Indonesia, Lombok, de vissersgemeenschap van de noordkust.


Hoewel februari onverwacht een drukke maand is gebleken, werd het in de laatste week rustig genoeg om er even tussenuit te gaan. Waarschijnlijk de laatste mogelijkheid voor het hoogseizoen, want er gaan in het jaar 2010 weer heel veel mensen met vakantie en ze zijn zich al druk aan het orienteren voor wat betreft hun vakantiebestemming. Mede dankzij de shootings voor de verfilming van de bestseller “Eat, pray, love.” door Elizabeth Gilbert trok Ubud de vorige zomer veel publiek. Vooral vrouwen, die herkenning vonden in de verhalen van Gilbert wilden Ubud bezoeken om nog meer verbondenheid te ervaren met het boek dat hun zo inspireerde. En zo blijft Ubud groeien als het van oudsher Balinese middelpunt van kunst en cultuur. Ik verwacht niet dat de belangstelling voor Ubud zal teruglopen dit jaar, dus ik heb een paar dagen vakantie genomen, nu het nog kon.
Een goede vriend van me die een ruim huis heeft gebouwd aan de rustige noordkant van Lombok, had mij uitgenodigd om hem daar te bezoeken. Net als vorig jaar toen ik een uitstapje maakte naar Gili Meno, koos ik ook nu voor de eenvoudige ferry om van Padangbai naar Lembar over te steken. Van de shuttlebus heb echter ik geen gebruik gemaakt. In plaats daarvan heb ik me laten brengen en halen door een “ojek”, vervoer op de motorbike. Dat is na de shuttlebus de goedkoopste oplossing en het gaat een stuk sneller. Eenmaal in Lombok ging de reis via Mataram naar Bangsal, dat vlak voor de haven naar de Gili’s ligt. Van Bangsal leidde een kustweg naar het gehucht Krakas, dat bekend is om zijn zoetwater bronnen in zee, vlak voor de kust. Het was daar ongeveer, dat ik gedurende twee dagen over de rustig kabbelende watervlakte uit keek, onophoudelijk gestreeld door een zoele, vriendelijke wind.


Vanaf de kustweg leidt een lang breed pad dwars door de kampong naar het grijze strand, waar de vissers hun smalle bootjes aan wal trekken. Door een opening in de koraalrand, die enkele tientallen meters als een borstwering voor de kust is opgebouwd, varen de bootjes dagelijks de zee op om hun dagelijks voedsel uit het water te vissen en misschien iets extra om in geld om te zetten.

De eenvoud en de rust, die op de kleine Gili-eilandjes inmiddels volkomen door commerciele uitbaters zijn uitgehold, zijn aan de noordkust van Lombok nog authentiek. De kindertjes, die in de namiddag over het strand huppelen vragen niet om rupia’s, maar om een lege fles waar ze mee kunnen voetballen. En vissers die niet over een boot beschikken, staan tot hun borst in het zeewater om met een lange lijn vis uit het water te hengelen. Honden trekken in kleine roedels langs het strand op zoek naar voedsel. En ik, zoals veel westerlingen, jut op mooie schelpen. Maar er was meer langs de kust, dat mijn aandacht trok. Ook daar, in een nagenoeg onbedorven gebied, worden bungalows, restaurantjes en hotelletjes gebouwd. Want toeristen, die het geciviliseerde Bali voor gezien houden, trekken verder naar Lombok om de grote vulkaan Rinjani te beklimmen en om te genieten van Lomboks prachtige natuur en zijn vele watervallen. Die avonturiers willen eten en slapen, vervoer en een gids. Een dame uit Sumbawa en haar Belgische echtgenoot speelden daar diplomatiek op in door een restaurant en een bungalow parkje aan te leggen met uitzicht op zee. “Pondok Pantai”, noemden ze hun onderneming, wat letterlijk ‘strandhut’ betekent. Ze hadden originele paalhutjes uit Sumbawa over laten komen en die omgebouwd tot ydillische bungalowtjes. Het restaurant was ingericht boven de receptie en gaf een prachtig wijds uitzicht over zee. Het werd zelfs genoemd in de Lonely Planet Guide. En omdat het de enige gelegenheid in de omgeving was, werd het relatief druk bezocht. Helaas kreeg het ondernemende stel te maken met tegenslag. Eerst verminderde de toeristenstroom door de bomaanslagen in Bali en daarna sloeg de zee toe. Inmiddels is het toerisme weer op gang gekomen, maar de zee blijft land eten. Van alles hebben ze geprobeerd om de zee te bedwingen. Ze hebben muren geplaatst en grote tonnen vol beton gestort, maar niets kon de uitvallen van de zee weerstaan. De leuke Sumbawase hutjes verdwenen in zee en van het huis, de receptie en het restaurant bleef niet veel meer over dan een paar ruines.

Pondok Pantai is nu gesloten en het terrein maakt een troosteloze indruk.
De oorzaak van deze narigheid ligt -naar het schijnt- bij het gedrag van de vissers. Zij brengen met hun vissersgereedschap ernstige schade toe aan de koraalrand, die voorheen functioneerde als een natuurlijke zeewering. Door de beschadigingen is de functionaliteit als golfbreker sterk verminderd, waardoor de zee zich verder landinwaards werpt.

En de vissers? Die moeten ook ergens van leven en zijn zich amper bewust van wat ze aanrichten.
Een verder noordelijk gelegen resort kampt met dezelfde dreiging en men heeft uit voorzorg zandzakken rond de tuin opgetast. Voor de zee zal het echter een koud kunstje zijn om zie barriere af te breken. Voorlopig is er nog geen oplossing voor dit probleem. En ook mijn vriend, die nu nog vredig vanaf zijn ruime veranda over het voortdurend deinende water uitkijkt, vreest dat hij over geruime tijd nog maar de helft van de grond zal bezitten, die hij aanvankelijk kocht. Op een dag zal de zo kalm ogende waterplas zich een weg banen onder de palen van zijn mooie veranda. Want bij zijn oude buurman, die ietsje lager woont, stroomt bij hoog tij het water af en toe al onder het huis door, alles met zich mee sleurend, dat niet hoog was opgeborgen.
De kampongbewoners lijken over het probleem niet na te denken. Dagelijks roosteren de vrouwen de vers binnengebrachte vis, die met kangkung en witte rijst gegeten wordt. Tussentijds vegen ze het strand aan, verzorgen ze de babies en doen ze de was. Tot de volgende vis wordt aangeleverd.
Natuurlijk is dit een momentopname. Ik kan niet voorspellen of de huidige landeigenaren tot overeenstemming zullen komen met de overheid, danwel met de vissers of via andere weg een oplossing zullen vinden voor deze voortschrijdende vorm van erosie. Ik heb alleen even een paar dagen vakantie gehad, zonder internet, zonder agenda, zonder gasten.

Ik ben achterop een brommertje landinwaards gegaan om de mooie watervallen (air terjun Gangga) te zien en het groene sawah-landschap tussen de beboste bergen. Ik ben op bezoek geweest bij een oude veehouder, die dagelijks met zijn vijf koeien over het strand naar een verderop gelegen weitje wandelt. Ik werd verwend met lokale lekkernijen, want de Sasaks vierden juist het Islamitische Nieuwjaar. De oude man was een beetje ziek, “panas dalam”, zei hij. (heet van binnen) Daarom at hij weinig, maar hij liet zich zijn genotmiddelen, bestaande uit sirihblad, betelnoten, kalk en tabak goed smaken.

Heel goed voor de tanden, verklaarde hij, terwijl met een propje van zijn drugs demonstratief over het restant van zijn gebit wreef. Toen de stiltes, die ontstonden tussen de weinige woorden die onze gemeenschappelijke vocabulaire rijk was, langer werden, bedankte ik voor zijn gastvrijheid en trok ik me weer terug via het erf van de buren naar de hooggelegen veranda van mijn gastheer.
Na twee dagen serene rust vertrok ik weer richting Bali. Samen met mijn gastheer bracht ik nog even een bezoekje aan restaurant “Arnel” in Bangsal, dat wordt gerund door de Nederlandse George Smit en diens vriendelijke Sumatraanse vrouw Nelly. Hun restaurant ligt op het strategisch kruispunt tussen de routes naar de berg Rinjani en de weg naar de oversteek voor de Gili eilanden.

In de keuken zwaait Nelly de scepter. Zij is opgegroeid met de rijke, Padangse keuken, maar weet ook goed raad met de westerse smaken. Voor mensen, die de boot hebben gemist naar Gili Trawangan, hebben George en Nelly een paar leuke bungalowtjes ter beschikking, waar men voor een redelijke prijs in een schoon bed kan slapen. Ook is het een geschikte pleisterplaats voor de mensen, die verder willen reizen naar het noord-oosten en Pondok Pantai gesloten vinden. Het scheelt maar tien minuutjes op de brommer.
En als u daar dan toch bent: doe George en Nelly de hartelijke groeten van Ineke uit Ubud!

5 reacties

  1. theo said,

    2 maart, 2010 bij 1:07 pm

    Ha Ineke,

    Wat zal jij hebben genoten van een paar dagen “vakantie”
    Het is weer een leuk verhaal en tijdens het lezen voel je een beetje de sfeer.
    Ik kijk uit naar je volgende belevenis.

    Groet Theo

  2. Martina said,

    1 april, 2010 bij 2:45 pm

    Dag Ineke,
    leuk om je verhaal te lezen. Bij toeval kwam ik op je site terecht omdat ik zocht op Pondok Pantai. Vijf jaar geleden hebben wij hier een mooie vakantie gehad met onze kinderen. Jammer dat de huisjes zo vervallen zijn; het was een zeer idylisch plekje om te vertoeven.Weg van alle toerisme en westerse luxe…
    Leuk trouwens om te zien dat je daar noflik relaxed in de Friese vlag!
    Goed verblijf daar.
    Groet, Martina

  3. Ineke said,

    1 april, 2010 bij 4:00 pm

    Hi Martina,
    Ja, de zee neemt genadeloos. De meeste huisjes zijn niet vervallen, maar eenvoudig weggespoeld. Ik heb echter vernomen, dat men bezig is meer landinwaards weer iets op te bouwen. Mijn vriend Jelke (een Fries, vandaar die hangmat) woont zo’n 50 meter verderop aan hetzelfde strand. Maar het is er nog heerlijk rustig, niet te vergelijken met Bali.
    Groet, Ineke

  4. Henk said,

    24 januari, 2011 bij 10:08 pm

    Beste mevrouw Ineke,

    Ook ik heb op internet gezocht naar “Pondok Pantai” en kwam zo op deze site terecht.
    Wat triest te moeten lezen, dat de hele boel in zee gespoeld is.
    Mijn echtgenote en ik hebben daar in 2006 vier heerlijke weken doorgebracht.
    Veel van het eiland kunnen zien.
    Sporadisch hebben wij nog e-mail contact met de eigenaren Etty en Jo.
    Zij hebben ons echter nooit verteld, dat PP weggespoeld is. Misschien was dat te pijnlijk. Het was een Paradijsje met een ongeëvenaarde locale keuken.

    Met vriendelijke groet en dank voor uw bericht op internet,
    Henk.

  5. Ineke said,

    25 januari, 2011 bij 3:11 am

    Beste Henk,

    Bedankt voor je reactie op mijn blog.
    Het echtpaar dat eigenaar was van het voormalige Pondok Pantai ken ik niet persoonlijk. Maar het is waar dat de kust daar dreigt te worden afgekalfd doordat de plaatselijke vissers de koraalrand beschadigen.
    Tot op heden is dit deel van Lombok overigens nog puur en authentiek. Ik vrees dat dit op korte termijn zal veranderen. Langs de kust worden al grote hotels gebouwd en luxe resorts met zwembad e.d. Wie de Gili eilanden heeft bezocht, weet wat dit kan betekenen. Zelf vind ik die ontwikkeling jammer, want dergelijke oorden zijn er al zo veel op de wereld. Het is juist de eenvoud, die zo ontroert. We houden de ontwikkelingen echter niet tegen. De jongens op Lombok willen ook graag een mobieltje waarmee ze kunnen internetten en verheugen zich helemaal niet in hun eigen puurheid en armoede. De tijd van James Cook is voorgoed voorbij en zolang de westerse mens het zich kan veroorloven om zich binnen een tijdsbestek van 24 uur als een ontdekkingsreiziger in een onbedorven paradijs te wanen, doet hij dat. Ingeent ditmaal, en dubbel verzekerd, vanuit een kamer met airco en met een zwembad voor de deur. Zelf woon ik in Bali, in een plaatsje waar je 20 jaar geleden nog werd aangestaard als een geestesverschijning. Ik was getuige van de razendsnelle ontwikkeling die daar plaats had. De belangstelling voor Lombok is -mede door de veranderingen in Bali- enorm gegroeid en de aanleg van de nieuwe internationale luchthaven in het zuiden zal ook de veranderingen in Lombok versnellen. De toekomst gaat uitmaken voor wie dit een zegen is en voor wie niet. Ik denk dat u zich gelukkig mag prijzen voor de mooie atmosfeer die u nog hebt beleefd. Momenteel is het nog steeds zo mooi. De vraag is echter: hoe lang nog?

    Hartelijke groet,
    Ineke


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: