Bali, Ubud, de taxi – oorlog

Bali is erg dichtbevolkt. Van alles, wat er in Bali is, is er teveel. Er zijn teveel schilderijen, teveel restaurantjes, teveel hotelletjes, teveel taxi’s, teveel mensen. De meeste taxi’s zijn particuliere auto’s die door hun eigenaar worden ingezet om de kost te verdienen. Het zijn vaak ruime, comfortabele wagens, waarvoor de eigenaar een banklening heeft afgesloten en die heel geschikt zijn voor gezellige rondritten met een bescheiden gezelschap.

Een Chinese zakenman bedacht iets anders. In navolging van westerse taxibedrijven investeerde hij in luxe wagens tot 4 personen, waarin hij chauffeurs, die zich geen eigen auto konden veroorloven, tegen een laag loon gasten liet vervoeren. De auto’s hebben een uniform uiterlijk: ze zijn allemaal lichtblauw en herkenbaar aan het woordje TAKSI op het dak, zodat daarover geen twijfel hoeft te bestaan. Dit startte als de Bluebird groep. Omdat dit een betrouwbaar beeld voor de toeristen opleverde, liep het als een trein. Deze taxi’s zijn voorzien van een meter, dus men betaalt gewoon de meterprijs.

Tot zover is er niets aan de hand. Maar nu het volgende: de gubernur van Bali, I Made Mangku Pastika, heeft bepaald, dat alleen taxi’s toeristen mogen vervoeren, die daartoe een vergunning hebben en zo’n vergunning is alleen verkrijgbaar onder bepaalde voorwaarden. Vanaf het moment dat deze bepaling van kracht werd, opereren alle taxi’s die dit niet kunnen overleggen, illegaal. (Ook de taxi’s die betalen voor hun vaste taxi-standplaats.) De taxichauffeurs, die naar het politie bureau gingen om zo’n vergunning aan te schaffen -onder wie velen al langer taxi-chauffeur dan 10 jaar- werden weggestuurd omdat zij niet aan de eisen zouden voldoen. Een van de eisen was dat de chauffeur een bedrijf moest runnen met minstens 5 auto’s. Alle chauffeurs, die zich niet meer dan 1 auto kunnen veroorloven, vallen daarmee dus direct buiten de boot. Vanaf het moment dat deze regel van kracht was, ondernam de politie razzia’s om chauffeurs te bekeuren, die zonder vergunning toeristen vervoerden. De boete bedraagt een miljoen rupiah of drie dagen hechtenis. Aangezien de hoogte van de boete de winst van een eventuele dagtour ver overstijgt, rijden de ‘illegale’ taxi’s niet meer naar toeristische bestemmingen, waar ze een politiepost moeten passeren of een razzia kunnen verwachten. Het hakt erin. Maar de chauffeurs laten het er niet bij zitten. Er zijn protest demonstraties gehouden en als ik enkele bevriende chauffeurs moet geloven wordt het buigen of barsten. In elk geval pikken ze dit niet. En wat voorheen door de moordende concurrentie onmogelijk bereikt kon worden gebeurt nu: zij slaan de handen ineen en vormen een front. Want wat is het geval? Deze gubernur, I Made Mangku Pastika, heeft een goede vriend, van Chinese afkomst, die een groot taxi bedrijf is begonnen, Bluebird. In samenwerking met deze zakenman, heeft de gubernur ook een taxi bedrijf, dat er ongeveer hetzelfde uitziet. Met de nieuwe wet die is uitgevaardigd, heeft de gubernur zich handig ontdaan van de voortwoekerende concurrentie. Hij heeft de westerse toeristen, die van regels houden, helemaal op zijn hand. Die stappen vol vertrouwen in de Bluebird -of wat daarop lijkt- ook al rijdt de chauffeur een straatje om in zijn poging om de meter wat hoger te laten uitkomen.

De zogenaamde illegale taxi’s, die door deze wet op hun bankroet afstevenen, worden in de media afgeschilderd als onbetrouwbaar en crimineel. Voor de chauffeurs, die met hun duurbetaalde auto hun familie moeten onderhouden, is dit een drama. Als zij hun werk, dat zij jarenlang ongehinderd konden doen, niet kunnen voortzetten, komen zij met hun families in grote problemen. De grote profiteurs zijn de gubernur, de Chinese zakenman en andere zakenlieden die hun schaapjes toch al op het droge hadden. En heeft u misschien een Balinese vriend met een auto? Die kan een fikse boete verwachten als hij gesnapt wordt met u in zijn wagen.

Bali, Ubud, individueel verzorgd reizen

Aan mijn gasten heb ik ondervonden, dat zij een verblijf in Bali Batin vooal plezierig vinden door de kleinschaligheid en de persoonlijke benadering. Ik kan me voorstellen dat dit vooral voor mensen geldt die alleen reizen of niet van een hotel-sfeer houden. Daarom:

Speciaal voor de oudere alleenstaande, die graag op reis wil, maar niet aan zijn lot wil worden overgelaten,
Voor de alleen reizende, die kampt met gezondheids problemen en in verband daarmee assistentie behoeft,
Voor de alleengaande, die wel gezelschap wil, maar niet van groepsreizen houdt,
En voor de reiziger die niet de hele tijd zelf het wiel wil uitvinden.
Voor deze singles organiseer ik een individueel verzorgd verblijf in mijn knusse bungalow.

Ik bied mijn gasten logies in mijn gasthuis in de vorm van twee kamers ensuite met eigen badkamer en gebruik van de ruime eetkamer, terras en tuin.
Ik ben persoonlijk de hele dag beschikbaar voor zaken van huishoudelijke aard, voor verzorging, om iets te regelen en als gezelschap.

Vooraf kunnen mijn gasten al kenbaar maken waar hun interesse naar uitgaat, zodat er eventueel onderzoek gedaan kan worden naar de mogelijkheden of -indien nodig- reserveringen kunnen worden gemaakt.

Ik kan helpen bij het opstellen van een programma en adviseren waar het gaat om uitstapjes. Ik woon al bijna 10 jaar in Bali en ben bekend met de cultuur en de mogelijkheden. En uiteraard kan een vooraf opgesteld programma per dag worden gewijzigd of aangepast.
Mijn gasten bepalen helemaal zelf hoe hun vakantie er uit zal zien.

De prijs van een individueel verzorgde vakantie is 500 euro per week voor 1 persoon. (2 personen 750 euro)
Hierbij zijn inbegrepen: logies; maaltijden; non-alcoholica; laundry; luchthaven transfers en uitstapjes per luxe taxi; Nederlands sprekende gids/gezelschap op HBO niveau; hulp bij lichamelijke ongemakken of anderszins.
Niet inbegrepen zijn: vliegticket(s) en hotels elders.

Indien u interesse hebt of meer specifieke informatie wenst, gelieve te mailen naar: balibatin@gmail,com
Hartelijke groet,
Ineke van Gemert

Bali, Ubud, prijzen in Bali: wat kost dat nou helemaal?

 

Bali heeft al heel lang de faam goedkoop te zijn. En voor de meeste westerlingen is Bali dat ook. De Balinezen zelf willen best van dat imago af. Het is echter niet eenvoudig om daarvan af te komen. En ook de reisgidsen zijn daarbij niet erg hulpvaardig. Ook al is een reisgids nieuw, wil dat nog niet zeggen, dat de genoemde prijzen ook up-to-date zijn. Omdat mensen met een commercieel beroep in Bali zich niet hebben georganiseerd, is de concurrentie erg groot. Een ieder probeert onder andermans duiven te schieten en dat is niet te voorkomen: iedereen heeft immers een familie om voor te zorgen? Maar het heeft veel ongewenste gevolgen.
Voor buitenlanders is het vaak moeilijk om er achter te komen wat precies de prijs van een product is. Men volgt vaak de raad van de reisgids op, die luidt: Biedt ver beneden de helft van de vraagprijs en zorg dat je op ongeveer de helft uitkomt.’ Bij de gehaaide verkopers in toeristische gebieden werkt het inderdaad zo: zij volgen de raad van dezelfde reisgidsen op en vragen in aanvang meer dan het dubbele. In tegenstelling tot wat men vaak denkt, dingen Balinezen onder elkaar helemaal niet zo dramatisch af.


 
Het sterke afdingen heeft nu en dan echter ernstige gevolgen. Bij de geldwisselaars is de truc inmiddels bekend: de grootste schurken bieden de gunstigste koersen. Al houd je nog zo strak je ogen op de handen van de wisselaar gericht, bij nader inzien ontbreekt er toch een honderduizendje of wat.
Onder de taxichauffeurs bestaat een enorme competitie. De toerist meent daarmee zijn voordeel te doen. Maar kijk uit. Als de meesten een tour aanbieden voor 450.000 rupiah, dan is dat de prijs. Een chauffeur die aanbiedt om het voor veel minder te doen, zal proberen om op een andere manier aan zijn geld te komen. Dat merk je later pas. In de simpelste gevallen wordt er achteraf extra gerekend voor benzine of government tax. Anderen proberen je in een restaurant te dumpen, waar ze een hoge commissie krijgen. Weer anderen pushen je om zilverateliers of kunst galleries te bezoeken. En soms word je met een smoesje heel ergens anders heen gebracht dan in je bedoeling lag. Dit is ontstaan doordat hun gasten de laagste prijs als norm willen hanteren. En dat is niet eerlijk en ook niet verstandig. Ik heb zelfs verhalen gehoord van mensen die ernstig geintimideerd werden en van mensen, die zonder pardon tussen de rijstvelden werden gedropt. Ook hoorde ik over gevallen waarin men voor een lage prijs een rit kreeg aangeboden, maar later te horen kregen, dat de prijs per peroon zou gelden.

Terwijl ik met enkele chauffeurs deze kwesties zit te bespreken, wordt een toeriste toegeroepen: TAXI ? “How much to the airport?” vraagt ze terug. De prijs van Ubud naar de luchthaven ligt ongeveer tussen de 180.000 en de 230.000 rupiah. Maar de chauffeur heeft nog geen rit gehad en wil erg graag nog wat geld thuisbrengen. Hij biedt haar de rit aan voor 150.000. Met een wat denigrerend glimlachje van iemand die volkomen op de hoogte is en niet van plan is om zich te laten bedotten, zegt ze: “Ooh, that is too much!” Zij hoopt dat de chauffeur met zijn prijs zal zakken en past de truc van het ‘weglopen’ toe. De chauffeur is teleurgesteld, maar roept haar niet terug. Even verder wordt ze nog een paar keer aangesproken. De vijfde heeft beet. Die doet het voor 140.000. Triomfantelijk stapt de dame in de auto. Ze heeft zojuist 80 eurocent verdiend.

Bali, Ubud: een wandeltocht met Wayan Darta

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Voor Wayan Darta is het belangrijk, dat zijn gasten het naar hun zin hebben. En hij weet hoe dat moet.
Hij houdt immers zelf ook van het goede leven.
 

Wayan Darta is als oudste zoon van een bescheiden Balinees gezin min of meer hoofd van de familie.
Als kleine jongen van zeer arme ouders nam hij zich voor het leven tot een succes te maken en dat is hem gelukt.
Weliswaar niet helemaal zoals hij had gehoopt, maar hij verstaat de kunst te roeien met de riemen die hij heeft.
Wie bij Wayan Darta en zijn familie op bezoek komt, treft een stralend gastvrij gezin aan, bestaande uit grootvader, grootmoeder, Wayan en zijn vrouw Wayan en dochter Putu met haar olijke broertje Kadek.

Wayan Darta is in de eerste plaats taxi chauffeur, maar op verzoek organiseert hij alternatieve tripjes.
Om zijn gasten een plezier te doen vermijdt hij de grotere verkeersroutes en zoekt hij meer kleurrijke weggetjes door de rijstvelden en langs dorpjes. Zijn echtgenote Wayan is geboren in zo’n klein dorpje, dat is gelegen aan het einde van een doodlopende weg. Uiteraard brengen zij regelmatig een bezoek aan de familie die daar in een prachtige traditionele compound woont. De kleine Putu is dol op haar grootouders en gaat graag mee op stap.

 

Wayan nodigt nu en dan zijn gasten uit om een wandeling in deze prachtige omgeving te maken en na afloop even een kopje thee of koffie te drinken bij de familie van zijn vrouw. Aan het einde van de enige straat die het dorp rijk is, wandelt men rechtstreeks de jungle in. Er is ongerepte natuur; er zijn tuinen; er zijn sawah’s. Er zijn paddestoelen en er groeit gember en de kleuren zijn er zo uitgesproken, dat het af en toe is alsof je een schilderij binnenwandelt. Wayan kan zich nog goed herinneren, dat het bijna overal nog zo was. En gelukkig is het nog niet helemaal verdwenen, want hij heeft ondanks alles goede herinneringen aan die tijd.

Door de rivieren die hun baan in het grillige gebergte hebben uitgeslepen, zijn er veel hoogteverschillen in het landschap, wat de grond op veel plaatsen ongeschikt maakt voor de landbouw. Maar op elk stukje grond, dat kon worden vlak gemaakt, ligt een stukje sawah, als een groen tapijt op een groot terras in de jungle. Palmen staan als hoge parasols tussen de sawah’s en op verzoek wil iemand er wel in klimmen om een mooie rijpe noot naar beneden te halen. In de tuinen herkent men behalve bananen, bonen, sereh en mais ook locale specerijen en geurige wortels als jahe, galanga, kencur en laos.
Na een wandeling door dit prachtige gebied is het heerlijk om in het huis van de familie even uit te rusten bij een kop verse thee of een kop thuisgebrande koffie. Bijna ongemerkt was het hier en daar een klimmen en dalen en balanceren over de sawah-dijkjes.
Bij de familie gaat het er heerlijk huiselijk aan toe. Een jonge neef is bezig met het polijsten van een stapel spiegellijsten. Een tante vlecht mandjes. Oma maakt thee en koffie klaar en een heel oude grootmoeder, die nog fris uit haar ogen kijkt, komt ons nieuwsgierig opnemen. Oom maakt een praatje met Wayan en vraagt en passant waar de gasten vandaan komen. Een paar tiener-nichtjes vuren giechelig een paar Engelse zinnetjes op ons af. Hoewel een beetje anders, is de sfeer geruststellend vertrouwd, een beetje Ot en Sien, en een beetje modern met mobieltjes en playstasiun.

Ik vond de wandeling en mijn bezoek aan het serene dorpje een topper. Ik kan iedereen aanbevelen om een keer op stap te gaan met Wayan Darta.
Zie ook zijn website: http://www.bali4fun.wordpress.com

BALI, UBUD, DE CATERING OP DE STOEP

Het hoort in Indonesië bij het straatbeeld: mensen, die hun bagage op het hoof vervoeren. Ik heb al vele varianten gezien, van een fles water tot een complete marktkraam. Ik blijf het een prachtig gezicht vinden, al ben ik me er terdege van bewust, dat de fier gedragen goederen niet zelden een te zware belasting voor nek en rug betekenen.

 

In de winkelstraten lopen de dames van de ‘catering’ af en aan. In een soort wasmand dragen ze een keur aan lokale lekkernijen en maaltijden. Op de stoepen van de winkeltjes strijken ze neer om het winkelpersoneel van een lunch of een snack te bedienen. Hoewel de maaltijden veel op elkaar lijken (meestal een soort nasi campur: witte rijst met een plukje groente, een stukje vlees of vis, tempe, wat sambal), verschilt de smaak nog wel eens. Men heeft zo zijn voorkeuren. Bij de één is de pisang goreng voortreffelijk; de ander heeft de lekkerste mie goreng. Nummer drie heeft altijd verse kroepoek. Rond min of meer vaste tijden lopen de dames een min of meer vaste route. Soms kruisen ze elkaars pad; soms zijn ze elkaar nèt voor. Maar zoals in elke dienstverlening in Bali zijn er ook hier een beetje te veel wandelende snackbars, die hun klanten met elkaar moeten delen.

 

Ook op de hoek van het voetbalveld waar de taxi- en ojekrijders (motor vervoer) rondhangen, vindt de inhoud der manden gretig aftrek. Zodra in de vroege avond ‘ibu kopi’ de hoog gevulde mand op het stoepje zet, komen van alle kanten hongerige chauffeurs aanlopen om gretig in haar maaltijden te graaien. ‘Ibu kopi’, zo genoemd omdat zij een der weinigen is, die verse koffie meebrengt, is bij de meesten favoriet. Haar eten en snacks zijn heel smakelijk en altijd vers. Op de motorbike wordt twee keer per dag een verse voorraad aangevoerd en aan het einde van de dag is ze altijd nagenoeg leegverkocht.

 

Vaak drinken we thuis geen koffie na het eten, omdat het leuker is een bekertje koffie van ibu te nemen. En als het eten erbij is ingeschoten, eten we lekker mee met onze Balinese vrienden op de stoep. Het smaakt me eerlijk gezegd net zo goed als de nasi goreng bij de beroemde ‘Dewa Warung’ in de Jalan Gootama, die in de Lonely Planet zo wordt aangeprezen.
Als het druk is, blijft ‘ibu kopi’ soms tot drie uur in de nacht rondlopen om de hongerige magen te vullen. Ze is onder de chauffeurs zeer geliefd, deze jonge weduwe, omdat ze vriendelijk is, hard werkt om voor haar gezin te zorgen en natuurlijk vooral vanwege de goede en goedkope maaltijden. Vaak geeft ze nasi weg aan bedelaarsters met een baby. Bedelende kindjes krijgen nog wel eens een zoetigheidje toegestopt. Als haar mand leeg is, of als er geen klanten meer zijn, wacht ibu op het stoepje tot ze wordt opgehaald door haar zoon of een ander familielid. En het gebeurt zelfs wel eens, dat een late taxichauffeur haar thuisbrengt, bij voorbeeld omdat het regent.

Bali, Ubud, verliefde vakantiegangers, Warjihouse kroniek aflevering 33

Zesde en laatste deel.

Gde zat een beetje mismoedig op de stoeprand. Hij had die dag nog geen ritje gehad. Zijn vriendinnetje was er vandoor en ik was ook niet al te vriendelijk naar hem toe.

“I know it; I am a bad person.” beschuldigde hij zichzelf om mij de wind uit de zeilen te nemen.
-“You can do a lot to change that”.
-“I have a bad karma.”
-“Bull shit.”
-“You are not Balinese; you don’t understand.”
-“Bull shit.”
-“I really love her.”
-“And you really love the other one the same.”
-“No, but she’s always after me. I already said to her that I want Janine, but she won’t leave me alone.”
-“I think you were not clear enough to her.”
-“I was, but she is so aggressive.”
-Then be more aggressive too.”
-“It is too hard for me to be unkind to anyone.”
-“But now you have hurt Janine, is that not unkind?”
-“You understand nothing about it.”
-“Are you sure?.”
-“No….. My life is so hard; I don’t want to live anymore.”
Gde hing met zijn hoofd in zijn handen, vol zelfmedelijden en ik kon –hoe dan ook- niet meer boos op hem zijn.

“Taxi?” vroeg hij werktuiglijk aan een voorbijganger.
-“Yes please”, was het onverwachte antwoord, “how much to Penestanan?”
Gde verrees energiek uit zijn droefenis en begon zijn onderhandelingen.

Na een paar dagen kreeg ik een sms-je van Janine. Ze had een leuk onderdak gevonden in de streek Sidemen en aardige mensen ontmoet. Ze genoot van de prachtige omgeving en zond haar groeten aan: “you, Ketut and the serial lover.” Ketut kon zijn oren niet geloven. –“Greetings to me?” Hij zond direct een sms-je terug en grapte: “Don’t dream too much about me. Ok?” Met ondeugende ogen liet hij het me zien. Haar antwoord was: “Ok, I won’t, haha.”
Daarna hoorden we een tijdje niets van haar.
Na een week kreeg ik opnieuw een sms-je, waarin ze meldde: “coming back home on Sunday.”
En daar kwam ze: verwaaid, maar vrolijk en uitgerust.
Gde zat nog dezelfde avond bij haar op het terras en liet haar de hele avond niet meer alleen. Ik hoorde hun praten; de kamer ingaan, de kamer uitkomen, samen eten, en weer praten. Het klonk heel rustig allemaal en ik bemoeide me nergens mee.
Laat op de avond stond Aiko al weer naast de auto op Gde te wachten. Niet vergeefs, kreeg ik in de gaten. Ketut wist er meer van, maar zweeg in alle talen.

Kadek and Janine

Vandaag, de dag na Galungan, kwam de ontknoping.
Janine gebruikte het ontbijt samen met een tevreden jongeman, die ik nog niet eerder had ontmoet. Hij werd aan mij voorgesteld als Kadek, haar vriend uit Karangasem. Wegens de feestdagen had hij een paar dagen vrij van zijn werk en hij kwam zijn nieuwe vriendinnetje ophalen om zijn vrije dagen met haar door te brengen. Janine pakte haar rugzak in en stalde haar koffertje in mijn kamer. Even later vertrokken ze samen op de motorbike.

17-10-09, de boom in (3)

Ik heb er verder niets aan toe te voegen.
Alleen het piepschuimen vliegtuigje ligt nog op de kast in Janine’s voormalige kamer.
Nu zoek ik nog een heel erg hoge boom om het  voorgoed in te hangen. “Ketut, can you help me please?”

17-10-09, de boom in (9)

Bali, Ubud, het riviertje onder de Jalan Raya Ubud

Het gat in de Jalan Raya Ubud.

gat jl raya (3)

Gapend ligt het gat er bij. En in de diepte raast het water voort, op zoek naar het laagste punt. Een groot deel van het wegdek is gesloopt en het ziet er naar uit, dat dit een langdurige kwestie wordt. Mij was verteld, dat er een soort brug over het riviertje zou komen, maar voor zover ik kan zien, probeert men het probleem op te lossen door het gat opnieuw met puin en beton te vullen.

5-8-09 (26)

Direct naast de weg en zo te zien bovenop het riviertje staat een kleine tempel. Motoren en voetgangers verdringen elkaar achter die tempel langs om hun weg over de Jalan Raya te vervolgen. Ik vroeg me af, waar het riviertje zou uitmonden, want het leek wel, alsof het water onder geheel Ubud bleef doorstromen. Iemand vertelde, dat het water onder de markt doorloopt en dat in de kelders van de markt, waar groenten en vlees worden verhandeld, de geesten zwerven, van mensen, die er verdronken zijn. Inderdaad is dat deel van de markt vochtig en bedompt. De weeïge geur van rauw vlees vermengt zich er met die van rottende groenten en fruit. Het roept onplezierige gevoelens op en ik blijf er nooit lang. Maar ik zag er geen spoor van het water.

5-8-09 (30)

Iemand in de smalle Jalan Karna wees mij erop, dat het riviertje geflankeerd werd door de achterzijden van de huizen van de Jalan Karna en de Jalan Gautama. Nog vóór Sania’s House loopt een smal steegje, dat naar het riviertje leidt. Het stroomt snel, maar is doorwaadbaar en wordt regelmatig door bewoners van beide straten overgestoken.

5-8-09 (33)

De riviertjes van Ubud zijn van belang: ze waren aanleiding tot de oprichting van het plaatsje. Men is er van overtuigd, dat het water van Ubud geneeskrachtig is. Het tirta (het heilige water) is een obat (geneesmiddel). En onafgebroken stroomt het voort, desnoods de hoofdweg met zich meesleurend. Als mieren friemelen de verkeersdeelnemers zich door de de alternatieve straatjes, die daar nog minder op berekend zijn dan de toch al overvolle hoofdwegen. De ooit zo rustige Jalan Gautama heeft nu te maken met verkeersopstoppingen door de automobilisten, die geen zin hebben om in een grote lus om het centrum heen te rijden. Omdat de chaos toch compleet is, lappen de tweewielers alle verkeersvoorschriften aan hun laars. Kortom, het is een gezellige bende.

Het heeft de toeristen niet weerhouden: als wij in de vroege avonduren op het stoepje de langslopende vakantiegangers gadeslaan, tellen wij meer bezoekers dan vorig jaar rond dezelfde periode. De taxi’s rijden af en aan, en ook het brommertransport doet goede zaken. Er is natuurlijk een attraktie bijgekomen: het gat in de Jalan Raya Ubud.

gat jl raya (7)

Trips in Bali: De website van Ubud Tour & Taxi

w9-12-08-4

Met een beetje hulp van buitenaf, maar vooral door eigen inspanning groeit de tour- en taxi-onderneming van Nick uit tot een succes.

Met zijn ruime hemelsblauwe auto haalt hij gasten op van de luchthaven -maakt niet uit hoe laat-; levert hen veilig af op hun logeeradres; toert rond naar mooie en interessante plekken; haalt gasten op, die zojuist inkopen hebben gedaan; adviseert bij het kiezen van bestemmingen; enz.

Als hij geen rit heeft, is zijn vaste standplaats in Jalan Monkey Forest bij het stoepje tegenover het voetbalveld, waar hij met inzet van al zijn charme zijn diensten staat uit te venten. Hij kan u aanspreken in het Engels, het Frans, het Duits, of in het Japans. Soms, op een stil moment speelt hij een spelletje schaak op de stoep met een collega. Een enkele keer komt ook een toerist zijn geluk beproeven. Maar wie van deze jongens wil winnen, moet van goede huize komen, want ze zijn er verdraaid gewiekst in. Rond een uur of elf in de avond zijn de chauffeurs echter alert, want dan willen de meeste toeristen weer terug naar hun logeeradres. Als het echt helemaal stil is geworden, gaat ook Nick naar huis, maar u kunt hem altijd bellen:

085 237 545 885.

Het adres van zijn website is: www.tourtaxiubud.wordpress.com

Taxi-chauffeur in Bali: het verhaal van Nick

 

 

Nick staat altijd op de hoek van de straat bij het voetbalveld. Je kunt hem niet passeren, zonder dat hij zijn diensten aanbiedt. “Taxi? – Maybe tomorrow? – Helicopter? – Are you ok?” Dit is zijn gebruikelijke riedeltje waarop zeer wisselend door het langskomend publiek wordt gereageerd. Bij een deel van het publiek wekt zijn aandrang irritatie op, maar per saldo levert zijn gedrag hem de meeste klanten van allemaal. Zijn busje stond lange tijd klaar langs de stoeprand. Maar op een dag kwam hij op de motorfiets. “Transport?” bood hij aan. Zijn gebruikelijke autostuur-gebaar was veranderd in het denkbeeldig gasgeven aan het stuur van een motor.

Nu is het aanbieden van vervoer per motorfiets niet ongebruikelijk in Bali, maar als iemand van de ene op de andere dag zijn auto heeft verruild voor een motor, zit daar een verhaal achter. Het verhaal van Nick is als volgt:

Enkele jaren geleden zat hij op de motorbike met een vriend, om samen op stap te gaan. Hij droeg geen helm, wat in Bali een flinke boete kan opleveren. Toen een agent aanstalten maakte om hem aan te houden, gaf hij extra gas en vloog er als een haas vandoor. De gemotoriseerde agenten zaten hem op de hielen en hij voerde zijn snelheid op. Het gevolg was een ongeluk waarbij Nick ernstig gewond raakte. Een gebroken been, gebroken arm, gebroken schouderblad en gebroken sleutelbeen waren het gevolg. Maar het ernstigst was een schedelbreuk, waardoor hij in coma raakte. De agenten, die hem achtervolgden hebben er voor gezorgd, dat hij snel in het ziekenhuis kwam, waar hij werd opgelapt en aan zijn hoofd werd geopereerd. Nog lange tijd lag hij in coma. De ouders van Nick waren niet verzekerd tegen ziekenhuiskosten, wat heel gewoon is in Bali. Daarom moest zijn vader land en roerende goederen verkopen om de kosten te kunnen betalen. Behalve het verdriet en de zorg om de toestand van hun zoon, was ook dat een vreselijke slag voor het gezin. Moeder bad en offerde aan de Goden en beloofde een peperdure upacara (ceremonie) aan de Goden, als haar lieveling het ongeluk zou overleven. Nick werd wakker uit zijn coma en knapte geheel op. Enerzijds een vreugde, anderzijds betekende dit een schuld, die heel moeilijk was in te lossen. Een niet onbelangrijk deel van de schuld rust sindsdien op de schouders van Nick, die beseft, dat hij er de oorzaak van is. Om geld voor zijn familie te verdienen, sloot hij een deal met de eigenaar van een autobusje. Hij mocht het busje als taxi gebruiken tegen inlevering van 75% van de omzet. De eigenaar zou de benzine betalen. Voorwaarde was wel een minimum omzet van 2 x de benzinekosten. Nick ging hard aan de slag. Tot diep in de nacht stond hij zijn diensten uit te venten.

 

(wordt vervolgd)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.