Eerst Bali zien en dan sterven…

eerbetoon aan Frits 

 

De oude Frits

De oude heer Frits was zeer bereisd. Elk werelddeel had hij wel eens bezocht. Maar waar hij ook ging, hij keerde steeds terug naar het Indonesische eiland Bali. Want van alle plaatsen op de wereld voelde hij zich daar het meeste thuis. Hij maakte er lange wandelingen door de rijstvelden en langs dorpjes. Hij kon het goed vinden met de vriendelijke mensen. En hij kwam graag op de levendige markten en in de kleurrijke tempels. Omdat hij in Nederland kind noch kraai had, besloot hij zich voorgoed in Bali te vestigen. Hij besprak zijn voornemen met Made, een houtsnijder uit Ubud, die hij al jaren kende. Made had juist een huisje gebouwd, om te verhuren aan toeristen, en had nog een kamer vrij. Het was een mooie kamer, versierd met houtsnijwerk, die, vanaf het terrasje, uitzicht gaf op de tuin. Het huisje stond een flink eind van de weg, zodat de geluiden van het verkeer er niet doordrongen. Made en de heer Frits kwamen al snel tot zaken en Frits betrok de kamer. Vanaf dat moment was hij niet meer alleen. Made vergezelde papa Frits – zoals hij hem noemde – op al zijn wandelingen en zijn lieftallige vrouw Kadek bereidde elke dag heerlijke maaltijden voor hem. Wat de heer Frits nooit had gehad in zijn leven, vond hij in Bali: een familie, die om hem gaf en voor hem zorgde. Ook voor Made en Kadek braken betere tijden aan: papa Frits investeerde zijn pensioen in hun welzijn, waardoor het leven voor hen een stuk gemakkelijker werd. Na korte tijd werd er een zoontje geboren, die trots naar papa Frits werd vernoemd: Wayan Yoga van Someren. Zoals het Nederlandse grootvader past, schafte papa Frits een bankboekje aan ten behoeve van de toekomstige studie van zijn kleinkind.

Papa Frits was een zeer Christelijk mens, die dagelijks het “onze vader” bad, voordat hij zich een bord nasi of babi guleng  liet smaken. Made, die – zoals alle Balinezen – hindoeïstisch was grootgebracht, toonde veel interesse in de God van papa Frits, die veel voorspoed leek te brengen. Op zijn beurt raakte Frits steeds meer vertrouwd met de hindoeïstische Goden, die de liefde niet alleen predikten, maar ook in de praktijk leken te brengen. Papa Frits en Made filosofeerden uitvoerig samen over het leven en over beider religies. Gezamenlijk betraden zij de hindoeistische huistempel om te bidden tot zowel Brahma als tot Jezus Christus. En zij zouden nog lang en gelukkig samenleven, als hun harmonieuze bestaan niet ernstig zou zijn verstoord.

Papa Frits, die – zelfs voor westerse maatstaven – tamelijk lang was, struikelde over een hond en kwam lelijk ten val. Daarbij liep hij een gecompliceerde beenbreuk op, waaraan hij geopereerd moest worden. In het ziekenhuis probeerde men de schade te herstellen, door een metalen plaatje op zijn scheenbeen te schroeven, maar papa Frits hield er een wond aan over die niet wilde genezen. Met de mooie, lange wandelingen was het gedaan, want door het gebeurde kon papa Frits niet goed meer lopen. Made had daar iets op gevonden. Hij nam papa Frits mee achterop de motorfiets en zo maakten zij tochtjes langs dorpjes en velden en langs de kust. Hoewel papa Frits erg genoot van deze dagelijkse uitstapjes, werd hij toch niet meer de helemaal de oude. Papa werd goed en liefdevol verzorgd door Made en Kadek en het ontbrak hem aan niets. Toch ging hij zienderogen achteruit en op zekere dag kon hij niet meer zonder hulp uit bed komen. Sindsdien sliep Made bij papa op de kamer, zodat hij kon helpen, zodra het nodig was. Op een ochtend schrok Made wakker. Het was al licht en Made vreesde, dat hij zich had verslapen. Snel liep hij naar het bed van papa Frits, om te zien, of die hulp behoefde voordat Made het ontbijt ging klaarmaken. Made zag direct, dat er iets mis was: papa Frits lag achterover op zijn bed, met zijn mond half open en zijn ogen iets geloken. Hij bewoog niet. Zijn magere ribbenkast leek opgetild, alsof hij niet meer de kracht had gehad om zijn laatste adem uit te blazen. In alle stilte was papa Frits overleden. Voor de laatste keer zou Made zijn papa wassen en hij legde een mooie sarong en een wit jasje klaar om papa voor de laatste keer netjes te kleden. Toen Made het laken  wegsloeg, waaronder papa Frits had geslapen, zag hij, dat diens handen tot vuisten verkrampt waren. Made verbaasde zich erover en voelde zich schuldig, omdat hij zijn papa in het sterven niet had bijgestaan. De ceremoniële crematie duurde de hele dag en de ganse familie hielp mee om papa Frits een waardig afscheid te geven van dit leven. Iedereen was in gebed verzonken, toen Made bij zonsondergang de as van papa Frits met een weemoedig gebaar in zee uitstrooide. Wat overbleef was het metalen plaatje met de schroeven, dat Frits been in het gareel had moeten houden. Na nog een laatste blik op de bloemen, die de plek markeerden, waar de as van papa Frits door het zeewater was opgenomen, keerde de familie huiswaarts. Bij thuiskomst stond men als aan de grond genageld: het huisje, waarin papa Frits was overleden, was tot de grond toe afgebrand.

De volgende dag sprak ik de zwaar aangeslagen Made over het gebeurde. Hij vroeg zich af, wie er nu zo boos was geweest: papa Frits, omdat hij hem zo alleen had laten sterven; de Christelijke God, omdat die de enige God op aarde wilde zijn; of Shiva, die de dienst uitmaakt? En hoe kon hij het ooit weer goed maken?

afgebrand

Bijdrage van Ineke van Gemert

2 reacties

  1. marja bavelaar said,

    5 december, 2007 bij 9:36 pm

    mooie verhalen Ineke, veel succes met Warji House!

  2. Rama (Ton) & Shinta (Jennie) said,

    13 maart, 2008 bij 1:18 pm

    Een ontroerend verhaal.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: