Bali, Ubud, Warjihouse kroniek afl. 19: de krantenjongen

De kleine Made, krantenverkoper.

 

 

Behalve de taxichauffeurs en de verkopers van kaartjes voor dansvoorstellingen, horen ook de krantenventers tot het straatbeeld. Het zijn er een stuk of vier, die dagelijks hun route lopen langs de Jalan Monkey Forest en de Jalan Raya. De zaken gaan niet best, want de meeste toeristen pikken het laatste nieuws uit hun thuisland op in één van de vele internetshops waar ze hun mailbox nakijken. De jongens raken zelden uitverkocht en leveren aan het einde van de dag hun overgebleven voddige nieuwsbladen weer in bij de verdeelpost.
De jongste onder hen is de kleine Made, nog geen 17 jaar oud. Hij komt uit desa Trunyan, waar hij is opgegroeid in een arm gezin. Hij heeft nauwelijks scholing gehad en
kan niet lezen of schrijven. Bovendien stottert hij. Hij kan wel tellen, maar er valt de laatste tijd weinig te tellen aan het eind van de dag. Hij woont samen met een aantal soortgenoten in een huisje in desa Kedewatan, noordelijk van Ubud.

Om de jonge knaap een hart onder de riem te steken, kocht Pak Paul regelmatig een krant van hem. Dan maakten ze een praatje en een grapje en Made was weer verzekerd van een warme maaltijd. Op een dag zag Paul, dat Made rondliep met een paar lelijke, onverzorgde wonden op zijn benen. Zoals vaak bij stoere knapen, het gevolg van een val met de motorbike. Pak Paul nam de schuchtere Made mee naar zijn appartement in Warjihouse en verzorgde de wonden. Weldra zat Made op het terras met een hagelwit verbandje om zijn knieën , een cola en wat chips in zijn handen en babbelde honderduit met zijn vaste klant. Vanaf dat moment was Made regelmatig te  gast  in Warjihouse voor een warme douche en wat verpleging. Toen Pak Paul op een ochtend zijn mobiele telefoon kwijt was en bovendien zijn beschermeling niet meer kwam opdagen, rees in hem een onbehaaglijk vermoeden. Gezeten op het stoepje aan de weg, besprak Paul de kwestie met twee chauffeurs, die beide Kadek heten. Er ontstond meer beroering, dan Paul had verwacht. Diefstal wordt in Bali niet licht opgevat en van berusting kan geen sprake zijn. De onderste steen moet boven komen. Pak Paul werd uitvoerig over de omstandigheden ondervraagd en met de informatie, die ze hadden, gingen de chauffeurs op pad. Na een half uurtje waren ze weer terug met een teneergeslagen Madeetje tussen hen in. Hij werd op het stoepje geduwd en de beide Kadeks namen hem een uitvoerig verhoor af. Er werd gedreigd met aangifte bij de politie en de identiteitskaart van Made werd opgeëist, maar de knaap bleef schuld ontkennen. Met horten en stoten kwam het verhaal eruit, dat een vriendje van Made de telefoon gestolen zou hebben. Op de bewuste ochtend had dit vriendje Made opgehaald uit Warjihouse en een bezoekje aan het toilet waargenomen om de telefoon van tafel te grissen. Haastig veegde het kind een traan van zijn wang en Pak Paul werd overmand door medelijden. “I believe the boy”, zei hij en hij wilde absoluut niet, dat Made zou worden overgedragen aan de politie. Kadek en Kadek waren het met hem eens en lieten  de jongen gaan. Triest slenterde Made weg langs het voetbalveld. Kadek was niet geheel tevreden met de afloop en zei nog, dat hij de dader te grazen zou nemen, als hij hem tegenkwam. Daarbij maakte Kadek een box-gebaar waarbij zijn goed getrainde biceps vervaarlijk opbolde.

Het was al 10 uur in de avond, toen een collega van een ander groepje chauffeurs met de motorbike op Paul afkwam rijden. Bij hem achterop zat het bewuste vriendje van Made.
Nadat Made het stoepje verlaten had, was hij naar het andere groepje chauffeurs gegaan en had hen in tranen het hele verhaal verteld. Nadat zijn vriendje de diefstal had gepleegd, was Made te beschaamd geweest om nog bij Pak Paul langs te komen. Het is een ongeschreven wet, dat vriendjes elkaar wel mogen corrigeren, maar niet verraden. Nu de zaak aan het licht was gekomen en hij zelf voor dief werd aangezien, lag het anders. Het tweede team “rechercheurs” had dus de werkelijke dader opgehaald en bracht die nu bij Pak Paul om het goed te maken. De telefoon zelf was vermoedelijk al verpatst, maar de dader bekende de sim-kaart nog in bezit te hebben. Hij werd gesommeerd de volgende dag direct de sim-kaart terug te bezorgen en de telefoon te achterhalen. Ook deze knaap lieten ze gaan.

 

 

De volgende ochtend  vond Paul al vroeg het sim-kaartje op zijn terrastafel.
Het duo Kadek en Kadek vroeg er dezelfde middag meteen naar. Ze waren niet ontevreden. Ook de chauffeur van het andere stoepje kwam belangstellend informeren. “Dat is een aardige vent”, constateerde Paul.
”Awas orang itu, Pak!”, kwam Kadek tussenbeide. (pas op voor die man!) Hij speelt nu voor politie, maar heeft ooit zelf gestolen. Pak Paul moet niet te close met hem worden.
Met de kleine Made heeft Paul nog een paar ernstige gesprekken gevoerd en de vriendschapsband is inmiddels hersteld, zo niet sterker geworden. Hij zit weer genoeglijk tegen Pak Paul te stotteren en heeft te kennen gegeven, dat hij graag Engels wil leren.

Wie weet, kan hij ooit zelf de krant lezen…

 

Ineke van Gemert

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: