’
Wayan vervolgde: “Allain mit un kondoom.” En ik moest voor hem spellen: “ Nee? Nou, dan doen we het niet.” Dat antwoord wilde Wayan liever schrappen. Daarna: “Dat segsse alemaal.” Ik kreeg zeer sterk het gevoel dat dit ‘wat en hoe boekje’ vooral voor de jonge vrouwelijke globetrotter was geschreven. En ja hoor, even later formuleerde Wayan de krachttermen: “raak me niet aan” en “hoepel op”. (pag. 35) Wayan was zeer gedesillusioneerd. Met een uiterste krachtsinspanning zei hij nog een keer: “Iek ben pferliebtoppoe.” Daarna deed hij het boekje dicht.
Maar hij had n
òg een boekje: “Simple Japanese”.
“Much more easy”, verzekerde hij me.

Voor wie het niet geloven wil: kijk het maar na in: “wat en hoe in het Indonesisch”
Het staat er echt: van ‘ik heb niet zulke sterke gevoelens voor jou’ tot ‘hoepel op’.

 

4 reacties

  1. Dies said,

    14 april, 2010 bij 2:44 pm

    Ha Ineke!

    Zeer vermakelijk verhaal!
    En hoepel op staat inderdaad ook in alle drie ‘hoe en wat in het Indonesisch’ boekjes die we bij ons vertrek hebben gekregen.

    Groetjes en tot snel!

  2. Ineke said,

    14 april, 2010 bij 3:27 pm

    Ha, Dieske,
    Bedankt voor je reactie.
    Ik hoop je gauw weer eens te zien, in elk geval voor de zomerdrukte.
    Ineke

  3. Dorry said,

    25 april, 2010 bij 7:14 pm

    Hallo Ineke,

    Weer een fantastisch stukje schrijfwerk van je. Maar, oh wat moeilijk die vreemde taal voor Wayan. Is hij niet degene die via jouw bemiddeling toeristen over de sawa’s en door de omgeving leidde? En de zoon van de mensen wiens rijstvelden door de eigenaar terug werden geëist? Laten we hopen, dat het geluk hem nog zal toelachen in zijn verdere leven!

    Hartelijke groet van Frits en Dorry

  4. Jan Minnaard said,

    26 april, 2010 bij 11:11 pm

    Hoi Ineke,

    wat een geestig verhaal. En de manier waarop jij dit beschrijft! Heel erg herkenbaar. Ik heb ervan genoten. Evenals je andere verhalen. Ik reageer eigenlijk te weinig moet ik je tot m’n schaamte bekennen ondanks het feit dat ik een trouwe fan van jouw collums ben. Terima kashi banyak,

    Salam dari Belanda,

    Jan Minnaard


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: