Bali: de taxi-ritten van Wayan Darta

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen zijn zoontje was geboren, nam Wayan een weekje vrijaf. Terwijl nenek, de moeder van Wayan, de baby in bad deed, masseerde en in slaap zong, stond Wayan te koken, af te wassen, te vegen en deed hij de luierwas. Zijn vrouw kreeg ruim de gelegenheid om uit te rusten van de bevalling en haar taak in het gezin was tijdelijk beperkt tot het voeden van de pasgeborene. Ook het oudere zusje, vijf lentes jong, droeg haar steentje bij en hielp zo veel ze kon, al vond ze nu en dan, dat de nieuwkomer wel erg veel aandacht kreeg.

Maar men kan dus niet beweren, dat Wayan lui of onattent is. Hij maakt gewoon zijn keuzes en die zijn soms ietsje anders, dan zijn omgeving lijkt te verwachten. Wayan houdt niet van het werk in de rijstvelden of in de bouw. Het was ooit zijn droom om architekt te worden. Het leek hem prachtig om huizen te ontwerpen naar zijn eigen idee. Hij hield van strakke lijnen, een doelmatige indeling, maar ook van antieke kozijnen en andere details.  Helaas konden zijn ouders die opleiding niet betalen en bleef het bij dromen. Maar ja, van dromen kon het gezin niet leven. Met wat spaargeld en links en een lening rechts schafte Wayan een tweedehands busje aan, dat hij netjes opknapte. In zijn dorp waren in de loop der tijd wat hotels gebouwd, die regelmatig vervoer voor hun gasten nodig hadden. Een paar mannen uit het dorp hebben de koppen bij elkaar gestoken en met de banjar afgesproken, dat de chauffeurs, die in het dorp wonen, de eerste rechten hebben op het taxi-vervoer van de hotels. De hoteleigenaren hebben dit initiatief gesteund. En het werkte. Alle chauffeurs hebben regelmatig werk en rijden om toerbeurt.

Maar Wayan doet meer. Hij heeft vrolijk rondgetoerd met Russische toeristes, die Bali inmiddels ook ontdekt hebben. Hij wisselt gezellige mails uit met zijn Australische gasten. En een Frans stel liet weten, dat ze enorm genoten hadden van hun bezoek aan de koffie-plantage. Hij weet leuke plekjes te vinden, waar niet elke toerist komt. Hij schermt ze af van al te opdringerige venters. En hij spreekt een aardig mondje Engels.

Hoewel hij nog steeds droomt van een loopbaan als architekt, heeft hij veel plezier in zijn huidige werk en dat maakt hem tot een gezellige toerleider. Als hij ‘s-avonds moe thuiskomt, wordt hij nog even geclaimd door de kleine Putu -inmiddels grote zus- die nog even wil laten zien, hoe mooi ze al kan dansen. En Kadek, de kleinste, draait nieuwsgierig zijn kijkers in de richting van papa’s stemgeluid. Zijn trouwste fans.

 

Ineke van Gemert

kan Wayan u van dienst zijn? mail: wayandartabali@hotmail.com of bel: 081 337277484 

Bali; de kinderen van Petak

De kinderen van Petak

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijn vriend Paul, die al weer een paar jaar in Bali woont, heeft in zijn leven veel pleegkinderen gehad. Ondanks zijn drukke gezin met drie opgroeiende (adoptief-) kinderen, waren jongelui, die wat aandacht en leiding nodig hadden, altijd welkom bij hem. Vaak was zijn huis ook een toevluchtsoord voor vluchtelingen, niet zelden vanuit Oost-Azië.

Maar nu zijn eigen kinderen de deur uit zijn en de pleegkinderen ook hun weg gevonden hebben, meende Paul, dat hij zelf aan de beurt was.

Zoals zo velen, nam hij een voorschot op zijn pensioen, zette hij een streep onder Nederland en streek hij neer in de omgeving van Ubud, waar hij zich, van alle plaatsen op de wereld, het meeste thuis voelde.

En daar zat hij dan op de veranda, weliswaar niet achter de geraniums, maar toch wat doelloos achter de weelderige bougainvillea’s. Na een lang leven van werken en zorgen is het plotselinge niets-doen te onbevredigend. Hoe het er precies van is gekomen, is me ontgaan, maar Paul kwam op een goede dag in het gehucht Petak terecht, waar een welgestelde Balinese familie zich het lot van de minderbedeelde kinderen in hun desa heeft aangetrokken. Zij geven -met de hulp van sponsors- de kinderen een kans om hun school af te maken en een toekomst op te bouwen. Verder worden ze er verzorgd, gekleed en gevoed. De tieners hebben er ook een slaapplaats, waar ze gezellig met z’n allen leren en dollen. Aan Paul werd gevraagd, of hij de kinderen les in de Engelse taal wilde geven. Onbezoldigd natuurlijk. Met veel enthousiasme is Paul aan zijn nieuwe ‘job’ begonnen. Pelan pelan (langzaamaan), want een vreemde taal is heel moeilijk te bevatten voor kinderen, die nooit veel verder zijn gekomen dan de desa.

Om de aangeleerde zinnetjes in praktijk te brengen ben ik uitgenodigd voor een bezoekje. Er waren meer kinderen dan gebruikelijk verzameld in de compound, die ons vol verwachting opwachtten. Er werd ons eerst een kopje koffie aangeboden en de brutaalste onder de knapen kwam al direct naast mij zitten en begon: “What is your name? Where do you come from? Do you like Bali?” Natuurlijk beloonde ik zijn spontane initiatief en ik probeerde er een volwaardig gesprekje van te maken. Het werkte. De koffie was nog niet op, of Paul moest groepjes organiseren, die mij om beurten bestookten met obligate vraagjes. Elke vraag werd in overleg gesteld en voor het antwoord was zo mogelijk nog meer overleg nodig. Maar alle kinderen waren enthousiast, als er een geslaagd gesprekje uitrolde en het succes spoorde de wat minder brutalen aan om mee te doen. Zijdelings keek ik even naar Paul en ik zag dat hij genoot van zo veel spontane onschuld.

Wij genieten nog het meest, als het leven zin heeft en als wij dat weerspiegeld zien in onze omgeving.

 

Ineke van Gemert

 

Het projekt in Petak wordt gesteund door een organisatie in Nederland:

Stichting Anak kita (onze kinderen) : www.anakita.org

Kunstschilder in Bali: Jason Monet

 

 

 

 

 

 

Wie lang genoeg in Ubud rondloopt, komt op een dag Jason Monet tegen.Zo ook wij. Na een genoeglijk avondje uit, namen we nog een afzakkertje bij Ubud’s  bekendste pleisterplaats voor expats: Delicat. Het was een heerlijke zoele avond en we genoten van een karafje witte Lindemans op het terrasje met uitzicht over het lege voetbalveld. Bij Delicat zit niet elk aan zijn eigen tafeltje. Er staan een paar tafels met lange banken erlangs en ieder schuift aan. Ik kan niet zeggen, dat het lekker zit, maar iedereen komt er graag en neemt achteraf zijn houten kont voor lief. Jason zat aan het hoofd van de tafel en babbelde tegen alle aanwezigen. Iedereen scheen hem te kennen. Naast Jason zat een ouder meisje, wier avond merkbaar ten einde liep. Ze hing tegen zijn schouder, kon slechts met moeite haar oogleden optillen en ze sprak onsamenhangend. Toen ze niet meer uit haar woorden kon komen, stond ze op en liep onvast naar de straat. “Als die maar niet in die put valt straks”, zei mijn vriendin met het oog op het open riooltje halverwege het pad. De goedgemutste Jason babbelde voort en bracht allerlei filosofieën ter sprake, waar niemand nog iets mee kon op dit tijdstip van de avond. Ook grappen -vooral over Nederlanders- waren niet van de lucht.

 

Later kwamen we Jason nog vaak tegen. Hij kwam eigenlijk overal, waar veel mensen waren en waar iets leuks te beleven was op gebied van kunst of muziek. In een klein boekje met nieuwtjes over Ubud kwam ik op een dag een intervieuw met Jason tegen, waaruit bleek, dat hij beeldend kunstenaar is, al meer dan 20 jaar in Ubud woont en twee huizen van bamboo had gebouwd. Op een rustige zondagmiddag brachten we een bezoek aan het grote bamboe huis van Jason en maakten wij kennis met zijn andere kant.

Hoewel Jason zelf op dat moment niet thuis was, werden wij rondgeleid door één van zijn staffleden, die ons ook een kop thee aanbood. Het is een indrukwekkend bouwwerk, dat volkomen harmoniëert met de jungle eromheen. Hoewel het kraakt van alle kanten, staat het bijzonder stevig. Het vloeiende ontwerp van het huis is volkomen gedicteerd door het taaie, natuurlijke materiaal en de uitstraling is eenvoudig en chique tegelijk. Binnenin hangt het vol schilderijen, die alle betrekking hebben op het Balinese landschap en de Balinezen. Twee bamboo trappen leiden naar de bovenverdieping, waar -evenals beneden- een groot bed in de expositieruimte staat, dat door een klamboe aan het gezicht wordt onttrokken. Jammer, dat we Jason niet thuis troffen, maar we namen ons voor om nog een keer terug te komen.

 

Sinds ons bezoek aan zijn huis, groetten we Jason allerhartelijkst als we hem weer eens tegenkwamen bij “Flava” of “As One” en we kregen dikke zoenen van hem, waarbij de verwondering in zijn blik mij niet was ontgaan. (where the fuck did I meet those oldies?) Op goed geluk brachten we een tweede bezoek aan zijn mooie huis, ditmaal in gezelschap van nog een vriend. We troffen er weinig mensen; een medewerker liep ons tegemoet. “Is Jason home today?” vroegen we. Hij was thuis. Een beetje mank lopend, verscheen Jason op het bamboo balkon. “You can come upstairs”, riep hij ons toe, “I can’t come down, cause I had a small accident yesterday, and hurt mij leg.”

Wij beklommen de bamboo wenteltrap en begroetten Jason, die zichtbaar pijn aan zijn been had. Het weerhield hem er echter niet van om ons lachend te ontvangen en uitvoerig te woord te staan. Hij vertelde over zijn werk, zijn huis en zijn jungle.

En hij vertelde ook over zijn ongeluk: Bij het verlaten van Delicat was hij in zo’n verrekte put gevallen.

 

Over het leven en werk van Jason is al een hoop geschreven. Het is niet aan mij om daar iets aan toe te voegen. Als u zijn naam intypt bij google, vindt u 1.340.000 verwijzingen.

Of klik : http://www.jasonmonet.com

 

 

 

 

Balinees kunstschilder: Gede Kardiasa

 

 

 

Gede Kardiasa is een jonge kunstschilder uit Keliki, een desa ten noorden van Ubud. Hij is 24 jaar oud en woont met zijn vrouw en dochtertje bij zijn familie in een traditoneel huis achter zijn kleine galerie aan de weg. Het beroep van kunstschilder is in Bali een ambacht, dat beoefend wordt van vader op zoon. Ook Gede geeft les aan zijn jongere broers en neefjes in dit vak. Gede is een zeer vriendelijke persoonlijkheid. Hij kijkt stralend de wereld in. Waar hij binnenkomt, gaat de zon op.

 

De meeste van zijn schilderijen en tekeningen zijn gemaakt in de traditionele Keliki-stijl, een fijne, vooral decoratieve stijl, waarin hij voornamelijk afbeeldingen maakt van landschappen, het dagelijks leven en uitingen van de hindoeïstische cultuur. Soms brengt hij nieuwe onderwerpen binnen de landschappen, zoals een toerist met een camera of een fietser, maar zelfs deze elementen ontkomen niet aan de stijl der traditie.

Meer afwijkend zijn de erotisch geïnspireerde fantasieën, waarin hij zich dromerig uitleeft tot in ogenschijnlijk plantaardige omhelzingen. Maar zelfs deze uitspattingen leiden tot slechts een subcultuur van de traditie.

Wie het werk van Gede bekijkt, wordt niet zozeer geconfronteerd met een stijl van passie, dan wel met een van geduld en toewijding.

Het heeft geen zin om het werk van Gede Kardiasa te vergelijken met dat van westerse kunstenaars. Zijn tekeningen zijn niet het werk van een individueel kunstenaar, maar de magische afspiegeling van een hele cultuur.

Wie de ziel van het Balinese leven binnenwandelt, verliest de controle over het leven. Hij wordt er een onderdeel van.

En dat is zeer voelbaar in de tekeningen van Gede Kardiasa.

 

Ineke van Gemert

Bali - kroniek Warjihouse afl. 14

Het wel en wee in een Balinees gastenverblijf

 

Elke ochtend maak ik een wandeling van een half uur naar Warjihouse.

Ik ben er meestal rond 10 uur en krijg dan van Nyoman of Made een bordje gesneden vers fruit als aanvulling op mijn eerder genoten ontbijt. Het wordt altijd boven gebracht, waar ik bij Fiona op de koffie kom.

Deze ochtend was ze niet zo monter. Ze droeg nog haar ochtendgewaad en hing onderuitgezakt in haar stoel op het terras. Vanonder wat piekharen keek ze me vermoeid aan. “Was je laat op vandaag?” vroeg ik. Ze geeuwde langgerekt, voordat ze antwoord gaf. “Hou op asjeblieft; ik heb bijna niet geslapen vannacht.”  “Hoe dat zo?”

En Fiona vertelde: Made en Kadek waren zeer toegewijd. Ietsje tè, misschien. Het mocht Fiona aan niets ontbreken en daar zouden ze met z’n allen voor zorgen. Made kwam vrijwel dagelijks langs en nooit met lege handen. Fruit, koek, pudding, nasi; van dat alles meer, dan ze alleen op kon. Vaak bracht hij zijn jongens mee, om ze vertrouwd te maken met hun nieuwe oma. Yoga, de oudste, maakte braaf een mooie tekening op een vel printerpapier. Yogi was alleen rustig te krijgen met een lollie uit een trommeltje, dat hij al snel in de peiling had. De vorige avond kwamen ze met het voltallig gezin een complete rijsttafel brengen. Fiona had de gerechten over bordjes verdeeld en ze zaten met z’n allen gezellig te smikkelen en te babbelen. Verder hoefde Fiona niets meer te doen, want Made en Kadek ruimden op en deden de afwas, maakten koffie en veegden de laatste rijstkorrels van het terras, terwijl de kleine jongens zich vermaakten met tekenfilms op de televisie. Yoga wilde graag bij ibu Fiona blijven slapen, verklaarde Made bij de koffie. Ach, dat was geen probleem. Fiona had twee bedden: één in de slaapkamer, waar ze zelf altijd sliep, en één in de woonkamer voor gasten. Dat was dus geregeld en ze babbelden nog wat voort over het toekomstige huis. Intussen was Kadek naar de woonkamer gegaan en bij haar jongens op het bed in slaap gevallen met Yogi in haar armen. Yoga kon zijn ogen bijna niet meer open houden, dus het leek Fiona beter, dat hij ook ging slapen. Made nam deze raad ter harte en dirigeerde zijn zoontje naar Fiona’s slaapkamer. Fiona bezag het met enige ongerustheid, want Made maakte geen aanstalten om te vertrekken en zijzelf was zo langzamerhand ook aan slapen toe. Toen ze zei, dat ze moe was, zei Made: “Tidak apa apa. Ga gerust slapen. Yoga wordt er niet wakker van. Hij is het gewend om samen te slapen. Dat vindt hij juist fijn.”

“Maar jij dan?”, zei Fiona. “Maak je over Made maar geen zorgen, ik slaap wel op het bankje hier.” Zo gezegd, zo gedaan. Fiona trof Yoga in diepe slaap, terwijl hij breeduit over haar bed lag. Ze schoof het slapende knaapje een beetje opzij en er bleef maar een smal randje voor haarzelf over. Ze lag niet lekker en kon de slaap moeilijk vatten. Pas toen de zon opkwam, viel ze in slaap, maar werd meteen weer gewekt door Made, die Yoga kwam halen om hem naar school te brengen. Amper een uurtje later werd ze opnieuw gewekt. Ditmaal kwam Kadek haar gedag zeggen, met Yogi op de arm.

En ze was juist weer in slaap gevallen, toen Nyoman binnen kwam om haar kamer schoon te maken. Ze verhuisde naar de woonkamer om daar verder te slapen, maar kreeg nog geen rust, want inmiddels was Made haar een ontbijt komen brengen. “Ik wil de rest van de dag niet verzorgd worden”, zei Fiona met de nadruk op ‘niet’.

“Goed, doe mij dan maar een koffie”, zei ik kwajongensachtig.

 

Ineke van Gemert

Bali - kroniek Warjihouse, afl. 13

Het wel en wee in een Balinees gastenverblijf.

Fiona heeft het al meer dan vier maanden naar haar zin in Warjihouse, maar is toch niet van plan om tot het meubilair te gaan behoren.
Regelmatig vergezelt ze mij op tochtjes langs bungalows en villa’s, die te huur of te koop worden aangeboden. Er is regelmatig vraag naar door gasten, die iets zoeken voor een langere termijn. Onwillekeurig bracht haar dit op ideeën voor haar eigen positie. Maar nu eens zijn ze te afgelegen, dan weer te groot of te klein, of de tuin lijkt haar te bewerkelijk. “Ik weet, dat ik lastig ben”, concludeerde ze, “het huis, dat ik zoek, moet nog gebouwd worden.” Dit bracht mij op een idee. Made, een goede vriend van me, was juist begonnen aan de fundering van een nieuw huis, maar had er nog geen huurder voor. Zelf heb ik wel belangstelling, maar pas na een jaar of vier, dus ik zei, dat hij op mij beter niet kon wachten. Op een goed moment nam ik op één van onze tochten de afslag naar het stuk land, waarop ik een paar maanden eerder deelnam aan de upacara ter inzegening van de bouwgrond. Het pad was nog in aanleg en vol kuilen, maar op het landje stond al een kleine pondok, vanwaar Made toekeek, terwijl enkele werkers bezig waren met het uitmeten van de fundering. Hij nodigde ons uit om plaats te nemen onder het strodak en vroeg ons om mee te denken over zijn plannen: hier de keuken en daar de badkamer, of juist andersom? Een trap aan de buitenkant, of inpandig? Het mooie uitzicht over de rijstvelden, zal zo blijven. Er leidt immers geen weg naartoe?

Binnen een uur was het bekeken en zaten Fiona en Made gebogen over nieuwe tekeningen van het huis in wording. Alles gelijkvloers, tot hier het terras, daar een schuurtje voor de fiets, een raam in de keuken, enzovoort. De afspraken werden beklonken met een uitgebreide lunch, die door Kadek, de vrouw van Made, in een grote mand op het hoofd naar de pondok werd gedragen. Het werd een geweldige picknick. Niet alleen door het enthousiasme, dat beide partijen zo plotseling deelden, maar ook door de fijne kookkunst van Kadek, die het ene heerlijke gerecht na het andere uit haar mand tevoorschijn haalde. Ook de zoontjes van Made en Kadek smulden mee, terwijl ze tersluiks een blik wierpen op de vreemde tantes, voor wie pa en ma zich zo uitsloofden. Yogi, de kleinste, trok zijn moeder bij de pondok vandaan, om zo ver mogelijk van het gezelschap op haar schoot te kruipen. Yoga, al bijna 9 jaar, knikte braaf, toen zijn vader hem uitlegde, dat hij later, als hij groot zal zijn, goed voor ibu Fiona moet zorgen, want ze behoort nu tot de familie.

Wordt vervolgd…

 

 

 

Bali - kroniek Warjihouse afl.12

Rama, Cinta, Ketut en Kadek

 

 

 

Zonder Ketut, een jongere broer van Nyoman, zou dit verhaal niet bestaan.

Hij is de manager van Villa Sonia, een mooi resort aan de rand van Ubud.

Hij maakte zich zorgen over de houding van één zijner personeelsleden.

Op weg naar familie in Noord-Bali peinsde hij over deze kwestie, toen hij langs de kant van de weg een jong tienermeisje zag, die stenen tot puin hakte. Het leek hem ongewoon voor een kind op schoolgaande leeftijd en hij stopte. Hij vroeg, waarom ze niet op school zat en het meisje, Kadek vertelde hem haar levensverhaal. Haar ouders had ze al op jonge leeftijd verloren en nu leefde ze alleen met haar grootmoeder in een bamboe hutje, zonder water of licht. De grootmoeder, inmiddels 85 jaar, was zwak en slecht ter been. Zij had de kracht niet meer om voor haar kleindochter en zichzelf de kost te verdienen, laat staan schoolgeld. Met het hakken van stenen verdiende Kadek nu net voldoende voor het nodige beetje rijst per dag en wat fruit. Aan school dacht ze maar niet meer.

Bij het zien van deze uitzichtloze armoede vergat Ketut zijn eigen sores.

Hij gaf Kadek geld om eten te kopen en nam haar mee naar de school om met haar leraar te praten. Daar bleek, dat Kadek de beste van de klas was geweest, ijverig en sociaal, en haar klasgenootjes tot hulp.

Ketut wist voldoende.  Hoewel niet rijk, had hij zelf alle kansen gekregen in het leven om een goed bestaan op te bouwen voor zichzelf en zijn familie. Het onrecht, dat Kadek en haar grootmoeder had getroffen kon hij niet verdragen. In zijn beste Engels schreef hij het levensverhaal van Kadek op, in de hoop sponsors te winnen, opdat zijn beschermeling terug naar school kon. Dat valt echter nog niet mee, want de meeste vakantiegangers zijn het gebedel voor de zoveelste achtergestelde een beetje moe aan het worden.

Met ingehouden tranen vertelde Ketut het verhaal aan zijn broer en zuster, Rama en Cinta. Konden zij niet helpen bij het werven van sponsors? Natuurlijk waren zij daartoe bereid en ze wilden graag kennismaken met het meisje, waar het hier om ging. Zo gezegd, zo gedaan en niet veel later stonden zij oog in oog met de verlegen Kadek, die nog nooit zo’n blanke (en zelfs hier en daar een beetje rode) Rama en Cinta had ontmoet. Door de taalbarriere verliep de kennismaking wat stroef en Kadek wist ook niet goed, hoe ze moest reageren op zoveel plotselinge aandacht. Maar een spelletje schaak bracht uitkomst. Rama, die zichzelf een redelijk goed schaker acht, was niet voorbereid op het talent van Kadek en verloor direct. Geen gesproken taal had Rama en Kadek dichter bij elkaar kunnen brengen. Het liefdespaar werd niet alleen sponsor, maar nam Kadek aan als hun eigen dochter en besloot haar de opvoeding te bezorgen, die al haar talenten een kans zou geven. Inmiddels had Ketut ook niet stil gezeten. Als Kadek een dochter van Rama en Cinta was, behoorde ze ook tot de familie van Ketut en de zijnen. In de kampung had hij al een kamertje ingericht voor de nieuwe telg en een plaats besproken op de beste school in Gianyar. “Als jullie het er tenminste mee eens zijn?”, vroeg hij nog even voor de vorm.

Ook de oude grootmoeder werd niet vergeten. Verlost van de zorg om haar kleindochter, kan ze haar oude dag in rust slijten. Rama en Cinta hebben  met de naaste buren van het oudje een financiele regeling getroffen, die haar van voedsel en verzorging zullen voorzien.

Kadek zelf moet nog heel erg wennen aan haar nieuwe situatie en haar nieuwe familie. Maar onlangs sms-te ze “thank you” op haar pasverworven mobieltje.

 

Ineke van Gemert

Warjihouse kroniek - Bali - afl. 11

 

Het wel en wee in een Balinees gastenverblijf

RAMA EN CINTA

Een koppel, dat jaarlijks naar Warjihouse komt, staat bij Nyoman bekend als Rama en Cinta, vernoemd naar het beroemde liefdespaar uit de Hindoïstische mythologie. Met een stralende lach vertelde Nyoman mij, dat zijn vriend uit Nederland hem midden in de nacht had gebeld om een kamer te reserveren. De dag voor hun komst werd de kamer, die het dichtst bij het onderkomen van Nyoman en zijn gezin ligt, uitvoerig gestoft en gesopt. Een vaas met een gevarieerd boeket stond op het tafeltje, kortom, Nyoman had kosten noch moeite gespaard om zijn vrienden welkom te heten.

Vol trots vertelde Nyoman, dat zijn vrienden vorig jaar bij zijn familie in de kampung waren getrouwd, waardoor ze nu onverbrekelijk met elkaar verbonden waren. Het koninklijk onthaal van Nyoman maakte mij bijzonder nieuwsgierig naar deze gasten, dus ik zocht ze de volgende dag direct op om kennis te maken. Rama en Cinta bleken een oer-Hollands stel te zijn, bij wie je welkom bent voor een kopje koffie en een babbel. Vooral de mannelijke helft had veel te vertellen. De aard van het beestje, zullen we maar zeggen. Rama is handelaar in postzegels, een schaarser wordend artikel, maar zolang de bestaande zegels circuleren, is de handel nog niet ten einde. Cinta verzamelde en kennelijk zeer verwoed, want ze besloot de handelaar erbij te nemen. Toen ze zich met haar welgevormde rondingen op zijn kraam nestelde, was hij om. Waar de man veel woorden en gewichtige zaken nodig heeft om een goede indruk te maken, bedient de vrouw zich eenvoudig van haar charme. De liefde bracht hun niet alleen bij elkaar, maar ook naar Bali en ze hebben niet alleen een intensieve relatie met elkaar, maar samen ook met Bali. Want daar leerden ze Nyoman en zijn familie kennen en drongen zij door tot in de ziel van de Balinese samenleving. Dat was niet alleen voor hun een grote eer, maar ook voor de familie in de kampung. Wie in het hart van de familie trouwt, wordt familie, dus Rama en Cinta kregen er vele broers en zusters bij, want Nyoman komt uit een groot gezin. En hoewel zij in Nederland meenden, dat het opvoeden van kinderen niet in hun leven paste, kregen zij een kind op Bali. Daarover later meer…

 

Ineke van Gemert

Ubud Taxi, een sociaal project in Bali

Ubud Taxi

Kadek was taxichauffeur en Paul een Nederlander, die van zijn pensioen in Bali wilde leven. Ze kwamen elkaar regelmatig tegen tijdens de lunch in een eenvoudige warung. Paul zat daar niet alleen vanwege het lekkere eten, maar ook om gezellig Balinees te kletsen met de Balinezen. Zo raakten Kadek en Paul aan de praat. Kadek vertelde over zijn rustige leventje in de desa met zijn jonge gezin. Hij kon redelijk rondkomen van zijn bedrijfje, maar dacht, dat het goed zou zijn, om beter Engels te leren, zodat hij zich met meer zelfvertrouwen aan de toeristen kon presenteren. Zou bapak Paul hem daarbij misschien kunnen helpen? En zo kwam het, dat Kadek Paul regelmatig thuis opzocht. Zo heel veel werd er niet gestudeerd, maar het waren wel genoeglijke uurtjes, waar ze beiden naar uitkeken. Kadek kwam altijd in zijn mooie glimmende Kijang, die hij bovenaan de weg parkeerde, zodat iedereen kon zien, dat hij bij pak Paul op bezoek was. Paul vroeg zich af, hoe Kadek zich zo’n mooie auto had kunnen veroorloven, terwijl het toch geen vetpot was in de desa.

De kijang bleek eigendom van de buurman. In ruil voor het lenen van de auto, moest hij aan de buurman 70 % van de dagomzet afstaan. Daar was Paul even beduust van. 70 % vond hij heel veel. Volgens Kadek was dat heel normaal in Bali; meer dan de helft van de chauffeurs zou in een gehuurde auto rijden. Het was wel zuur om te moeten concurreren met collega’s, die over een eigen auto beschikten, want die konden hun ritten veel goedkoper aanbieden. Maar, lachte hij trots: het ging best hoor, en met een vlotter mondje Engels, zou het nog beter gaan.

Op een dag kwam Kadek te voet. De stralende lach was van zijn gezicht verdwenen. Hij had ook geen zin in Engelse les. Hij schaamde zich om zijn verhaal aan Paul te vertellen: de vrouw van de buurman was overleden.

Om de kosten van een passende crematie te kunnen betalen, had de buurman zijn auto verkocht. En daarmee was Kadek zijn bron van inkomsten kwijt.

Het zette Paul aan het piekeren. Het liefst had hij een auto voor zijn vriend gekocht, maar dat kon hij zich van zijn pensioen niet veroorloven. En, zo piekerde hij verder, nog veel meer taxichauffeurs zaten in deze kwetsbare positie. Hoe moet een arme chauffeur aan een goede auto komen?

Paul besloot om zelf een taxibedrijf op te zetten en een auto te huren. Hij nam Kadek in dienst als chauffeur tegen vast loon met de bedoeling de winst opzij te zetten, waar dan later een eigen auto van gekocht kon worden.

 

Kadek leefde helemaal op. Samen maakten ze plannen. Een goede vriend hielp mee door gratis een website voor ze te ontwerpen. Kadek zelf verzon de naam: UBUD TAXI. In korte lijnen kwam het verhaal op internet met een foto van Kadek erbij, trots naast zijn mooie glimmende Suzuki APV. Kadek straalt weer en Paul zei met een knipoog: het is fijn om niks meer te moeten, maar het is ook wel prettig, iets om handen te hebben.

www.ubudtaxi.com

Ineke van Gemert

Bali Warjihouse kroniek afl. 10

Warjihouse – kroniek afl. 10

Het wel en wee in een Balinees gastenverblijf

Het verdrijven van de “bad spirit” in Warjihouse kon wel eens een dure grap worden. Jaloezie en naijver zouden een concurrerende buur ertoe hebben aangezet om het terrein van Warjihouse met goena goena te bestoken. John wist precies de plek aan te wijzen, waar de kwalijke stoffen in de aarde zaten verspreid: midden op het pad, naast de vijver. Het zou om een krachtige geest gaan van een oude vrouw, die in de nacht ronddwaalde. Heel even leek het erop, of hij mij bedoelde, omdat ik diep in de nacht nogal eens genoot van de zoele stilte op het terras. Maar ik ben niet jaloers, noch kwaadaardig en er zeker niet op uit om van Warjihouse een mislukking te maken. Nyoman werd ook bij het healingsproces betrokken. Hij kreeg een welriekend ingestraald watertje, dat met een plantenverstuiver zijn gunstige invloed in de kamers moest verspreiden. “Morgen komen er twee gasten voor díe kamer”, voorspelde John beslist, terwijl hij met een krachtig gebaar kamer 2 aanwees. Dat was wel heel concreet en wij dachten: eerst zien en dan geloven. Over onze gezondheid was hij somber: bij Fiona constateerde hij longkanker en bij mij een maag-darminfectie. Ook zou de conditie van mijn hart gevaar lopen. Inderdaad hoestte Fiona veel en met weinig resultaat, rommelde het in mijn ingewanden en heb ik een aangeboren aanleg voor een te hoog cholesterolgehalte. Er was voldoende om ons op de kast te jagen. De acht miljoen die de balian ons zou kosten, was echter begrotelijk genoeg om verzekerd te willen zijn van een gunstig resultaat. Wij zeiden John dus, dat we niet veel geld hadden en stelden hem voor, de zaak op afbetaling te regelen. Daar stemde hij mee in en wij wachtten het resultaat van zijn inspanningen af. De volgende dag kwamen er inderdaad twee gasten naar kamer 2 kijken, maar na een vluchtige blik in de kamer en een kort gesprekje met Nyoman, taaiden zij af. Intussen had ik te kampen met hevige maagpijn en hoestte Fiona voort. John bracht een nieuwe jamu en straalde ons drinkwater in. Wat de gasten betreft, beloofde hij, dat ze de volgende keer zouden blijven, maar de boze geest was erg krachtig en vergde veel van zijn nachtelijke energie…

Ineke van Gemert

« Vorige ingaves