STILTE

krekel.jpg

De stilte wordt onderstreept door geluiden. Geritsel. Plotseling een hoog, snerpend geluid als van een tandartsboor. Het houdt lang aan, tot je er eigenlijk niet meer van bewust bent, en plotseling houdt het weer op. Een tokeh roept zijn naam, wel zeven keer, waarna het kirrend wegsterft. Een rat scharrelt en knaagt, piept, vlucht. Een kikker blaat; tien kikkers blaten; alle kikkers blaten. En plotseling is het weer stil. Ademloos stil. Lang voordat het daglicht zijn eerste schijnsel opwerpt, kraait er al een haan, die prompt van ver beantwoord wordt. Een hond blaft zijn laatste angst van zich af. En dan hoor ik de eerste voetstappen, sloffend en ritselend komt het dichterbij en gaat het weer verder weg, de sawah in. Ik hoor praten. Eerst bijna fluisterend, dan lachend. Slepende, onverstaanbare Balinese klanken. Iemand roept. Van heel dichtbij roept iemand terug. Gescharrel; het vegen van een bezem; een kinderstemmetje; geplons; watergekletter. Stilte. En schuchter opklimmend licht. Het ochtendbad is koud. Ik spring heen en weer onder de koude stralen en voel mijn huid samentrekken van schrik. Rillend en met druipend haar onderga ik het rijzen van de zon, terwijl ik mijn benen onder een sarong heb opgetrokken en een kop warme koffie met beide handen omvat. Boven de tuinmuur uit schrijdt een bos hout voorbij op het hoofd van een vrouw, die al weer van het land komt. Iemand schreeuwt tegen de vogels, die op het punt staan neer te strijken op de rijpe padi. De zoete geur van zojuist aangestoken wierook bezwangert  de rap opwarmende lucht. Het geluid van een enkele motorfiets in de verte gaat over in een ononderbroken geraas van verkeersgeluid. Links vangt iemand aan met timmerwerk en rechts wordt een zaagmachine in werking gezet. De stilte raakt overstemd. Als ik op weg ga naar de markt, kom ik groepjes kinderen tegen in geel-bruine schooluniformpjes. De jongens met een nat-gekamde  scheiding in het haar en de meisjes met twee strakke vlechten. Ze lopen gearmd; praten en lachen en letten niet op het verkeer. Ze hebben geen haast. Met een wijde boog rijdt het verkeer eerbiedig om de schoolkinderen heen. Op de markt is de ergste drukte al weer voorbij. Sommige koopvrouwen pakken de restanten al weer in. Anderen lijken niet van plan de markt te verlaten, eer de laatste groenten en vruchten zijn verkocht. Ik neem een licht ontbijt van bananenblad, gevuld met dampende rijst, cassaveblad, teri en tahu. De verkoopster moffelt het biljet van 5000 rupiah snel weg, ergens onder haar sarong, en zet de korf met maaltijden weer op haar hoofd. Iedereen is hongerig, dus ze zal spoedig zijn uitverkocht. Schurftige honden wachten ongedurig tot de markt wordt uitgeruimd, om het afval te onderzoeken. Alles op zijn tijd en ieder op zijn plaats. Tegen de tijd, dat ik naar huis terug wandel, is de zon hoog genoeg geklommen om met zijn warmte de geluiden van de beginnende dag te dempen als een zachte deken. Thuisgekomen, zwijgen de kikkers; heeft de tokeh zich verscholen en ligt de kat te slapen. De timmerman en de houtbewerker houden pauze. Het is windstil. Alleen de krekel, die zich nooit laat zien, snerpt oorverdovend over het land.

Bijdrage door Ineke van Gemert

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: